De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uw Koninkrijk kome (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uw Koninkrijk kome (1)

Het Onze Vader

10 minuten leestijd

Op 1 december jl. promoveerde de Nijverdalse predikant, ds. J. A. Woudenberg, op een dissertatie over het Utrechts studentenzendingsgezelschap 'Eltheto, Hè basileia sou'. Deze Griekse woorden betekenen: Uw Koninkrijk kome. Onder invloed van het Reveil kwam een aantal Utrechtse studenten in het midden van de vorige eeuw bijeen om tegen de liberale tijdgeest in aandacht te vragen voor de arbeid van de zending zowel in binnen-als buitenland. Het motief dat hen dreef is de verwachting van het komende Rijk van God. Beginpunt van alle zendingsactiviteit was voor hen het gebed om de komst van dit Rijk en het verlangen daaraan dienstbaar te mogen zijn. Uit dit voorbeeld blijkt iets van de weerklank van de tweede bede van het Onze Vader in de geschiedenis van kerk en zending.

In het hart van de prediking van Jezus

We staan met deze bede om de komst van het Koninkrijk van God in het hart van de prediking van de Heere Jezus. Want de op handen zijnde komst van Gods koningsheerschappij vormt immers het grote thema van zijn weg en zijn werk. Over de betekenis en de inhoud van dit Rijk van God is er de eeuwen door diepgaand nagedacht. Vooral in de theologie van onze eeuw vormt het een centraal thema. Toch overvalt je ook altijd weer een zekere verlegenheid, als het erom gaat concreet aan te geven wat we onder dit koninkrijk van God hebben te verstaan.

Psalm 72

We omschreven het hierboven als koningsheerschappij. Maar in onze moderne samenleving met zijn democratische staatsvormen is het koningschap een verdwijnende staatsvorm of het heeft een invulling gekregen die volstrekt anders is dan in de wereld, waarin het Nieuwe Testament ontstaan is.

In de tijd van de Bijbel was het presidentschap onbekend. De regering werd uit­ ­geoefend door koningen of keizers, die zich soms lieten vertegenwoordigen door stadhouders. Er is wel gezegd, dat het enig alternatief voor de koning in de oudheid de tyran was, iemand die zijn macht niet verkregen, maar gegrepen had en wiens machtsuitoefening in vele gevallen misbruik en dictatuur betekende. En wat de koningen van Israël betreft, hun regering stond voortdurend onder profetische kritiek.

Door heel het Oude Testament klinkt dan ook de roep om de ware koning, de messiaanse koning van Psalm 72, die zijn volk met gerechtigheid zal richten, die de redder der armen zal zijn en wiens heerschappij een vrederijk is.

Voleinding

In het koninkrijk van God gaat het om dit koningschap, waarin gerechtigheid en vrede naar Psalm 85 : 11 elkaar kussen. En om de komst van dit rijk bidden wij, om de openbaring van Gods nieuwe wereld, zo totaal anders dan de wereld die wij gewend zijn, om een toekomst waarvan het woord van de apostel geldt: wat geen oog gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen. Het is het gebed om de komst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarop de gerechtigheid zal wonen, waar God alle tranen van de ogen zal afwissen en waar geen zonden en pijn, geen rouwen geen dood meer zal zijn. Wij bidden dus om de komst van Gods rijk in volmaaktheid, waarin God alles in allen zal zijn. Op die woorden loopt de uitleg van zondag 48 in de Heidelbergse Catechismus uit: de volkomenheid van het koninkrijk van God.

Als we die woorden tot ons laten doordringen, horen we daarin niets minder dan dat het gaat om de verwachting van een wereldwijde, universele heerschappij.

De troon en het Lam

Daarbij moeten we dat alles en allen omvattende koninkrijk niet losmaken van de Koning zelf. Johannes spreekt in Openbaring 21 immers over de troon van God en van het Lam.

Een kerkvader noemde Jezus Christus 'het koninkrijk in eigen persoon'. In Hem is het nabij gekomen. Hij heeft er iets van laten zien in zijn woorden, in zijn genezingen, in zijn machtige daden van bevrijding.

En Hij legt ons in de tussentijd tussen hemelvaart en zijn komst in heerlijkheid het gebed op de lippen: Uw koninkrijk kome. Hij leert ons bidden om de definitieve doorbraak van Gods koninklijke heerschappij, om de voleinding en de voltooiing van wat God in Christus begonnen is.

Van Godswege

Wij bidden om de komst van dit rijk. Het is goed om dat te onderstrepen. Niet zelden komen we in de geschiedenis allerlei denkbeelden tegen, waarin dit koninkrijk het einde van de zedelijke inspanningen van mensen is of een stand van zaken die zich langs lijnen van geleidelijkheid of via menselijke revoluties zou realiseren. Maar dit rijk ligt niet aan het eind van onze inspanningen. Het komt, het komt van Godswege naar ons toe. Bidden om de komst van het koninkrijk is denken en leven vanuit het einde.

Het is ook een echte bede, waarvan de vervulling door God verwacht wordt. Dat betekent, dat het niet te vatten is in een partijprogramma. Bidden om de komst van dit rijk houdt ook de belijdenis in, dat wij het niet bouwen. Dit gebed richt onze verwachting op wat God gedaan heeft, doet en doen zal. Het is de hoop op Gods toekomst die in deze bede verwoord wordt. En deze hoop is geen projectie van menselijke verlangens of dromen. Nee, ze is gegronde verwachting, gegrond op Christus en zijn werk.

De bijbelse hoop is de dochter van het geloof. Daarom is deze bede geen slag in de lucht. Het is het gebed van het geloof, dat zich verlaat op Jezus Christus en zijn werk. Het is tevens ook een uiting van verlangen. Het verwoordt de taal van de liefde, die zich uitstrekt naar de Bruidegom, naar de bruiloft van het Lam in het nieuwe Jeruzalem. Daarom kan en mag dit gebed ons nooit verleiden tot lijdelijkheid. Prof Firet zegt naar aanleiding van deze bede: 'Het is tegelijk: je voegen in de beweging van Hem die "het koninkrijk-van-God-in-eigen-persoon" is.'

Luther

We hebben in het bovenstaande sterke nadruk gelegd op het toekomstaspect, het eschatologische, op de voleinding gerichte karakter van deze bede.

Gaan we na wat in onze reformatorische traditie over deze bede gezegd wordt, in de catechismus van Luther, Calvijn, de Heidelberger bijvoorbeeld, dan blijkt dat dit aspect niet voorop staat.

Luther betrekt het Rijk van God op de komst van Christus in deze wereld, op zijn verlossend werk en op het feit dat Hij ons regeert tegen zonde, dood en het kwade geweten. 'Daartoe heeft Hij ook zijn Heilige Geest gegeven, die ons deze dingen voorlegt door zijn heilig Woord en ons door zijn kracht in het geloof verlicht en versterkt'. Het gaat voor Luther in deze bede allereerst om de doorwerking van de kracht van het Woord van God in het christelijk leven, 'opdat wij die het aangenomen hebben, daarbij blijven en dagelijks toenemen...'.

Er valt een sterk accent op het bloeien van het Rijk van God in ons midden door het Woord en door de kracht van de Heilige Geest.

Ook de kerk komt dan in het vizierl Wij bidden, aldus Luther, ook dat 'het bij andere mensen gehoor en bijval vindt en met kracht door de wereld gaat, opdat velen tot het rijk der genade komen, de verlossing deelachtig worden, door de Heilige Geest toegebracht, opdat wij zo tezamen in het nu begonnen koninkrijk voor eeuwig blijven'. Het komen van het rijk van God geschiedt volgens Luther op twee manieren: enerzijds hier in de tijd door het Woord en het geloof, anderzijds in eeuwigheid door de openbaring bij de wederkomst van Christus. De volgorde mag ons niet ontgaan. Het eschatologische, op de voleinding gerichte aspect ontbreekt niet, maar het komt op de tweede plaats.

De catechismus van Calvijn en van Heidelberg

Wenden we ons tot de Catechismus van Calvijn, dan vinden we daar dezelfde accenten, zij het ook dat in Calvijns uitleg het geheimenis van de predestinatie sterker doorklinkt dan bij Luther. In vraag en antwoord 268 wordt de koningsheerschappij van God als volgt omschreven: 'Het leiden en regeren van de zijnen door zijn Geest; en daartegenover het vernietigen en verdoen van de verworpenen, die zich niet willen onderwerpen aan zijn heerschappij, zodat duidelijk blijkt dat er geen macht bestaat, die de zijne zou kunnen wederstaan'. Ook bij Calvijn ontbreekt het uitzicht op de voleinding niet. Maar als gevraagd wordt naar de bedoeling van deze bede, wordt eerst gezegd: 'Dat de Heere van dag tot dag het getal van zijn gelovigen vermenigvuldige; dat Hij van dag tot dag zijn genadegaven voor hen vermeerdere tot Hij hen geheel vervuld heeft. Dat Hij ook meer en meer zijn waarheid doe lichten. Dat Hij zijn gerechtigheid openbare, waardoor satan en de duisternissen van diens rijk beschaamd worden, en dat alle ongerechtigheid vernietigd en weggedaan worde' (antw. 269).

Dat alles gebeurt nu al ten dele. Maar in de gelovigen leeft het verlangen dat Gods Koninkrijk voortdurend toeneme en voortschrijde tot het eindelijk volkomen is.

We zien dus hoe bij Luther en Calvijn de bede om de komst van Gods Rijk primair betrokken is op de vergadering van de gelovigen in de kerk, op de versterking van het geloof door het werk van de Geest en de strijd tegen de boze en de zonde. Tekenend zijn bij Calvijn de woorden 'van dag tot dag', 'meer en meer', 'voortdurend'. De komst van Gods Rijk wordt sterk bepaald door het voortgaand werk van de Heilige Geest in de gelovigen en in de gemeente. De bekende uitleg in de Heidelbergse Catechismus, zondag 48, vertoont hetzelfde patroon. Wij bidden, aldus de Heidelberger, dat God ons regere door zijn Woord en Geest, zodat we ons steeds meer aan Hem onderwerpen. Vervolgens komt de bewaring en de vermeerdering van de kerk ter sprake, alsmede de strijd tegen de boze machten die zich tegen God verheffen en de boze overleggingen in de mens, 'totdat uw Rijk in volmaaktheid komt, waarin Gij zult zijn alles in allen'.

Koninkrijk Gods en kerk worden in de uitleg van de Reformatoren dus zeer nauw op elkaar betrokken, terwijl ook de enkeling binnen de gemeente voluit wordt aangesproken.

Kritische geluiden

Er is, onder andere door de bekende theoloog Karl Barth, op deze uitleg in de reformatorische traditie kritiek geoefend. In zijn Da5 christliche Leben spreekt Barth van een versmalling, waarbij aan het wereldwijde, eschatologische van deze bede tekort wordt gedaan. De nadruk valt niet op de daad van God als zodanig, maar op de betekenis voor de enkele gelovige door het werk van de Geest in de heiliging. De betekenis van de komst van Gods Rijk voor de wereld, voor de wereldgeschiedenis zou onderbelicht blijven.

Barth staat in zijn kritiek niet alleen. Ook anderen hebben erop gewezen hoe de klassieke reformatorische uitleg gevaar loopt Rijk van God en kerk te vereenzelvigen. De verwachting van het alles omspannende rijk Gods zou ingeleverd zijn voor een op het individu en zijn lot gerichte heilsopvatting.

God doet een groot werk op aarde

De eerlijkheid gebiedt om te zeggen, dat deze kritische geluiden niet geheel en al uit de lucht gegrepen zijn. Het bijbels-theologisch onderzoek van onze eeuw heeft ons terecht geattendeerd op de wereldwijde perspectieven die in de verwachting van Gods Koninkrijk besloten liggen. Het rijk Gods gaat verder dan het mensenhart en de kerk. Het heeft ook alles te maken met de geschiedenis der volken, de politiek, met de wereldzending, met de toekomst van Israël. Als de Schrift zegt, dat God alle dingen nieuw zal maken, dan moeten we dat 'alle dingen' niet versmallen tot het persoonlijke leven van de christen of tot de kerk. Wij mogen weten dat God een groot werk op de aarde doet. En wij mogen zingen van en bidden om grote dingen voor heel Gods schepping.

Maar daarmee is niet alles gezegd, zoals we in een volgend artikel hopen aan te tonen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uw Koninkrijk kome (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's