De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Profetie en toetsing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Profetie en toetsing

9 minuten leestijd

Het is de moeite waard om op bezonnen wijze eens kennis te nemen van het veertiende hoofdstuk van de eerste brief aan Korinthe. Dat moet dan niet gebeuren vluchtig lezend, neen — dat moet gebeuren door middel van een uitleggend geschrift, een kommentaar. Bijvoorbeeld uit de Korte Verklaring, of waarom niet door middel van een uitlegging als die van J. van Andel, destijds verschenen in 1897 bij D. Donner in Leiden? Juist de heldere toelichting van een verklarend geschrift scherpt het denken op, bewaart voor verwarring en verwisseling van begrippen. Wij lezen zo licht iets in in een bepaald betoog, dat er eigenlijk helemaal niet staat. Wij geven zo licht ons schemerlicht voor ware wijsheid uit. Echt lezen daarom vraagt eerbied, geduld en onderworpenheid.

Welnu dan, in dat bovengenoemde hoofdstuk komt op een gegeven moment Paulus te preken over de orde in de gemeente. Hij geeft dan aanwijzingen hoe het in de gemeentelijke samenkomsten moet toegaan. Er zijn dan gelovigen bijeen, die onderscheiden gaven hebben. Hierbij hebben we niet te denken aan het 'krijgen' van iets in mysticistische kringen. Het gaat om een voortdurend bezit. Een psalm te hebben was van groot belang in een tijd, toen er nog geen psalmboekjes waren. Paulus denkt aan een geestelijk lied, in een verstaanbare taal, door ingeving des Geestes, op staande voet, in het midden der gemeente gemaakt. Hierop volgt de leer. Diende de psalm om de samenkomst te openen, de leer vormde de verdere gang en de vaste grondslag der godsdienstige samenkomst; in een op openbaring berustende godsdienst moet alles op helder en nauwkeurig onderricht gegrond zijn — zo heeft iemand zeer juist gezegd. Hier bedoeld de apostel hetzelfde, wat hij aldus het Woord der wijsheid en der kennis noemde. Eerst dan komt de vreemde taal aan de beurt, het spreken is een verrukking des geestes. Door openbaring is de verkondiging van een verborgenheid te verstaan, de gang van het rijk Gods betreffend, die door de Geest tot kennis van de profeterende is gebracht. Zij is een onderdeel van de profetie. Tenslotte komt de uitlegging van wat in vreemde talen gesproken is. Alle gaven moeten ordelijk en tot opbouw der gemeente worden aangewend.

Daarbij valt in het verband op, dat Paulus de gave van de tongetaai allerminst overschat. In een gemeentelijke vergadering mag niet teveel glossolalie zijn. Ook geschiede het niet tegelijkertijd, maar om de beurt. En één, die de gave der uitlegging heeft, al of niet glossolaal van zichzelf^ moet met de vertolking worden belast. Ontbreekt zo iemand, dan worde de glossolalie thuis beoefend tot eigen opbouw en tot eer van God.

Maar dan volgen de voorschriften over het profeteren. Leest u het maar na in de verzen 29-33. Hier geeft de apostel drie regels aan. De eerste heeft weer betrekking op het getal. Ook hier mogen er slechts twee of drie spreken. Vatten wij de zin van zijn onderwijzing goed, dan menen wij dat hij bij het profeteren nog eerder drie sprekers toelaat dan bij het spreken in tongen. Het is een teken, dat hij het profeteren boven het spreken in tongen stelt. Maar tegelijk blijkt, dat hij de profetische bezieling niet gelijkstelt met de inspiratie van de Heilige Schrift. Dat komt daaruit naar voren, dat hij wenst, dat er gemeenteleden zijn zullen, die het door de profeten gesproken woord beoordelen. Betekent dat, dat hij hier alleen maar met de mogelijkheid rekent, dat er valse profeten kunnen insluipen, die door de kritiek van de gemeente ontmaskerd moeten worden? Hoogst aannemelijk is dat hier niet het geval. Het is hier anders. Er is geen reden om de vreze van de apostel tot de valse profeten te beperken. Neen, hij rekent ook met de mogelijkheid, dat de profeet onopzettelijk en onbewust het Goddelijk licht door eigen inmengselen verontreinigde. De profeet was ongetwijfeld door de Geest Gods bezield, maar die bezieling veronderstelde nu juist niet, dat hij tegen alle dwaling bewaard werd. Dat alleen was het geval bij de profeten, wier woord God voor de Schrift bestemd had en tot de kerk van alle eeuwen gericht had.

Het geschreven Woord is vast en onbeweeglijk. Maar één of twee van zulke profeten, die optreden in de oudchristelijke samenkomst — hoe licht schieten ze een weinig dóór, vloeien hier een weinig uit en laten elders weer wat liggen. Wij mensen zijn in het geestelijke nooit zo muurvast en zo kaarsrecht, 't Gaat in het geestelijke doorgaans nogal wat wiebelend toe. Er komt soms een vreemde scheut van ons karakter door en vervolgens weer een eigenaardige trilling vanwege ons gevoel. Wanneer wij onszelf een weinig kennen, ervaren wij dat. Het geloofsleven, dat gewekt wordt door de Heilige Geest sluit het kleinmenselijke niet uit, maar in. Wie een gewone gemeente als predikant heeft gediend, bewaart herinneringen aan gave persoonlijkheden, die dicht bij God leefden. Ze hebben in het gemeentelijk leven soms diepe sporen getrokken. Maar hun typische eigenaardigheden bleven meeklinken. Sommige streekromanschrijvers hebben deze typen soms haarscherp uitgebeeld.

Het gevaar is nu, dat het typische de boodschap gaat overheersen. Om die reden is toetsing van de profetie nodig. Neem óók in acht, dat de profeet destijds nog de ruggesteun niet had van een geformuleerde belijdenis zoals wij. Alles was toen nog in wording en gisting; en — waar het kookt en borrelt van geest en leven vallen wel eens spatten in het rond en daar schuimt het ook wel eens. De dogmatiek moet nog gevormd worden. Het gaat zonder dat ook wel eens vreemd toe zo hier en daar. Vraagt u nu, wie oordelen moesten, dan ligt het antwoord voor de hand, dat zulks op de weg lag van de gemeente in het algemeen en van de leraren in het bijzonder. Er is geen reden om aan andere profeten te denken.

Welnu, deze toetsing voorkomt uitwerking en wildgroei in het geestelijke. Als merkteken van Goddelijkheid gold volgens hoofdstuk 12:3 de regel, dat alles wat uit de Geest komt, Christus verheerlijkt. Daar hebben wij dus de heilige norm. Zodra de glorie van de mens de heerlijkheid van Christus verdonkert, gaat alles in de gemeente scheef. Dat moeten wij ook weten, waar het de profetie betreft. Het ligt in onze geest het gekke en dwaze te verheerlijken, vooral waar het een zogenaamde openbaring van geestelijk leven betreft. De gehele kerkgeschiedenis leert, dat de irrieële en zonderlinge wordt bejubeld. Het gewone daarentegen wordt veracht. Men gaapt kometen aan, die toch gewoonlijk maar kort schitteren, maar sterren ziet men niet.

Daarom — niet om het leven te binden en de vrijheid te doden stelt de apostel ordeningen, regels in de gemeente vast, maar om te voorkomen, dat de liefde schade lijdt en de Geest bedroefd wordt. In de grond doet hij het om Gods wil. God is een God van orde. Daarom wil de apostel geen verwarring. Verwarring behoort bij satan; rondom God is slechts harmonie. U moet dus niet zeggen, dat de apostel de Geest Gods aan banden wil leggen, door omtrent het spreken uit de Geest zekere bepalingen te geven. Integendeel — hij zou niet naar de Geest handelen, maar tegen diens wil in, wanneer hij de verwarring liet bestaan, die in de gemeente van Korinthe heerst, wat spreken en profeteren betreft.

Een mens haakt maar al te zeer naar het buitengewone en uitzonderlijke. Visioenen, dromen, gezichten. Dat zou het dan zijn! En zeker, de Heere heeft in Zijn openbaring gebruik gemaakt van visioenen en dromen. Bijvoorbeeld bij Troas. Daar verschijnt opeens aan Paulus het gezicht. De Macedonische man, die bidt: Kom over in Macedonië en help ons! Het gezicht is een ongewone, en daarom des te meer sprekende en dringende, wilsverklaring van God. Een absoluut bevel! Daarom zegt Paulus in zijn rede voor Agrippa: Ik ben dat hemels gezicht niet ongehoorzaam geweest.

Alleen, alleen — ook hier is de toetsing aanwezig. Paulus heeft zeker in dezelfde nacht zijn vrienden meegedeeld, wat hem geopenbaard was. Zo leest u daar dat ze samen hebben overlegd en besloten (dat wil zeggen, uit bepaalde voorwaarden een conclusie getrokken), dat de stem van de Macedonische man niet anders dan de stem Gods kon zijn. Wat een zegen om broeders bij zich te hebben, met wie men zulk een nachtelijk gezicht bespreken kan, om onder gemeenschappelijk gebed tot vaste zekerheid te komen! Neen, in het Koninkrijk der hemelen heerst geen éénhoofdige tyrannic. Dat is een teken van de sekte. In het Koninkrijk der hemelen heerst overleg op grond van de raadpleging van het Goddelijk Woord. Zo worden wij bewaard voor de drijving van de dweepzucht aan de ene kant, maar aan de andere zijde gebonden aan de zorgvuldige bestudering van de Heilige Schrift.

Wij hebben, Gode zij dank, niet een zwijgende Heere. De Geest van onze God wordt terecht vergeleken met een brandend vuur. Hij werkt als vuur door de zielen van de mensen te verlichten, te bezielen en te reinigen. Er loopt evenwel de dreiging onderdoor het evenwicht te verliezen en uit de balans te geraken. Daarom behoort ook tot de christenplicht de roeping alle dingen te beproeven en het goede te behouden. Geen ding moeten wij aannemen op gezag van de prediker alleen, maar wat hij zegt toetsen aan de Wet en aan het getuigenis. Wij moeten de Schriften onderzoeken om te werken of hetgeen hij zegt waar is. Wij moeten geoefende zinnen hebben om te onderscheiden wat goed en wat kwaad is. Wij moeten alle dingen beproeven teneinde te behouden wat goed is. Niet altijd zoekers blijven en niet altijd van gedachten veranderen, want dan worden wij gelijk kinderen van de vloed ginds en weer bewogen.

Zou het ook kunnen zijn, dat wij zo'n diepe neergang in de kerken meemaken omdat wij eindeloos aan het zoeken en problematiseren zijn? Het is al maar door een reeks van nieuwe wereldbeschouwingen, filosofieën, theologieën zonder ophouden. Ons dunkt, het is een poging op een schijnbaar edele en diepzinnige wijze het feit uit de weg te gaan, dat de waarheid bekend is en tot gehoorzaamheid roept!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Profetie en toetsing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's