De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Van der Groe, doet het hekje toe'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Van der Groe, doet het hekje toe'

Theodorus van der Groe

6 minuten leestijd

Introductie van Van der Groe is onnodig. Hij behoort tot de bekende 'oude schrijvers' uit de achttiende eeuw. Zijn werken zin groot in aantal en ruim verspreid. Voor hem gaat niet op: 'veel geprezen en weinig gelezen'. Van der Groe spreekt nog tot ons nadat hij gestorven is. Als de laatste man van formaat in de kring van de Nadere Reformatie. Een dienaar van Christus die niemand ontzag.

De Nadere Reformatie ijverde voor doorwerking van de reformatorische beginselen in de uiterlijke gereformeerde kerk en in het maatschappelijk leven. Onze belijdenis moet een zaak van het hart zijn en de leer kan niet zonder een godvruchtig leven. Er is een strenge scheiding tussen wedergeborenen en niet-wedergeborenen.

Van der Groe werd in 1705 in Zwammerdam geboren. Na studie in Leiden kwam in 1730 de bevestiging tot predikant in Rijnsaterwoude. In 1740 nam hij het beroep naar Kralingen aan. Tot zijn dood in 1784 diende hij deze gemeente. Daarom noemde men hem 'de Kralingse prediker'.

Van der Groe in discussie

Jan Mazereeuw die de Hervormde Kerk met haar leraars streng veroordeelde en zich in 1845 van deze kerk afscheidde, maakte een uitzondering voor 'Nederlands getrouwe Godsgezant'. Mazereeuw zal in de biddagpreken de diepe boetetoon van de Nadere Reformatie gewaardeerd hebben.

L. G. C. Ledeboer noemde Van der Groe de laatste profeet. 'Een Van der Groe groef het laatste. Na hem moeten we klagen: mocht het klagen worden! de profeten ontbreken'. Voor S. van der Linde is Van der Groe een uitblinker. 'We hebben de overtuiging dat deze man op het terrein van de "wetenschappelijke" theologie met gemak lauweren had kunnen vergaderen.' Van der Linde vindt Van der Groe een zeer belangrijk man, die men niet passeren kan wanneer men een goed beeld van de achttiende eeuw wil hebben. Het geloof en de rechtvaardiging staan op klassiek gereformeerde wijze in het middelpunt van de belangstelling.

C. Graafland onderzocht in zijn dissertatie 'De zekerheid van het geloof de geloofsbeschouwing bij Van der Groe. Volgens Graafland staat de bewuste geloofsvereniging met Christus centraal. Vandaar dat ook de wedergeboorte uit deze geloofsvereniging met Christus voortvloeit en dus op het geloof volgt. De wedergeborene is het nieuwe schepsel in Christus. Hierdoor komt de wedergeboorte heel dicht bij de rechtvaardiging te staan.

T. Brienen bestudeerde de orde in Van der Groe's prediking. Zijn conclusie is: Men moet zich eerst zondaar gevoelen, zijn zonden bewenen en voor God erkennen, dan mag men tot Christus de toevlucht nemen en zich door Hem laten redden om dan uit Hem te leven. De geveinsden, de huichelaars, de naam-christenen en die zich inbeelden erbij te horen, krijgen de meeste aandacht. Brienen stelt vast dat bij Van der Groe de classificatiemethode heilsordelijk in de prediking is ingebouwd.

A. W. C. van Dijk beschreef het leven en werk van Theodorus van der Groe. Zijn verering gaat heel ver. Naar zijn mening heeft niemand van de Hollandse theologen ooit een dergelijke bediening gehad. Geen enkele leraar op Nederlandse bodem heeft zo het kostelijke van het snode mogen en kunnen onderscheiden. Ook Van Dijk vindt de bewuste vereniging met Christus de kern van de theologie van Van der Groe. Hij probeert ons in zijn boek te overtuigen dat Van der Groe geen goed woord over heeft voor bekommerden.

In 1972 gaf J. Alderliesten een brochure uit ter bevestiging van de leer van Van der Groe. Alderliesten wijst op een vermenging van Wet en Evangelie in de prediking. Want de werking van Gods wet moet noodzakelijk aan het Evangelie voorafgaan, zoals ook Van der Groe het stelde.

A. Moerkerken vindt dat na de bekering van Van der Groe zijn geschriften gekenmerkt worden door drie themata. In de eerste plaats is er de noodzaak persoonlijk in Christus te mogen zijn door een waar geloof In de tweede plaats treft ons de steeds terugkerende separatie tussen wat Van der Groe zelf aanduidde als 'zaligmakend werk van de Geest en schijn-geestelijk werk van geveinsden en tijdgelovigen'. In de derde plaats is kenmerkend voor de prediking van Van der Groe de voortdurende oproep aan land en volk tot wederkeer tot God en onderhouding van Zijn geboden. De bestudering van de theologie van Van der Groe is geen sinecure. Uiteenlopende meningen uit het verleden en uit het heden tonen dit aan. Door radicalisme en verabsolutering is er gevaar dat we die theologie in een bepaald schema trekken dat niet de zijne is, maar de onze. De visie op Van der Groe kan afhangen van de bril waarmee men naar hem kijkt.

Verdorring en verslapping

Voor het verstaan van Van der Groe is het belangrijk rekening te houden met de mens van de achttiende eeuw. Het was een tijdperk van verdorring en verslapping. Een Jansaliegeest heerste. De leer van genade werd een zaak van het verstand. Een pennestrijd voor waarheden stak de kop op. Ongeloofstheorieën kwamen opzetten. Van der Groe had kritiek op het kerkelijk leven. Zijn oordeel was niet mals: Het merendeel van de kerkleden is onwedergeboren en kent zichzelf niet. Zij beelden zich in bekeerd te zijn. Er zijn ook duizenden bekommerde zielen die wel overtuigd zijn van hun zonden tegenover de Wet, maar geen rechte overtuiging hebben van hun zonden tegenover het Evangelie.

Het streven van Van der Groe in een tijd vol afval de Belijdenisgeschriften te handhaven, bracht hem in botsing met zijn tijd. Hij peilde de diepe kloof tussen het geloof van de Reformatoren en de gezapigheid in de gemeente van zijn dagen. Volgens Graafland sloeg hij niet de brug, die kon leiden tot terugkeer en vernieuwing.

Ondanks scherpe kritiek wenste Van der Groe geen afscheiding. Hij is overtuigd dat de Heilige Geest de gelovigen leidt met de stok die 'Samenbinders' heet. Deze uit­ drukking staat in Zacharia 11 : 7 en 14. In donkere tijden blijven de gelovigen zuchtend en biddend in de kerk. Ze gaan er niet uit voordat zij er uit gedreven worden. Ze blijven niet weg voordat de deuren voor hen gesloten zijn en brood en water geweigerd wordt.

Het is merkwaardig dat Van der Groe, die gebukt ging onder de geestelijke armoede van zijn tijd, zich niet verblijd heeft over de opwekkingen in Nijkerk, Werkendam en andere plaatsen. Hij vindt die te luidruchtig en onzuiver. Hij spreekt zelfs over een werk van de satan en ziet de opwekkingen als een oordeel van God. Waarom is Van der Groe negatief over de opwekkingen? A. D. van den Heuvel merkt op dat Van der Groe meer een boeteprediker is geweest, die wees op de Wet en oog had voor de afval van de kerk. Van der Groe waarschuwde dat velen hun heil lieten rusten op valse gronden. Verder is het van belang niet voorbij te gaan aan de relatie die de opwekking in Nijkerk had met eenzelfde verschijnsel in Schotland. De Erskines, die eerst voorstanders waren van de opwekking in Schotland, werden later tegenstanders. Het is niet uitgesloten dat Van der Groe hiervan wist en dat zijn standpunt mede hierdoor is gevormd. De sympathie van Van der Groe voor de Erskines is bij ons bekend omdat hij hun werken heeft laten uitgeven met voorredenen van zijn hand.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

'Van der Groe, doet het hekje toe'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's