Leven in twee werelden?
Ontmoetingen met jongeren
Laatst hoorde ik een jongeman, die niet meer kerkelijk meeleeft, zeggen: "s zondags doe ik tegenwoordig anders dan vroeger — ik ga nie meer naar de kerk — maar door de week is er niets veranderd. Het was altijd al zo dat ik 's zondagsavonds mijn zondagsepakkie uitdeed en 's maandagsmorgens mijn schoolpakkie aan en daarmee ging je een andere wereld binnen. Ik had het gevoel dat ik een dubbelleven leidde. Dat ik een beetje zat te huichelen in di kerken dat ik andere mensen zand in de ogen strooide. Het werd allemaal wel mooi gezegd in de preken, maar het kwam op mij over als theorie waar je in de praktijk niets mee kunt.'
Zulke opmerkingen zijn voor velen herkenbaar. Je hoort vaker van de kloof tussen zondag en door de week, de kerk en het werk. Ik heb aan een viertal jongelui de vraag voorgelegd hoe zij één en ander ervaren. Ze waren spontaan bereid om daarover eens een boekje open te doen. Het betreft vier 'gewone' jongens en meisjes, kerkelijk meelevend in een gemiddelde 'bondsgemeente'. Ze gaan trouw naar de kerk, meestal tweemaal per zondag, bezoeken de (belijdenis-)catechisatie en zijn lid van een jeugdvereniging. Het zijn Monica (19), Talitha (18), Robin (20) en Jan (22). Monica is bijna afgestudeerd als apothekersassistente en werkt part-time in een reformzaak; Talitha is verkoopster in een supermarkt; Robin heeft HTS gedaan en werkt tot aan zijn diensttijd in een fabriek; Jan heeft in een groot magazijn gewerkt en is nu werkzaam bij een op-en overslagbedrijf Hieronder volgt een weergave van een gesprek dat ze samen hebben gevoerd. De gesprekspartners worden aangeduid met de eerste letter van hun naam: M., T., R., J. en P. (predikant). Ik voeg geen commentaar toe aan de gespreksweergave. Wat de jongelui gezegd hebben, kan voor zichzelf spreken.
Je moet toch een keer je hoofd stoten...
T. Wat gezelligheid betreft vind ik eigenlijk geen verschil tussen wat ik in de kerk en op de vereniging ervaar en hoe het op mijn werk is. Ik heb best goede contacten met mijn collega's. Bij mij op het werk gelooft er verder niemand, maar ze respecteren het wel als je gelooft. Soms krijg je wel een nare opmerking naar je hoofd, maar dan ga ik daar niet op in en denk ik: 'laat ik maar de Avijste wezen'.
J. Sommigen accepteren het helemaal dat ik gelovig ben. Anderen blijven er maar over zeuren. Dat zijn dan de mensen die wel kerkelijk zijn opgevoed, maar die er mee gebroken hebben. Het gekke is dat de ie mensen, die helemaal nergens aan doen, vaak meer respect hebben voor andere meningen en dat ze dan die lui die van de kerk geweest zijn op de vingers tikken: 'val die vent nou toch niet iedere keer lastig'.
Die onkerkelijke mensen zijn ook wel eens nieuwsgierig. Ze vragen dan aan mij wat het geloof eigenlijk inhoudt. Ik draai gospelmuziek op mijn werk. Dat is dan een mooi aanknopingspunt, want dan kan ik de teksten uitleggen. Eén keer heeft dat heel goed gewerkt. We hadden een knul op het werk die aan het afkicken was van drugs. Ik gaf hem een cd met gospelmuziek mee naar huis en praatte erover door met hem. Later ontmoette ik hem op het Flevototaal-festival, waar hij zich prima thuis voelde tussen al die christelijke jongelui.
R. Ik zat eerst op een echt christelijke havo. Maar toen ik op de mts kwam, bleek dat de C daar weinig met christelijk te maken had. Het betekende daar meer 'computer' of zoiets. Het enige wat je van het 'christelijke' merkte, was dat de concierge in de kantine even stilte vroeg voor de mensen die voor hun eten wilden bidden. Nou, dan zaten ze allemaal te kijken: 'wie bidt er, wie bidt er? ' De eerste tijd at ik mijn brood op bij de vijver om niet te hoeven opvallen met mijn gebed. Maar toen dacht ik: 'dit is toch niet wat God van mij vraagt'. Daarna heb ik in de kantine gewoon gebeden voor mijn eten.
T. Voor mij is het probleem dat ik op mijn werk niet begonnen ben met bidden voor mijn eten. Ik kwam pas van school en ik vidlde eerst de kat maar eens uit de boom kijken. Nu zit ik er wel mee, want ik wel wat dat het toch eigenlijk wel zou moeten. Maar als ik nu ineens begin met wél te bidden, dan zullen ze wel vragen: 'hé, wat is er met jou aan de hand? Ben jij ineens bekeerd of zo? '
J. Ik werd op een gegeven moment echt bekeerd — ja, het klinkt wel EO-achtig, maar zo was het echt — en ging toen bidden. Ik werd ook veel rustiger. Ze keken er op mijn werk wel van op, maar ze zeiden al gauw 'jongens, even stil. Jan moet bidden'. Wat ik wel heel moeilijk vond, dat was dat er een ouderling van onze kerk was die niet bad.
Ik-heb hem er nooit op durven aanspreken. Maar je schrikt dan wel: een ouderling die er op zijn werk niet eens voor uit durft te komen.
P. Talitha zit met een probleem. Welk advies zouden we haar kunnen geven? M. Ja, dat is moeilijk. Want je moet inderdaad meteen als je ergens komt duidelijk maken waar je staat. Dat heb ik tijdens stages wel gemerkt. Zo is het dus ook met bidden voor je eten: je moet er meteen mee beginnen, anders wordt het erg moeilijk. J. Je zult toch een keer je hoofd moeten stoten. Je kunt gewoon vertellen dat je eerst niet durfde.
T. Ik durf nu ook al meer dan eerst. Laatst zei er een: 'wat ga jij zondag doen? ' Toen ik zei dat ik naar de kerk ging, keek ze wel vreemd op, maar verder had ze geen commentaar. Ze vragen dan ook niet: 'als je naar de kerk gaat, waarom bid je dan niet voor je eten? ' Daar weten ze gewoon te weinig van om zo'n verband te leggen. De personeelsvereniging wilde een uitje organiseren op zondag, maar ik heb gezegd dat ik dat op zondag niet wilde en dat ik op zaterdag voor 24.00 uur thuis moet zijn. Daar houden ze dan rekening mee.
Worden christenen verdrukt in Nederland?
P. Je hoort wel eens zeggen dat er ook in Nederland verdrukking van gelovigen plaatsvindt. Wel niet echte vervolging zoals in andere landen, maar toch wel spot en dergelijke. Vinden jullie het overdreven om dat te zeggen of herkennen jullie daar wel iets van?
T. Ik heb van mijn zus gehoord dat de vroegere bedrijfsleider lid was van een zware christelijke gemeente en hij was tegen uitstapjes op zondag. Die hebben ze weggepest. Maar dat was voor mijn tijd.
J. Op radio en televisie en in sommige kranten en tijdschriften worden christenen wel zwart gemaakt. Op mijn werk heb ik er geen last van.
R. Je ziet ook vaak dat ze als groep je wel durven aan te vallen, maar als je ze dan persoonlijk spreekt, is het weer heel anders.
M. Ik werk dus nog maar part-time en bij mij op het werk zitten meer mensen die kerkelijk zijn. De baas zelf is streng opgevoed, maar heeft er afstand van genomen. Hij is erg vijandig, maar ik ga niet op zijn stekelige opmerkingen in. Hij weet immers van huis uit heel goed hoe het zit. Hij respecteert wel dat mijn collega en ik openlijk voor onze overtuiging uitkomen.
J. Ik zou daar niet moeten werken... Ik zou zo'n man een keer in z'n kraag pakken. Ik ben nu eenmaal erg fanatiek, een soort soldaat van Jezus, een beetje zoals Petrus.
T. Dat heb ik nou juist helemaal niet. Ik vind het bijvoorbeeld erg moeilijk om iemand er op aan te spreken als hij of zij vloekt. Dan doe ik het wat indirect, door te zeggen 'kan het niet een beetje minder' of 'nee, die bedoel ik niet'.
Reflector zijn
P. Kunnen jullie wel eens iets doorvertellen op je werk van wat je 's zondags in de preek gehoord hebt? Anderen praten toch ook over de films die ze in het 'weekend' gezien hebben of de sportwedstrijden die ze bekeken hebben. Daar schaamt niemand zich voor. Kunnen we aan die vrijmoedigheid geen voorbeeld nemen? Waarom zou je dan niet als gelovigen openlijk praten over de preken die hebt gehoord? Je kunt daarbij denken aan dat mooie beeld van de reflector, die het licht eerst opvangt en vervolgens weerkaatst.
M. Probleem is dat ze er toch geen weet van hebben. Ze snappen niet waar je over praat...
T. Ze zeggen soms gewoon: 'ik ben gisteren met die naar bed geweest of met die'. Daar sta ik dan natuurlijk helemaal buiten, want ik kan daar niet over meepraten.
P. O ja? Gaat het zelfs zover? Daar kijk ik toch wel van op! Zoiets heb ik vroeger, op school of als student, nooit meegemaakt. R. Als christenen hebben we steeds meer de neiging om vanuit een underdog-positie te praten. We hebben veel last van schaamte en denken: 'ze zullen me aan zien komen'.
P. Is het een kwestie van karakter dat wat Jan bijvoorbeeld wel durft, anderen helemaal niet durven?
M. Het is zeker een kwestie van karakter. Jan is nu eenmaal heel makkelijk in contact met mensen. Maar het is toch een kwestie van geloof Het heeft er ook mee te maken hoe je op dat moment tegenover God staat. Als ik nu een andere baan zou krijgen, zou ik er veel sterker voor uitkomen dan ik gedaan heb toen ik mijn huidige baan kreeg.
T. Ja, dat zou voor mij ook zo zijn als ik een nieuwe start zou maken. Het was toen ik voor het eerst ging werken allemaal zo nieuw voor mij dat het bidden er bij in schoot.
P. Ik hoorde Gert van de Bos tijdens de Windroosconferentie in Dalfsen zeggen: e Heere Jezus stuurt je heus niet weg, omdat je niet zo'n vrijmoedig karakter hebt. Hij zegt niet: o jij bent wat verlegen, dus kan Ik je niet gebruiken als Mijn getuige'. Die roeping is er toch voor alle gelovigen? R. Ik denk aan Hebreeën 2:17 en 18, waar staat dat de Heere Jezus in al onze zwakheden zelf beproefd is. Dat betekent dat Hij als een Vriend naast je staat en niet alleen maar mijlenver boven je! Dat vind ik een grote troost. Verder denk ik datje soms heel goede ontmoetingen krijgt als je er ook om bidt. Het hoeft er heus niet dik bovenop te liggen, maar je kunt zomaar ineens een open gesprek krijgen als je de gelegenheden maar oppakt.
J. Ik vind het gewoon heel belangrijk om tegenover de mensen met wie je werkt heel eerlijk te zijn, ook over je geloof Je werkt tenslotte de hele dag met die mensen, je bent meer met hen samen dan met je eigen vriendin. Dan moet je toch ook heel open kunnen zijn tegenover hen.
T. Ik ben niet zo'n prater. Maar ik probeer mijn geloof te laten zien door mijn houding. Vorige week zat een jongen me een hele tijd te tergen, maar ik werd niet kwaad. Toen vroeg hij: 'zeg, heb je geen emoties of zo? ' Maar hij weet wel dat ik naar de kerk ga. Dus dan zal hij wel begrijpen dat mijn houding daarmee te maken heeft...
Krijg je 's zondags iets mee voor de werkweek?
P. We hebben met elkaar besproken de vraag of je in je werksituatie iets kunt doorgeven van wat je op zondag hebt ervaren. Maar nu kun je ook de omgekeerde vraag stellen. Geeft de preek op zondag je iets mee waar je door de week op kunt terugvallen?
Slaat de preek voldoende op het door-deweekse leven?
R. Ik vind dat de preek in de Gereformeerde Bond vaak heel weinig praktijkgericht is. Eigenlijk heb ik dan voor mijn dagelijks leven meer aan de zondagavondkring. Daar kun je met leeftijdgenoten heel concrete vragen bespreken. Je ziet dan ook dat anderen met dezelfde dingen zitten als jijzelf.
M. In de preek worden die concrete vragen heel weinig behandeld. Je hoort weinig hoe je met de dingen in de wereld om moet gaan.
T. De dominee geeft best wel eens een hint of zo. Maar je moet de hele tijd luisteren, je kunt niet eens even vragen: 'hoe bedoelt u dat of ga daar eens wat verder op in'. Op een gegeven moment kijkje dan op je horloge of de preek al bijna klaar is. Ben je met jongeren onder elkaar, dan kun je fijn discussiëren.
J. Op catechisatie kun je echt doorvragen. Ik zei vaak tegen ds. Meerkerk: 'dominee, we beginnen vanavond weer met een sociale vraag, hè? ' Dan ging het eerst over iets wat in het nieuws geweest was of wat iemand meegemaakt had. Dat vond ik altijd fijn. Nu, op belijdenispatechisatie is dat natuurlijk weer wat anders.
P. Zou je kunnen zeggen dat de kerkdienst alleen niet genoeg is? Daar wordt het Woord verkondigd en uitgelegd, maar voor de concrete toepassing is bijvoorbeeld zo'n jeugdvereniging nodig?
R. Ja, ik vind zo'n zondagavondkring heel belangrijk.
P. Maar toch vraag je je af hoe het zou kunnen verbeteren met de prediking? Hoe komt die preek dichter bij de week?
J. Nou, bij ds. Gerritsen hoor je heel vaak over zijn catechisanten. Hij zegt dan zoiets als: 'deze week kwam de volgende vraag tot mij...' En de dominee van de christelijkgereformeerde kerk, ds. Mulders, geeft ook heel veel voorbeelden van wat hij door de week, in de gemeente, is tegengekomen.
T. Als er zoiets over catechisatie gezegd wordt in de preek, dan ben je er meteen weer helemaal bij en dan luister je tweemaal zo goed.
P. Hebben jullie weleens gedacht: op zondag wordt het in de kerk allemaal wel mooi verteld, maar door de week lijkt het zo onwerkelijk, dat je zelfs weleens vraagt: 'is er wel een God? '
R. Ja, het zijn wel heel verschillende werelden, 's Zondags hoor je over God, geloof, bekering en 's maandags gaat het over seks en films.
T. Ach, ik zit gewoon in een vast ritme. Op zondag tweemaal naar de kerk en naar de i.v. en dan weer van maandag tot zaterdag werken. Dat is nu eenmaal het patroon. Vaak weet ik maandag al niet meer waar de preek zondag over ging...
M. Maar die twijfel of het allemaal wel waar is, die heb ik toch niet. Je kunt toch als gelovigen wel in de wereld zijn zonder van de wereld te zijn?
P. Maar als het goed is betekent de zondagse kerkgang toch ook dat je kunt 'bijtanken' om er door de week weer tegen te kunnen?
J. Ik heb toch eigenlijk meer aan de kleine stukjes, die ik elke morgen in mijn dagboekje lees. Dat is vaak zo beschikt dat het precies toepasselijk is óp wat mij die dag zal overkomen.
R. Dan heb jij een goed dagboek! T. Aan Windroosweekenden heb ik wel
veel gehad. Daar kreeg je ontzettend veel van mee. Nu ik werk, kan ik daar moeilijker naar toe. Het is een beetje ingewikkeld om vrij te vragen en zo. Ook heb ik veel gehad aan HGJB-vakanties. De laatste keer ging ik met een andere organisatie, waar het veel vrijer toeging. Daar vond ik gewoon minder aan.
J. Misschien is dat een handreiking van de jeugd aan de plaatselijke gemeente: organiseer een paar keer per jaar weekends voor jongeren. Dan krijg je een diepere band. Je kunt openhartiger met elkaar praten. Een stukje gezelligheid en tegelijk een goed thema — dat werkt prima.
P. Bedankt voor de tip. We gaan er wat mee doen!
J. Hoek staffunctionaris HGJB
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's