De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het gebed (6)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gebed (6)

9 minuten leestijd

Boetvaardigheid

Een vorig keer stelde ik dat het gebed twee vleugels heeft. Zonder die beide vleugels kan men niet zeggen dat het gebed een waar(-achtig) gebed is.

De ene vleugel is boetvaardigheid. De Heere wil dat in het gebed door ons schuld wordt beleden. Als wij tot Hem naderen, ziet Hij graag dat wij met een verslagen hart tot Hem komen. Nodig is het om die reden, dat wij ons verootmoedigen. Dit laatste is nog niet zo eenvoudig. Want om ons te verootmoedigen is nodig dat wij schuld kennen. Schuld tegen de allerhoogste majesteit. Nu zien wij doorgaans van alles en nog wat. Wij zien ook wel dingen die wij beter niet kunnen zien. Maar één ding zien wij niet. Wat dat ene is? Schuld! Schuld laat zich ook niet aanpraten. Wij kunnen vele dingen van anderen overnemen. Maar één zaak is er die wij nooit van anderen overnemen: schuld.

Wij kunnen nog zoveel boeken lezen waarin staat geschreven dat wij schuldig zijn tegenover de Heere en het kan ons tienduizend keer en meer van de kansel zijn voorgehouden dat er aan ons bestaan geen vezel goed is, maar wij nemen het niet over. Het moet gezegd worden dat de communicatiewetenschap heel ver gaat en dat wij van die wetenschap een dankbaar gebruik kunnen maken bij het overdragen van een bepaalde kennis, maar laten wij maar niet denken dat zij kan overbrengen dat wij schuldig zijn.

Met een verootmoedigd hart voor de Heere naderen schenkt alleen de Heilige Geest. Dat wij schuld als schuld en zonde als zonde leren kennen, leert ons de Heilige Geest. Hoe leert Gods Geest ons zich voor God te verootmoedigen? Hoe leren wij onze nood en ellendigheid grondig kennen? Vanuit het Woord door de Geest!

Wij moeten nooit vergeten dat de Geest enkel en alleen het Woord hanteert. Nooit werkt Hij buiten het Woord dat door Hem zelf geïnspireerd is om.

Nu zal men mij niet horen zeggen, dat de Heilige Geest niet in staat is om buiten het Woord om te werken. Wat dat betreft wil ik de almacht óók van de Heilige Geest zeker niet inperken óf beperken.

Echter... wij moeten niet vergeten dat wij niet in een bijzondere situatie verkeren. Op het zendingsveld bemerkt men wel eens dat de Heilige Geest er werken doet waarvan wij hier niet zozeer horen. Maar wij moeten niet vergeten dat dit een bijzondere situatie is, waarin de Geest zó werkt. Trouwens, men moet bedenken dat al werkt de Geest op het zendingsveld meer dan eens extra-ordinair (op een buitengewone manier). Hij toch altijd naar het Woord toewerkt. En wanneer het Woord er is, ziet men dat het extra-ordinaire werk van de Geest doorgaans verdwijnt.

De Heere werkt door Zijn Woord en Geest boetvaardigheid. Deze boetvaardigheid krijgt men alleen als de Geest werkt door het Woord.

Wellicht denkt iemand: 'moet ik daarop dan maar wachten? ' Dat zal men mij niet horen zeggen. Nooit is er iemand met een boetvaardig hart tot de Heere genaderd, die Gods wateren over Gods akkers heeft laten stromen.

De Heere heeft ons om onszelf te verootmoedigen Zijn Woord geschonken. Met dat Woord zullen wij naarstig bezig zijn. En dan is de belofte dat de Heere Zijn Heilige Geest daarbij wil geven aan een ieder die om de Geest verlegen is.

Wanneer de boetvaardigheid écht is, zal er een hartelijk verlangen en een vurige be­geerte zijn om uit onze nood en ellendigheid verlost te worden.

Vasten

Zoals ik schreef wordt de boetvaardigheid als vleugel van het gebed in ons hart gewerkt vanuit het Woord door de Geest. Bij die boetvaardigheid kan een element behoren dat wij in onze tijd vrijwel zijn kwijtgeraakt.

Wie onder ons vast er als men in de gebeden tot God nadert?

Het is niet mijn bedoeling om de vele teksten te citeren die over het vasten gaan als de mens tot God nadert.

Vele teksten zouden zowel uit het Oude als uit het Nieuwe Testament aan te wijzen zijn, waarin gesproken wordt over vasten.

Nogmaals, ik schrijf ze niet alle op. Wie Trommius in huis heeft, kan alle plaatsen in de Schrift, die over het vasten gaan, in een oogwenk vinden.

Wel wijs ik wat betreft deze zaak op de Zaligmaker. Meer dan eens leest men dat Hij vast. Jezus Christus is in het vasten voorgegaan met name dan als Hij in het gebed voor Zijn Vader trad.

Het vasten wordt door ons altijd als een 'Roomse bezigheid' afgedaan. Het wordt meestentijds door ons verbonden met de Leer van de goede werken. Om die reden bestaat er onder ons wel koudwatervrees om het vasten in praktijk te brengen.

Een ding vergeet men evenwel, dat met name de vaderen uit de Nadere Reformatie het een en ander van het vasten hebben geweten en dit in de praktijk hebben gebracht.

Uit de geschriften van de oud-vaders kan men opmaken dat zij het een en ander hebben nagelaten als zij zich begeerden te verootmoedigen voor de Heere. Ook anderen hebben zij daartoe opgeroepen.

Het zal bekend zijn dat een biddag een boetedag was. Op zo'n dag werd er doorgaans niet gegeten óf als men geen voedsel kon ontberen héél weinig.

Allerlei publiek vermaak was er op zo'n dag niet te vinden. Zowel het publieke als het persoonlijke leven was gericht op ïiet zich verootmoedigen voor de Heere. Let wel: men vastte niet om te vasten. Het vasten had geen doel in zichzelf. Het was een bijdrage om zich op een juiste manier te verootmoedigen voor de Heere.

Eenvoudig gezegd: het vasten bracht de harten méér hemelwaarts.

Men zal begrijpen dat ik geen nieuwe wet wil opleggen door neer te schrijven dat een ieder, als men zich voor God verootmoedigt, móet vasten.

Wel mag ik vragen: wat laten wij na als wij ons voor God verootmoedigen? Mag het ons wat kosten of zegt de Bijbelse notie van het vasten ons niets?

Het zal ons bekend zijn dat Luther niet veel meer wilde weten van de Roomse Kerk, toen hij door Gods genade eruit was geleid. Door de leer van de goede werken zette hij een dikke streep. Niettemin heeft hij zich van tijd tot tijd wel eens een maaltijd ontzegd om dichterbij de Heere te kunnen zijn. Anders gezegd: om zijn hart hemelwaarts te verheffen. Het vasten had na zijn bekering niet meer de betekenis die zij in de Roomse Kerk had, doch kreeg voor hem een andere betekenis. Het was een onderdeel van het zich verootmoedigen voor God.

Het geen gebruik maken van eten moet voor Luther niet altijd zo gemakkelijk zijn geweest, want van hem is bekend dat hij van een copieuze maaltijd hield. Het wil intussen wel zeggen dat het vasten voor hem functioneel was. Functioneel in die zin dat zijn gedachten meer bij de Heere waren.

Over het vasten is in de loop der eeuwen reeds veel geschreven. Laat mij er dit nog van zeggen dat het vasten niet verkeerd behoeft te zijn. Integendeel zelfs, want het is een Bijbelse notie.

Wel maak ik nog de opmerking dat het vasten vanzelfsprekend niet alleen bestaat in het zich onthouden van alle voedsel. Men kan ook vasten door zich allerlei genoegens te ontzeggen. Wat zou het ontberen van slaap bij de Heiland, als Hij in de nacht tot Zijn Vader in het gebed naderde, anders zijn geweest dan vasten?

Het lust mij niet voor het vasten allerlei regels op te stellen. Ik ben bang dat wij dan weer een nieuwe wet krijgen. Er zijn al zoveel menselijke inzettingen waarmee wij elkaar moe maken, maar bovenal de Heere moe maken.

Nee, gaat het mij om de zaak van het vasten zelf, hoe men die dan ook invult. Zeer zeker kan het vasten, hoe men er verder over mag denken, een fuctie vervullen bij het zich verootmoedigen voor de Heere!

Vertrouwen

Het gebed heeft twee vleugels. Bij de ene vleugel, de boetvaardigheid, hebben wij geruime tijd stigestaan. Nu willen wij een ogenblik nadenken over de andere vleugel. Hoe die vleugel wordt genoemd? Sommigen zeggen: betrouwen. Het is niet verkeerd om te zeggen: vertrouwen. Zowel het een als het ander komt op hetzelfde neer. Om heel duidelijk te zijn en maar tegelijkertijd met de deur in huis te vallen, schrijf ik deze stelregel neer, dat een gebed zonder vertrouwen op de Heere niet door Hem wordt verhoord. Het woord 'vertrouwen' heeft in het Hebreeuws te maken met ons woord 'amen', d.i. 'het zal waar en zeker zijn'. De Heere wil vertrouwd zijn. Hij wil voor waar(achtig) en zéker worden gehouden.

Hij eist van de bidder dat die er zeker van zal zijn dat vast en ongebroken blijft wat uit Gods mond uitgaat.

Er zijn helaas vele onverhoorde gebeden omdat zowel de eerste vleugel (de boetvaardigheid) als de tweede (het vertrouwen) gemist wordt.

Er wordt wel gebeden, soms eindeloos lang, maar men doet net alsof de Heere niet hoort, niets verhoort en niets geven wil. Er is bij de bidder(s) een schromelijk gebrek aan vertrouwen. Vertrouwen, de Heere vertrouwen als wij bidden, is méér dan nodig. Men zal naar ik meen wel verstaan dat dit vertrouwen niet móet steunen op onze waardigheid. Het vertrouwen dient te steunen op de verdienende waardigheid van onze Heere Jezus Christus. Ook steunt het op Zijn voorbede alsmede op het feit dat Gods troon een genadetroon is. Vanaf Zijn troon schenkt de Heere genade voor genade aan allen die Hem vertrouwen. Hij schenkt zelfs in dit leven, dat niet altijd zo gemakkelijk is, ons alle hulp en bijstand (huwelijksformulier).

Gods troon is een genadetroon! In ootmoed en vertrouwen mogen wij tot die genadetroon naderen. Echter er is nog iets wat er helemaal bij behoort. Wanneer wij in het gebed tot de God des levens naderen, behoren wij onze gebeden te gronden op de beloften Gods. Ja, en dat niet op één belofte, maar zovele beloften als er zijn. Want die zijn alle in Christus Jezus ja en amen Gode tot heerlijkheid, door ons.

Wat een wonder van Boven: een belofte Gods mag door een nietig en onwaardig zondaar worden aangegrepen tot verhoring van zijn gebeden.

Een vraag: bestaat er geen onderscheid in de beloften? Dat onderscheid is inderdaad aan te wijzen. Ook is het niet juist als iemand zegt dat iedere belofte voor ieder nietig en onwaardig zondaar bestemd is. In Zijn Raad heeft God bepaald dat de ene belofte voor deze en een andere belofte voor gene is bestemd alsmede ook beloften die ons allen gelden. Het lijkt mij daarom een goede zaak om er een volgend keer nog eens wat dieper op in te gaan. (Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het gebed (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's