De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Als een eenzame mus op het dak

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als een eenzame mus op het dak

Van Theodorus van der Groe naar Jan Pieter Paauwe (4)

10 minuten leestijd

Jan Pieter Paauwe (1872-1956) Zijn leven, zijn werk en volgelingen

Twee auteurs, de godsdienstsocioloog drs. L. F. Dros en kerkhistoricus drs. N. J. P. Sjoer, maakten een studie van een persoonlijkheid. Met hun onderzoek brengen zij ds. Paauwe in beeld. Het boek verscheen in een prachtige uitvoering bij uitgeverij De Groot Goudriaan-Kampen. Voor ƒ 39, 90 is het verkrijgbaar.

Deze uitgave wekte mijn belangstelling. Sinds mijn studententijd lees ik regelmatig de preken van ds. Paauwe. Zijn ongewoon krachtige formuleringen dwingen tot nadenken. Bovendien was Theodorus van der Groe voor hem een zeer belangrijke inspiratiebron. Volgelingen van Paauwe menen dat hij in de leer volkomen overeenstemde met Van der Groe. Dit nieuwe boek gaf mij extra stimulans de preken van Paauwe opnieuw te lezen. Ook nam ik mij voor Paauwe met Van der Groe te vergelijken.

Een eenzame mus

De titel van het boek is ontleend aan Psalm 102 : 8: Ik waak en ben geworden als een eenzame mus op het dak'. De titel is goed gekozen. Want Paauwe stond als eenling in kerkelijk Nederland. Die afzondering gaf hem respect voor ds. L. G. C. Ledeboer en waardering voor dr. H. F. Kohlbrugge. Hij zag de afscheiding van Ledeboer niet los van diens bekering. In de ogen van Paauwe ging Ledeboer later een verkeerde weg door kerkeraden aan te stellen en gemeenten te stichten. Wat er met Kohlbrugge gebeurd is, overkwam volgens Paauwe ook hem. De mensen verlieten hem. 'Maar een ieder, die van God geleerd is, kan alleen staan!' De ervaring van de aanwezigheid van God in zijn eenzame positie bracht hem bij de oproep: Voeg u tot het eenzame leven. In de eenzaamheid worden de grote dingen geboren!'

De eenzaamheid verhinderde Paauwe niet zich kras uit te drukken. Hij had zelfs een scherpe tong. Met de gave het kort en kernachtig te zeggen. De foto's in het boek tonen iemand met een wilskrachtige uitstraling.

Jeugd

Jan Pieter Paauwe werd op 18 oktober 1872 geboren in Smitshoek, een buurtschap in de onmiddellijke omgeving van Charlois, nu behorend tot de gemeente Rotterdam. Het gezin kerkte in de hervormde kerk. Zijn vader stierf op de leeftijd van 44 jaar. De jonge Paauwe bracht acht jaar door in het Gereformeerd Burgerweeshuis te Rotterdam. Tot andere kerkgenootschappen voelde hij zich niet aangetrokken. Toen Jan Paauwe, op de leeftijd van 15 jaar, eens door de Ammanstraat liep, kwam hij langs de in aanbouw zijnde Gereformeerde Nieuwe Westerkerk. Deze gebeurtenis bleef in zijn herinnering: 'Ik keek naar boven en zag tussen de stellingen door het gebouw en het woord viel in mijn hart: 'Dat is alles verstandswerk'. De studie verliep snel. In Doetinchem ontving hij in 'Ruimzicht' een voorbereiding op het gymnasium-diploma. Na twee jaar was dit diploma in zijn bezit. Daarna kwam de studie theologie in Utrecht, die ook voorspoedig ging.

Yerseke en Bennekom

Van 1901-1907 stond ds. Paauwe als hervormd predikant te Yerseke. Hij kreeg hier al moeite met zijn plaats in de Nederlandse Hervormde Kerk. In Yerseke ontmoette Paauwe Ledeboerianen. De contacten met de Afgescheidenen zorgden voor kennis van het denken van de Nadere Reformatie. Die kennis had invloed op hem. Maar ondanks dit alles verkondigde Paauwe — naar zijn eigen zeggen — het Evangelie zonder zelf bekeerd te zijn.

Na Yerseke volgde van 1907-1914 een periode in Bennekom. In december van het jaar 1911 werd Paauwe door God bekeerd. De Heere verloste hem uit de banden van de Wet en zette hem over in de dierbare Heere Jezus. Paauwe is dus tot bekering gekomen toen hij reeds dominee was. Bij Hendrik de Cock en Theodorus van der Groe is dat volgens Paauwe ook gebeurd. Eerst waren zij niet bekeerd. God heeft hen bekeerd toen ze al dominee waren. Door de bekering spitste zijn visie op de kerk zich toe. Tijdens wandelingen in de bossen rond Bennekom gaf God hem inzicht in de toestand van het Nederlandse volk in het algemeen en in die van. de Nederlandse Hervormde Kerk in het bijzonder: die situatie was droevig.

De auteurs geven in hun boek een uitvoerige uiteenzetting van de schorsing en afzetting van Paauwe. Paauwe weigerde in Bennekom elders bevestigde vrijzinnige lidmaten in te schrijven. Het classicaal bestuur van Arnhem ging over tot een schorsing. Het provinciaal kerkbestuur stelde het classicaal bestuur in het gelijk. Per 2 juni 1914 werden Paauwe en zijn kerkeraad voor de duur van twee maanden geschorst. Het hoger beroep dat zij bij de algemene synodale commissie aantekenden, had geen resultaat. Op 1 juni 1914 ging Paauwe voor de laatste keer voor als Nederlands Hervormd predikant. De dag erna trad de schorsing in werking. Paauwe sloot zich niet aan bij een bestaande kerkformatie, maar vormde een kring van geestverwanten in Den Haag. In een toespraak in 1938 over de Nederlandse Hervormde Kerk na 1816 zei Paauwe hierover: 'Ik heb nooit een programma gehad om in de kerk te blijven en ik had geen programma, toen ik er uit was, evenmin een bedoeling. Ik wilde afwachten wat God doen zou en de zaken zijn gelopen zoals zij moesten lopen. Ik heb na mijn afzetting van verschillende zijden beroepen gekregen, van allerlei kerken, ook uit Amerika. Ik heb voor alles bedankt'.

Vrij predikant te Den Haag

Zijn echtgenote, mevr. Paauwe-Dagevos, had het moeilijk met de gang van zaken. Vanaf de verhuizing naar Den Haag tot aan haar overlijden heeft zij niet eenmaal een dienst meegemaakt waarin haar man voorging; evenmin zocht zij contact met de 'toehoorders'. Voor Paauwe lag het anders. Hij meende niet zijn eigen weg te zoeken, maar Gods weg te gaan. Langzamerhand ontstond er landelijke bekendheid. De aanhang concentreerde zich hoofdzakelijk in Utrecht en Zuid-Holland. Paauwe was wars van het stichten van kerken. In Den Haag bestond geen kerkeraad. Wel werden de sacramenten bediend en huwelijken ingezegend. Ook vergat men de armenverzorging niet. Want in 1932 richtte Paauwe een ondersteuningsfonds voor behoeftige 'toehoorders' op. Vanaf het begin van zijn werk in Den Haag begon Paauwe met catechisatie. De catechisatie betekende sinds 1927 eigenlijk een eenvoudige leerdienst omdat de ouders, die hun kinderen gebracht hadden, bleven luisteren.

Paauwe nam geen initiatief een opvolger aan te wijzen. Op 6 juli 1956 overleed Jan Pieter Paauwe. Hij bereikte de leeftijd van 83 jaar. Paauwe werd begraven op de begraafplaats Oud Eik en Duinen te Den Haag. Men zong daar enkele coupletten van Psalm 74. In één van de verzen staan deze regels:

'Niet één profeet is ons tot troost gebleven; Geen sterv'ling weet, hoe lang dit duren zal'.

THEOLOGISCH DENKEN

Rechtvaardiging en wedergeboorte

Wie de naam 'ds. Paauwe' hoort, denkt meteen aan zijn rechtvaardigingsleer. Met de rechtvaardigmaking staat of valt alles. 'Wie daarin dwaalt, dwaalt in elk geloofsartikel'. Paauwe was overtuigd met zijn rechtvaardigingsleer de Heilige Schrift na te spreken en met zijn boodschap de Reformatie juist te vertolken. Hij brengt geen nieuwe leer. Herhaaldelijk fulmineert hij dat de prediking van het naakte geloof tegenspraak oproept. 'Al wat zich verzet tegen de leer van de rechtvaardigmaking uit of door het geloof in Jezus Christus, dat is: poort der hel, anders niet!'.

Paauwe stemt in met de omschrijving van het geloof in Zondag zeven van de Heidelbergse Catechismus. Wie van deze geloofsvisie afwijkt, vindt in hem een bestrijder. De vereniging met Christus is door het geloof en voor ons absoluut noodzakelijk. 'Buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf.' Wanneer een mens Christus heeft, bezit hij alles. Wanneer hij Christus mist, ontbreekt alles.

Met het klimmen der jaren ontstond een toenemende concentratie op het 'punt des tijds' van de rechtvaardiging. Het moment waarop de uitverkoren mens door het geloof in Christus gerechtvaardigd en wedergeboren wordt, is voor de zaligheid onmisbaar. 'Wij zijn het niet eens met de Heere, voordat wij op het punt staan over te gaan in Hem en als wij overgegaan zijn in Hem, dan alléén. Geen seconde vroeger. Dat is allemaal inbeelding; dat maakt zich de mens wijs en dat maakt de een de ander wijs. Dat zijn de ellendige, droevige gevolgen van de valse leer, die nu overal in Nederland gevonden wordt en in alle kerken gebracht wordt en ook in gezelschappen; dat is er het gevolg van!'

Paauwe was het pertinent oneens met het inzicht van mensen die bepaalde gemoedsbewegingen voor geloof en bevinding hielden zonder de geloofsvereniging met Christus. Op dit punt was hij fel: Verschrikkelijk bedrog. Want een mens buiten Christus heeft niets anders dan schuld en zonde. Het leven heeft men alleen in de gemeenschap en in de vereniging met Christus. Paauwe ageerde tegen toeleidende wegen waarin reeds het leven van de genade aanwezig geacht wordt. Bij het ouder worden verwierp hij beslister dat er voor de rechtvaardigmaking en heiligmaking door een waarachtig geloof beginselen van het leven aanwezig zijn. Er kan geen sprake zijn van een hongeren en dorsten voor de rechtvaardigmaking. Elke religieuze ervaring buiten Christus telt niet. Daarmee blijven we Christus verwerpen. 'Wanneer iemand gelooft, dat in Christus de zaligheid is, opent hij zijn hart voor Christus en dit is feitelijk het hongeren en dorsten'. Paauwe zag de wedergeboorte als vrucht van het geloof. De wedergeboorte volgt dus op de rechtvaardigmaking. De rechtvaardigmaking en de wedergeboorte zijn beide door het geloof en daarom op één en dezelfde tijd. Deze twee weldaden zijn wel onderscheiden, maar niet van elkaar gescheiden. Paauwe was zich bewust hiermee een betwist standpunt in te nemen. Maar hij hield vol dat vergeving van de zonden en vernieuwing onafscheidelijk zijn en in één ogenblik plaatsvinden. Geestelijk leven is voor Paauwe rechtvaardigmaking en heiligmaking. Een mens kan wel meer dan eens in zijn leven een verandering ondergaan en dan toch in de grond onveranderd blijven. Elke verandering is nog geen vernieuwing. Bij de minste aanraking met Christus vindt de opstanding van de nieuwe mens plaats.

Wat Paauwe in 'een punt des tijds' is overkomen, ging ook voor anderen gelden. Door dit te accentueren, profileerde hij zich. Het helder uitspreken van zijn standpunt bevorderde de geïsoleerde positie. Bovendien werd dit onderwerp bij hen die zijn opvattingen deelden, ingescherpt.

Geen twistzaak

De rechtvaardiging heeft bij Paauwe een allesbeheersende plaats. Vooral het preciese moment waarop een zondaar uit de dood is overgegaan in het leven is belangrijk. Er is geen leven voordat men de verzekering van het geloof is deelachtig geworden. De rechtvaardiging wordt geconcentreerd en geïsoleerd tot het beleefde absolute moment.

Paauwe stelde in zijn prediking de rechtvaardiging van de goddeloze centraal. De kern van het Woord is: God rechtvaardigt goddelozen. De rechtvaardiging van de goddeloze is het hoofdthema van de Reformatie. De kerk staat of valt met de prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze. Die rechtvaardiging geschiedt niet buiten het hart én het leven van de goddeloze om.

De vraag: 'Is er leven voor de rechtvaardigmaking' blijft actueel. Wie de vraag stelt met de gedachte: Als er leven voor de rechtvaardiging is, dan kan ik de rechtvaardiging wel missen, die bedriegt zichzelf Wie de vraag stelt met de bedoeling: Als er geen leven is voor de rechtvaardiging, dan kan ik alle verontruste en twijfelde zielen voor dood verklaren, komt met een eenzijdige en onbarmhartige uitleg van de rechtvaardiging.

Valt de wedergeboorte samen met de rechtvaardiging? Calvijn gaat in het derde boek van de Institutie niet zo systematisch te werk. Hij begint te spreken over het geloof, maar behandelt daarna het gehele leven van de wedergeboorte in de brede zin van vernieuwing van de christen en komt dan tot de rechtvaardiging. Wedergeboorte en rechtvaardiging zijn twee verschillende zaken. Calvijn heeft ze niet in chronologische volgorde gebracht noch tussen beide een causaal verband gezien. De verbinding ligt in het in Christus zijn. Zodra wij door het geloof met Christus in verbinding komen, leeft Hij in ons en leven wij door Zijn Geest. Wedergeboorte en rechtvaardiging moeten we niet met elkaar vermengen. Het zijn twee onafscheidbare zaken van dezelfde Goddelijke genade. De Hervormers vatten in de rechtvaardiging alles samen. Het gaat om het ene Goddelijke werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Als een eenzame mus op het dak

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's