Gods monopolie
'Wie kan de zonden vergeven dan alleen God? ' (Markus 2 : 7)
Bij al z'n ongeluk had de verlamde één geluk: hij had vrienden. Een vriend is 'iemand die met je lacht en met je grient', zeggen de tegeltjes. Dat zal waar zijn. Maar een echte vriend is kennelijk toch vooral iemand die je bij Jezus brengt, door dik en dun. Alleen: nou reageert Jezus zo anders dan we zouden verwachten. Hij zegt: 'Zoon, uw zonden zijn u vergeven'. Dat lijkt toch echt een verkeerde diagnose. Was dat nu het bevrijdende woord waar deze man op lag te wachten? Uw zonden vergeven — heeft de man daar nou wat aan? Moderne reactie! Maar Christus speurt achter de nood van deze man het oerfeit van de zonden en de schuld. Daarom zet Hij daar in. De Heiland heelt radicaal, tot in de wortel. Hij is geen zachte heelmeester. Hij weet als geen ander, dat elke andere aanpak zou neerkomen op symptoombestrijding.
Of de man dat zelf allemaal ook zo beleefd heeft? Het staat er niet, is kennelijk niet het belangrijkste. Maar het is werkelijk niet onmogelijk. Ziekten en zonden werden immers doorgaans zeer direct op elkaar betrokken. Je moest al heel sterk zijn om aan de klem daarvan te ontkomen. Een mens zoekt immers altijd naar een verklaring voor het leed dat hem treft. Het is vast niet zomaar dat ik verlamd ben terwijl anderen vrolijk rondlopen. Ik moet het wel grondig verknoeid hebben in m'n leven, veel erger dan anderen. En nu laat God mij voelen hoe waardeloos ik ben.
Opvallend dat Jezus geen moeite doet om zo'n misverstand weg te nemen. Hij is niet allereerst geïnteresseerd in ons schuldgevoel. Dat is ook vaak zo onbetrouwbaar. Hij is allereerst geïnteresseerd in onze schuld zelf. Niet als psychiater, maar als Verlosser is Hij gekomen. Zou het de man trouwens geholpen hebben als Jezus hem wat gerustgesteld had? Zou het óns helpen, als we wisten in elk geval geen groter zondaar te zijn dan anderen? Hoe vaak zijn we daar wel tevreden mee! 'Ik doe misschien niet alles goed, ik heb ook zo m'n fouten. Maar zo bont als anderen maak ik het toch niet.' Zo'n redenering deugt natuurlijk niet. Want we vergeten dat schuld hoe dan ook schuld is. Een onherstelbare breuk in de relatie met God. Schuld die ons bestaan verlamt, onvruchtbaar en doelloos maakt, ons op dood spoor zet.
In deze man ziet Jezus dit alles lijfelijk voor zich. En daarop reageert Hij met Zijn vergevingswoord. Dat is geen verkeerde diagnose maar puur evangelie, waarmee Hij ons bestaan van de grond af vernieuwt. De Schriftgeleerden — die begrijpen meteen de ongekende draagwijdte van dit woord. Dat blijkt uit hun ontzetting. Zoiets ingrijpends, zo radicaal afrekenen met de schuld, dat kan God alleen. Een mens kan en mag het niet doen. Daar zit nog niets boosaardigs achter die reactie. Ze hebben de Schrift zelfs aan hun zijde (Jes. 43 : 25). Iemand de zonden vergeven, dat is Gods monopolie, Gods alleenrecht! Zo'n totale vrijspraak, daar zal God Zelf aan te pas moeten komen.
Simon Wiesenthal stond ooit aan het bed Van een stervende SS-er, die hem smeekte om vergeving van zijn wandaden tegen de joden. Wiesenthal zweeg, en liet de man gekweld achter. Hij voelde dat hij eenvoudig het recht niet had hem te vergeven. Dat hadden alleen die andere joden, maar die waren er niet meer... Zo heeft ook alleen God het recht mij vrij te spreken. Tegenover Hem heb ik geen been meer om op te staan, en daarom kan ook Hij alleen mij weer op mijn voeten zetten. Hij alleen kan de pijn van de breuk op Zich nemen. De mens die meent dat namens God te kunnen regelen, weet niet wat hij zegt, lastert God, doet alsof hij zelf God is.
Tenzij, ja tenzij die mens daartoe natuurlijk door God is aangesteld! Tenzij God zelf in deze Mens de vergeving op aarde brengt. Zo dichtbij dat het voor niemand te ver weg is. Voor die mogelijkheid wil Jezus de ogen openen. Hij is de Mensenzoon in wie God zelf eraan te pas komt om het moeilijkste te doen wat gedaan kan worden. Want schuld is zomaar niet weg, ook voor God niet. Zij moet weggedragen worden. Jezus zal het waar maken, tot op Golgotha toe. God laat Zijn alleenrecht niet ongebruikt! Dat is het waar Jezus de Schriftgeleerden van wil overtuigen door de verlamde te genezen: het is Gods kracht die in Mij werkt. Ik en de Vader zijn één. En dan komen de dingen ineens op scherp te staan. Want als het geen grootspraak was, dan is Jezus dus wie Hij zegt te zijn. En dan is het buigen of barsten, verzet of overgave. Bij de Schriftgeleerden begint juist hier het verzet. De wonderen en de woorden van Jezus — dat was allemaal tot daaraan toe. Maar vergeven, dat kan niet. Aangrijpende werkelijkheid, dit verzet tegen de genade. Ten diepste omdat we onszelf nog zo goed kunnen redden, buiten de vergeving om. Dat is eigenlijk pas echt wat je noemt God lasteren: aan Zijn vergeving voorbijgaan, alsof die voor ons niet levensnoodzakelijk is...
Maar het hoeft niet, niemand wordt ertoe gedwongen! De schare reageert tegenovergesteld: God verheerlijkend. Daar is ook alle aanleiding toe. Want hier wordt precies datgene op aarde gebracht, waar wij zo diep om verlegen zijn. Als dit woord van vergeving waar is — en het is waar, ook vandaag maakt God nog zo graag van Zijn alleenrecht gebruik! — dan hoef ik voortaan niets meer krampachtig te verbergen, te ontkennen ofte verdringen, goed te praten of te compenseren. Dan ben ik ten diepste vrij van alles wat mijn leven verlamt, en krijgt mijn leven richting, doel en zin. Dan ga ik Hem loven, die mij al wat ik heb misdreven, hoe veel het ook zij, genadig wil vergeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's