Preken zonder boekje
O, wij hebben nu een dominee, zo bespraakt en zo vlot — hij doet alles zonder boekje. De persoon, die deze enthousiaste woorden sprak, sloeg een dwepende blik naar boven. Er kwam iets blinkerigs in haar gezicht en precies die toon in haar stem, die de gesprekspartner deed gevoelen, dat hij maar een stumper was. Ze ontmoetten elkaar op het marktplein van de oude kerk. Och, je kon nu niet bepaald zeggen, dat er een vijandige houding in haar wezen lag ten opzichte van de voorganger, dat niet — maar je voelde wel fijn aan, dat de huidige dominee torenhoog boven de vorige uitstak. Zo boeiend, zo meeslepend, je houdt je adem in... Er kwam nog een vinnige opmerking achteraan: de apostel zegt toch, dat het u in die ure zal gegeven worden, wat gij spreken zult?
Dat laatste bijbelwoord schijnt het einde van alle tegenspraak te zijn. U vindt het in het tiende hoofdstuk van Mattheüs. Maar slaat dat woord inderdaad op het preken zonder boekje? Een blik op het verband toont duidelijk anders aan. De Heere Jezus bereidt zijn discipelen vóór op hun toekomstig ambt. Ze moeten zich niet alleen op allerlei afdwalingen en ketterijen voorbereiden, maar ook op verschrikkelijke vervolgingen. Ze zullen de discipelen overleveren in de raadsvergaderingen en in hun synagogen zullen zij hen geselen. En gij zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden om Mijnentwil hun en de heidenen tot getuigenis. Doch wanneer zij u overleveren aan het gericht, zo zult gij niet bezorgd zijn met grote angstvalligheid hoe of wat gij spreken zult. Verlaat u op de goddelijke bijstand en de invloed van de Heilige Geest; want het zal u in die ure gegeven worden, wat gij spreken zult. Want wanneer gij voor de rechtbanken gesteld wordt, zo zijt gij het niet, die spreekt, omdat het niet uw zaak is, die gij hebt te verdedigen, maar het is de Geest uws Vaders die in u spreekt, die Geest zal met u zijn bij uw verantwoording in het gericht.
Ziedaar in welke samenhang het bovengenoemd bijbelwoord verschijnt. De Heilige Geest geeft in grote noodsituaties de woorden in de mond. Maar dat geldt zeker niet in gewone rustige tijden, wanneer de gemeente van Christus ongehinderd kan leven. Daarom moeten wij nooit misbruik maken van deze woorden door de stelling te verdedigen, dat een gewone dominee nooit een geschreven preek of samenvattende notities op de preekstoel mee mag nemen. Wij weten wel, dat in sommige kringen deze gedachte leeft en onderhouden wordt. Het zou een teken van gebrek aan roeping zijn, wanneer je met een preekboekje voorzien de kansel opgaat. Het zou juist profetisch zijn zonder enig hulpmiddel te preken en zich geheel aan de werking des Geestes over te geven. Maar wij moeten deze gedachten nooit voet geven. De Geest van God versmaadt de natuurlijke hulpmiddelen niet. Het is juist wederdoperij om te menen dat wij drijvend op inwendig licht wel vanzelf de goede gedachten zouden ontvangen. De eigenlijke achtergrond van deze misvatting berust op een verkeerd verstaan van de natuurlijke dingen. De Reformatoren hebben in hun wereldbeschouwing de natuurlijke zaken, het leven temidden van de wereld, in ambt en beroep, in staat en maatschappij opgenomen. Geen enkel levensterrein is op zichzelf zondig. De christen moet midden in de wereld God dienen. Maar de wederdopers proclameerden een scheiding tussen natuur en genade. De schepping, heel de natuur, zo leerden zij, is van lagere orde. is stoffelijk, vleselijk, onrein. Het nieuwe, dat door de geboorte uit de Geest ontstaan is, is goed. Christus heeft een hogere menselijke natuur, de wedergeboorte stort een nieuwe substantie in de mens in, de gelovigen zijn wat anders en mogen daarom geen gemeenschap hebben met andere mensen, met de ongelovigen, met de wereld. De wederdopers eisten afschaffing van het historisch gegeven en het historisch gegroeide. Zij wilden afschaffing van alle misbruiken niet alleen, maar ook van de rente, van de eed, van het dragen van het zwaard en terugkeer tot de volle ongebonden vrijheid van het individu. De wederdoperij veracht en vernietigt het natuurlijke.
Het is daarom, dat er altijd nog zijn, die het maar een teken van zwakheid vinden, dat een predikant een hulpmiddel gebruikt om zijn gedachten te ordenen. Neen, een gloeiend prediker die geheel vrij op de preekstoel verschijnt, - een bevlogen geest die uit oneindige verten zijn gedachten ziet toevloeien, een meeslepend redenaar die de schare ademloos van bewondering maakt — dat willen zij. Maar voordat u het bemerkt, wordt zulk een dopers denken ordeloos en tuchteloos en wereldvreemd. Het is onze stellige overtuiging dat de wederdoperij op veel gebieden onderhuids nog steeds een geweldige invloed uitoefent, omdat deze geestesrichting merkwaardig overeenkomt met de hoofdtoon van het huidige denken. Op economisch gebied, op strafrechtelijk terrein, op politiek gebied — overal bespeuren wij de greep van de wederdoperij. Maar ter zake — ook op de kansel oefent deze geest een dwangmatige heerschappij. Geen notities dus, geen geschrift, geen schets, geen concept. Geheel vrij, geheel ongebonden, dat is het ware, dat is het ideaal.
Maar, is het u dan nooit eens opgevallen, hoe star, hoe eenvormig, hoe verward, hoe monotoon elke zondag de preek weer is? Onze dominee schrijft maar een deel op, de rest gaat vrijuit. Maar het komt mij voor, dat hetgeen hij opschrijft meer naar de orde van de Geest is, dan datgene wat er na komt. Een chaotische brei van uitroepen, verzuchtingen, wanstaltige beelden — zo zei ons eens een scherpzinnige oude dame. Ze liet zich nooit om de tuin leiden, want ze keek altijd goed of de dominee 'iets bij zich had' en op de kansel legde. Wij menen dat dit gemeentelid gelijk had. Het is maar aan zeer weinigen gegeven geheel zonder enige geheugensteun het Woord te brengen. Er gaat dan trouwens nog een intense voorbereiding aan vooraf Alleen de allergrootsten kunnen de preek houden zonder enige schriftelijke notitie. Het zijn de adelaars onder de predikkunde. Maar verrreweg de meesten hebben deze gave niet. Adelaars zijn zeldzaamheden. De Heere onze God gebruikt doorgaans gewone predikers, mussen om zo te zeggen.
Er bestaat immer weer het gevaar van luiheid. Hebben wij welsprekendheid — wij laten ons gauw drijven op de woordvaardigheid. Denken wij, dat wij geen enkel hulpmiddel mogen gebruiken — wij gaan zo maar hopen dat het goed afloopt. Studeren weinig en deinen voorts op innerlijk licht. In verrreweg de meeste gevallen wordt dit troebel warrig eigen licht. Geen eerlijk predikant of oprecht belijder zal dus ooit misbruik maken van deze woorden, als boven aangehaald, om daarop te zondigen en zonder voorbereiding in het werk van het Evangelie of in de verdediging van Jezus' Naam en zaak bezig te zijn. Maar komt het er op aan, dreigt de nood, dan zal het ook hun ervaring zijn, dat de Heere wonderlijk helpt. Ze zullen niet in zichzelf of in hun eigen bekwaamheid eindigen, maar wel in de Heere, wetend dat het Zijn Geest is, die verlichten en helpen kan. Trouwens, menig ouderling heeft ook op een moeilijk huisbezoek ervaren hoe zeer de Geest ons kan helpen om tegensprekers wat te antwoorden.
De mening, dat toch het Schriftwoord een vrucht van inspiratie is Van de Heilige Geest en daarom óók de prediking, moet worden weerlegd. Inspiratie — dat is de bijzondere werkzaamheid van de Heilige Geest, waardoor de openbaring teboek gesteld wordt. Voor alle eeuwen leeft de gemeente des Heeren bij de Heilige Schrift. Maar als een dominee een preek maakt behoeft hij de verlichting van Gods Geest over het geschreven Woord van God. Dat is een andere zaak. De kanon van de openbaring is gesloten. Wij krijgen nu geen boodschappen van de hemel meer, maar onze gedachten moeten worden verlicht bij het bestuderen van Gods heilig Woord.
Wat is dus predikantenwerk? Steeds maar weer de Schrift te bestuderen, aldoor maar verkeren met de profeten en de apostelen. Dan zullen de gedachten gedurig weer worden opgescherpt. Op het gelovig gebed wordt nu eens dit woord, dan weer een ander Woord actueel voor de gemeente. Dat roept tot de arbeid op. Het bestek wordt gemaakt. En dan aan het schrijven of typen. Zo wordt er werk verricht. Het schrijven noopt de prediker tot zorgvuldige doordenking van de details en dwingt hem tot een nauwkeuriger overweging van zijn uitlatingen. Waar deze school van zelftucht ontbreekt, loopt de prediker gevaar in zijn predikkundige arbeid oppervlakkig te worden en traag.
Wij zouden nog veel meer kunnen opmerken over de wijze van schrijven. Persklaar of in trefwoorden. Wij laten het hierbij. Aan het einde van de brief van de Romeinen meldt zich Tertius, die de brief geschreven heeft. Paulus dicteerde zijn gedachten aan Tertius. Zo kwam zijn woord helder aan de Romeinen over. Welnu, onze schrijfarbeid aan de prediking dient de glorie van de prediking. Adelaars hebben deze hulpmiddelen niet nodig. Zij stijgen boven de bergtoppen uit. Maar de mussen heeft God ook geschapen. Deze vogelsoort zoekt de nabijheid van de mens en waar deze verdwijnt, verdwijnt ook de huismus. Als wij dan geen adelaars kunnen zijn, laat ons mussen zijn. Tracht niet naar de hoge dingen, maar voegt u tot de nederige. Zijt niet wijs bij u zelve.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's