De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

7 minuten leestijd

OOSTERWIJK

Oosterwijk, een klein plaatsje aan de prachtige Linge ten zuidwesten van Leerdam. Wie in de zomermaanden dit dijkdorpje bezoekt, kijkt z'n ogen uit vanwege alle bloesem-en bloemenpracht. In de herfst-en wintermaanden is het echter lichtelijk grauw en grijs.

Oosterwijk is een der oudste nederzettingen van de hele streek. Oude vondsten wijzen erop, dat er in het begin van onze jaartelling (derde eeuw) al mensen woonden. Een grote watervloed omstreeks 300 schijnt de inwoners te hebben verdreven. Tot de negende eeuw bleef het dorp vervolgens onbewoond. In de Middeleeuwen lezen we weldra meer over Oosterwijk. De oudste berichten over de kerk dateren uit de dertiende eeuw. We lezen in een oude bron dat er in 1269 een geschil was over het onderhoud van de Oosterwijkse kerk tussen de Heer van Arkel — die vanuit het naburige Arkel in de 'Hoge Heerlijkheid' Oosterwijk de scepter zwaaide — en het kapittel van de Dom te Utrecht over de slechte staat waarin het kerkgebouw verkeerde. Hieruit blijkt dat de Oosterwijkse kerk toentertijd onder het bisdom Utrecht viel.

De kerk zal waarschijnlijk spoedig na het jaar JOOO zijn gesticht. Oosterwijk was echter maar een kleine parochie, die in 1514 nog maar 24 'haardsteden' telde. Het aantal communicanten (mensen die deelnamen aan de communie) bedroeg 88.

De reformatie zal alhier hebben plaatsgevonden rond 1590. De eerste protestantse voorganger was Franciscus van der Meer (elders: Franciscus van der Male). Hij is de pastoor geweest die met zijn parochie overging naar de 'nije leer'.

Oosterwijk heeft zeer beslist een roemrijk verleden achter de rug. We kunnen wel spreken van 'roemrijk Oosterwijk'. Afbeeldingen van de kerk zoals hij eertijds was — in 1872 werd hij voor het grootste deel gesloopt, waarna een nieuw bouwwerk verrees — doen ons terugverlangen naar de tijden van weleer. Bovendien kende Oosterwijk een prachtig kasteel, met een schitterende ophaalbrug, op steenworp afstand van de kerk.

Als 'heerlijkheid' kende het dorp in het verleden bovendien tal van 'ambachtsheren', die mede zorg droegen voor de instandhouding van de kerk. Zij hadden het collatierecht, d.w.z. dat hun goedkeuring nodig was voor het beroepen van een predikant. De meest bekende ambachtsheer was Willem van Liere (ca. 1600). Hij was o.a. gezant van het hof van de Franse koning. Na zijn overlijden werd hij begraven in een graftombe in het koor van de kerk. Het graf werd afgedekt met een bewerkte steen, waarop het familiewapen en acht andere wapens prijken, alsook een uitgebreide inscriptie.

Evenals ook nu nog vormde in het verleden het onderhoud van de kerk een bron van veel zorg. Oosterwijk was immers maar een kleine gemeenschap. In 1831 heeft men (helaas) daarom het vroegere koor afgescheiden van de kerk. Men bracht er een verhoogde vloer in, waardoor de tombe van Van Liere aan het zicht werd onttrokken. Bovendien trok men de ronde koormuur recht. Hoe kon men het bedenken!

Het voormalig koor dient nu als consistorie en verenigings-en catechisatieruimte. Een deur vanuit deze ruimte geeft rechtstreeks toegang tot de 17e-eeuwse preekstoel. Een luik net achter de ingang naar de consistorieruimte geeft nog steeds toegang tot de kelder. Daar is alleen nog de steen van de graftombe van Van Liere te vinden, de tombe zelf is verdwenen. Boze tongen beweren dat nieuwsgierige lieden er eerst allerlei gaten in hadden gemaakt. Uiteindelijk zou de tombe zo zijn toegetakeld, dat men het maar beter vond hem helemaal op te ruimen. Wat er met de inhoud is gedaan, weet niemand zich meer te herinneren.

De kerk heeft alle eeuwen door een belangrijke functie gehad bij overlijden. Het was in het verleden gebruikelijk de teraardebestelling in of bij het kerkgebouw te laten plaatsvinden. Vermoedelijk stamt dit van vóór de reformatie: men wilde de overledene zo dicht mogelijk bij de hostie (lichaam van Christus) brengen.

In Oosterwijk werd met regelmaat in het kerkgebouw begraven. Wel waren deze graven duurder dan die buiten op het kerkhof Dat verklaart ook dat er vooral welgestelden in het gebouw kwamen te liggen. Net zoals elders sprak men ook hier weldra van 'rijke stinkerds', omdat de graven en de kisten veelal niet goed sloten, waardoor er nogal eens 'lijkluchtjes' ontsnapten. Het begraven in de kerk duurde in Oosterwijk, zoals elders, tot 1830. In dat jaar verbood koning Willem I het nl. bij Koninklijk Besluit.

In 1922 schonk ambachtsvrouwe J. H. de Petit een prachtig kerkorgel aan de gemeente. Tot dat moment was er slechts een voorzanger. Uiteraard was dat vooral het baantje van de hoofdonderwijzer, die tevens 'voorlezer' was.

In 1965, veel Oosterwijkers herinneren zich dat nog als de dag van gisteren, brandde het kerkgebouw uit en ging ook het orgel verloren. Er kwam wel weer een nieuw orgel, een pijporgel, maar ook hier geldt: inferieur aan weleer.

Een pastorie bezit Oosterwijk niet meer. Ook dat behoort tot het roemrijke verleden. De onderhoudsproblemen werden op een gegeven moment te groot. Gelukkig had Oosterwijk echter het kasteel. Ambachtsheer P. A Beelaerts van Oosterwijk, die toch naar Utrecht verhuisde en de kerk waarschijnlijk een warm hart toedroeg, stond zijn kasteel in 1814 af aan de toenmalige predikant om het te bewonen. In 1856 wordt het indrukwekkende bouwwerk uiteindelijk bij notariële akte in eigendom overgedragen aan de kerk.

Enkele jaren erna wordt er een deel van afgebroken om er een meer functioneel woonhuis van te maken. In 1870 breekt men bovendien ook nog de ophaalbrug af Overdreven liefde voor de prestaties van het voorgeslacht kan de toenmalige Oosterwijkers niet verweten worden!

Tot 1919 bleef het 'gehalveerde' kasteel dienst doen als pastorie. In 1984 is dit voor Oosterwijk karakteristieke bouwwerk helaas afgebrand. Wat er van overbleef, heeft men maar gesloopt. Thans staat op de oude fundamenten een moderne villa.

Wat de voorgangers betreft: tot 1919 heeft Oosterwijk steeds een eigen predikant gehad. Vanaf 1919 tot 1953 was men vacant. Bovendien kon de gemeente moeilijk meer een eigen voorganger onderhouden. Vanaf dat jaar dateert dan ook de toenadering tot Nieuwland. En sinds dat jaar hebben Nieuwland en Oosterwijk samen één predikant.

Nieuwland was echter in het begin van de oorlogsjaren overgegaan tot de Ger. Bondsrichting. Dat betekende dat Oosterwijk vanaf dat moment ook die koers girig varen, zij het wat schoorvoetend. De orthodoxe prediking kende men immers niet.

We kunnen de Heere er niet genoeg voor danken dat ook in het vanouds zeer liberale Oosterwijk nu al ruim 40 jaren het Evangelie van zonde en genade zondag aan zondag mag worden verkondigd. We zagen wat betreft kerk, kasteel en orgel — Oosterwijks roemrijk verleden — dat het door de tijden heen allemaal bergafwaarts is gegaan. Zo echter niet wat betreft de prediking. De gereformeerde prediking mocht door een wonder Gods weer terugkeren op de kansel.

En hoe diep bij sommigen tot de dag van vandaag de wortels van de liberale kerkgedachte misschien ook kunnen zitten, de gereformeerde prediking is ook hier niet zonder vrucht gebleven. Soli Deo Gloria!

Laten we daarom ook niet teveel vol heimwee terugzien op Oosterwijks pracht en roem van weleer, maar steeds weer bedenken dat de Heere de eenvoudigen nog wil gadeslaan. Heel treffend is in dit verband wat we lezen op de steen van de 'grote' Van Liere, die aan de andere kant toch ook bij die eenvoudigen, die de Heere steeds wil gadeslaan, mocht behoren:

'... ick spreeck van beter roem,

Dan sweerels heerlickheyd, ick vind mijn naem geschreven Niet in de ridderschap, maar 'tBoeck van 't eeuwig leven.

En meer en wens ick niet. Vergeten is de staet. Waarin ick ben geweest, omdat deez hoger gaet. (met dank aan dhr. J. D. v. d. Zalm)

ds. H. Liefting

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's