'De stem des Heeren is op de wateren'
Psalm 29:3a
Eén februari 1953. Watersnood in Zeeland en delen van Holland. Nu 42 jaar geleden. De stem des Heeren op de wateren van toen. De stem die Nederland tot bekering riep. Heeft Nederland gesluisterd? Hoe is het sinds 1953 in Nederland gegaan met het dienen en eren van de ene God, de Vader van onze Heere Jezus Christus? Was het niet hollende achteruit? En dan wijzen we niet allereerst met het vingertje naar anderen, maar steken we de hand in eigen boezem en roepen we met Daniël: 'Wij hebben gezondigd en onze vaderen tevens'.
En nu 42 jaar later staan we weer voor een watersnood. Nu niet van de zee uit, maar van de andere kant. Vanuit de zee is de beveiliging gekomen van de deltawerken. Prima en prachtig. Maar God heeft meer mogelijkheden om zijn stem te laten klinken. Heel Nederland is nu in rep en roer door wateren uit het zuiden en oosten i.p.v. uit het westen. Inderdaad: Gods stem is op de wateren.
De tekstwoorden uit Psalm 29 willen er allereerst mee zeggen dat het de stem van het onweer is, zoals blijkt uit vers 3b. Dat versgedeelte zegt dat de God der ere dondert. En met de wateren waar des Heeren stem op is, kunnen ook de wolken hoog in de lucht bedoeld zijn, die vol met water zitten en waar het onweer ontstaat. We mogen zelfs ook denken aan onweer boven de zee of boven rivieren die buiten hun oevers getreden zijn. Ondertussen is het toch niet nodig om de stem van God op de wateren te beperken tot enkel het onweer. Het mag ook breder en ruimer genomen worden. Temeer omdat in Psalm 29 op verschillende andere manieren sprake is van de stem van God b.v. in stormen en aardbevingen, waardoor de hele natuur ontwricht raakt.
God spreekt niet enkel via zijn woord, de bijbel. Hij spreekt ook in wat we het 'natuurgebeuren' plegen te noemen. En zo spreekt God vandaag tot iedereen in Nederland, ook tot hen die geen bijbel hebben en er niets van willen weten. Gods stem is vandaag op de wateren van onze grote rivieren en daarin spreekt God tot een land en volk dat meent het zonder Hem te kunnen stellen. Hebben wij als Nederlands volk niet zelf een regering gekozen die God uit haar beleid geschrapt heeft, die niet schroomt de dag des Heeren te ontheiligen terwille van de heilige koe die economie heet? En wordt in regionaal verband bij de overheid het ambtsgebied niet steeds meer afgeschaft?
Nederland meent het zonder God te kunnen stellen. Doch God laat Nederland nog niet los. Hij spreekt tot Nederland, nog steeds.
Nu door zijn stem te verheffen op de wateren. En daarmee roept Hij Nederland op tot geloof en bekering, om Hem de enige God te eren en te dienen. En dat in wetten inzake het concrete leven van alle dag, doch evenzeer in het komen naar Gods huis bij de zondagse erediensten. Zoals ook blijkt in de verzen 1 en 2 van deze psalm, waar de machtigen nl. de overheden, die de macht van God hebben gekregen, worden opgeroepen die macht goed te gebruiken. Ze dienen zich niet op sleeptouw te laten nemen door machten uit de afgrond.
Zo is Gods stem op de wateren en roept Hij onze regeerders en daarin heel ons Nederlandse volk op tot inkeer. En het is een grote gunst dat God dit nog doet. Stel dat God zou zeggen: Ze bekijken het maar in Nederland. Ik geef hen over aan het goeddunken van hun eigen hart' (Psalm 81 : 13). Dat zou groter ramp wezen dan welke watersnoodramp ook. Hoe moeilijk alles ook is, het is toch ook eeri zegen dat God ons nog roept door zijn stem te verheffen op de wateren.
Ondertussen beseffen we zeer wel de ernst van de situatie en de spanning, de zorg, het verdriet en de nood van velen die het aangaat. En we hebben groot respect voor de wijze waarop de overheden zich inzetten om levens te sparen en onheil te voorkomen. En niet minder groot respect hebben we voor de velen die zich dag en nacht inzetten om te helpen, om te strijden tegen het water, ten einde erger te voorkomen.
En we hopen en bidden dat God al die pogingen wil zegenen, dat mensenlevens gespaard worden en de levens van het vele vee. Ja we hopen en bidden dat de dijken het zullen mogen houden. Daarvoor is deze bidstond ook georganiseerd. Doch we hopen en bidden niet minder dat Nederland Gods stem op de wateren zal horen en tot bekering zal komen om de levende God te dienen, ook in verordeningen die het dagelijkse leven stempelen.
Want Nederland kan en mag niet buiten God. Nederland zonder God is een nationale ramp bij uitstek. En dat we niet zonder God kunnen beseffen we nu meer dan ooit, want Gods stem is op de wateren van onze grote rivieren. Het is de stem die ons tot bekering roept. Maar het is ook de stem die in staat is de macht van het water in de toom te houden. In vers 10 lezen we dat God heeft gezeten over de watervloed. Daar wordt mee bedoeld dat God er boven staat.
Daarom willen we die God aanroepen en smeken of Hij zijn macht over de wateren wil tonen door ze te beteugelen. Verdienen doen we het niet. Als God deed naar we verdienden dan ging er nog veel ergers gebeuren.
We smeken Hem dan ook om genade. Of Hij omwille van de Heere Jezus en zijn verdiensten aan het kruis, ons nog voor grote rampen wil bewaren. Maar ook of Hij wil geven dat Nederland — als de nood voorbij is — wil gaan en blijven horen naar de stem van God, niet alleen op de wateren, maar ook zoals die klinkt in de bijbel, het heilig woord des Heeren. 'O land, land, land hoort des Heeren woord.' Amen.
Meditatie uitgesproken tijdens de interkerkelijke bidstond voor de watersnood op woensdagavond 1 februari 1995 om 7.30 uur in de Pauluskerk te Leerdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's