'Geef ons heden ons dagelijks brood ' (2)
Het Onze Vader
Ons vertrouwen op U alleen stellen
Die pijnlijke, maar heilzame les leert Christus ons in deze bede. Pijnlijk? Jazeker, omdat wij altijd weer rekenen met ons vernuft en onze inzet, met economische groei, met uitvindingen in laboratoria, met de nieuwste ontwikkelingen. Wij bouwen op mensen en machten, op nieuwe afzetgebieden en exportmogelijkheden, op betere tijden. En iedere keer weer moeten wij ervan worden afgebracht, al dan niet hardhandig. Wij komen met veel waar wij 'Brood' inzagen, beschaamd uit en het meest met onszelf Maar nooit met God de Vader! Wie door de Geest fidutie in Hem krijgt en dat hoe langer hoe meer op grond van Zijn Naam en beloften!, hoeft niet bezorgd te zijn voor eten, drinken, kleding... Hij weet Zijn kinderen goede gaven te geven, die zij behoeven.
Daarom 'ons vertrouwen van alle schepselen aftrekken'. Zoals wij onkruid uittrekken, losscheuren. En 'op U alleen stellen'. Dat vraagt geloofsoefening, veel gebed en zelfverloochening. Het houdt trouwens een leven in niet bij brood alleen, maar bij alle Woord dat uit de mond van God uitgaat. Een leven uit Christus, het Brood des levens. Gezegend is degene die op de Heere vertrouwt en wiens vertrouwen de Heere is. Hij onderhoudt gestaag het heug'lijk lot, zo mild uitgemeten.
In de Heere alleen ligt onze zekerheid voor het dagelijkse en voor het eeuwige bestaan gewaarborgd. In voor-en tegenspoed. In de strijd om het bestaan kun je alleen maar leven uit doorboorde handen!
Een broodnodige en welkome aanvulling
Het mag ons niet ontgaan dat in de uitleg van de catechismus de woorden 'ons' uit de vierde bede onvoldoende uitleg gekregen hebben. Met dat meervoud heeft de Heere Jezus nadrukkelijk alle hebzucht en liefdeloosheid jegens anderen veroordeeld. Opvallend genoeg komen de woordjes 'ik' en 'mijn' in dit volmaakte gebed niet voor. Geef ons... ons brood voor elke dag. De Vader in de hemelen ziet, zo leert Christus, de Zijnen niet als losse individuen die ieder hun gang gaan en hun eigen leven leiden. Hij ziet hen als Zijn gezin, Zijn volk en oefent hen ook biddend in gemeenschapszin en saamhorigheid.
Bij 'ons' mogen we denken aan degenen die bij ons horen in gezin, gemeente en samenleving, maar tevens aan naasten ver-(der) weg die hetzelfde levensonderhoud met hun kinderen en volk nodig hebben als wij. Zeker als hun dienen van God en hun ingaan in Gods Rijk evenzeer aan de orde is!
Deze bede maakt duidelijk dat wij verplichtingen jegens elkaar hebben en dat naastenliefde metterdaad geen hobby is. Honger, armoede, verdrukking mogen wij niet over onze kant laten gaan in de christelijke gemeente.
Dit gebed heeft daarom een diaconale spits en laat zien dat er ook sociale en economische gerechtigheid dient te geschieden in de kerk en in de wereld. Niet 'halen, hebben en houden' dient ons levensdevies te zijn. (2) maar het 'geeft gij hun te eten' hebben wij en onze kinderen in praktijk te brengen. Dat kunnen en zullen we alleen maar leren en doen als wij rechtgeaarde kinderen van de Vader zijn of worden. Zijn mededeelzaamheid noopt tot weldoen aan de huisgenoten van het geloof, maar ook aan alle naasten die op onze weg geplaatst worden als een Lazarus.
Onder het Oude Verbond deelden Levieten en vreemdelingen mee in Gods zegeningen en kwam dusdoende de dankbaarheid van het volk van het Verbond jegens God uit (Deut. 26). Onder het Nieuwe Verbond is het na Christus' offerande temeer zaak en taak om gaven te delen, wereldwijd.
Hebben wij wel oog, oor en hart voor de arme kant van Nederland, voor de bijstandsmoeders, voor de vreemdelingen in de poorten, voor gehandicapten, voor degenen die onvrijwillig werkloos zijn, voor verslaafden? Lijden wij aan de onrechtvaardige verdeling van de rijkdommen der aarde die wij in het Westen en in Nederland mede in stand houden en waaraan zelfs de zondag wordt opgeofferd? Maar waardoor miljoenen verpauperen tegen Gods bedoeling in! De christelijke gemeente heeft een voorbeeldfunctie en dient tegen de afgoden van deze eeuw te protesteren en zich niet in de maialstroom van individualisme, egoïsme en materialisme te laten meesleuren.
Naast gerichte voorbede dient er barmhartigheid en gerechtigheid in praktijk gebracht te worden. En de Geest maakt vindingrijk in het doorgeven als goede economen, als rentmeesters.
'Geef ons heden ons dagelijks brood'. Dat geeft naar werkgevers en werknemers toe verantwoordelijkheden. In het huisgezin van God mag geen 'moordende concurrentie' plaatshebben noch een mentaliteit van 'de één zijn dood is de ander zijn brood'. Wie meebidt, gunt de ander graag het licht in de ogen, brood in de mond en vrede en vreugde in zijn of haar ziel en bedrijf Doe wel aan alle mensen uit dankbaarheid jegens God Die Zijn zon laat opgaan over bozen en goeden en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
God wil geven. Ook door middel van ons. Via ons doorgegeven zien wat Hij ons leende. Wie veel heeft, dele mee aan wie niet heeft. Gedeeld goed, gedijt goed (2 Cor. 9).
Geef ons heden ons dagelijks, ons genoegzaam brood. Gevraagd wordt om een kinderdeel. Om het door God in Zijn Verbond beloofde deel. Een deel waar Christus voor gewerkt heeft. Brood als opstandingsgave! Levensnoodzakelijk voor ons leven en voor de (wereld)samenleving. Het is leerzaam wat Luther in zijn Kleine Catechismus, wat Ursinus in navolging van hem in zijn Schatboek onder brood allemaal samenvatten.
Voorzorg en toekomst
Deze vierde bede kweekt geen luiheid. Wanneer er sprake is van. brood, wordt alle zorg en verantwoordelijkheid, alle inspanning in huis en daarbuiten, heel het proces van zaaien en oogsten, van weersomstandiheden, van de geschiedenis en de cultuur i meegenomen en gehonoreerd. Niet voor ' niets wordt het voorbeeld van de mieren ons voor ogen gesteld ten aanzien van zo-j mer en winter. En wordt de hand van de 1 vlijtige gezegend. Geen zorgeloos en goddeloos handelen dus.
Er mogen wel terdege voorzorgsmaatregelen getroffen worden in biddend opzien tot , God. De handelwijze van Jozef in Egypte voor vriend en vijand spreekt boekdelen. Hij nam niet voor niets noch tevergeefs op grote schaal zijn voorzorgsmaatregelen, voor jaren zelfs! In afhankelijkheid van God en van Zijn voorzienigheid. Jozef heeft daarbij het geloof in de Heere niet verloochend noch verloren! Wanneer het rijke Westen eens als Jozef zou handelen! Hoe anders zou het er in de wereld uitzien. Het zou het zendingsgetuigenis van de Kerk nog meer geloofwaardig maken!
In ieder geval mag het gebed van Agur ons leven beheersen: 'Armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood van mijn bescheiden deel, opdat ik zat zijnde U dan niet verloochene en zegge: Wie is de Heere? Of dat ik verarmd zijnde dan niet stele en de Naam van mijn God aantaste' (Spr. 30).
De bede om brood blijft van kracht tot aan de wederkomst. Naast dankbare erkenning jegens de Schepper en Vader verbonden met inspanning, moeite, zweet en tranen op een onverloste wereld die onder de gevolgen van onze zonde lijdt en zucht.
Maar Jezus Christus wijst in het Onze Vader Zijn Gemeente en Zijn schepping de weg naar de doorbraak van Gods Rijk in glorie. Daarin zal buik en spijze teniet gedaan zijn. God zal zijn alles en in allen. Van gegeven goed leven, zorgt voor een goede bekomst en een heilrijke toekomst! Terecht staat in het formuliergebed na het eten: 'Dat wij altijd mogen opwaarts zien naar de hemel, verwachtende onze Zaligmaker Jezus Christus, totdat Hij op de wolken verschijnen zal tot onze verlossing.'
Bidden en danken voor het eten is dus niet primitief en uit de tijd. Het mag gehoord en gezien worden in het leven van klein en groot, waarin God de Vader recht kinderlijk gevreesd wordt.
Voor al Uw goede gaven Heere, zij U de lof en eer!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's