Zondagsrust - Winkels - Kerken
De laatste maanden — sinds het aantreden van het 'paarse' kabinet in augustus vorig jaar — is er brede discussie ontstaan over het voornemen van de regering tot verruiming van de openingstijden voor de winkels, eventueel óók op de zondag. Gelukkig klinken er vanuit allerlei hoeken van de maatschappij stemmen die aandringen op bezinning op dit voornemen. De argumenten verschillen, maar wijzen in dezelfde richting: we willen geen 24-uurs economie en geen zevendaagse werkweek: de wekelijkse rustdag is in ons land eeuwenlang de zondag en dat moet zo blijven.
Ondertussen kunnen we niet voorbijgaan aan het feit dat er velen zijn die de (ruimere) openstelling van winkels op zondag met gejuich begroeten en dat er wellicht nog veel meer anderen zijn die de zaak geheel onverschillig laat, en die zwijgen. Er moet rekening gehouden worden met een politieke meerderheid die het voornemen van de regering steunt.
Een publiek goed
Het mag vanzelfsprekend heten, dat kerken en christenen zich in het bijzonder bij deze discussie betrokken weten. Voor hen is de zondag immers méér dan alleen een rustdag. Het is Gods gave en gebod. Van hen mag immers bovendien verwacht worden dat zij niet alleen op hun eigen 'belangen' letten en daarover waken, maar dat zij ook waken over de geestelijke en sociale belangen van hun naaste — van hun land en volk. De dienst aan God en de dienst aan de naaste staan niet naast elkaar, maar veronderstellen en ondersteunen bijbels gezien, elkaar.
Vanuit deze gezichtspunten is het ook duidelijk dat de zondag en de zondagsrust een publieke aangelegenheid is; geen taak van en voor christenen alleen, maar een zaak van de totale gemeenschap. Daarom is de zondagsrust ook voorwerp van overheidszorg.
Maar wat te doen als de overheid haar opdracht en taak in deze niet meer ziet en het in acht nemen van de zondagsrust tot een kwestie van particuliere opvatting en keuze maakt? Als ze niet meer lijkt te zien welk een zegen in de zondagsrust is gelegen? Als ze het welzijn van haar burgers meent te dienen door ze over te geven aan eigen wensen en verlangens (van de meerderheid)?
Kerkelijke en burgerlijke gemeente
Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft zich de vraag gesteld of in deze kwestie geen sprake is van een bijzondere verantwoordelijkheid van de kerken en kerkelijke gemeenten. De vraag stellen, is haar beantwoorden. Ten opzichte van de rijksoverheid hebben de (meeste) kerken van hun bezorgdheid reeds blijk gegeven. Zo hebben de Raad van Kerken en het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken zich reeds in het beginstadium van de discussie bij de regering doen horen. Gelukkig. Inmiddels is echter ook duidelijk geworden dat een belangrijk deel van de beslissingsbevoegdheid ten aanzien van de zondagse opstelling van vrinkels bij de plaatselijke (burgerlijke) gemeente zal komen te berusten. Dat gegeven leidt ertoe dat kerken, die uiting willen geven aan hun zorgen over de mogelijke (waarschijnlijke? ) openstelling van de winkels op de zondag, zich tot de plaatselijke overheid (het gemeentebestuur) zouden moeten wenden — al dan niet gezamenlijk als plaatselijke kerken. In de gemeenteraad vallen uiteindelijk de beslissingen.
Een hint
Hoe ze dat moeten doen? Dat behoeft toch niet voorgezegd, laat staan voorgeschreven te worden? Misschien is een enkele hint welkom. Daarom — misschien ten overvloede — ter overweging het volgende.
De kerk mag in deze positief getuigen van de waarde van al Gods geboden voor enkeling en samenleving, voor christen en nietchristen. Hovaardij mag in dat getuigenis niet doorklinken; veeleer ootmoed, blijk van eigen schuld en tekort, bereidheid om offers te brengen, genegenheid tot steun, bewogenheid met de naaste. Vanuit deze gestalte mag een krachtig appèl op alle plaatselijke politieke vertegenwoordigers en bestuurders gedaan worden. Immers, het voorbijgaan aan de heilzame geboden Gods kan nooit heil brengen, alleen ons heü.
Wat zeker niet mag ontbreken, is, behalve het tonen van het begrip voor de moeilijke en verantwoordelijke taak van de plaatselijke overheid in het huidige tijdsgewricht, de onvoorwaardelijke verzekering dat er voortdurend voorbede gedaan wordt en zal worden voor allen die tot regeren, ook plaatselijk, geroepen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's