De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Alles of niets

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Alles of niets

6 minuten leestijd

Want zo wie heeft, die zal gegeven worden; en wie niet heeft, van die zal genomen worden ook wat hij heeft. Markus 4:25

Wanneer wij Jezus volgen op Zijn weg door Galilea, horen wij Hem telkens ook van die raadselachtige, hard klinkende woorden spreken. Het heeft weinig zin ze te negeren, want ze blijven toch doorklinken. Laten we liever proberen ze te begrijpen en in ons op te nemen. De Evangeliën laten ons méér zien en horen dan enkel dat Jezus 'in het zachte gras de mensen liefhad en genas'. Zijn optreden rondom het meer van Galilea was niet zo idyllisch en romantisch als wij het ons wel eens voorstellen. Zijn Woord stuit er op heftig verzet en harde onverschilligheid. En dat gaat de Heere geweldig aan het hart. Vandaar die diep-emstige ondertoon in Zijn reactie.

Maar wat Hij hier aankondigt - dat kan toch niet waar zijn? Dat is eenvoudig niet eerlijk: wie veel heeft, krijgt er nog meer bij, en wie eigenlijk toch al niets heeft, die zal zelfs het weinige dat hij heeft, nog in moeten leveren ook. Ja zo gaat het in de wereld! Wie rijk is, heeft nu eenmaal de meeste mogelijkheden om nog rijker te worden. Daardoor worden de rijken vaak steeds rijker en de armen almaar armer. De kloof tussen rijke en arme landen wordt almaar dieper. Dat is afschuwelijk genoeg. Maar zo gaat het er toch in het Koninkrijk Gods 'niet aan toe? Dat staat toch haaks op het schema van deze wereld? Is dat niet juist bestemd voor armen en ellendigen, en die zijn ziel bij het leven niet kan houden?

Ja, dat is het inderdaad. Maar wie werkelijk arm en ellendig is, die hoort óp van het Evangelie en ziet er heil in. Dat kan niet anders. Die ontvangt het met blijdschap. Alleen: dat laatste doet helaas niet iedereen. Er zijn ook mensen die er aan voorbijgaan alsof het niets is, niets voor hen in elk geval. En op dat verschil nu doelt de Heiland hier. Het Evangelie van het Koninkrijk brengt scheiding teweeg. Dat heeft het altijd gedaan, en zal het ook altijd blijven doen. De één ontvangt het aandachtig en eerbiedig, dat wil zeggen: in geloof. De ander leeft er volstrekt aan voorbij. Dat verschil, daar valt veel over te zeggen. Maar wat erachter zit, laat zich uiteindelijk nooit helemaal verklaren. Waarom de één wel en de ander niet, daar kom je nooit helemaal achter, dat houdt ten diepste iets van een bovenmenselijk geheim.

Het verschil is intussen ontzaglijk groot. Het is uiteindelijk niet een kwestie van meer of minder, maar van alles of niets. Zo tekent Jezus het hier. Het liet hem kennelijk niet koud, anders was Hij er niet over begonnen. Het laat ons toch ook niet koud? Zeker niet nu we om ons heen meer en vaker dan vroeger zien hoe reëel het verschü is.

Wie het Evangelie aandachtig ontvangt en gelovig beaamt, die zal merken dat het is als een bezit dat telkens aangroeit. In het begin weet je nog niet half wat je er allemaal in hebt gekregen. De eigenlijke diepgang en omvang, de vernieuwende kracht en reikwijdte ervan, die komen pas gaandeweg meer en meer aan het licht. Het blijkt allemaal nog veel voller en heerlijker en rijker te zijn dan je vroeger dacht. Dat God er is en dat ik er ben, ja dat God goed is en dat Hij mijn leven in Christus verzoent en verlost en vernieuwt — dat alles reikt zo ver en raakt zo diep, dat ik het nooit helemaal kan bevatten. Maar naarmate het Evangelie zich vaster hecht in mijn hart, neemt de vreugde erover alleen maar toe. En straks, als het eeuwige leven geschonken wordt, zal die vreugde zelfs ten hoogsten toppunt stijgen. Ook dan geldt: wie heeft, die zal gegeven worden.

Kortom: wie het Evangelie meet met de maat van het geloof, die ontvangt steeds meer deel aan de rijkdom ervan. Dat kan niet anders. Daarom is stilstand in de genade ook altijd achteruitgang. De gelovige raakt ondanks perioden van oppervlakkigheid ten diepste nooit aan het^vangelie gewend. Hij vindt er telkens nieuwe onvermoede schatten in. Er is een groeien in de genade, een 'hoe langer hoe meer' toenemen in de kennis van Christus en van de geheimenissen van het Koninkrijk. De bekering blijkt geen eind-maar een beginpunt. Als een kind dat wandelt in een sprookjestuin, zo vallen wij in het Evangelie van de ene verrassing in de andere. Omdat dit alles zo is, juist daarom is de keerzijde ervan ook zo verschrikkelijk. Het ongeloof weet niet half wat het mist. Want wie het Evangelie niet laat zijn wat het is, wie het niet op waarde schat, niet met de juiste maat meet, die ontvangt geen deel aan het rijk van God. Die houdt uiteindelijk niets over. Want ook wat hij heeft, wordt hem ontnomen. Dat begint al bij de prediking van het Evangelie. Daar ziet hij immers niets in. Dat God goed is en dat het de zin van ons bestaan is om eeuwig tot Zijn eer te leven — dat alles ziet de mens niet en wil de mens niet. En daarom krijgt hij het ook niet. Met als gevolg, dat zelfs wat hij heeft: zichzelf en z'n eigen leventje, hem eenmaal bij de dood ontnomen wordt. Dat is trouwens nauwelijks iets bijzonders, dat kon hij allang zien aankomen. Het is dan ook geen kwaadaardigheid van God, het is eenvoudig de ernst van het leven.

Voor die ernst plaatst het Evangelie ons op elke bladzijde. Wie niet voor Mij is, is tegen Mij. God heeft in Christus ondubbelzinnig voor de mens gekozen, voor u en mij, voor onze redding en ons behoud — dat is de kern. Daar doen alle 'harde' woorden niets aan af. Maar wie tegen God in blijft kiezen, wie weigert het Evangelie te aanvaarden en te beamen in de gehoorzaamheid van het geloof, die verliest uiteindelijk alles wat hij heeft. Wij worden nu eenmaal niet automatisch behouden.

Gaat het er in Gods Koninkrijk dus inderdaad net zo aan toe als in de wereld? Ja, in zekere zin wel. De rijken worden steeds rijker en de armen steeds armer. Uiteindelijk hébben de rijken zelfs alles en de armen niets. Maar er is één heerlijk verschil: in Gods Koninkrijk bestaat geen gedwongen armoede!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Alles of niets

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's