De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Mensen van enige betekenis'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Mensen van enige betekenis'

Biografisch woordenboek van Nederland

12 minuten leestijd

'Feit is dat een man die een toegewijd echtgenoot en vader is, een bekwaam onderwijzer, een voorbeeldig parochie-priester, hem op zich niet het recht geeft op biografische vermelding'.

Deze zinsnede staat in een amerikaans biografisch woordenboek en wordt met instemming overgenomen in de inleiding op het eerste deel van het 'Biografisch woordenboek van Nederland'. Welk mens heeft dan wél zodanige betekenis gehad tijdens het leven, dat hij/zij wordt vermeld in een 'biografisch woordenboek', zodat het nageslacht nog eens een samenvatting van het leven kan nalezen?

In de vorige eeuw kende Nederland een biografische reeks van A. J. van der Aa, bestaande uit 21 delen en verder was er in het begin van deze eeuw het tiendelige 'Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek', waarvan het laatste deel in 1937 verscheen en waarin levens werden beschreven van personen, die uiterlijk in 1910 gestorven waren.

In 1971 verleende de minister van Onderwijs en Wetenschappen aan de 'Rijkscommissie voor Vaderlandse Geschiedenis' de op dracht tot de uitgave van een biografisch vervolgwerk voor Nederland. Deze commissie heeft, onder leiding van dr. J. Charité en dr. A. J. C. M. Gabriels, nu intussen vier delen van het nieuwe biografische woordenboek geleverd, elk deel van A tot Z. Het eerste deel verscheen in 1979. Op 9 november 1994 kwam het vierde deel uit. Achterin elk deel is opgenomen welke personen in dat deel en de voorafgaande delen behandeld zijn.

Welke personen nu kwamen in aanmerking om 'behandeld' te worden? Uiteraard 'koningen en koninginnen, ministers en gouverneur-generaals of aartsbisschoppen', en verder 'nobelprijswinnaars en bekende uitvinders, beroemde sportkampioenen of industriemagnaten'. Maar wie verder? Tussen de uitersten - zegt de redactie - bevindt zich 'een zeer grote middengroep, van levens, waarbij de aanduiding "van enige betekenis" een subjectieve connotatie (gevoelswaarde, v.d.G.) draagt bij het bepalen van hetgeen men onder "enige" wil verstaan'. Dat wil dus zeggen: elke levenskring heeft zijn eigen 'belangrijke' mensen.

In deze reeks van biografische woorden boeken worden derhalve ook keuzen gemaakt. Maar de eenzijdige nadruk, die vroeger lag op politici, wetenschappers en overheidsbestuurders is vermeden. In deze uitgave gaat het ook over mensen uit kringen van sport, bedrijfsleven, kunst en techniek. In het eerste deel ligt het accent weliswaar nog op de levens van politici, juristen en geschiedbeoefenaars, omdat het aantal geschiedkundigen dat meewerkte de eerste inzendingen bespoedigden. Maar in de volgende delen wordt die 'eenzijdigheid' ruimschoots bijgesteld. Een keur van auteurs staat garant voor een breed scala van biografieën.

Van de vele medewerkers noem ik: prof dr. A. Th. van Deursen, prof dr. W. J. de Gaay Fortman, mr. J. L, Heldring, prof dr. R. Hooykaas (+), dr. G. Puchinger, prof dr. J. W. Schulte Nordholt, drs. N. K. van den Akker, prof dr. M. J. van Lieburg, prof dr. G. W. Locher, dr. A. L. van Schelven, prof dr. P. Smit, prof dr. H. W. de Knijff, prof dr. W. Nijenhuis, prof dr. G. J. Schutte.

Ik beperkte me hier tot een selectie van die auteurs, die aandacht geven aan personen, die in kerken en in de (christelijke) politiek 'enige betekenis' hebben gehad.

In het 4e deel b.v. beschrijft prof dr. P. N. Holtrop het leven van dr. W A. Visser 't Hooft, prof dr. M. J. van Lieburg dat van prof dr. G. A. Lindeboom, prof dr. J. W. Schulte Nordholt dat van de dichter Jan ­Wit.

W. Slager behandelt het leven van ds. G. H. Kersten (politicus, S.G.P.), H. Koekoek (politicus. Boerenpartij), prof dr. H. Visscher (voorman in hervormd gereformeerde gelederen), mevr. Christine W. L. Wittewael van Stoetwegen (politica uit de voormalige C.H.U.), ds. P. Zandt (politicus, S.G.P.) en (nota bene!) Abe Lenstra, de legendarische voetballer uit de veertiger jaren!

De redactie, die in de loop van de jaren uiteraard wijzigingen onderging, kondigt aan nog de nodige stukken in petto te hebben voor volgende delen. Dus elke vraag omtrent namen, die men gemist heeft, zal kunnen worden ondervangen door te verwijzen naar volgende delen. Maar in totaal zijn nu al 1600 levensbeschrijvingen opgenomen.

Namen

Wil men verder enige namen? Het trof me hoeveel mensenlevens de revue passeren, wier namen ons nog zeer aanspreken, een herinnering oproepen, bekend zijn. Tevens paseren vele namen de revue van mensen die 'ons' niet zeggen. Dat heeft dus te maken met de bekendheid, liever 'de enige betekenis', die zij hadden (subjectief gezien) in bepaalde andere kringen.

Willekeurig noem ik nu verder: Gerrit Achterberg (de dichter), Hendrik Algra (de vermaarde A.R.P.-senator), W. Banning en K. H. E. Gravemeijer (de mannen van het hervormd 'driemanschap' in de vijftiger jaren; K. H. E. Kraemer moet kennelijk nog komen? !), J. L. Bloem (de dichter), Max Eeuwe (de schaker), Eduard Flipse (de dirigent), prof dr. F. G. Gerretson ('Geerten Gossaert', de dichter), J. Slauerhoff (de dichter), Meijers Sluijser (de radiocommentator), dr. E. D. Spelberg (de VPRO-dominee, die van tijd tot tijd kerkte bij ds. J. T. Doomenbal), dr. M. J. een Uijl (de PvdA-voorman), prof dr. W. C. van Unnik (de bijbelgeleerde), Veningh Meinesz (de diepzeeduiker), S. Vesdijk (de literator), Jacqueline van der Waals (de dichteres van met name 'De laatste verzen G. E. van Walsum (de doorbraak-burgemeester van Rotterdam), 'Koningin' Wilhelmina, generaal Winkelman, Jan Wit (de dichter), Sam de Wolf (de communist), A. F. J. Portielje (de dierkundige), H. M. van Randwijk (de schrijver en verzetsman), Bernard Roolvink (de A.R.-politicus), Herman Gortzak (de C.P.N.-er), Groen van Prinsterer (toch óók nog in deze uitgave), J. Huizinga (de cultuurhistoricus), W. G. van der Hulst (de kinderboekenschrijver), A. M. de Jong (van 'Merijntje Gijzen O, C. Joh. Kieviet (van o.a. 'Dick Trom'), Marga Klompé (de sociaal-bewogen K.V.P. vrouw), A. J. Koeijemans ('Van ja tot amen\ Herman Gorter (van 'De mei").

Enkelen van de vele bekenden en ('onder ons') onbekenden!

Krenten

Hieronder volgen nu enkele krenten uit de pap, genomen uit de beschrijving van personen, die 'onder ons' meer of minder bekend zijn:

Jacqueline van der Waals (de in brede kring geliefde dichteres)

'Over het werk van Jacqueline van der Waals'is het oordeel nogal verschillend. Het is soms makkelijk om weinig gespannen, vriendelijk, rijmend en beschrijvend, zodat een fel criticus als Marsman zelfs van scheurkalenderpoëzie durfde te spreken. Dat is onbillijk, maar het is zeker waar dat in haar vroege gedichten niet veel van blijvende waarde is te vinden. Maar zij groeide in zeggingskracht, en haar late gedichten tonen veel meer kracht en spanning. Als het hoogtepunt van haar werk moeten de Laatse verzen worden beschouwd, geschreven toen zij wist dat zij sterven moest. Deze gedichten zijn, zoals Nijhoff opmerkte, bewonderenswaardig om hun volmaakte zuiverheid. Zelden of nooit is de aanvaarding van de dood op zo'n heldere wijze onder woorden gebracht. Zoals Nijhoff schreef: "De eenvoud van deze resignatie behoeft geen woord van uitleg. In zuiver water ziet men de bodem".'

Luitenant-Generaal L. F. Duymaer van Twist (o.a. ook lid hoofdbestuur Gereformeerde Bond)
'Samen met de eveneens kort daarvoor overleden F. S. Gerbrandy werd Duymaer van Twist door kamervoorzitter L. G. Kortenhorst herdacht in de vergadering van 19 september 1961 - de eerste zitting na het zomerreces. Hij werd begraven op "Ter Navolging" te Scheveningen, de begraafplaats waar ook G. Groen van Prinsterer zijn laatste rustplaats vond; Groen, die Duymaer als jongen nog in de Waalse kerk in Den Haag heeft zien zitten.

Duymaers betekenis als policitus moet, ondanks zijn lange zittingstermijn, niet overschat worden. Als vertegenwoordiger van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk was hij voor het meer behoudende deel van het a.r. electoraat dé aangewezen kandidaat, hetgeen wellicht voor een deel zijn vijfenveertigjarig kamerlidmaatschap verklaart. Als debater kon hij wel gevat en humoristisch zijn (wat versterkt werd door het inslikken van lettergrepen, hetgeen een onbedoeld komisch effect had), maar vooral in zijn houding ten opzichte van de sociaal-democraten liet hij zich te veel door onredelijke vooroordelen leiden, hetgeen hem bij de linkerzijde niet bepaald geliefd maakte. Met Kuyper onderhield hij vriendschappelijke betrekkingen, ofschoon beiden op kerkelijk terrein eerder tegenover elkaar stonden. Duymaer wees de mede door Kuyper geïnitieerde doleantie af en bleef zijn gehele leven de meest "rechtse" modaliteit in de Hervormde Kerk trouw. Zeer nauw voelde hij zich met Nederland en het Huis van Oranje verbonden: het "Leve de Koningin!" na het voorlezen van de troonrede op prinsjesdag was tientallen jaren een heilwens die uitsluitend door Duymaer van Twist werd aangeheven.'

Dr. K. H. E. Gravemeijer (secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk)
'Na zijn terugkeer als ambteloos burger te Wassenaar gevestigd, zette hij zich samen met zijn tweede echtgenote, die een grote liefde voor Israël koesterde en op haar landgoed jaarlijks een toogdag organiseerde voor Kerk en Israël, in voor het gesprek tussen synagoge en kerk en voor de stichting van de christelijke kibboets "Nes Ammim" in westelijk Galilea. In 1946 ontving Gravemeyer voor zijn werk tijdens de bezetting een eredoctoraat in de theologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. In 1952 verleende de universiteit van Pretoria hem een eredoctoraat als erkenning voor zijn inspanningen voor de kerk in Zuid-Afrika.

In de jaren vijftig en zestig geraakte hij gaandeweg geïsoleerd, eerst door zijn instemming met de Zuidafrikaanse rassenpolitiek, daarna door dat de naoorlogse kerkelijke en theologische ontwikkelingen niet strookten met zijn beginselen aangaande een Christus belijdende volkskerk op de basis van de Schrift en de reformatisch-gereformeerde belijdenis. Hij meende in de kerk steeds meer wat hij noemde: "de dwalingen van een humanistisch idealisme" te moeten signaleren. Gravemeyer was een der initiatiefnemers tot de uitgave van een door 24 predikanten ondertekende "Open brief' (31 oktober 1967) waarin uiting werd gegeven aan verontrusting over de "vermaatschappelijking van het heil" die huns inziens het oorspronkelijke reformatorische belijden steeds meer zou overwoekeren.'

Prof. dr. H. Visscher (hervormd-gereformeerd hoogleraar)
'Bij het aanbieden van het zogeheten "modusvivendivoorstel" in 1915 aan de Synode herhaalde Visscher in feite zijn visie van een aantaljaren eerder. Hij hekelde de hervormde kerk als volkskerk, waarin allerlei richtingen werden getolereerd. Het voorstel behelsde een onderverdeling van de kerk in modale gemeenten, onder het administratieve dak van de ene hervormde kerk. Dit zou de gereformeerde richting de mogelijkheid bieden tot echte geestelijke vrijheid, met uiteindelijk de terugkeer naar één Gereformeerde Kerk of - zoals Visscher haar bij voorkeur noemde - de "oud-vaderlandsche kerk". De Afgescheidenen van 1834 en de in 1892 ontstane Gereformeerde Kerken in Nederland zouden zich dan bij de hervormdgereformeerden van Visscher en de zijnen kunnen aansluiten; de Gereformeerde Gemeenten met hun meer gesloten karakter had hij daarbij niet uitdrukkelijk op het oog. Doordat het "modus-vivendivoorstel" na twee jaar nog steeds niet in reglementen was uitgewerkt, besloot de Synode in juli 1917 met een uiterst krappe meerderheid de kwestie niet verder in behandeling te nemen.

Nadat hij in oktober 1931 als gewoon hoogleraar vervroegd met emeritaat was gegaan, ten einde zijn leerling en geestverwant J. Severijn in staat te stellen hem op de volgen, werd Visscher in 1931 te Utrecht en twee jaar later ook te Leiden vanwege de Gereformeerde Bond benoemd tot bijzonder hoogleraar in de gereformeerde godgeleerdheid. Visschers relatie met de Gereformeerde Bond werd er in de loop der jaren echter niet beter op, en uiteindelijk bedankte hij op 1 juli 1937 voor het lidmaatschap van de Bond; drie maanden later beëindigde hij ook de beide bijzondere hoogleraarschappen.'

Ds. P. Zandt (hervormd gereformeerd predikant-politicus)
"Niettegenstaande zijn meer dan 35 jaar durend kamerlidschap is Zandt, op een enkele uitzondering na, nooit sterk op de voorgrond getreden. Ofschoon hij op de voor de SGP principiële vraagstukken volstrekt met Kersten harmonieerde en vooral diens anti-Roomse politiek na de oorlog voortzette, reikte zijn invloed niet zover als die van zijn voorganger. Daarvoor was Kerstens positie binnen de Gereformeerde Gemeenten ook veel dominanter dan de plaats die Zandt in de Nederlandse Hervormde Kerk innam. Tijdens de economische recessie van de jaren dertig nam Zandt een mildere positie in dan Kersten ten opzichte van de werklozen. Terwijl laatstgenoemde in feite uitging van het principe "wie niet werkt, zal ook niet eten" had zijn hervormde partij-en ambtgenoot meer aandacht voor de nood die erbij een groot gedeelte van de bevolking heerste. Zijn kamerredevoeringen, hoe principieel en consequent ook, leden onder het euvel soms volkomen buiten de vraagstukken van zijn tijd te staan. Een commentaar bij zijn overlijden in 1961 luidde dan ook: "In ds. Zandt daalt een typisch stukje oeroud Nederland ten grave" {Het Parool. 6-3-1961).'

Verleden

Mensen uit het ver-leden, reeds langer of korter óver-leden, passeren de één na de ander de revue. En velen zullen nog volgen. Een biografisch woordenboek legt de geschiedenis van mensen vast, voorzover ze op déze aarde 'enige betekenis' hadden. Ieder mens is echter een uniek schepsel Gods en is als zodanig door Hem gewild, en ook in deze wereld geplaatst met een opdracht. Daarbij is gerekend met onderscheiding in gaven en talenten.

Maar niet degenen, die dankzij bepaalde gaven en talenten vooraan stonden in kerk en samenleving, zijn in het Koninkrijk Gods de voomaamsten. Laatsten kunnen zelfs eersten en eersten laatsten zijn. Daarom zullen in dit biografisch woordenboek mensen ontbreken, die opgetekend staan in 'het Boek des Levens des Lams' (Openb. 20 : 12), al hebben ze in het oog van mensen 'geen enkele betekenis' gehad. In Gods oog hadden ze nochtans betekenis in het leven.

Er zijn immers mensen geweest, die als naamlozen hun leven in dedienst des Heeren hebben besteed. Daarvoor geldt het woord uit de Hebreeënbrief: Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en de arbeid der liefde, die gij aan Zijn Naam bewezen hebt, daar gij de heiligen gediend hebt en nog dient' (Hebr. 6 : 10). Namen van dezulken staan ongetwijfeld ook in dit biografisch woordenboek. Welke namen uit dit boek ook staan in 'het Boek des Levens'laten we over aan de Rechter van Hemel en Aarde. Dat geldt ook voor de vraag of ons leven 'enige zin' heeft gehad.

Het 'Biografisch Woordenboek van Nederland' onderstreept de relatieve betekenis ('enige betekenis') van vooraanstaande personen in Nederland. Als zodanig is het ten zeerste aanbevolen!

N.a.v. dr. J. Charité e.a. (red.), Biografisch Woordenboek van Nederland', uitgave Martinus Nijhoff,
's-Gravenhage, deel I t/m IV, ƒ 92, - per deel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

'Mensen van enige betekenis'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's