De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Als een eenzame mus op het dak

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als een eenzame mus op het dak

11 minuten leestijd

Jan Pieter Paauwe (1872-1956) Zijn leven, zijn werk en volgelingen

Van Theodorus van der Groe naar Jan Pieter Paauwe (6)

De kerk en de Kerk

Paauwe gebruikt voor de kerkelijke instituten het woord kerk, meestal met kleine letter geschreven. De ware gelovigen vormen de Kerk, met een hoofdletter. Aangezien niet alle kerkgangers tot de ware gelovigen behoren, heeft hij hen noch voor noch na zijn afzetting aangesproken als 'gemeente', maar steeds als 'mijn geachte toehoorders'. Was Paauwe een Labadist? Jean de Labadie (1610-1674) was Waals predikant te Middelburg, maar werd afgezet. Daarna stichtte hij een gemeenschap van louter wedergeborenen. De Labadie bleek een individualistisch aangelegd mysticus te zijn, die alleen in de kring van geheel gelijkgestemden kon leven. Paauwe had ook aandacht voor de individuele gelovige en trad op binnen een kring van geestverwanten. Maar hij trok niet de consequentie dat de Kerk uitsluitend uit wedergeborenen bestaat. Dit blijkt uit zijn separerende prediking. Hij maakt onderscheid tussen gelovigen en niet-gelovigen.

Paauwe heeft een vernietigend oordeel over de Nederlandse Hervormde Kerk uitgesproken: 'Degene, die één woord ten gunste van de Nederlandse Hervormde Kerk wenst te spreken, weet er niets van. Hij is van God niet geleerd, hij volgt z'n eigen zin, waar hij slecht mee terecht zal komen. Want de Hervormde Kerk is weg en zal nooit meer opstaan. Het is er mee afgelopen!' Paauwe deed deze uitspraak niet onnadenkend. Van tijd tot tijd kwam hij met deze mening. De komst van iemand die de Waarheid onversneden zou prediken, achtte hij, hoewel niet uitgesloten, zeer onwaarschijnlijk. De 'toehoorders' werden opgeroepen te blijven bij de leer die Paauwe bracht en zich niet te begeven onder het bedrog van een andere. 'Blijf bij deze leer, en als ze niet meer gepredikt wordt: met een goed boek thuis zitten en geen kerkdrempel overschrijden'. Paauwe was een grote vijand van afscheidingen: 'Ik kan u niet zeggen hoe ik afscheidingen verfoei!' Respect voor een gereformeerde gemeente heeft hij niet: 'Een "gereformeerde" gemeente is een verschrikkelijke gemeente' Daar hebben zij (namelijk de gereformeerden) "de Waarheid". Zij weten precies hoe het moet en hoe het is. Zij weten het en zij weten het niet. Zij weten het alleen niet, zij weten niets. Het is een vreselijke geest'.

Bezwaar

De kerkelijke positie van Paauwe stemt niet overeen met die van Van der Groe. Theodorus van der Groe had scherpe kritiek op het kerkelijk leven van zijn tijd. Hij wees afscheiding af. De gelovigen moeten in de kerk blijven. Geen separatie! Mij is niet bekend dat hij ooit heeft opgeroepen om thuis te blijven met een goed boek en niet meer een kerkdrempel te passeren. Ik weet wel dat Van der Groe in een eeuw van verval in leer en leven de gelovigen wees op hun plaats in de kerk. In een boze tijd moeten de predikers van het Woord oproepen tot bekering. Waakzaamheid is geboden om niet meegesleurd te worden door schijngeestelijkheid.

Maar Van der Groe heeft niet het laatste woord als het gaat om de vraag of bij gemis van de zuivere leer een gedrukte preek de levende Woordbediening mag vervangen. Gods Woord is de norm. De Schrift zegt in Romeinen 10 vers 17 dat het geloof uit het gehoor is. En het gehoor door het Woord van God. De Heilige Geest werkt door de prediking. Christus komt in het gewaad van de prediking tot de gemeente. Hij vergadert, beschermt en onderhoudt Zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord. Christus gaf opdracht tot de prediking. Predikers worden door God gezonden. Met gezag en autoriteit. God gebruikt de prediking om mensen tot geloof te brengen. Bij Zijn opdracht om te preken hoort deze belofte: 'Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld'. Christus is opgevaren naar de Hemel, maar naar Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons. Hij vervult telkens deze belofte waar twee of drie in Zijn Naam vergaderd zijn. Er blijft een kerk op aarde, omdat Christus als eeuwige Koning niet zonder onderdanen kan zijn. We kunnen de kerk vergelijken met de brandende braamstruik. De struik brandde, maar werd niet verteerd. De kerk kan soms zeer klein zijn. De Heere zorgt ervoor dat Zijn werk niet ophoudt. De profeet Elia klaagde: 'Ik alleen ben overgebleven'. De Heere antwoordde: 'Ook heb ik in Israël doen overblijven zevenduizend, alle knieën, die zich niet gebogen hebben voor Baal, en alle mond, die hem niet gekust heeft'. Elia sprak voorbarig. Wat hij niet wist, was God bekend.

Het oordeel van Paauwe over de Nederlandse Hervormde Kerk en de afscheidingen is aanmatigend. Zijn advies eventueel thuis een preek te lezen en niet naar de kerk te gaan keur ik uit gehoorzaamheid aan het Woord af Paauwe identificeerde zijn eigen weg met Gods weg. De visie over de kerk staat niet los van zijn bekering. Daarom riep hij de 'toehoorders' op in vervreemding van de bediening van het Woord en de Sacramenten te gaan leven. Volgelingen richten zich op een voorman met gezag. God roept gezaghebbers eens ter verantwoording. Paauwe nam met zijn uitspraken over de kerk een grote verantwoordelijkheid op zich. Ds. L. Vroegindeweij merkt op dat Paauwe zichzelf te absoluut stelt. 'Vaak is dit een karaktertrek. Helaas kunnen anderen daarvan de dupe worden.'

De Sacramenten

Het is moeilijk volgens Dros en Sjoer de positie van Paauwe ten aanzien van de Sacramenten te omschrijven. Want zijn gedachten over de doop zijn niet gemakkelijk weer te geven en bij het Avondmaal heeft hij niet altijd dezelfde handelwijze gevolgd.

Over het Avondmaal ben ik kort. Na zijn afzetting weigerde Paauwe het Avondmaal te bedienen. Gaandeweg kwam hij hierop terug. Eerst in Bennekom. Later in Den Haag. Voorwaarde tot deelname aan het Avondmaal was het 'bezitten' van het waarachtige geloof.

De auteurs stellen vast dat Paauwe het verbond zeer zelden in zijn overwegingen betrekt. In een preek over Handeling 1 : 4 en 5 van 20 mei 1926 las ik de notie van het verbond en spreekt Paauwe zich uit over de Doop. Hij noemt de Doop een belofte. Paauwe denkt dat bijna geen mens in zijn dagen dat meer weet. 'Als men eens vroeg aan de mensen van de verschillende kerken: Waarom laat gij uw kind dopen? ", dan zou het mij verwonderen als er één op de honderd, ja op de duizend, op deze vraag een rechtzinnig antwoord kon geven.' Vervolgens zegt hij dat de Doop een teken en zegel is van het Verbond der Genade. In de Catechismus en de Geloofsbelijdenis vinden we, dat God de Vader in Jezus Christus, Zijn Zoon door de Heilige Geest betuigt en verzegelt, dat Hij met ons een eeuwig Verbond der Genade opricht. De Doop is het Sacrament van de wedergeboorte. 'Door de Doop ontvangt de Kerk het teken en zegel, dat God haar een Vader wil en zal zijn in Christus Jezus, in Wie zij heeft de vergeving der zonde en de vernieuwing des levens; hetgeen betekent: e rechtvaardigmaking en de wedergeboorte, deze genomen als het beginsel van de heiligmaking. Hierom is het, dat de Schrift de Doop het bad der wedergeboorte en afwassing der zonden noemt. Deze twee zaken worden dus door de Doop betekend en verzegeld.'

Iemand deed in 1956 aan ds. Paauwe het verzoek om zijn kinderen te dopen. Hij kreeg een briefkaart waarop drie punten stonden:1. 's Zondags moest hij een preek van ds. Paauwe lezen. 2. Hij werd aangeraden zoveel mogelijk bij hem onder het Woord te komen. 3. Andere kerken mocht hij niet bezoeken. Het slot van de briefkaart was: Ik verzoek u binnenkort voor de dienst even bij mij te komen voor uw antwoord'. In een kort gesprek zei de indiener van het verzoek positief tegenover de eerste twee punten , te staan. Over het derde punt maakt hij deze opmerking: Ik weet niet of u dit wel vragen mag? ' Paauwe antwoordde resoluut: Zie het maar aan de weet te komen, ik moest het ook aan de weet zien te komen'. Dit voorval geeft een indruk hoe hij op hoge leeftijd de dooppraktijk hanteerde.

VOLGELINGEN

Wat gebeurt er met een groepering die bij het graf van Paauwe zong: 'Niet één profeet is ons tot troost gebleven? ' Sloot men zich aan bij één van de kerkgenootschappen waartegen de Haagse dominee zich zo fel kantte, volgde men een nieuwe leider of ging men thuis zitten met een verantwoord boek? In het tweede deel van hun onderzoek proberen de auteurs zicht te krijgen op de kerkelijke gang van de 'toehoorders' na de dood van Paauwe in 1956 tot nu toe. Zij geven antwoord op genoemde vragen.

'Paauweanen'

De volgelingen van Paauwe dragen tot op de dag van heden namen die verwjijzen naar hun eerste en enige voorganger: 'Paauweanen'. Deze term hebben ze niet zelfbedacht. Vaak maken ze zelfs bezwaar

tegen de benaming 'Paauweanen'. Buitenstaanders gebruiken de aanduiding 'Paauweanen' niet zelden in afkeurende zin. Een goed alternatief voor 'Paauweanen' is niet voorhanden.

In ruimere zin spreken we van 'Paauweanen' als we doelen op mensen die zich ooit door Paauwe aangesproken hebben gevoeld, in engere zin, als mensen met instemming — niet zelden naast dat van andere schrijvers — het werk van Paauwe lezen.

De 'Paauweanen' hebben een periodiek: Getuigenis der waarheid. Daarin vinden we preken met gebeden en catechisaties van Paauwe, aangevuld met werk van predikers uit vroeger tijden. De 'Paauweanen' draaien ook bandjes met preken van ds. Paauwe. Na het overlijden van Paauwe keerde een flink aantal 'Paauweanen' zich tot bestaande kerken. Paauwe had geen opvolger aangewezen. Toch sloot hij opvolging niet uit. Want God kon weer zorgen voor een prediker van Wet en Evangelie.

Thuislezen

Thuislezen is als zodanig niet uniek. Ook buiten de kring van de 'Paauweanen' zijn er groepen die thuis lezen. Paauwe heeft dus niet het thuislezen ingevoerd. Hij heeft die structuur gelegitimeerd. De schrijvers wijzen op de taaiheid van het thuislezen. Waarom zijn er volgelingen van ds. Paauwe die weigeren hiermee te breken? Zij zijn er stellig van overtuigd dat zijn boodschap als enige in Nederland de zuivere vertolkingvan de Heilige Schrift is. De prediking en het onderwijs van Paauwe werden als van Goddelijke oorsprong gezien. In de kerk is geen waarheid meer. Men is bang bedrogen te worden onder een valse prediking.

De heer D. J. Bastmeijer uit Den Haag zette zich in voor de kring van 'toehoorders' die 'thuislezers' werden. Hij deed dat op een zeer polemiserende manier. Volgens Bastmeijer maakt de Heilige Geest geen gebruik van een verwerpelijke en bedriegelijke prediking. 'Dat gezinnen opgroeien in de vervreemding van Doop en Avondmaal is erg, maar nog erger is voor eeuwig bedrogen te worden onder de valse prediking.' Bastmeijer hield doop en prediking onafscheidelijk bij elkaar. De consequentie voor hem was: Bij een valse prediking is de Doop waardeloos, omdat deze dan die valse prediking verzegelt.

Dros en Sjoer geven aan het eind van hun boek deze waarneming door: 'Vrij vaak vertelden mensen zoals uit "Paauweaanse" als daarbuiten dat velen in de wereld terecht zijn gekomen'. Hoewel zij daar geen onderzoek naar hebben gedaan, achten zij deze uitspraak aannemelijk. Dat verbaast mij niets. Thuislezen kan bijdragen tot secularisatie. Het afstand doen van prediking en Sacramenten leidt op een dwaalspoor.

Beoordeling

Het boek van L. F. Dros en N. J. P. Sjoer is objectief Dit is des te meer een compliment omdat in ieder geval Sjoer een 'oud-Paauweaan' is. De auteurs geven een juist beeld over ds. Paauwe. De toon is zelfs voorzichtig. De lezer kan op grond van wat medegedeeld wordt een conclusie trekken. Dros en Sjoer attaqueren niet en nemen Paauwe niet in bescherming. Ze schrijven waardig. Maar het niet uitoefenen van kritiek heeft ook een negatieve kant. Zo gaan we vrijblijvend om met een persoonlijkheid die duidelijke standpunten had. Het historisch gedeelte aan het begin van het boek geeft aan hen die Paauwe kennen weinig nieuwe dingen. Interessant is de informatie over de 'toehoorders' van Paauwe tot nog toe.

De bespreking van het theologisch denken van Paauwe vind ik mager. Ik mis de uitwerking van kernpunten zoals de aanbieding en de beloften. De lijn van Van der Groe wordt wel getrokken maar echte theologische verbanden komen niet aan de orde. Niettemin raad ik aan dit boek te lezen. U leert een eigenaardige predikant kennen over wie velen wel eens wat gehoord hebben, maar weinig kunnen zeggen. Behalve deze winst, wordt u uitgelegd waarom 'Paauweanen' nog steeds thuis lezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Als een eenzame mus op het dak

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's