Orthodoxie tussen verstarring en vervaging
'Een heel kerkverband is niet orthodox te houden, althans niet langer dan 100 of 200 jaar. Dat heeft de geschiedenis (van de Herv. en Geref Kerk) geleerd. Het is tragisch, maar het is niet anders. Dan is het beter dat eerlijk te erkennen en een kerk te maken, die ruimte laat voor verschillende vormen van-confessionaliteit. Wat we nu hebben is een kerk die in schijn de belijdenis handhaaft en het zich door die fictie volkomen onmogelijk maakt dat werkelijk te doen'.
Deze aandachttrekkende woorden zijn te vinden in een artikel van de gereformeerde dr. J. Vlaardingerbroek ("Over belijdenis en theologie') in het blad Credo van het Confessioneel Gereformeerd Beraad, dat geheel gewijd is aan de actualiteit van de belijdenis.
Wie kennis neemt van de geschiedenis moet Vlaardingerbroek gelijk geven als het om de feiten gaat, al valt bepaaldelijk af te dingen op zijn conclusie.
Al spoedig na de Reformatie voerden de gereformeerden in 'de kerk der vaderen' strijd met de remonstranten.
Nadere Reformatie was nodig, al kort na de Reformatie.
De belijdenisgetrouwe Gereformeerde Kerken zijn binnen een tijdsbestek van honderd jaar het belijdenisspoor volkomen bijster geraakt.
En ook in andere kerken, ontstaan door afscheidingen, ziet men na korter of langer tijd haarscheurtjes optreden, die zich verbreden en verdiepen kunnen tot kloven.
Kennelijk vervreemden telkens weer mensen van het orthodox-gereformeerde gedachtengoed. Ze zoeken het ruimer, ze ontdoen zich van wat zij noemen knellende banden. In het kader van kerkverlating vandaag mogen we ook dit verschijnsel dan ook zeker niet onderschatten.
Dezer dagen verscheen een boek van twee gewezen vrijgemaakt-gereformeerden, t.w. Aleid Schilder (dochter van wijlen prof drs. H. J. Schilder) en (prof dr.) Jan Veenhof, zoon van wijlen prof C. Veenhof, die zelf 'buitenverbander' werd. De veelzeggende titel van het boek is 'Van vrijmaking tot bevrijding'.
In dat boek komt de volgende uitspraak van Veenhof voor:
'De ethischen waren hervormde theologe wier grondpositie die der orthodoxie was maar die tegelijkertijd tegenover de heerschappij van het verstand en van de letter opkwamen voor een voluit persoonlijke, existentiële (ethisch betekent in dit verband in feite hetzelfde als existentieel) geloofsbeleving en voor een niet-fundamentalistisch ' omgang met de bijbel'
Deze uitspraak van Veenhof — typering vanuit zijn studententijd — staat ongetwijfeld tegen de achtergrond van de specifiek vrijgemaakt gereformeerde omgang met de belijdenis. Maar ze vraagt dunkt me ook breder en dieper aandacht.
Orthodoxie
Wat nu is orthodoxie en waar zouden factoren kunnen liggen, die de doorwerking of blijvende aantrekkingskracht ervan in de weg kunnen staan?
In de orthodoxie — hier de gereformeerde orthodoxie — gaat het om de rechte, dat wil zeggen de bijbelse leer. Recht-zinnigheid staat zo tegenover (het andere uiterste) vrij-zinnigheid. Maar tegenover vrijzinnigheid is niet alle recht-zinnigheid hetzelfde. In de mond van velen is 'vrijzinnig' soms een al te gemakkelijke kwalificatie geworden van al die stromingen, die niet hun eigen rechtzinnigheid vertegenwoordigen. Met goed recht valt echter te zeggen, dat die stromingen, die het klassieke belijden van de Kerk der eeuwen meebelijden, orthodox mogen heten, tegenover al diegenen, die de leer der Schriften als zodanig loochenen. In dat verband mochten en mogen de oud-ethischen orthodox heten. Prof Is. van Dijk, die zelf tot de ethische richting behoorde, heeft weliswaar gezegd, dat bij de ethischen 'ieder minzaam voor zichzelf spreekt', maar er was toch ook naast de ethisch moderne richting een Qihisch-orthodoxe richting.
Vanwege de strijd der richtingen in de Hervormde Kerk is het ongetwijfeld ook zó geweest, dat de gereformeerde orthodoxie ten opzichte van die ethische orthodoxie vaak ook in een min of meer afgegrendelde positie kwam. Vandaag moeten we overigens vragen waar de (nazaten van) de oud-ethische richting nog echt te vinden zijn. Maar wie de geschriften van Gunning sr., Chantepie de la Saussaye en Isaac van Dijk leest, moet zeggen, dat binnen die oud-ethische richting gedachten-goed bewaard is, waaraan ook de gereformeerde richting niet voorbij mag gaan.
Men zou deze richting als zodanig terugwensen binnen de kerk, als men daarmee ee tenminste vergelijkt wat de huidige middenorthodoxie nog aan theologie voortbrengt.
Elke kerkstrijd heeft het gevaar in zich, dat de ander als niet-orthodox wordt afgeschreven. Dat leert zelfs de 'kleine kerkgegeschiedenis' in de Gereformeerde Gezindte. De oud-ethische richting op z'n best herinnert ons eraan, dat het gereformeerd belijden ook ligt ingebed in het klassieke belijden van de kerk der eeuwen. Wat niet wegneemt dat er, inzake de gereformeerde belijdenis zelve, ook ingrijpende verschillen waren.
Beleving
Intrigerend nu is de opmerking van prof dr. J. Veenhof in het citaat hierboven, dat de ethischen zich hebben verzet tegen 'de heerschappij van het verstand' en opkwamen voor 'existentiële geloofsbeleving'. Ook al moeten we zeggen, dat die existentiële beleving, die aan de geschriften van bepaalde oud-ethischen vaak ook een zekere warmte geeft, in de breedte van de kerk zo goed als zoek is, mogen we vandaag toch ook nog wel de vraag stellen of hier raakvlakken liggen met de gereformeerde orthodoxie. Is juist niet de gereformeerde orthodoxie immers gekenmerkt door het element van beleving, als het goed is, van datgene wat beleden wordt? Zodra dat element van beleving — bevinding, religie van de belijdenis, geestelijk leven naar de belijdenis — gaat ontbreken, rest de pure verstandelijkheid.
Waar het beleven van mensen niet meer in het belijden wordt herkend (en omgekeerd), is er iets mis. In dat geval wordt orthodoxie orthodoxisme. Waar de leer tot 'heerschappij van het verstand' leidt, (ver)wordt de belijdenis tot discussiestof, stof voor polemiek. Zulk een ontwikkeling is aan de gereformeerde orthodoxie in de geschiedenis niet vreemd. Dat heeft ook vervreemding van de orthodoxie veroorzaakt.
Wanneer niet meer geestelijk getuigend en met overtuiging gesproken wordt vanuit het belijdend erfgoed van de kerk, komen we niet verder dan hete hoofden en koude harten. We mogen ons dan ook afvragen of gereformeerde orthodoxie vandaag ook nog gekenmerkt is door 'spiritualiteit', om dat belaste woord maar te gebruiken, die ook wervende uitstraling heeft naar buiten. Worden anderen er nog door aangetrokken? Of wordt de ene 'heerschappij van het verstand' overtroefd door een andere 'heerschappij van het verstand', namelijk vanuit die (niet-orthodoxe) kringen, die principieel eigen inzichten over de Schrift laten heersen.
Gereformeerde orthodoxie zal dunkt me alleen aantrekkingskracht houden wanneer deze doorademd is van het getuigenis des Geestes en doortrokken is van de geloofspassie, waarmee de vaderen tot belijden zijn gekomen. Gereformeerd belijden is er toch niet alleen voor de afweer maar ook voor het getuigenis, niet alleen negatief maar juist ook positief?
Conservatief
Hierbij komt dunkt me nog een tweede element. Als gereformeerde orthodoxie ligt ingebed in het belijden van de kerk der eeuwen, en daarbinnen gekenmerkt is door binding aan de gereformeerde belijdenis, in hoeverre heeft ze dan ook nog de spankracht om eigentijds te zijn? Wat is dan conservatief in de rechte zin? Wat wordt echt bewaard en hóé wordt het bewaard?
Wie van overtuiging is, dat we ook vandaag met het gereformeerd belijden midden in de tijd kunnen staan, behoeft geen enkel gezelschap te schuwen. Ik bedoel, dat, wanneer wordt deelgenomen aan de bezinning op de grote vragen, die vandaag aan de orde zijn, men frank en vrij aan die bezinning kan deel nemen, hóé confronterend het ook moge toegaan. Met een goede boodschap kan men het ook met een goed geweten doen.
Dat vraagt intussen, in de ontmoeting met 'de ander', maar niet minder ook in de doorvertaling van het gereformeerd belijden nu naar de jonge aankomende generatie, om een eigentijds taalveld, om zó het klassieke belijden ook voor vandaag te bewaren. Op die wijze kan dunkt me de gereformeerde orthodoxie alleen op de rechte wijze 'conservatief' zijn.
'In-principe' is met het gereformeerd belijden 'alles' gezegd, werd ooit in een beleidsnota van de Gereformeerde Bond opgemerkt. 'In-principe-alles', dat wil zeggen: vanuit het Sola Scriptura, de Schrift alléén.
Gereformeerd belijden vandaag kan echter toch niet betekenen, dat louter wordt herhaald wat in het verleden gezegd is. Ook die herhaling, vanuit het belijden inzake de klassieke leer der Schiften, moet geschieden. Maar de gereformeerde staat in het spanningsveld van eigentijdse kritiek daarop, van eigentijdse verschijnselen en een eigentijds levensklimaat ook, die het leven van mensen vandaag stempelen. De vraag is of we dan ook met het gereformeerd belijden nog in wisselwerking zijn met levende mensen vandaag, worstelend om hen te bereiken in een taal, die enerzijds kerk-taal, taal van de belijdenis mag zijn en moet blijven, en die anderzijds ontdaan is van onnodige ballast, die verhindert, dat de boodschap doorkomt.
En bovendien: komen ook alle zaken aan de orde, die de Schrift aan de orde stelt? Ik denk aan het thema navolging. Maar er zou meer te noemen zijn.
Vertaling
Ik geef een voorbeeld als het om taal gaat. Binnen de Gereformeerde Gezindte vandaag wordt terecht in brede kring gehecht aan de Statenvertaling. Niet in het minst omdat deze vertaling, wat het vertaalprincipe betreft, zo 'betrouwbaar' is: eerbied voor de grondtekst. Als zodanig werd de vertaling van het NBG van 1951 in brede kring niet ingevoerd, dit vanwege het compromiskarakter en hier en daar ook het parafraserend karakter ervan.
Van de weeromstuit echter werd hier en daar zelfs bezwaar gemaakt tegen de revisie van de Statenvertaling, die jaren geleden tot stand kwam. Nu kwam recent (vanuit de Driestar te Gouda) de klacht naar buiten, dat de Statenvertaling in toenemende mate ontoegankelijk blijkt te zijn voor veel jongeren vandaag. Jongeren grijpen naar 'Het Boek'. En dat is dan weer geen echte vertaling. Bepleit wordt nu een soort verklarende woordenlijst bij de Statenvertaling. Moet dat echter geen 'knoeiwerk' of half werk worden? Laat de Statenvertaling in ere blijven, in de vorm zoals die ooit gegeven werd. Maar de Statenvertaling op zich is niet heilig. Als ten aanzien van de vertaling van de Schrift binnen orthodox-gereformeerd kerkelijk Nederland alleen overwegingen van con servatisme hier een rol spelen, zou het kunnen zijn, dat jongeren van die 'orthodoxie', maar in het ergste geval van de Schrift vervreemd raken. Waarom dan niet een grondige(r) revisie?
Zou het als zodanig bovendien ook niet ons diep verlangen en ons gebed moeten zijn, dat de vertaling van de Schrift, die nu in voorbereiding is en waaraan ook wordt bijgedragen door enkele vertalers en supervisoren uit de Gereformeerde Gezindte, zó betrouwbaar zal zijn, wat de weergave van de grondtekst in hedendaags nederlands betreft, dat de aankomende generatie bij de Schrift bewaard blijft en — wannéér men nog niet afhaakt — ook niet de toevlucht neemt tot vertalingen, die geen vertalingen zijn?
Conclusie
De uitspraak van dr. Vlaardingerbroek, aan het begin van dit artikel geciteerd, mag tot nadenken stemmen. Als het in het verleden kennelijk al zo is geweest, dat de (gereformeerde) 'orthodoxie' het op den duur niet hield in de kerk(en), dan mogen we er zeker beducht voor zijn, dat dat vandaag in verhevigde mate het geval zal zijn. De oorzaken daarvoor moeten we maar niet allereerst of vooral (hoewel óók) bij de 'afvalligen' zoeken. De oorzaken moeten ook in eigen kring worden gezocht. Hoe verstaanbaar is wat we belijden? Hoe getuigend is ons belijden? Is nog bevindelijk wat we bevindelijk noemen?
Durven we de confrontatie nog aan? In hoeverre zijn we écht, existentieel bereid in te gaan op hedendaagse kritiek en vragen? Beter nog: is het ons een hartstocht om dat te doen?
Zijn we in staat het belijden van de kerk der eeuwen, en daarin het gereformeerd belijden, door te geven of volstaan we met 'bewaren'?
In het isolement ligt onze kracht? Jawel, in het isolement van het beginsel. Vanuit dat isolement behoeft men geen enkel gezelschap te schuwen, omdat de Geest ons leren zal wat we 'in die ure' spreken zullen. Orthodoxie tussen verstarring en vervaging! Terwille van een voluit gereformeerde kerk vandaag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's