Als een eenzame mus op het dak
Van Theodorus van der Groe naar Jan Pieter Paauwe (7, slot)
Vergelijking
In dit artikel vergelijk ik Paauwe met Van der Groe. De dood van beide predikanten gaf een groot gemis. L. G. C. Ledeboer zag Van der Groe als de laatste profeet. Bij het graf van Paauwe zongen zijn volgelingen: "Niet één profeet is ons tot troost gebleven'. Er zijn mensen die van zich laten horen tijdens hun leven. Nauwelijks zijn ze begraven en je hoort niets meer over hen. Door hun prediking spreken Van der Groe en Paauwe nog tot ons nadat zij gestorven zijn. Hun geestelijke nalatenschap heeft in onze tijd invloed.
Van der Groe en Paauwe zijn bekeerd toen ze al dominee waren. Eva van der Groe vertelt in haar 'Bekeeringsweg' over de bekering van haar broer. Een vrouw met een godzalige levenswandel is het middel geweest. Paauwe kwam in december van het jaar 1911 tot bekering. Hun bekering is van beslissende betekenis geworden voor de prediking en het staan in de kerk.
Overeenstemming is de houding tegenover de kerk. Beiden hadden kritiek op het kerkelijk leven en gingen niet voorbij aan de afval en de tijdgeest. Zowel Van der Groe als Paauwe wenste geen afscheiding. Toch is er een verschil. De eerste bleef met de gelovigen zuchtend en biddend in de kerk. De ander stichtte na zijn schorsing niet een kerk met een kerkeraad, maar vormde een kring met geestverwanten. Paauwe riep de 'toehoorders' zelfs op in vervreemding van de bediening van het Woord en de Sacramenten te gaan leven.
Frappant is de liefde van Van der Groe en Paauwe voor de Reformatie. Zij brengen geen nieuwe leer. Van der Groe las de Institutie van Calvijn en had veel respect voor de 'oude Theologanten'. Paauwe meende een vertolker te zijn van de leer van de Reformatie. Zij stelden vast dat men afgeweken was van de leer der Reformatie. Het verwerkelijken van de reformatorische idealen bracht hen in botsing met hun tijd.
Het hongeren en dorsten in hun tijd keurden Van der Groe en Paauwe af. Ze bedoelen hiermee niet het hongeren en dorsten naar Christus. Van der Groe zag het hongeren en het dorsten als ongelovige pogingen van de mens om de Heere tot genade en barmhartigheid te bewegen. Paauwe verwierp het hongeren en dorsten omdat het een afwijzen van Christus was. Gemoedsbewegingen zonder de geloofsvereniging met Christus rekende hij niet tot het leven van de genade.
Onophoudelijk pleitten Van der Groe en Paauwe voor het echte geloof. Het echte geloof is geloof in Jezus Christus. Een ander geloof is een waan. Want zo'n geloof in verenigt niet met Christus. De omschrijving van het geloof in Zondag zeven van de Heidelbergse Catechismus heeft de instemming van Van der Groe en Paauwe. Het vast vertrouwen is een wezenlijke eigenschap van het geloof Niemand kan zalig worden zonder kennis van de Persoon en de verdiensten van Christus. Zekerheid is inherent aan het waarachtig geloof
Rechtvaardiging
De rechtvaardiging door het geloof heeft bij Van der Groe een alles beheersende plaats. Wie hem op dit punt begrijpt, heeft de sleutel van heel zijn theologie in handen. Van der Groe heeft een heldere voorstelling van de rechtvaardiging gegeven en verschillende opvattingen in zijn tijd weerlegd. De Heilige Schrift en de kerkelijke formulieren waren het uitgangsppunt. Voor Paauwe staat of valt met de rechtvaardigmaking alles. Hij was overtuigd met zijn rechtvaardigingsleer de Heilige Schrift na te spreken en de boodschap van de Reformatie te herhalen.
Van der Groe stelde de bewuste geloofsvereniging met Christus centraal. 'Christus alles en Christus alleen' krijgt een reformatorische uitwerking. De wedergeboorte vloeit uit deze geloofsvereniging met Christus voort en volgt op het geloof Hierdoor komt de wedergeboorte heel dicht bij de rechtvaardiging te staan. Paauwe achtte de vereniging met Christus door het geloof absoluut noodzakelijk. Het geloof doet Christus in het hart wonen. 'Snijdt mij open en gij zult Christus vinden'. Langzamerhand ontstond bij hem een toenemende concentratie op het 'punt des tijds' van de rechtvaardiging. Het moment waarop de uitverkoren mens door het geloof in Christus gerechtvaardigd en wedergeboren wordt, is voor de zaligheid onmisbaar. Paauwe zag de wedergeboorte als vrucht van het geloof. De wedergeboorte volgt dus op de rechtvaardigmaking. De rechtvaardigmaking en de wedergeboorte zijn beide door het geloof en daarom op één en dezelfde tijd.
Van der Groe ging niet zo ver dat hij eiste dat iedereen het precieze ogenblik zou moeten weten dat hij uit de dood is overgegaan in het leven. Hij wilde mild met de mensen omgaan en hield niet graag iemand voor onvroom. Paauwe daarentegen legde het accent op de overgang van dood naar leven. Hierdoor profileerde hij zich en stond hij kritisch tegenover mensen die niet met Christus verenigd zijn.
De wedergeboorte en de heiliging werden door Van der Groe nauw aan elkaar verbonden. De wedergeborene is het nieuwe schepsel in Christus. Ook Paauwe leerde dat door de minste aanraking met Christus de opstanding van de nieuwe mens plaatsvindt. Vergeving van de zonden en vernieuwing zijn onafscheidelijk. Met het waarachtig geloof in Christus gaat gepaard de bekering tot God.
Van der Groe heeft zonder onderscheid het Evangelie aan elke zondaar gepredikt. Er is bij hem een gulle aanbieding van de Zaligmaker voor zondaren. De aanbieding van Christus is voor Paauwe van groot belang. De prediker van het Evangelie heeft een volmacht de Zoon van God aan te bieden. Bij Van der Groe is in de praktijk het Evangelie voor zondaren met bepaalde hoedanigheden. Want boetvaardigheid is een noodzakelijke voorwaarde bij elke belofte. Paauwe bleef consistent in het aanbieden van de Heere Jezus met al Zijn schatten en gaven. Hij wijst in zijn preken op de ernstige zonde van het ongeloof. Het ongeloof houdt ons van Christus gescheiden.
Van der Groe en Paauwe hebben in hun prediking gewaarschuwd tegen een verkeerd gebruik van Wet en Evangelie. De juiste kennis van Wet en Evangelie is beslissend voor de gehele theologie. Het ontdekkend werk van de Wet, met als vrucht de kennis van de zonde, wordt door Van der Groe opgevat als een voorbereidend werk van de Wet op de genade. Volgens Paauwe komt de mens buiten Christus eerst met de Wet van God in aanraking en dan met het Evangelie. Het begint met de Wet en niet met het Evangelie.
Van der Groe schenkt aandacht aan het werk van Gods Geest. Hij maakt verschil tussen het zaligmakend werk en het algemeen werk van de Heilige Geest. Uit angst voor inbeelding en nabootsing. Ook wordt zo het tijdgeloof ontmaskerd. Paauwe spreekt soms breedvoerig over de werking van de Geest in het leven van de nog niet tot bekering gekomen mens, met de nadruk op het onderscheid tussen 'waar' en 'vals' werk. Alleen de bijzondere werking van de Geest is zaligmakend.
In een uitgave van 'Getuigenis der waarheid' (een periodiek van de 'Paauweanen') vond ik een lijst met titels van boeken van Van der Groe die in de theologische boekhandel verkrijgbaar waren. De volgelingen van Paauwe menen dat hij in de leer volkomen overeenstemt met Van der Groe. Daarom kunnen zij de boeken van Van der Groe aanbevelen.
Volkomen overeenstemming?
Wie Paauwe met Van der Groe vergelijkt, kan onmogelijk overeenstemming ontkennen. Op veel punten is er overeenkomst. In het bovenstaande is dit aangetoond. De mening dat er volledige overeenstemming met Van der Groe is, gaat te ver. Die conclusie is meer een wens dan een benadering van de werkelijkheid. De verschillen tussen Paauwe en Van der Groe hebben te maken met het leggen van de accenten. Paauwe was zo overtuigd Gods Woord en de leer van de Reformatie zuiver door te geven, dat hij zijn theologisch denken bij de geestverwanten heeft ingescherpt. Met grote liefde worden in bepaalde kringen de namen van ds. Paauwe en ds. Van der Groe aangehaald. 'Bewonderaars' kunnen het eerste gebod van de Wet overtreden door predikanten te vergoden. Bovendien moeten we oppassen al te gauw te denken de theologie van iemand te kennen en te verstaan.
Anderzijds kan men zich door een zekere vooringenomenheid afkeren van ds. Paauwe en ds. Van der Groe. Die houding is afkeurenswaardig. Ook nu kunnen wij veel van hen leren.
Ik hoop dat de artikelen over Theodorus van der Groe en Jan Pieter Paauwe tot nadenken dwingen. Hun prediking vat ik samen met een zeer bekend gedeelte uit Johannes 1 : 29: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's