De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

11 minuten leestijd

Gereformeerde machteloosheid

Een aangrijpend aspect van Samen op Weg is de slechts geringe invloed die het gereformeerd belijden blijkt te hebben op hen die dit proces stimuleren en toejuichen. Niet minder ingrijpend is dat zij, die dit belijden zeggen te beleven als de meest zuivere vertolking van het bijbels spreken, niet de kracht hebben om dat ook over te dragen. Als een nauwelijks meer te stuiten opstomende mammoettanker nadert de SoW-kerk de haven van de eindbestemming. Wat blijft er van het gereformeerde karaktervan twee kerken die dit belijden in hun papieren hebben staan straks over? Naar de ontwikkelingen laten zien in de Hervormde kerk en in de Gereformeerde kerken, hebben we straks een eigentijdse volledig aan moderne aangepaste 'godsdienstige winkel' waar elk wat wils kan vinden en horen. De klanten die graag gereformeerde waar in huis halen, kunnen ook terecht in hoeken en gaten waar de oude waar(heid) nog in de aanbieding is. Maar naar buiten toe zal de 'SoW-kerk' geheel verbouwd zijn naar de eisen des tijds. In 1973 verscheen van de hand van prof. Graafland een boek met als titel "Waarom nog gereformeerd? ' en het eerste hoofdstuk daarin kreeg het opschrift mee 'Het einde van het gereformeerde christendom? ' Het vraagteken is uiteraard veelzeggend. Van de oecumene wordt door prof Graafland gezegd dat men wil komen tot één kerk, maar die kerk zal geen gereformeerde kerk zijn. Ze zal een christelijke kerk zijn en het eigen-gereformeerde zal in deze algemene christelijke kerk opgaan. Welnu, dat laatste zal voor het einde van de twintigste eeuw in vervulling gaan als de beleidsbepalers en de ingehuurde managers hun huiswerk op tijd klaar krijgen.

Waar blijkt toch de vitaliteit van het gereformeerde belijden in dit alles? En dan niet alleen binnen hiergenoemde kerken, maar ook breder? In het Nederlands Dagblad van 25 februari stond de bewerkte tekst te lezen van de openingsbijdrage die dr. R. Kuiper uitsprak op een minisymposium over 'De waarde van wereldbeschouwelijk denken' georganiseerd door het Centrum voor Reformatorische Wijsbegeerte bij diens afscheid als directeur. Hij opent zijn verhaal met de opmerking dat het gereformeerd protestantisme nimmer een enge horizon heeft gehad. 'Een open oog voor het christen-zijn in de wereld (Gods wereld) kenmerkt vanouds de gereformeerde levenshouding'. Volgens dr. Kuiper is kenmerkend voor de gereformeerde levenshouding dat men de wereld wilde herwinnen. Dat staat dan ook boven zijn verhaal als thema geschreven: De wereld herwinnen. Maar, aldus dr. Kuiper, juist daar ligt onze huidige zwakte als gereformeerde belijders.

Wat betekent dat: de wereld herwinnen? Niets anders dan heel eenvoudig opkomen voor Gods recht op alle terreinen van het leven. Dat is eenvoudig gezegd en moeilijk om te doen. Ga maar na. Over materialisme, consumentisme, over kerkelijke eenheid, over de mate van geloofsbevinding, over cultuuropdracht en pu­ blieke gerechtigheid kunnen we heel wat schrijven èn spreken, maar het lijkt er niet erg op dat we door de talrijke discussies veel vooruit komen. Dat is een probleem voor heel de gereformeerde gezindte. Als we allemaal in onze eigen toestand blijven en er geen persoonlijk, kerkelijk of wereldlijk terrein wordt gewonnen voor Christus, kortom: als er geen vrucht is, wat baat het ons?

Aan de wortel van deze problematiek ligt onze geseculariseerde houding. W. J. Ouweneel heeft er onlangs in zijn boek Godsverlichting op gewezen dat secularisatie 'Bijbelgetrouwe' (gereformeerde en evangelische) christenen beslist niet voorbijgaat. Secularisatie toont zich in ontkerkelijking en een terugdringing van de christelijke inbreng in onze cultuur. Maar ten diepste is het een houding waar we allen mee behept zijn: we hebben God niet meer nodig. We hebben God niet meer nodig voor ons dagelijks brood, voor onze maatschappelijke of sociale zekerheid of voor onze persoonlijke of kerkelijke behoeften. We hebben alles al.

We moeten dagelijks bidden en vechten om deze zelfvoldane houding in ons niet te laten overheersen. Het ernstige van deze houding is dat we ook Gods normen en wetten voor heel ons leven niet meer opmerken. Daarmee bedoel ik niet dat we van de Schrift vervreemd raken — gelukkig niet! — maar wel van een werkelijkheid waarin God ons toespreekt. Dat is pas 'Godsverduistering'. Weten we ons nog omringd door die Goddelijke werkelijkheid? Wanneer het "boek van de natuur' (NGB, art. 2) in onze ogen uiteindelijk ons eigen maaksel is, ontdekken we niet meer wat daarin over Gods werkelijkheid te lezen valt.

Concreet toegepast: als we menen dat we voor onze broodwinning afhankelijk zijn van de wetten van vraag en aanbod en als dat dan vervolgens onze overtuiging wordt, zullen we de gevoeligheid verliezen voor de normativiteit van sociale rechtvaardigheid, goed beheer en rentmeesterschap. Niemand straft ons wanneer we in ons hart een keiharde kapitalist worden, maar de schepping lijdt onder zulk antinormatief gedrag. We verliezen dan terrein en maken ons ongeschikt om de wereld te herwinnen.

Nog een voorbeeld: als we menen dat wijzelf het heft over ons leven in handen hebben, dat wij ons christelijk en kerkelijk en persoonlijk leven kunnen ontwerpen, zoals we dat willen, dan zal de gevoeligheid voor Gods werk in onze geschiedenis verdwijnen. Is 'Gods Hand' niet iets heel ouderwets? Wanneer we maar wat grinniken om die zware dominees die in de 'watersnood' een 'oordeel' zien, dan is er meer weggepoetst dan een theologisch accentje. Dan maken we ons ongeschikt om de wereld te herwinnen.

Het probleem komt hierin openbaar: we kunnen als gereformeerden de wereld niet herwinnen omdat we zelf zo aangepast, zo wereldwijs, zo cynisch, zo geseculariseerd zijn. Kuiper bepleit dan een nieuwe toepassing van het bijbelse woord 'vreemdelingschap'. Want niet zij die al in de wereld gesetteld zijn en die bij de wereld horen, zullen de wereld herwinnen, maar zij die 'vreemdeling' zijn in de wereld. Daar ligt volgens dr. Kuiper het geheim van christelijke cultuurarbeid.

Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat deze vreemdelingschap voor ons moderne mensen iets ambivalents is. We willen het misschien nog wel, maar kunnen het vaak zo moeilijk waarmaken. Hoe zullen we iets zeggen over een betere, meer sociale en rechtvaardige wereld als we tegelijkertijd zien dat we er zelf ook niet in slagen iets dergelijks voor elkaar te krijgen Is de praktijk niet heel wat weerbarstiger dan de leer?

We willen wel opkomen voor een beter milieu, ons afval gescheiden inzamelen, misschien de auto wegdoen, maar tegelijkertijd blijven we consumenten en producenten van al dit spul. Hoe kun je radicaal kiezen, als er eigenlijk geen keus is? Moeten we dan maar niet de raad van Prediker ter harte nemen en niet al te rechtvaardig en wijs willen zijn?

Vaak zijn we zo bevangen door al dit soort dilemma's, dat we maar helemaal geen keus meer maken. Kiezen is in een wereld die duizelt van de complexiteit een probleem geworden. Wat is waarheid, wat is wijsheid? Worden we bovendien niet bedreigd door allerlei ondoorzichtige omwentelingen op het publieke terrein: identiteitsbedreigende schaalvergrotingsprocessen, allerlei efficiëntie-operaties, de opmars van geliberaliseerde moraal op medisch-ethisch en op sociaal-economisch gebied, de 24 uurseconomie?

Kiezen is moeilijk maar niet-kiezen is dodelijk. Mijn zorg — en niet alleen de mijne — is dat veel christenen niet meer kiezen, het hoofd al in de schoot hebben gelegd en zich overgeven aan een geleidelijke culturele aanpassing. Niet kiezen betekent dat we onze vreemdelingschap verliezen. Sluipenderwijs nemen allerlei normen die in de wereld gelden het initiatiefin ons leven en samenleven over. Er is al veel verloren gegaan doordat we in onze sociale, wetenschappelijke, journalistieke praktijken bijvoorbeeld allereerst professioneel willen zijn. Professioneel betekent hier de aanpassing aan de normativiteit zoals die nu eenmaal in een beroepsgroep, een sector of aan de universiteit heerst. We raken steeds meer thuis in een wereld waarin je vooral niet met je geloof moet aankomen en waar de zakelijkheid of de wetenschap of de technocratie of bureaucratie de dienst uitmaakt, maar geleidelijk aan raken we minder gevoelig voor de normen die we 'van thuis' meekregen. We accultureren.

Ondanks alle preken en pleidooien dat de zondag bij de maandag hoort, dat we het 'geestelijke' niet van het 'gewone' moeten scheiden etc. is het proces in volle gang waardoor wij moderne (geseculariseerde) burgers steeds meer vreemdeling worden in eigen huis. Prof W. van 't Spijker heeft eens in De Wekker het tafereel geschetst van reformatorische kerkgangers die 's zondags niets anders dan het degelijk-ouderwetse geluid willen horen, maar na de dienst op het kerkplein hun hypermoderne Mercedessen vol elektronische snufjes met hun afstandsbediening in een schot openen. De cultuurshock wordt nauwelijks gevoeld, maar is op den duur dodelijk.

Terwijl we alles op alles zouden moeten zetten om in een tijd van secularisatie de wereld te herwinnen (te beginnen bij onszelf), doen we eigenlijk precies het omgekeerde. We trekken ons in onze eigenlijk religieuze activiteit terug op eilandjes: kerkelijke, politieke en maatschappelijke eilandjes, maar ook eilandjes van ervaring, bevinding, subjectieve beleving. De uitersten raken elkaar: zowel de extreembevindelijke houding als de extreem-evangelisch-charismatische houding behelzen beide een terugtocht uit de wereld. Minder extreme vormen doen zich in alle kerken voor waar de 'ervaring' tot hèt kenmerk van geloven wordt verheven.

Kuiper betreurt het dat ook het reformatorische geïnstitutionaliseerde leven lijdt aan blikvernauwing en horizonverenging. Er wordt met ingehouden triomf gesproken over de 'reformatorische zuil', alleen maar bedoeld als een beschermende wal tegen verkeerde invloeden van de wereld. Maar men heeft niet in de gaten 'dat het kwelwater van de geseculariseerde levenshouding intussen toch onder de dijk doorsiepelt'.

Christelijke organisaties zijn nooit op hun best geweest wanneer ze alleen maar bescherming wilden bieden. Het waren vanouds instrumenten om een christelijke levens-en wereldbe-

schouwing uit te dragen en daarmee de wereld te herwinnen. Maar waar men zichzelf als 'zuil' of als 'minderheid' met een eigen 'identiteit' verstaat, en reeds daardoor in terminologisch opzicht zich gewonnen heeft gegeven, is de devaluatie al ingetreden. Dan is het gevaar levensgroot dat het inderdaad nog maar om het 'onder ons' zijn gaat, om de 'eigenheid', om de 'waarden en normen', zoals 'wij' die willen zien. Maar dat zijn allemaal onze eigen projecten die vaak zo onvruchtbaar blijken te zijn als we de wereld willen herwinnen.

Hoezeer we hierin te maken hebben met onze eigen behoeften aan veiligheid, bescherming en beschutting, blijkt uit de enorme verstarring die met deze ontwikkeling gepaard gaat. Terwijl we aan de ene kant bloot staan aan de invloeden van de moderne samenleving, verwachten we tegelijkertijd dat alles in eigen kring blijft bij het oude. Pas dan voelen we ons veilig bij alle veranderingen die over ons heen stormen. De 'oude schrijvers' krijgen meer autoriteit dan ooit. De oude zienswijzen mogen niet worden losgelaten. Andere kerken of groepen van mede-christenen verdwijnen verder dan ooit uit beeld.

Dit proces van verstarring en verstening doet zich in zekere mate in heel de gereformeerde gezindte voor en bevestigt alleen maar de tegelijkertijd plaatsvindende acculturatie. Wanneer sommige terreinen niet meer zo sterk on-' der het beslag van het geloof komen te liggen, wordt de 'eigenheid' op andere terreinen extra geaccentueerd. Daarmee raken we af van het gereformeerde ideaal de wereld over de volle breedte te herwinnen. In feite doen we niet anders dan andere minderheidsgroepen die een sterke drang hebben om te accultureren. Deze ontwikkeling heeft zich in het verleden bijvoorbeeld ook afgespeeld bij de zich assimilerende joodse volksgroep. Terwijl de verwereldlijking voortschreed, werd het rabbinaat strenger: 'Der Rabbi muss fromm sein'. Willem Bilderdijk, zo wordt gemeld, betreurde deze verwereldlijking van het jodendom, omdat op deze wijze de 'messiaanse hoop' bij hen uitdoofde. Bij het gereformeerd protestantisme, eenmaal teruggedrongen in een 'subcultuur', zou er meer uitdoven: het besef dat de aarde en haar volheid van de Heere is. Het is van groot belang de verstarring en de terugtocht in eigen kring als baken in zee te gaan zien.

Een subcultuur, inderdaad. Eigen kringetjes worden gevormd en de wereld wordt prijsgegeven. In zijn bespreking van dr. Ouweneels studie over Godsverlichting en Godsverduistering in ons blad heeft prof. Graafland m.i. terecht de vinger gelegd bij de geringe werfkracht van het gereformeerde belijden en beleven onder ons volk. Maar niet alleen onder ons volk, ook en juist onder onze eigen mensen. Wij hebben onder ons de laatste jaren gedwongen door onze kerkelijke positie geweldig veel tijd en geestelijke energie gestoken in het vruchteloze proces van Samen op Weg. Avonden en soms dagen vergaderd en overlegd en intussen is de innerlijke uitholling en geestelijke afbraak van onze eigen gemeenten volop voortgegaan. Wie van onze jongeren en wie van de meesten onder onze kerkgangers liggen echt wakker van SoW vanwege de principiële kanten aan deze kwestie?

We zouden er beter aan doen tot diepgaande bezinning te komen op het geestelijk gehalte van onze gemeenten. 'Verlegen om een geestelijke opleving' is de titel van een brochure in april 1994 door het hoofdbestuur uitgegeven. Maar zijn wij daar werkelijk om verlegen? Of vinden wij (predikanten, kerkeraden, gemeenteleden) eigenlijk nog steeds dat het wel goed gaat onder ons? Die laatste houding en gesteldheid kon ons nog weleens meer bedreigen dan een proces als SoW waar we m.i. terecht absoluut geen heil van verwachten voor het geestelijk welzijn van onze kerk en ons volk. Zelfgenoegzaamheid is het meest dodelijke gevaar dat altijd de christelijke gemeente heeft bedreigd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's