De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

Uit het boek van Hans Poley, Ten Boom, è Dieu, uitgave Novapress, Apeldoorn (zie de rubriek aankondigingen) de volgende passages over de oorlogsperiode; opgetekend vanuit de ervaring van een onderduiker:

'Via de radio werden de stemmen van de BBC nieuwslezers, zoals Alan Howland, Frank Phillips Bruce Belfridge ons even vertrouwd als de stemme van goede vrienden, die je kon geloven. We putte moed uit de beeldende taal van "Jan Moedwil" in de Vlaamse uitzendingen en uit de commentaren van onze eigen Den Doolaard van Radio Oranje. Elke d stak Londen ons weer een hart onder de riem: "Hoe donker de dag, en hoe zwaar ook de scheiding we zijn wéér een dag dichter bij de bevrijding!" En nooit vergeten we de steeds herhaalde waarschuwing, de actuele variatie op Reynaert de Vos:

"Wanneer de mof is arm en kaal
Zo spreekt hij zeer bescheiden taal.
Maar als hij komt tot hoger staat
Zo doet hij God en mensen kwaad..."

Er was een "geheime" zender, "deFlitspuit". We hebben er nooit goed hoogte van kunnen krijgen, of die uitzond in ons eigen land, onder de neus van de bezetter, of vanuit het veilige Engeland. Maar hun wekking tot verzet vond altijd gretig gehoor (als de stoorzenders niet teveel in de weg zaten!):

"Duitse luizen in Hollandse huizen:
Ze moeten er uit! Neem de Flitspuit!" 

We hielden allemaal de tijd voor "het nieuws" goed in de gaten: dat was belangrijker dan de meeste andere dingen. Maaltijden en huishoudelijke werkzaamheden moesten voorbij zijn op de tijden van het nieuws.

Ik reageerde mijn frustraties af op mijn schrijfmachine, door grote hoeveelheden illegaal materiaal te vermenigvuldigen. Via mijn ouders ging dat de deur uit, het ondergrondse leven in. Ik werd heel stil toen ik het nummer van "Het Parool" in handen kreeg (van 10 sept 1943), en daarin het onovertroffen vers "Eenzaamheid" vond. Het liet mij niet los, dat lied van verdriet om de geliefde die de deur uitging en nooit wéérkwam; om de laatste kus, de laatste glimlach, de laatste groet, om het nooit eindigende verlangen van het Joodse hart naar het weerzien van hen die weggevoerd zijn naar Babylon... in de eeuwigheid:

Eenzaamheid

Een Joodse vrouw, innig gelukkig getrouwd, gaat uit... en keert niet weer: Razzia, opgepakt, Westerbork, Polen... Haar man, geen dichter, tracht uitdrukking te geven aan zijn verdriet. Voor ons ligt een klaagzang, zoo aangrijpend, zoo ontroerend, dat wij bij het afdrukken schroom gevoelen. Hoort hier het lied, dat in millioenen mensenharten thans opwelt, zijn loop begint:

Je lippen, die ik heb gekust
Je haren, donker en verward
En dan je hart, je jonge hart,
Waaraan 'k zoo heerlijk heb gerust...

Ik denk: het heeft zoo moeten zijn.
Soms is 't, alsof je bent gestorven.
Wie weet, hoe ver, in leed en pijn
Wij zullen hebben rondgezworven.
Voordat wij weer tezamen zijn.

Een lentemorgen trad je uit ons huis,
In een dun bloesje, zonnig en tevreden
En geen van beiden hoorde 't zacht geruis
Of zag de vale schaduw neergegleden
Van 't noodlot wiekend boven 't jonge hoofd.
Dat glimlachend zich eens nog naar me wendde...
Ik heb een ganse nacht en dag geloofd
Dat ik die vlotte, lichte tred herkende
En toen niet meer
Toen kwam het formulier
Met naam en stempel, nummer van barak.
Verzoek om warme kleren.
Ach, toen brak Mijn hart natuurlijk niet.
Mijn ogen zagen Jou ergens ver, aan een rivier
Van Babylon de slavenketen dragen.

Dan rijst in het menschenhart het zwaar verlangen om te gaan tot de verlorene, en de herinnering aan sprookjes uit de kinderjaren spreekt:

Had ik van Aladdin de wonderlamp.
Het zweeftapijt van kaliefs en sultanen.
Ik zou een weg mij door de wolken banen.
Totdat ik neerstreek in je Jodenkamp.

Mijn armen zouden je zo vast omsnoeren.
Alsof ik je niet los meer laten kon
En door de sterrenluchten zou 'k je voeren
Naar 't eiland van Epipsyobidios:
Ofplid, Ogygia, vergeten stranden.
En daar zouden wij rusten bij elkaar
En dan zou ik je kussen: eerst je handen.
Waarmee je hebt geboend' gedweild, geschrobd.
Kannen geschuurd, de vuile was gesopt;
Je handen eerst En dan je donk're haar

Ach! Wie zegt dat er nog een weerzien is? Wie weet niet, dat de folteringen ginds één doel slechts kennen: af snoering van den levènsdraad, vaak maar zoo kort gesponnen? En toch wie zou kunnen leven zonder hoop?

Misschien mag ik nog eenmaal vinden
Het oord, dat mij eens scheen beloofd,
Waar zacht en spelend gaan de winden
En rijp en geurig hangt het ooft.
En zij, die ik zo diep beminde
Mij strelen zal het moede hoofd.

De laatste kus duurde één seconde:
Het afscheid tussen jou en mij.
't Gleed in 't contact van onze monden
Vluchtig, een glimlach kort, voorbij
Peinzend de trage gang der uren
Op het weerzien, dat mijn hart verbeidt.
Weet ik nu reeds, hoe lang zal duren
Onze eerste kus: een eeuwigheid...

(Uit: Het Parool, 10 sept '43)

VERMENIGVULDIGEN EN DOORGEVEN.

Mijn kopie (1943) van het illegaal verschenen gedicht "Eenzaamheid" (naar later bekend werd van dr. J. Presser). Het is op onze schrijfmachine vele malen vermenigvuldigd en daarna verspreid.'

Uit 'Herinneringen uit mijn leven'van dr. J. H. Gunning JHzn. (1858-1940) de volgende citaten over bekenden in het ouderlijk huis:

Ds. D. Chanpetie de la Saussaye (1818-1874)

'Wanneer ds. Chantepie de la Saussaye bij ons kwam, lag er 'n bijkans bovenaardsche blijdschap op vaders gelaat en als deze hoogvereerde vriend met ons aan den disch aanzat, had vader voor geen onzer woord of oog. Ik heb dien lieven man maar heel zelden zien schreien, maar toen prof De la Saussaye gestorven was, vloeiden zijn oogen over van tranen. Die beurt in de Kloosterkerk, toen professor De la S. voor vader preeken zou en hij in zijne plaats optrad met de tijding dat die groote leermeester en voorganger plotseling gestorven was, zal ik nooit vergeten. Vader was letterlijk gebroken'.

• Dr. Allard Pierson (1831 - 1896)

• Dr. Allard Pierson (1831 - 1896) 'Ook Allard Pierson was een van zijne meest geëerde vrienden. Ik zie hem nog duidelijk vóór mij met dat ééne afwijkende oog en met zijn beminnelijken glimlach. Als hij kwam drong zelfs vader — die er anders nooit aan dacht! — er op aan dat alles in de puntjes in orde zou zijn, vader trok zijn beste kleeren aan en genoot van het begin tot het einde van dezen voornamen gast. "Johan, een schatrijke geest een man, die nu letterlijk alles weet en goed weet".'

• Dhr. Hugenholtz

'Een zekere heer Hugenholtz uit Rotterdam, een totaal verlamd man, die ook zijn tong niet beheerschen kon en daardoor bijkans onverstaanbare geluiden deed hooren, kwam af en toe met zijn huisknecht op bezoek. Hoe hij uit Rotterdam in de Nobelstraat of op de Paviljoensgracht levend aankwam, is mij een raadsel. Hij was letterlijk één klomp hulpeloosheid en ellende, maar een man met een helder hoofd en een nobel hart. Vader hield veel van dezen vromen Christen en wijdde dan een geheelen dag aan hem.'

Uit het bij Ambo, Baarn, recent uitgegeven boek van Mineke Schipper 'Een vrouw is als de aarde' ('Afrikaanse spreekwoorden en zegswijzen over vrouwen') de volgende gezegden:

• Een vrouw en de hemel zijn niet te begrijpen. (Gikuyu, Kenya)

• De man is het hoofd van het huis, maar de vrouw is het hart. (Gikuyu, Kenya)

• Vrouwen zijn er in twee soorten: zij die je verrijken, en zij die je verarmen. (Fulfulde, Senegal) (= 'Er bestaat een goede huisvrouw, serieus en spaarzaam; maar ook een verkwistende en onachtzame, die haar echtgenoot ruïneert als hij geen orde op zaken stelt.')

• Een moedermuis maakt haar eigen buikje niet rond. (Tonga, Zambia) [= 'Een moeder is altijd zo met haar kinderen bezig, dat ze zichzelf vergeet en zelfs de allerkleinste beetjes voedsel die ze krijgt, met hen zal delen. Ze zal zelf nooit echt aan haar trekken komen.']

• Als je je schaamt voor je oude vrouw, dan slaap je in je eentje. (Baule, Ivoorkust) [= 'Doe wat je goeddunkt, en laat de mensen praten.']

• Schoonheid is een lege kalebas. (Kundu, Kameroen) [= 'De buitenkant kan mooi zijn, de binnenkant, leeg.']

• Veel geboorten, veel begrafenissen. (Gikuyu, Kenya) [= 'In de familie waar veel kinderen zijn, moetje ook veel verdriet verwachten.' Mensen die veel zaken doen, moeten ook op tegenslag rekenen.]

• Een vrouw is een bron waarin alle kalebassen breken. (Kameroen)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's