Eerstgeboorterecht dreigt te worden ingeruild voor schotel linzenmoes
Twee hervormde denklijnen inzake 'Israël, volk, land en staat'
De Nederlandse Hervormde Kerk gaf zich als eerste kerk in de wereld in haar kerkorde grondig rekenschap van de verhouding van de kerk, en daarin van zichzelf tot Israël. In de kerkorde van 1951 werd in het artikel over het apostolaat gesteld, dat de kerk het gesprek met Israël zoekt, om haar vanuit de Schrift te betuigen dat Jezus is de Christus. De zendingsgedachte liet zij achter zich vanuit het gegeven, dat de kerk ten opzichte van Israël vanwege het Oude Testament in een geheel andere relatie staat dan ten opzichte van de andere volkeren. De kerk is als wilde loot ingeënt in Israël als de tamme olijf (Rom. 11). Maar het getuigenis aangaande Christus stond recht overeind. Later is dit kerkordeartikel gewijzigd — onzes inziens te sterk afgezwakt — in die zin, dat de kerk voortaan het gesprek met Israël zoekt 'inzake het verstaan der Heilige Schrift, in het bijzonder betreffende het Koninkrijk Gods en het getuigenis dat Jezus is de Christus.' Door het zó te formuleren wilde intussen de Hervormde Kerk nog verder uit de buurt van zending blijven en wilde men het unieke van Israël alleen nog maar méér onderstrepen.
In 1970 gaf de synode een geschrift uit, dat ook inging op de kwestie van het land en de staat Israël. In het geschrift Israel, volk, land en staat werd gesteld, dat Israël recht heeft op het land van de vaderen vanwege de zogeheten 'landbelofte', ooit gegeven aan Abraham (zie o.a. Genesis 17). Afgeleid van die landbelofte heeft Israël ook recht op een staat in dat land. Wat is immers een volk in een land zonder staatkundige ordening! Geen staatbelófte dus, maar wel een staat als logisch gevolg van het feit, dat joden een bijbels recht hebben op het land Palestina.
Dit geschrift heeft landelijk en internationaal breed aandacht getrokken en ook scherpe kritiek ontmoet. Het geding tussen Israël en de Palestijnen over bezit van het land heeft echter ook in de Hervormde Kerk zelf de polarisatie op dit punt aangejaagd. Deze polarisatie werd nog verder versterkt door de wijze, waarop bijvoorbeeld de Raad van Kerken met deze problematiek omging. Ooit werd een brochure van een door de Raad ingestelde werkgroep 'Israël en de Palestijnen' door het hervormd moderamen afgewezen vanwege de eenzijdige pro-palestijnse inhoud en toonzetting. Aan Israël werden in dat geschrift zelfs nazipraktijken toegeschreven. Met name in het hervormd werelddiakonaat laaiden de discussies van tijd tot tijd hoog op. In de tijd van mijn lidmaatschap heb ik actief aan die discussies deelgenomen. ,
Herbezinning
In 1988 heeft de hervormde synode vanwege de uiteenlopende visies derhalve een commissie ingesteld, die tot een herbezinning moest komen over de inhoud van 'Israël, volk, land en staat'. Die commissie werd samengesteld uit leden van de 'Raad voor de verhouding van Kerk en Israël' (dr. H. Vreekamp en mevr. ds. L. W. van Reijendam-Beek, later ds. G. J. Venema), de 'Generale Diakonale Raad' (drs. G. Boer en H. Biersteker) en het moderamen van de synode (dr. K. Blei en mevr. ds. J. M. de Boer-de Leeuw), aangevuld met nog een vertegenwoordiger van de Gereformeerde Kerken (mr. L. J. van der Burg).
Welnu, de samenstelling van deze commissie betekende — objectief gezien — vragen om moeilijkheden. Een rapport, dat nu ter bespreking op de synode voor ligt, is daarvan een klaarblijkelijk bewijs. Na 38 keer vergaderen is de commissie er niet uitgekomen. Een deel van de commissie bleef bij de uitgangspunten van de nota van 1970. Een deel ging op een andere toer, namelijk die van 'het lijden van het Palestijnse volk'.
Welke commissieleden achter welke denklijn zitten is onzes inziens duidelijk. Men ging in de commissie kennelijk appelen met peren vergelijken en kwam tot een nota, die naar onze mening geen 'voortgaande bezinning' is maar een stap achteruit betekent. 'Het diakonaat' laat zich kennelijk in theologisch opzicht niet op de lijn brengen van 'Kerk en Israël'.
Underdog
Het is niet mogelijk in het kader van één artikel in te gaan op alles wat de nota biedt, met name bijvoorbeeld ook in een viertal bijbelstudies. Ik beperk mij tot de 'nieuwe' lijn, die door de critici van de nota 1970 inzake de landbelofte in dit stuk wordt getrokken, met name omdat die lijn het sterkst wordt geprofileerd en het kennelijk de bedoeling is deze óók ter harte te nemen.
Zeer aanvechtbaar is deze denklijn, die geheel opkomt uit politieke motieven in de Middenoostenkwestie. Men kiest hierbij voor de nu onderliggende partij, de palestijnen, in aansluiting bij de bevrijdingstheoloog Naim Stifan Ateek. Deze stelt, vanuit zijn visie op gerechtigheid (in het boek 'Recht en gerechtigheid), in feite, dat Palestina aan de palestijnen toebehoort, maar dat de palestijnen — omdat er nu eenmaal geen weg terug meer is — bereid moeten zijn aan de staat Israël gastrecht te verlenen. Bij Ateek is er in feite ook een sprake van een landbelofte, namelijk voor de palestijnen, die hij echter louter op gerechtigheid baseert.
Intussen moet men wel weten, dat Ateek, samen met alle christenen in het Midden-Oosten, (alleen al om politieke redenen) de vervangingstheologie aanhangt: de kerk is in de plaats van Israël gekomen. Het gesprek hierover is met de christenheid in het Midden-Oosten vanuit de kerken alhier nog niet eens aangegaan. Nochtans wordt door de critici van de landbelofte Ateek stevig omarmd. En de vragen, die ons vandaag worden voorgelegd door de Palestijnse christenen, die in feite van oordeel zijn, dat de joden hun straf in de verstrooiing moeten uitzitten, gaan nu het gesprek in de Hervormde Kerk theologisch mede bepalen?
Daar komt dan bij, dat in deze nota de geschiedenis wordt verdraaid, ondanks de schijn van een dwingend feitenrelaas. De Palestijnse visie op de Middenoostenkwestie wordt onderstreept.
Het waren echter de arabische volkeren, die de tweedeling van het land door de Verenigde Naties in 1947/1948 afwezen. De uitspraak in de nota: 'de agitatie in de Arabische landen tegen het delingsplan was niet gering', met daarbij nog een vergoelijkende verklaring (de joodse staat dreef een wig in het arabische gebied), is zacht gezegd een eufemisme, die de geschiedschrijving op het verkeerde been zet. Wanneer bijvoorbeeld eerst de (terecht gelaakte!, v.d.G.) moordpartij door de troepen van Menachem Begin in 1948 in het arabische dorpje Deir Yassin wordt uitgemeten, en deze gebeurtenis vervolgens als dè aanleiding voor de massale palestijnse vluchtelingenstroom (370.000 in totaal) wordt aangemerkt, dan is dat ook geschiedvervalsing. Dat de daar wonende mufti namelijk de palestijnse bevolking tot vluchten opriep wordt gemakshalve als 'bewering' afgedaan. Gemakshalve wordt verder óók niet genoemd, dat dezelfde mufti in de Tweede Wereldoorlog Hitlers vernietigingskampen in Europa had bezocht om daar in ogenschouw te nemen hoe in korte tijd zóveel joden in zó korte tijd konden worden omgebracht.
Theologisch in de fout
Met name als het gaat om de uitverkiezing van Israël, gaat men in deze gedachtenlijn intussen bijbels gezien in de fout door de verkiezing der volkeren op één lijn te stellen met die van Israël. Israël was echter onder het Oude Verbond als volk uitverkoren, om draagster te zijn van de Godsopenbaring. Zo wilde God met geen volken handelen (psalm 147). Paulus houdt ook nieuwtestamentisch vol, dat Israël 'beminden om der vaderen wil' is (Rom. 11). Nieuwtestamentisch is wel het heil naar de volkeren doorgebroken. Mag men dan echter zeggen, dat daarom de volkeren gelijkelijk als Israël zijn uitverkoren? In genoemde gedachtenlijn is het volgens de nota zó, dat sinds de komst van Christus Israels verkiezing universeel is verbreed en dat dit de theologische noodzaak doet vervallen 'van een vasthouden aan een blijvende band tussen het volk Israël en een (dit bepaalde) land'. De tussenmuur is immers weggebroken (Ef. 2 vers 11 tot 22). Bovendien wordt de landbelofte in het Nieuwe Testament niet her-haald. Dus zou deze achter-haald zijn. Terwijl het niet-herhalen er nu juist voor pleit, dat de landbelofte gehandhaafd blijft. Wat met de komst van Christus écht is veranderd ('maar nu...', Rom. 3) wordt in het Nieuwe Testament anders wel op niet mis te verstane wijze duidelijk gemaakt.
Als het in de Schrift om verkiezing in ruimere zin gaat, wordt een volk uitverkoren: onder het Oude Verbond Israël als volk, onder het Nieuwe Verbond de gemeente als volk Gods, uitgeroepen uit de volkeren, uit alle geslachten en natiën. De nota maakt dan ook een ernstige fout wanneer zo maar van de (unieke) verkiezing van Israël als volk wordt overgestapt op de (universele) verkiezing van de andere volkeren. Het heil gaat naar de volkeren, opdat een gemeente üit de volkeren, als volk Gods, verkoren in de ruimere zin van het Woord, wordt uitgeroepen.
Met die in de nieuwe denklijn gestelde universele verkiezing van de volkeren wordt intussen grond gegeven aan de gedachte, dat de palestijnen dezelfde politieke rechten hebben als Israël. Men wil zeker Israels recht op een staat niet betwisten, maar men komt voor de fundering van die rechten niet verder dan 'internationaal-recht', in plaats van bijbels recht en dus, wat Israël betreft, bijbels-historisch recht. De consequentie is, dat niet de kerk in de plaats van Israël is gekomen, maar dat de volkeren in die plaats getreden zijn, en — dichtbij Israël in het Midden-Oosten — dus de palestijnen. In feite een nieuwe vervangingstheologie!
Wanneer déze lijnen zo vanuit de kerk worden getrokken, wordt echter vergeten, dat de kerk ook weet van in de Schrift verankerde meta-historie: geschiedenis achter de geschiedenis, vanwege de Hand Gods. Geen ander volk in de wereld ontving zoals Israël zijn land op de wijze van een belofte (S. Gersen). Ten aanzien van Israël heeft de Schrift ons geopenbaard hoe het was, is en zijn zal. Dat geldt voor de palestijnen niet in dezelfde mate. Dat Israël vanuit zijn verkiezing zelf geroepen is gerechtigheid te oefenen en dat Israels politieke daden daarop mogen worden beoordeeld, is een andere zaak.
Verkwanseld
Met existentiële verontwaardiging las ik de nota, die nu voorligt, hoewel de problematiek me uit menige discussie bekend is. Is de kerk gediend met deze tweesporigheid? Wanneer de Hervormde Kerk, na zoveel jaren het voortouw te hebben genomen in de bezinning op 'Kerk en Israël', deze, aan 'het Palestijnse lijden' ontleende lijn zou verder trekken, verkwanselt ze naar mijn overtuiging haar eerstgeboorterecht om een schotel linzenmoes. Dat geldt dan vooral voor zover ze het eerstgeboorterecht van Israël zélf niet meer in het oog heeft. Diakonaal gezien zal de kerk helpen daar waar geen helper is en zal ze het zeker ook voor de underdog moeten opnemen. De vraag is dan echter wel wie in historisch licht de meest onderliggende partij is: Israël of de palestijnen. Als dan diakonaal gezien de dubbele loyaliteit niet meer te handhaven is, zoals allerwegen wordt betoogd, dan zal de kerk toch in ieder geval voor de oudste rechten van de oudste broeder moeten opkomen.
In de afgelopen jaren is vanwege de strubbelingen inzake de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël wel opgemerkt, dat de Hervormde Kerk (let wel: de Kerk, niet de Raad) ten aanzien van Israël een andere koers is gaan varen. Deze nota geeft in ieder geval aanzetten tot die nieuwe koers. In ieder geval is er sprake van denklijnen vanuit het diakonaat en vanuit de 'Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël', die kennelijk niet op één lijn te brengen zijn. Daarover valt alleen maar te treuren.
De andere denklijn in de nota spreekt terecht over 'een ook na Christus (of zelfs: vanwege Christus) gebleven fundamenteel onderscheid tussen het joodse volk en de andere volkeren'. Vanwege de historie en vanwege de belofte!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's