De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

9 minuten leestijd

Uit een recent verschenen boek van Willem Zuidema 'De gein van het leren' (uitgave Ten Have, Baarn), te informatie de volgende passages 'over koosjer en kasjroet' in een hoofdstuk 'Het aanrecht als altaar'.

De meeste mensen kennen de uitdrukking "Dat is niet helemaal koosjer" wel.

Vaak gaat het dan om een zaak met een luchtje eraaan, Iets dat niet helemaal door de beugel kan. Zo waren er mensen die al voor de geruchtmakende zaak van de vuilstort in een inmiddels vrij bekende polder waarbij gifstoffen in het grondwater kwamen, al zeiden: "Volgens mij is het daar toch niet helemaal koosjer!" En juist dezer dagen overkwam mij iets merkwaardigs: in een zaak werden achter de toonbank draadloze telefoontoestellen verhandeld. Maar: Als wat mee gebeurt ben je je geld wel kwijt Een vriend aan wie ik het vertelde, zei: "Nou, dat lijkt me niet hemaal koosjer!"

Waar komt dat woord "koosjer" vandaan? Een aan mensen zullen dan zo'n vermoeden hebben dat het iets met het Jodendom te maken heeft. "O ja, da toch dat Joden geen varkensvlees mogen eten? " komt al aardig in de buurt, maar is toch nog te weinig. Het heeft namelijk te maken met het hele stelsel van spijswetten en eetvoorschriften van het Jodendom. Het Jodendom behoort namelijk tot een andere groep van godsdiensten dan het Christendom. Dat schreef eerst een geloven en een denken voor en meent daaruit normen voor handelen en leven moeten worden afgeleid. Het Jodendom daarentegen is vooral geïnteresseerd in de vraag of er bindende afspraken gemaakt kunnen worden hoe men zich gedragen moet om een leefbare wereld te scheppen. Tot die dragsregels horen ook de voedselvoorschriften. Het kasjroet, het hele stelsel van spijswetten, of dingen koosjer zijn ja dan neen, schept een vormgeving voor zulke primaire levensbehoeften als eten en drinken.

Kasjroetlijsten

'Wat over de hele linie gezegd kan worden van de leefregels van het Jodendom, bijvoorbeeld ook van de regels van rein en onrein, namelijk dat niet in de en eerste plaats hun oorsprong, maar hun functie bepalend is voor hun betekenis en inhoud, dat geldt ook van het stelsel dat aangeduid wordt door begrippen als "kasjroet", "koosjer" (kasjeer) en "treife" (terefa). Men kan eindeloos fantaseren over de herkomst en ­het ontstaan van deze regels, maar waar het om gaat is wat ze bij mensen teweegbrengen.

Kasjroet is aanduiding voor het hele complex van de, Joodse spijswetten en de instandhouding, naleving en bewaking ervan door rabbinale autoriteiten. "Koosjer" is wat uit het oogpunt van deze spijswetten geschikt is voor consumptie, treife (of: terefa = aas) het een term voor datgene wat niet aan deze normen beantwoordt. Als men dus op een deur van een rabbinaat naat het woord "Kasjroet" leest, dan weet men dat. daar een afdeling van het rabbinaat zetelt die zich bezighoudt met de controle van waren, of deze koosjes zijn, ja dan neen. Zijn ze koosjer dan komt er een sticker of een stempel op: "onder rabbinaal toezicht bereid" of iets dergelijks. Elk land heeft zijn eigen kasjroet en produkten uit landen waar de controle niet effectief is zullen in andere landen moeilijkheden met de verkoop ondervinden, De controle zal zich dan dikwijls richten op de vraag of er dierlijke vetten of eiwitten gebruikt zijn, zoja van "koosjer geslachte" dieren? En of niet melkprodukten vermengd zijn met vleesprodukten. En bij andere produkten of er ja dan neen koosjer vis in verwerkt is. En zo bestaat er een speciale kasjroetlijst, dat wil zeggen lijst van producten die geoorloofd zijn, die dan ook achterin de agenda (de "Loeach") van de Joodse gemeenschap in Nederland te vinden is, met de merknamen erbij en die alphabetisch lopen van "aardappelmeel", via bijvoorb "afwasmiddelen", "noten" tot en met "zuur kool".'

Scheiding tussen vlees en melkspijzen

'Wat houdt kasjroet nu globaal in? Dat men het vlees­ van bepaalde dieren, vogels, zeedieren wel, van andere daarentegen niet mag eten. Dat men grote zorg besteedt aan het onttrekken van bloed aan het vlees. En dat men vlees en vleeswaren streng gescheiden houdt van melk en melkprodukten.

Er zijn allerlei verklaringen gezocht voor de Joodse spijswetten. Ik citeer Maimonides: "Elke keer dat een mens constateert 'dit of dat mag ik niet eten', dan mag hij dat ook niet eten, en dat is een training in soberheid en een beteugeling van de passie, die eten en drinken kan worden..." En even verder: "Alle voedsel dat de Tora ons verboden heeft te eten, heeft wel de een of andere slechte uitwerking..." Maimonides is van mening dat het verbod van zwijnevlees vooral te maken heeft met het feit dat het "een buitensporig goor" beest is, waarvan zowel de gewoonten als het voedsel smerig zijn. Ten aanzien van het verbod om het vet van offerdieren te nuttigen baseert hij zich op hygiënische overwegingen, terwijl hij meent dat vlees in melk gekookt de maag overbelast Daarnaast spreekt hij het vermoeden uit "dat er een verband moet tiestaan met de afgodendienst en misschien aten ze wel op die manier bij de offerdienst tijdens hun feesten...".'

Ds. I. J. Wisse vertaalde van Augustinus 'Het geloof in onzichtbare dingen' (uitgave Boekencentrum, Zoetermeer). Hieruit de volgende passage over de profetieën:

'Alles immers wat u nu in Gods kerk en onder Christus' naam over de gehele wereld ziet gebeuren, is al eeuwen geleden voorzegd. En zoals wij het lezen, zo zien wij het ook. Daardoor worden wij gesterkt in het geloof. Eenmaal vond er over de gehele aarde een overstroming plaats, met het doel om de zondaars te verdelgen. Maar zij, die in de ark ontkwamen, duidden het geheimenis aan van de toekomstige kerk, die nu drijft op de golven van de wereld en door het kruishout van Christus gered wordt van de ondergang. Aan Abraham, de trouwe dienaar van God — één mens dus —, is voorzegd, dat uit hem een volk geboren zou worden, dat de éne God zou dienen temidden van de andere volken, die de afgoden dienden. En alles, wat voor dit volk voorzegd werd, is uitgekomen zoals het aangekondigd was.

Ook werd geprofeteerd, dat dit volk de Christus zou voortbrengen, de Koning van alle heiligen en God. Hij zou komen uit het nageslacht van diezelfde Abraham door diens vlees aan te nemen. Hierdoor zouden allen, die zijn geloof zouden navolgen, ook zonen van Abraham zijn. Zo is het ook gebeurd: Christus is geboren uit de maagd Maria, die uit dat geslacht was. Door de profeten is voorzegd, dat Hij aan het kruis zou lijden door toedoen van datzelfde volk van de Joden, waaruit Hij naar het vlees voortkwam. Zo is het ook gebeurd.

Voorzegd is, dat Hij weer zou opstaan uit de dood. Hij is weer opgestaan. En geheel volgens de voorzeggingen van de profeten is Hij opgevaren naar de hemel en heeft Hij aan Zijn leerlingen de Heilige Geest gezonden.

Niet alleen door de profeten, maar ook door de Here Jezus Christus zelf is voorzegd, dat Zijn kerk in de toekomst overal in de wereld te vinden zou zijn, uitgezaaid door de getuigenissen en de martelaarschappen van de heiligen. Het werd toen al voorzegd, hoewel Zijn naam nog onbekend was aan de volken. En waar deze naam al wel bekend was, werd er de spot mee gedreven. En toch, door Zijn wondertekenen, zowel door die, welke Hij zelf verrichtte, als door die, welke Hij deed door Zijn dienaars — wanneer zij verkondigd worden, worden zij ook geloofd — zien wij reeds, dat het voorzegde vervuld is. Ja, zelfs dat de koningen van de aarde, die tevoren de christenen vervolgden, zich ai hebben onderworpen aan de naam van Christus.

Voorzegd is ook, dat er uit Zijn kerk scheuringen en ketterijen zouden voortkomen, en dat die onder Zijn naam, overal waar het maar mogelijk was, eigen eer, en niet de eer van Christus zouden zoeken. Ook dat is in vervulling gegaan.'

Een getuigenis

Bij de begrafenis van Groen van Prinsterer getuigde de praeses van de Haagse Hervormde kerkeraad, ds. Ch. J. Bryce:

'De Kerkeraad der Ned. Hervormde Gemeente... en in dien kerkeraad geheel onze Haagsche gemeente, is diep doordrongen van het geleden verlies, maar ook ootmoedig dankbaar voor het voorrecht om zulk een man in het midden der gemeente te hebben zien wonen. Ja waarlijk hij woonde in ons midden, hij deelde met ons lief en leed. Wij zagen hem zoo dikwijls nederzitten onder de openbare Evangeliebediening; deelend in dien zegen, zagen wij hem nog den jongsten Goeden Vrijdag aan den Avondmaaldisch, toen onze grijze Moll voorging; op den tweeden Paaschdag, in de Groote Kerk, onder de leiding van onzen Gunning, alwaar ik voorrecht had aan zijne zijde te zitten en het laatst hem mocht ontmoeten; o, mijn welk een kinderlijke vreugde drukte hij mij de hand, wijzende op die talrijke schare: "Hoe velen toch, die met ons in den verrezen en eeuwig levenden Heiland gelooven — wij winnen toch, goede vriend!" dat was het laatste woord, waarmede wij van elkander gingen. Deze man, de Haagsche gemeente zal van hem blijven spreken als voorstander van alles wat in haar midden het Godsrijk bevorderen kon, als geweldige bestrijder van al wat dat Godsrijk tegenstand bood.'

Uit: E. J. W. Posthumus Meyjes, 'Hervormd 's-Gravenhage in de negentiende eeuw'.

Voorspoed/Tegenspoed

'Niemand moet zich in voorspoed verheffen. Want velen vrezen de tegenspoed, maar de voorspoed vrezen zij niet. De voorspoed is gevaarlijker voor de geest dan de tegenspoed voor het lichaam. Eerst brengt de voorspoed bederf aan, zodat de tegenspoed iets vindt dat hij kan breken. Tegen geluk moet men scherper waken.'

Uit: 'Uren met AUGUSTINUS', prof. dr. A. Sizoo.

Geen separatie

'Weglopen uit de Kerk is geen juiste daad, want men heeft, samen met mij en anderen, het Huis in brand gestoken. Dan moet men het óók helpen blussen en het uit de voeg geraakte zoeken hersteld te krijgen.'

Ds. J. van Lodenstein (1620-1677) in een preek over Ezechiël 37:7-8.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's