Bijbelse richtlijnen voor een hedendaags leven
Eva, wie ben je? (1)
De basis van de volgende artikelen is de lezing, gehouden op de predikantsvrouwenconcio (d.d. 6 september 1994 A.D.). Het verslag in de Waarheidsvriend bevatte met name de bijbelse gegevens. In deze artikelen wordt op veler verzoek het tweede deel van de lezing weergegeven; de Schriftgegevens worden hier uitgewerkt m.b.t. de plaats van de vrouw in het algemeen.
Inleiding
In onze tijd blijft de vraag naar de plaats van de vrouw een actueel gesprekspunt. Het beleid van de regering komt onder andere tot uiting in de 1990-maatregel waar het feministisch gedachtengoed hoogtij viert. De leuze 'Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid' spreekt voor zich. 'Meiden' moeten voor zichzelf kunnen zorgen; ze zijn gelijk aan de man en zijn mans genoeg om hun eigen boontjes te kunnen doppen.
In reactie op dit feministisch streven meent de 'mannenmaatschappij' zich te moeten versterken. Volgens deze visie zijn mannen nu eenmaal heer en meester en hoort de vrouw haar plaats te kennen: een vrouw en een kat horen thuis op de mat. Deze mannen hebben de regeringsleuze veranderd in de zin 'Een slimme meid is op het aanrecht voorbereid'.
Beide stromingen komen niet alleen buiten, maar ook binnen de kerk voor. Er is bij christenen niet alleen een variatie wat betreft het denken over de plaats van dé vrouw, ook de concrete invulling van het dagelijkse leven en de taak binnen kerk, gezin en maatschappij is zeer verschillend. Volgens sommige christenen mogen vrouwen met een beroep op Gal. 3 precies hetzelfde, wat mannen mogen, terwijl een andere groep wijst op 1 Kor. 11 (de man is het hoofd van de vrouw) en zo de vrouw minder mogelijkheden laat.
Bovengenoemde visies lopen het gevaar bijbelteksten te laten buikspreken, doordat deze uit de context losgehaald worden en een invulling krijgen in overeenstemming met de mening van de exegeet. In het vervolg zal een poging gedaan worden niet van losse-tekst-exegese uit te gaan, maar de gegevens vanuit het geheel van de Schrift aan het woord te laten. Zo wordt een poging gedaan eerbiedig te luisteren naar de Bijbelse gegevens over (de plaats van) de vrouw om daaruit richtlijnen te kunnen afleiden voor het dagelijks leven 1995 A.D.
1. Eva, wie ben je... persoonlijk?
Vrouw als schepsel van God
Als een vrouw bezig is met het zoeken naar haar plaats is het nodig dat zij zich eerst afvraagt wie zij eigenlijk is. Een vrouw is een mens, die geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis, maar in Adam gezondigd heeft (verg. DL. I. 1). De grote kloof, die er door de zondeval tussen God en mens is ontstaan, kan alleen in en door Jezus Christus overbrugd worden (verg. DL, II, 2). Wie zich in Hem geborgen mag weten kan voor God bestaan en wil voortaan uit genade in Zijn dienst leven om zo (nu nog gebrekkig) te beantwoorden aan het doel, dat God met de mens had (verg. HC, zondag 32).
Persoonlijk geloof
Elke vrouw zal dan ook tot de erkenning moeten komen dat ze een zondares is die alleen van genade kan leven. Ze moet in het geloof steeds gevoed worden en net als Maria luisterend aan de voeten van Jezus zijn. Zo kan zij een persoonlijke relatie hebben met haar Heere en Heiland. Het komt er op aan dat ieder voor zichzelf een antwoord heeft op de vraag: 'Wie zegt gij dat Ik ben? ' Een vrouw, moet als Maria Magdalena zelf Zijn stem horen en zelf tot de belijdenis komen: 'Rabbouni, mijn Meester'.
Het persoonlijke karakter van het geloof zal haar er van weerhouden te menen zelf een gelovige te zijn vanwege het geloof van haar vader of moeder of man. 'Ja maar, mijn moeder, dat was een bekeerde vrouw...' of 'mijn man is ambtsdrager' zijn verkeerde gronden. Denk maar eens aan de vrouw van Lot of Job: deze vrouwen hadden niets aan het geloof van hun man.
Persoonlijke bijbelstudie
Onmisbaar voor die persoonlijke relatie met de Heere is het hebben van tijd om stil te zijn. Een vrouw moet ruimte maken om met Ps. 62 te zeggen: 'Mijn ziel is immers stil tot God'. Een gedeelte van de dag wordt dan afgezonderd voor de persoonlijke omgang met de Heere, om die verborgen omgang te vinden (vgl. Ps. 25). De houding van Samuel moet de basis zijn. 'Spreek Heere, want Uw knecht, Uw dienstmaagd hoort.' Vanuit dit grondprincipe is men gericht naar de Heere bij het lezen van de Bijbel, het overdenken daarvan en het bidden.
Voor het bijbellezen en het overdenken van het gedeelte kan een dagboekje of bijbelstudieboekje een goede richtlijn geven om gericht een bepaald gedeelte van de Bijbel of een onderwerp te bestuderen om daaruit te leren Wie God is en wat Hij vraagt. Op deze wijze zal de persoonlijke bijbelstudie een middel kunnen zijn waardoor de geloofsband versterkt wordt. Vrouwen worden geacht voor man en kinderen tijd te hebben; ze moeten zeker tijd nemen om zelf stil te zijn voor God. Hoe kunnen ze anders goed functioneren? Missen ze de persoonlijke omgang met de Heere dan worden ze een wegkwijnend plantje!
Als een vrouw merkt dat het moeilijk lukt trouw elke dag stil te zijn voor God, dan heeft ze een stok achter de deur nodig; het kan voor haar goed zijn een geloofs-vriendin te hebben met wie ze samen leest en over de dingen na kan spreken. Ze weten van elkaar, dat ze die dag alletwee hetzelfde lezen en daarover na kunnen spreken. Zo kan de ene keer de bijbelstudie het onderwerp van gesprek zijn en een andere keer de preek (dit sluit natuurlijk het gesprek met eigen man niet uit!).
Een vrouw, die persoonlijk mag delen in dat geloof kan zeker tijden van twijfel kennen; er kunnen vragen komen over de Bijbel of het geloof (het voert nu te ver nader in te gaan op de problematiek, die twijfel met zich meebrengt). Als dit voorkomt bij een vrouw, die om welke reden dan ook een bepaalde status heeft in de gemeente, kan dit voor haarzelf tot gevolg hebben dat ze (weer) met beide benen op de grond komt te staan. Die bepaalde status is geen garantie voor het altijd zijn op de toppen van het geloof Ze blijft een zondares, die met vallen en opstaan moet leren van genade te leven.
Vrouw als voorbeeld
In sommige gemeenten fungeert die 'dochter van die bekeerde vrouw' of de 'vrouw van die ambtsdrager' als een voorbeeld voor andere vrouwen. Ze wordt een vrouw, aan wie anderen zich graag spiegelen en met wie men zich graag vergelijkt. Op zich kan dat voor die betreffende vrouw bedreigend overkomen, want ze weet, dat er altijd op haar gelet wordt. Zij moet er dan ook voor waken dat de maatstafvan haar spreken en handelen nooit en te nimmer de mening van de mensen wordt. Laat de mensen maar praten; een vrouw moet doen, wat de Heere van haar vraagt. Ze moet steeds vragen: 'Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? '
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's