De Bergrede (1)
In mijn jeugd leerde ik de Zaligsprekingen en het 'Onze Vader' uit mijn hoofd, ik wist van de gelijkenis van de brede en smalle weg en het huis op de rots en het zand. Dat al deze gedeelten staan in dat specifieke verband van een rede, door de Heere Jezus uitgesproken aan het begin van zijn 'rondwandeling' op aarde, daar kwam ik later achter. Wij noemen die rede de Bergrede, en vinden hem in Mattheüs 5-7, en ook in Lukas 6 : 17-49. Naast de Tien Geboden is de Bergrede het meest bekende deel van de Bijbel, zelfs in die mate, dat velen menen dat daarin en daarin alleen de specifieke boodschap van Jezus Christus naar voren komt. De vraag, die dan rijst, is deze: is de Bergrede een zo eigen gedeelte van de Bijbel, dat wij als het ware daarin de hoogste openbaring van God, Zijn wil en Koninkrijk tegenkomen; en ook deze vraag: is de Bergrede de katalysator, waardoor je leert wat in de bijbel primair en secundair is? Wat de toets van de Bergrede niet kan doorstaan, zou van minder belang zijn.
Eén uitgangspunt voor het verstaan van de openbaring van God is noodzakelijk: de Schrift in haar geheel (tota Scriptura) moeten wij laten gelden en spreken. Een Bergredechristendom, maar ook een Paulinische theologie, of een vanuit het Johannesevangelie geïnspireerd geloof doen onrecht aan de veelkleurigheid in één Woord van God aan ons gegeven. Daarmee wordt niet ontkend dat één bepaald schriftgedeelte een ingang kan zijn om tot kennis van God en Zijn Woord en Zijn Koninkrijk te geraken. Ook niet, dat wij ons levenslang verbonden kunnen weten aan één vaak op ons persoonlijk leven toegespitst bijbelgedeelte. Wij zullen als gereformeerde christenen met name in onze tijd, waarin beperkte 'geestelijke' ervaring tot beperkte 'leer' wordt, het principe van het 'Schrift met Schrift' vergelijken om zo het Woord Gods te verstaan, hoog houden. Ik herinner mij in dit verband dat een oude collega mij eens zei dat hij een voorkeur gaf aan de uitdrukking: het 'Schriftmatige' boven het 'Bijbelgetrouwe' denken en spreken. Niet alleen sola Scriptura (de Schrift alleen), maar ook tota Scriptura (de Schrift in haar geheel), en dat in de lijn van het verstaan met alle heiligen (Efeziërs 3 : 18).Je kunt veel teksten noemen en het Woord maar ten dele laten spreken. Je laat trouwens ook het Woord niet spreken als je het niet met Schriftwoorden staaft.
Ook de Bergrede willen wij vanuit deze grondregel proberen te verstaan. Er zijn door de eeuwen heen uitleg-sleutels voor dit unieke gedeelte van de Godsopenbaring gehanteerd, vaak met directe consequenties voor het geloof in de praktijk. Wij willen er een paar noemen en ervaren daarin de grote invloed van deze 'leer' van de Heere Jezus in allerlei geestelijke tradities. Maar van groter belang is dat wij leren onderscheiden waar het op aankomt.
Het is goed om dicht bij huis te beginnen. Of is deze regel als het gaat om het verstaan van de Bergrede te algemeen? Wie nagaat in welke geestelijke traditie het meest over de Bergrede is nagedacht, in welke geestelijke traditie getracht is de Bergrede concreet in het persoonlijk en gemeentelijk Ieven gestalte te geven, komt niet direct uit bij het Gereformeerd Protestantisme. Ik constateer dat zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. Toch hebben bijvoorbeeld de Reformatoren een duidelijke visie gehad op de betekenis van de Bergrede.
Calvijn wijst erop dat de Bergrede is een een eeuwige regel om heilig en vroom te Ieven. Daarbij komt dan direct de vraag of de Bergrede een concrete regel van dankbaarheid is, zoals de Tien Geboden dat zijn. Kunnen wij de vervulling en de toepassing van het gebod aan in het leven van navolging en gehoorzaamheid? Voor Calvijn is de vervulling van Christus niet een ontkrachting van het gebod. 'Niets van de onderhouding der wet zal door Christus' komst worden afgenomen.' 'De leer der wet blijft door Christus ongeschonden, opdat ze ons lerend, vermanend, bestraffend en verbeterend, ons vorme en toebereide tot alle goed werk' (Institutie II, VII, 14). Het is van belang om die klem van het gebod, ook in de Bergrede uitgedrukt, bij Calvijn te verstaan in het licht van de Rooms Katholieke visie. Die maakte een onderscheid tussen de roeping van de 'leek' en de geestelijke'. Voor de leek was de Bergrede een consilium, een raadgeving, voor de geestelijke een praeceptum, een voorschrift. De onuitvoerbaarheid van de Bergrede werd met dit schema afgezwakt. Slechts die in een speciale roeping stonden konden aan de Bergrede voluit toekomen. Voor de 'goegemeente' had de Bergrede geen dwingend gezag.
Opmerkelijk is dat Calvijn de Bergrede niet zo'n aparte plaats geeft, ook niet in zijn commentaar. In zijn commentaar op Mattheüs 5 : 1 wijst hij erop dat de Bergrede is een compositie van de voornaamste accenten van het onderwijs van Christus. Hij ziet in de Bergrede een plan, een opzet van de evangelisten Mattheüs en Lukas. Hij wijst erop, dat beiden zonder specifieke tijds-en plaatsbepaling, en ook in een verschillende aanpak deze prediking van Christus naar voren brengen. Slechts bij Mattheüs is sprake van 'de berg'. Welke dat is, is ook niet met zekerheid te zeggen. Calvijn stelt: vrome en bescheiden lezers moet het namelijk voldoende zijn, dat zij hier een korte samenvatting van de leer van Christus voor ogen hebben, die uit verschillende en onderscheidene van zijn "preken" is samengesteld'. Hier is een 'tota scriptura' een voorname sleutel om de Bergrede niet als een aparte boodschap te verstaan.
Een voorzichtige conclusie mag zijn, dat het Gereformeerd Protestantisme, in navolging van Calvijn, niet heeft geleefd bij het besef, dat in de Bergrede een hoogtepunt van Godsopenbaring aan ons geschonken is waar wij bijzondere aandacht aan hebben te geven.
Luther heeft een eigen visie op de Bergrede. Hij, de monnik, moet de boodschap van de Bergrede, die 'meerdere gerechtigheid', als een zware last hebben ervaren. Daarbij komt dat in latere tijden Luther is aangelopen tegen de 'Schwarmer', die een maatschappij-vorm voorstonden, die onmiddellijk aan de Schrift, met name aan de Bergrede, ontleend werd. Als geen ander heeft hij ervaren de botsing van het burgerschap van twee werelden. Voor hem betekende dat dat hij een scherp onderscheid maakte tussen ambtelijke en persoonlijke moraal. Voor het persoonlijke leven gold onverkort dat de geldigheid van de Bergrede, voor het 'ambtelijke' leven, bv. als staatsman, als leraar, als vader golden andere wetten. Daar past het geweld bij, als werkzame macht om het kwaad te weren. Duidelijk is wat onder de druk van een opdracht in een gebroken wereld moet worden gedaan om erger te voorkomen, door volgelingen wordt misbruikt om zonder grote spanningen leer en leven te scheiden en een dubbele moraal er op na te houden. Hoe vaak is de kerk daar niet van beschuldigd. Terecht en onterecht!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's