De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een gefundeerde overtuiging geen fundamentalisme

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een gefundeerde overtuiging geen fundamentalisme

9 minuten leestijd

Niet alle 'ismen' hebben een negatieve gevoelswaarde. In vele gevallen wordt een beweging, die in de voetsporen treedt van bepaalde personen, ermee aangeduid, zoals: Calvinisme, Lutheranisme.

Zodra het echter gaat om het typeren van een levenshouding heeft het vaak wel een negatieve klank: materialisme, biblicisme. In die rij staat dan zeker ook het fundamentalisme. Dat is zeker het geval sinds hèt moslim-fundamentalisme zich breed maakte in de wereld (men zie mijn artikel in deze kolommen d.d. 13 maart). Dat fundamentalisme wil het moslimse gedachtengoed met geweld bewaren of tot gelding brengen in de wereld. Niemand wil dan ook vandaag fundamentalist heten.

Wanneer de kwalificatie fundamentalisme vandaag ook wordt toegepast op (rechtzinnige) christenen, treedt bij hen begrijpelijkerwijs ook een afweermechanisme in werking.

In De Volkskrant van 16 maart 11. stond een uitgebreid verhaal over het verzet van de bonders in het Samen op Weg-proces. Het Stond onder de merkwaardige titel Bonders op ramkoers, zo de Here wil. De bonders — aldus de intro van dit artikel — vrezen dat fusie van kerken een einde zal maken aan hun gedachtengoed. Met het aanvaarden van de nieuwe kerkorde pleeg je verraad aan de vaderlandse kerk. "Hun fundamentalistische houding is de hervormde kerkleiding een doorn in het oog', heette het vervolgens. En en passant werd gezegd, dat ze dan 'een vrouw of homo als predikant zullen moeten accepteren'.

In de kwalificatie 'fundamentalisme' herkennen we ons niet. Wat mag derhalve vandaag fundamentalisme, wel te verstaan: christelijk fundamentalisme heten?

Stroming

Het fundamentalisme is binnen het christendom zeker een historische stroming. In 1910 verscheen in Amerika een reeks van 90 brochures onder de titel The fundamentals: A Testimony of the Truth (De grondbe ginselen, een Getuigenis van de Waarheid). In deze beweging ging het om de verdediging van de grondbeginselen (fundamentals) van het christelijk geloof, tegenover modernisme en liberalisme, tegen onder andere Schriftkritiek en evolutieleer. De buitenwacht echter ging de benaming fundamentalisme vaak smalend gebruiken voor elke vorm van rechtzinnigheid, voor allen, die 'het geloof der vaderen' wilden verdedigen.

Daar staat dan weer tegenover, dat het (historische) fundamentalisme zich méér en méér ook ging onderscheiden van of binnen het rechtzinnig christendom (de orthodoxie), zodat rechtzinnige christenen niet met fundamentalisten vereenzelvigd wilden worden.

Een biblicistisch omgaan met de Bijbel bijvoorbeeld (beroep op losse bijbelteksten) ontwikkelde zich tegenover die orthodoxe overtuiging, die de geloofsléér vertolkt weet in de historische geloofsbelijdenissen en belijdenisgeschriften.

Ook de kerk als instituut werd binnen het fundamentalisme onder kritiek gesteld. Het fundamentalisme presenteerde zich vooral in losse, bijbelgetrouwe (evangelische) groepen.

Soms gingen bepaalde, letterlijk uit de Schrift afgelezen toekomstverwachtingen (o.a. het chiliasme) een eigen leven leiden of ontwikkelden fundamentalistische stromingen zich tot bewegingen met eenperfectionistische of exclusieve levenshouding en een daarmee verwant agressief optreden in de samenleving.

De fundamentalistische stroming, hoezeer daarin ook nadruk wordt gelegd op 'de Bijbel van kaft tot kaft', is daarom niet te vergelijken met de gereformeerde stroming in het christendom, die zich ook wil laten leiden door 'de Schrift alléén', maar treden wil in de traditie van de Kerk der eeuwen, die haar geloofsbelijdenissen vanuit de samenhang der Schriften heeft geformuleerd.

Verschuiving

In enkele tientallen jaren tijds heeft de benaming fundamentalisme intussen een méér en méér negatieve klank gekregen. Daaraan is, als gezegd, niet vreemd het opkomend moslimfundamentalisme. Daaraan is zeker ook niet vreemd de negatieve aandacht, die het optreden van bepaalde Amerikaanse televisiedominees uit fundamentalistische kringen heeft getrokken.

Verder hebben zich ook allerlei sektarische fundamentalistische stromingen wereldwijd gepresenteerd, bijvoorbeeld bepaalde pinksterbewegingen.

Vandaag nu duikt de benaming fundamentalisme aloin op om daarmee allen aan te duiden, die rechtzinnig heten en opkomen voor 'het geloof der vaderen', en daaraan ook voor het leven vandaag (ethische) consequenties verbinden.

Verweer tegen te-pas-en-te-onpas gebruik van de term fundamentalisme is dan ook bepaald geen overbodige luxe. Het mag niet zo worden in onze samenleving, dat ie­ ­ der, die nog opkomt voor het bijbels gedachtengoed in leer en leven, in de hoek van de fundamentalisten wordt gezet, waarbij dan tevens een bepaalde levenshouding — noem het medemens-onvriendelijk — wordt verondersteld.

Gefundeerd

Wanneer de Heilige Schrift als enige regel des geloofs geldt, mag zulk een geloof gefundeerd geloof heten.

Wanneer de gereformeerde geloofs-en levensovertuiging bovendien gekennierkt is door het gelovig aanvaarden van wat de kerk der eeuwen, en binnen haar de gereformeerde kerk van de laatste vier eeuwen, belijdt, dan mag dat een gefundeerde geloofsovertuiging heten.

Zulk een overtuiging betekent 'ja' zeggen tegen wat de Schrift noodzakelijk acht om getroost te leven en zalig te kunnen sterven en 'nee' zeggen tegen datgene wat niet overeenkomt met de heilzame geboden van God, die ook tot heilzame normen en waarden m de samenlevmg willen leiden. Die overtuiging wil niet met kracht en geweld maar door de Geest des Heeren tot gelding worden gebracht onder de mensen; Noem diegenen, die zulk een overtuiging hebben, dan liever fundamentelen, maar voorzie hen niet van een negatief geladen 'isme'. Fundamenteel-christelijk wil niets anders zijn dan leven vanuit een christelijke grondhouding, die opkomt uit het geloof in de waarheid der Schriften, heilzaam voor alle mensen en levensverbanden.

Hiermee wil niet gezegd zijn, dat zich binnen de rechtzinnigheid geen ontwikkelingen kunnen voordoen, die neigen tot fundamentalisme met genoemde negatieve gevoelswaarde. De waarheid en het betrachten daarvan kunnen zo massief en exclusief worden ingevuld, dat men komt tot een vijandige houding tegenover de buitenwereld. Men sluit zich op in een isolement, waarbinnen men eigen waarheids-kenmerken en aanscherpingen daarvan gaat zoeken en praktiseren, om zó dat isolement extra te benadrukken. Of bepaalde waarheidselementen worden zo exclusief, - dat ze tot sektarisme leiden.

Ook binnen het rechtzinnig protestantisme is er soms sprake van een bepaalde vorm van biblicisme, waardoor op grond van bepaalde, uit het verband gelichte teksten een eigen levensgedrag of een eigen leer als alléén-zaligmakend wordt beschouwd.

Rechtzinnigheid echter, die zich niet breed en diep laat invoegen in het geloof van de kerk der eeuwen, loopt altijd de kans te versmallen of te ontsporen. Ze kan dan ook trekken krijgen, die aan fundamentalisme verwant zijn, namelijk wanneer elke vorm van tolerantie ontbreekt.

De waarheid

Maar gefundeerd geloof heeft wel een fundament 'Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is: Jezus Christus', zegt Paulus (1 Kor. 3 vers 9). Daarop laat Paulus volgen, dat het door vuur zal worden geopenbaard hoe op dit fundament is gebouwd. Dat is dus kennelijk niet om het even. Wijlen prof dr. C. C. de Bruin — 'de man van de Statenvertaling' — had niet zonder reden bepaald, dat over deze tekst gepreekt moest worden bij zijn begrafenis.

Het fundament is niet 'onze' waarheid maar De Waarheid, ten diepste niet een leer maar de Persoon van Christus. Wanneer leer en leven dan ook dicht bij Christus blijven, zal er van fundamentalisme in de vandaag gebruikelijke zin van het Woord geen sprake zijn. Want de Waarheid in Hem wordt in liefde betracht. Christus Zelf was geen fundamentalist. Hij was en is het Fundament. Hij riep wel op tot 'heilige oorlog' maar dan als geestelijke strijd van de mens met duivel, wereld en zichzelf.

Alle leren en handelen, uit Christus voortkomend, zal bepaald zijn door bewogenheid om het heil van mensen en dan ook door onderscheiding tussen datgene waar het wérkelijk op aankomt eri datgene wat 'hooi en stoppelen' is (vers 12).

Het positieve staat voorop: de kerk is gebouwd op het fundament van apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.

In alle strijd om de kerk vandaag zal het om die Hoeksteen gaan. Dat is bedoeld wanneer we — ook in het Samen op Weg proces — opkomen voor het rechte belijden. Het gaat dan ten diepste om de prediking van zonde en genade, om de prediking van Jezus Christus en Dien gekruisigd en om het leven in navolging van Hem. 'Het vaste fundament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen die de Zijnen zijn; en een ieder die de Naam van Christus noemt sta af van ongerechtigheid.' (2 Tim. 2 vers 19).

Het vaste fundament kent dus ook een 'nee' tegen de ongerechtigheid. Als zodanig zal de kerk ook in de concrete levens­ praktijk van mensen, individueel en in de verbanden van het leven, 'nee' zeggen tegen het vertreden van Gods geboden en inzettingen. Het leven zal door gerechtigheid gekenmerkt zijn, niet door on-gerechtigheid.

Fundamenteel

Zulk een fundamentele levenshouding brengt de medemens ook geen schade aan maar bedoelt het goede.

Wanneer de buitenwacht het leven en de levensovertuiging van 'rechtzinnigen' als fundamentalisme ervaart, zou daar reden toe kunnen zijn, wanneer namelijk niet de liefde van Christus de dragende grond is, die ook als zodanig wordt uitgestraald. Maar wanneer de buitenwacht van fundamentalisme spreekt, louter omdat christenen ook 'nee' zeggen tegen ontwikkelingen, die het leven afvoeren van de heilzame waarden van het Evangelie, dan heeft men nooit echt begrepen wat het Evangelie is.

Christus zegt enerzijds, dat men van Hem zal leren dat Hij zachtmoedig is. Maar te-gelijkertijd dreef hij de geldwisselaren uit de tempel.

Christus zei tot zijn jongeren enerzijds 'Vrede laat Ik u. Mijn vrede geef ik u, niet gelijk de wereld hem geeft, geef Ik hem u', maar Hij sprak ook over de grote scheiding in de eindtijd en het zwaard dat Hij bracht. De gerechtigheid van Christus is heilbrengend voor de mensen, maar ze staat op gespannen voet met de ongerechtigheid der wereld en zelfs vaak met wat in de wereld gerechtigheid héét.

Wat het laatste betreft: niet ieder bondgenootschap is voor christenen vanzelfsprekend of aanvaardbaar.

Christenen moeten verder ook wel oppassen, dat ze zich in de samenleving niet in een reactionaire hoek laten trekken en zó het odium van 'fundamentalist' te zijn op zich laden.

Schriftggelovige christenen, gelovigen dus, die de Schrift dus ook écht als regel des geloofs kennen en hanteren, moeten geen

fundamentalisten willen heten. Ze zijn als het goed is wel fundamenteel-christelijk. Want er is maar één fundament, waarop het levenshuis van mensen vast staat. Het huis moet op de Rots gebouwd zijn. Op zand staat het niet veilig.

Bij De Volkskrant zou men zich nog eens kunnen bezinnen op de vraag wanneer nu echt de benaming fundamentalisme van toepassing is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Een gefundeerde overtuiging geen fundamentalisme

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's