Globaal bekeken
in een nieuwe uitgave met kostelijke pennevruchten van A. J. Klei ('Van de onderste plank', uitgave Ten Have, Baarn), citeert deze een 'oproerige krabbel' van A. B. Kleerekoper (1880-1943) In Het Volk van 23 januari 1928 onder de titel 'Waar liefde woont...'
'Het gebeurde in de Hervormde Kerk te Bleskensgraaf, hetwelk 'n lusthof is in den Alblasserwaard. De plaats van den predikant is daar onbezet, en dus komt er elken Zondag een dominee uit den Ring. Zondag 3 Juni was Ds. Herwijnen uit Dordrecht aan de beurt, en dus toog deze man met zijne echtgenoote en een nicht derwaarts om de blijde boodschap te verkondigen. Het was echter niet blij en de Bleskensgravenaars hadden er geen boodschap aan. Dominee immers kwam op den noodlottigen inval, de gemeente uit te noodigen met hem in te stemmen in een... "Gezang". Zijn Eerwaarde wachtte op den inzet van het orgel, maar de organist keek gemoedereerd over het gordijntje en er viel een grootte stilte. Dominee, aan een misverstand geloovende, gaf te kennen, dat de wijze van Psalm 89 precies van pas was. De organist lachte Zijn Eerwaarde smalend in het gelaat, maar weigerde te dansen naar het pijpen van den heidenschen Gezangenontuchteling. Toen hief dominee zelf als ware hij de Voorzanger, het Gezang aan; zijne gemalin zong mede, en ook de nicht liet zich niet onbetuigd. Helaas, bij dat trio bleef het. De gemeente zweeg in alle talen, in die van Kanaan met name. En nauwelijks was het driekoor uitgeklonken, of hardop zeide een ouderling door de volle kerk: "Ik hei je 't wel gezeid, dat er niks van terecht zou komen...'.
Al hetgeen staat geboekstaafd in de Dordrechtsche Courant van 9 Juli 1928, voor allen, die de geschiedenis der Kerkhervorming beoefenen.'
'Het predickhuys te Dinteloord 1693-1993' is de titel van een boekje, uitgegeven door de kerkvoogdij van de hervormde gemeente te Dinteloord ter gelegenheid van hel 300--jarig bestaan van het kerkgebouw. Hieronder volgt een stuk over het wapen boven de voordeur van de kerk (ook kort vermeld in Torenspitsen' d.d. 17-10-1991).
'Aangezien koning-stadhouder Willem III het collatierecht van Dinteloord en Prinsenland bezat, is de kerk zoals ook op andere plaatsen wel gebruikelijk was getypeerd met het persoonlijk wapen van de vorst. Hier mogen wij uit opmaken dat hij als vorst collator was en niet als stadhouder omdat hij anders een ander wapen zou hebben gebruikt
Het spreekt vanzelf dat aan de afbeeldingen die wij daarop terug vinden een betekenis is verbonden. Het geheel vormt het wapen van het Verenigd Koninkrijk (Groot-Brittanië) tijdens het bewind van Willem III gehuwd met Mary Stuart.
Ten teken van het koningschap van deze Nassauvorst is op het midden van het gebruikelijke wapen het schild (e) gelegd van Nassau.
De delen (a) duiden op Frankrijk en de (Engelse) vorstelijke pretenties over Normandië en Bretagne. De delen (b) dragen het wapen van Engeland. A en B samen vormden van 1405-1603 het gehele koninklijke wapen van Engeland.
Van 1603-1688 kwamen de delen (c) en (d) erbij Respectievelijk de wapens van Schotland en Ierland. De schildhoudende leeuw staat voor Engeland en de eenhoorn is de schildhouder van Schotland. Zij staan beide op een spreukband met de wapenspreuk van Nassau Oranje: "Je Maintendrai" (ik zal handhaven). Deze spreuk werd na Willem III niet meer gebruikt.
Rondom het schild is aangebracht het lint van de Orde van de Kouseband (the garter) (f). Deze luidt: "Honni Soit Qui Mal Y Pence" wat betekent: wee hem die er kwaad van denkt Dit alles rust op een console in Louis IV-stijl met cartouche waarin anno 1693 staat (11).
De orde van de Kouseband
Oorsprong
De adellijke Orde van de Kouseband, de meest geachte van alle Britse Ridderorden, is gesticht door Koning Edward III (1327-1377).
De koning was geïnspireerd door het voorbeeld van het legendarische gezelschap Ridders van de Ronde tafel gesticht door Koning Arthur (± 6e eeuw) en wilde een orde stichten van ridders die zich op gelijkheid beroemden.
Het bekendste en meest legendarische verhaal - wat de keus van de naam verklaart - is dat een dame haar kouseband liet vallen tijdens het hofbal welke door de koning werd opgepakt
Toen omstanders onbehoorlijke opmerkingen maakte gaf de koning een berisping met de uitdrukking "Honni Soit Qui Mal Y Pence" (schande op hem die hier slecht van denkt) daarbij voegend dat hij kort daarna deze kouseband tot de meest eervolle (honourable) orde ooit gedragen zou maken. Kort daarna nam hij dit over om zijn nieuwe ridderorde te benoemen.
Een andere traditie is, dat de kouseband de gordel vertegenwoordigt van de redding door St George (patroonheilige van Engeland en de orde van de draak) die zij om de nek van de draak gooide waarna hij hem naar huis leidde als een schoothondje. Een andere is dat het de gesloten cirkel van de broederschap van de ridders symboliseert. De exacte stichtingsdatum is onzeker maar in 1948 verklaarde koning George VI dat het dat jaar zes eeuwen bestond.
De orde is altijd beperkt van omvang geweest
De statuten bepalen dat de orde bestaat uit de soeverein en 25 ridders en dames deelgenoten met een rechte afstamming van koning George.
De Prince of Wales maakt deel uit van de oorspronkelijke instelling en is ook voorbehouden toelating te geven in de orde van Vreemde Ridders. Dit zijn regerende hoofden van buitenlandse naties.
Zo is ook onze voormalige koningin Juliana lid van deze orde!'
'Ce qu'en offrandes...', Alexandre Vinet (1797-1847) - Zwitsers godgeleerde en literair historicus.'
Op 19 april 1837 overleed zijn bijna 18-jarlge dochter Stephanie na een langdurige ziekte. De 8e juli, toen Vinet op een zondag alleen thuis was, schreef hij een gedicht Biens redemandés, waarin hij zich afvraagt, waarom God van ons afeist, wat Hij eerst gegeven heeft, maar aan het eind waarvan hij getuigt van het vertrouwen, dat Gods wegen met de mens goed zijn, en dat ook in de offers, die Hij vraagt, zijn liefde openbaar wordt.
De eerste en de laatste strofe van het gedicht geven de twee gemoedsstemmingen van Vinet duidelijk
Pourquoi reprendre,
O Père tendre.
Les biens dont tu m'as couronné?
Ce qu'en offrandes
Tu redemandés,
Pourquoi done l'avais-tu donné?
Parte Seigneur, tes oeuvres sont si grandes.
Et mon regard est si borné!
Tu peux reprendre,
O Père tendre.
Les biens dont tu ma's couronné.
Ce qu'en offrandes
Tu redemandés.
Je sais pourquoi tu l'as donné,
Et Ie secret de tes oeuvers si grandes
S'explique è mon esprit borné.
Dr. C. Bezemer (1924-1985) in zijn proefschrift 'Het christelijk geweten bij Alexandre Vinet' (Kok, Kampen, 1966)
Waarom, o lieve Vader,
Neemt Gij de goedertierenheden weg
Waarmee Gij mij hebt gekroond?
Eist Gij op.
Waarom toch schenkt Gij ze mij?
Spreek Heere, Uw werken zijn zeer vreselijk,
En mijn verstand is zozeer beperkt!
Gij moogt, o lieve Vader,
Van mij nemen
De goedertierenheden waarmee Gij mij kroondet
Van hetgeen Gij geeft
Eist Gij op. Ik weet waarom Gij het schonkt,
En het geheim van Uw grote daden
Wordt verstaan door mijn klein verstand.
(vert. mevr. E. van den Hoorn-Westland)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's