Gerechtigheid
Woorden van Leven
Het Bijbelse begrip van gerechtigheid, ook rechtvaardigheid (vooral in N.T.-teksten), bepaalt ons allereerst bij de deugd Gods, waardoor Hij Zijn rechtsorde handhaaft in de wereld, en in bijzonder ten gunste van Zijn volk. Wezenlijk hierbij is de belijdenis, die herhaaldelijk in de Schrift te vinden is: 'Gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Uws troons' (Ps, 89 : 14). In de gerechtigheid gaat het erom dat de dingen zijn zoals God ze bedoeld en beloofd heeft. Gerechtigheid betekent dan ook het heil voor Zijn volk, dat in de weg van Zijn verbond wandelt, maar het betekent ook het oordeel over alle schending van Zijn goddelijk recht. De vrome, de rechtvaardige in de relatie van het verbond, zal deze deugd van God van harte loven: Mijn mond zal Uw gerechtigheid vertellen, den gansen dag Uw heil' (Ps. 71, : 15). De gelovige mag zich in noodsituaties ook beroepen op Gods gerechtigheid: Doe mij recht naar Uw gerechtigheid, HEERE, mijn God!' (Ps. 35:24). Hij verwacht zijn redding van Gods rechtzettend ingrijpen: Red mij door Uw gerechtigheid' (Psalm 71 : 2), want: De HEERE doet gerechtigheid en gerichten al degenen, die onderdrukt worden' (Ps. 103 : 6). Gerechtigheid is ook het pad waarop God de gelovigen leert wandelen: Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil' (Psalm 23 : 3). Het is zaak om te doen, om na te jagen en lief te hebben. Er is ook loon aan verbonden: De goddeloze doet een vals werk; maar voor degene, die gerechtigheid zaait, is trouwe loon' (Spr. 11:18). De gedachte aan menselijke verdienste is daarbij echter uitgesloten. 'Zo spreekt niet in uw hart, zeggende: De HEERE heeft mij om mijn gerechtigheid ingebracht, om dit land te erven; ' (Deut. 9 : 4), luidt de vermaning aan Israël. De uitspraak van Luther, dat niet de goede werken de mens rechtvaardig maken, maar dat de rechtvaardige mens goede werken doet, geeft ten diepste aan wat de gerechtigheid in de relatie van de zondige mens tot God betekent. Door het geloof ontvangt de mens rechtvaardigheid, die hem uit genade in Christus wordt geschonken. Zowel in het Oude als Nieuwe Testament is het duidelijk dat de genadige toerekening Gods de grond is van de gerechtigheid van de rechtvaardige, niet zijn verdienste. De eerste passage waarin het woord 'gerechtigheid' in de Bijbel voorkomt is hierin al toonaangevend, als over Abraham wordt gezegd: En hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid' (Gen. 15 : 6). De Heere maakt ons zalig 'niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hebben, maar naar Zijn barmhartigheid' (Tit. 3:5). Onze gerechtigheid wordt alleen in Christus gevonden: Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem' (2 Kor. 5 : 21). De geschonken gerechtigheid brengt echter niets in mindering op de opdracht om de gerechtigheid na te jagen (2 Tim. 2 : 22). De Heilige Geest maakt ons uit Christus vol met 'vruchten der gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn tot heerlijkheid en prijs van God' (Fil. 1:11). En Johannes zegt: Een iegelijk, die de rechtvaardigheid niet doet, die is niet uit God, en die zijn broeder niet liefheeft' (1 Joh. 3 : 10). Tenslotte is gerechtigheid ook het perspectief van de hoop: Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont' (2 Petr. 3 : 13).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's