Globaal bekeken
Mevr. P. M. Molenaar-Dukel stelde een alleraardigst boekje met christelijke (poëzle)albumversjes samen (uitgave Gebrs. Molenaar, Gruttostraat 3, Bleskensgraaf). De meeste versjes zijn van onbekende 'dichters'. Eén vers is van de hand van de bekende predikant Jacob Cornells Guilielmus Goblus du Sart (1861-1936), die o.a. nog catechetisch onderwijs heeft genoten van dr. H. F. Kohlbrugge in EIberfeld. Hij schreef dit gedloht in een album van een catechisante.
Het laatste gedicht is van de hand van de moeder van mevrouw A. D. Ooms-Slob te Giessenburg, bekend vanwege haar maandelijkse rubriek 'Gedicht dichterbij' in het blad 'Op weg met de Ander'.
• Kind! wil in je jonge jaren
Een rijke schat vergaren
Uit des Heeren dierbaar Woord!
Heb je ook Zijn stem gehoord.
Heeft je hart het al vernomen,
Dat Hij is op aard' gekomen
Tot je heil en zaligheid?
O! hoe wordt je ziel verblijd,
O! hoe rijk wordt dan je leven!
Wat de hemel ons wil geven
Is een onwaardeerbaar goed!
In des Heeren zuiverend bloed
Afgewassen van je zonden,
In Hem rust en vree gevonden,
Reis je veilig hier Je pad:
't Eindigt in de eeuwige stad
Vraag naar Hem in al je dagen.
Blijf om Zijn genade vragen,
Nooit verwerpt Hij je beê:
Hij, de Heiland, onze vree.
• Zonder Gód, is zonder zégen!
zoek Hem 's morgens als je ontwaakt
Als Hij vóór is, wie is tegen?
't Is 't gebed dat helden maakt,
Niet door eigen kracht en sterkte,
niet door werken van de wet,
niet door eigen deugd en wijsheid,
is er ooit een ziel gered!
't Is genade, 't blijft genade,
wat voor eeuwig ons behoudt,
daarom moet er op genade,
eeuwig en alleen gebouwd.
Een lezer reikte ons het volgende aan:
• Groens einde
'In de vroege morgen van vrijdag de 19e mei 1876, om halfzeven, stierf Groen van Prinstererna een ziekbed van drie weken.
Het was op een sombere voorjaarsmorgen, dinsdag 23 mei 1876, dat vele hooggeplaatsen en eenvoudigen zich opmaakten om bij Groens uitvaart hem de laatste eer te bewijzen. Die dag verscheen "De Standaard" met een hoofdartikel, "Sursum Corda!" (= De harten omhoog!).
"De Standaard" van 24 mei, die dag weer in rouwband, schreef over Groens uitvaart o.m.:
"Overeenkomstig den wil van den overledene, zou zijne ter aardebestelling een oud-Hollandsch karakter dragen. Bidders met steek en lamfers (= rouwsluiers) en de dragers in het zelfde costuum; allen gesierd met het Oranje, Groens geliefde kleur. De dragers waren de boden van de verschillende departementen en hooge Staats-collegiën, alle dragende het officieel onderscheidingsteeken van hun betrekking."
Hij werd uitgedragen in een eikenhouten kist, met op een zilveren plaat zijn naam, geboorte-en sterfdata en daaronder de tekst 1 Cor. XV:55-57, welke luidt: dood, waar is uw ovenwinning? Dood, waar is uw prikkel? De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus. De baar was gedekt o.a. door kransen van koningin Sophie en prins Frederik, de oom des Konings.
Naar gewoonte van die tijd bleef mevrouw Groen van Prinsterer en enige verwanten in het sterfhuis achter, met de predikant dr. J. H. Gunning jr., die las en sprak over Openbaring 14.
In het boekje "Bij het graf van Mr. Groen van Prinsterer" schreef dr. J. H. Gunning jr. in de inleiding onder meer: "Zijn beeld staat altijd voor mijn geest als waarschuwing tegen al wat onedel, traag, kleinmoedig is. De schoonste gaven Gods aan de menschheid en gemeente zijn niet instellingen, denkbeelden of stelsels, maar levende personen. In de persoonlijkheid ligt duurzame werking, inzonderheid wanneer het geloof haar heeft geheiligd".'
Zie voor een en ander dr. G. Puchinger in zijn bijdrage 'Groens einde', opgenomen in de bundel 'Een staatsman ter navolging'-Groen van Prinsterer herdacht (1876-1976).
• Dr. Gunning jr. ter kerke!
'O, die heerlijke Zondagen! Dan moesten wij, kinderen, heel stil zijn, dan kwam vader niet beneden om te ontbijten, maar alleen om met ons te bidden.
Zijne gemeentelijke Evangelieverkondiging, zijn kerkdiensten, zijn mij als iets onbeschrijfelijk verhevens levenslang bijgebleven. Hem naar de preekstoel te zien henengaan was reeds eene wijding op zichzelve. Als men ooit een priester gezien heeftin onze Protestantsche godsdienstoefening, dan was hij het. Zou ik ooit zulk een bedienaar van het Evangelie worden ? ' 'Mijn vader had niet de drukst bezochte beurten, maar hij had een zeer trouw en hoogstaand gehoor. Een beurt van hem sloeg ik nooit over...'
'Hoe dikwijls heb ik vader door den tuin en het smalle Baltuspoortje (als mijn geheugen mij niet bedriegt naar een behanger, die daar een werkplaats bezat, zoo geheeten) naar de mooie St Jacob, de Groote Kerk, zien henengaan, hetzij om zelf te preeken, hetzij om naar zijn collega's te hooren. Ook elken Woensdagavond was hij onder de steeds kleiner wordende schare te vinden, die de weeköeurt niet verzuimde. Wij mochten nooit zeggen of vragen: "wie preekt er? " want dan luidde het bestraffende woord: "Kinderen, er is dienst en daar hoor ik bij". Toch had ik al spoedig in de gaten dat, al wilde vader officieel van geen prediklijstje weten, hij toch niet naar de kerk ging wanneer Ds. J. C. Zaalberg (1828-1885) of Ds. W. Hoevers (1827-1884), de twee moderne predikanten van Den Haag, voorgingen. Op de een of andere manier was dit dan toch wel tot zijn kennis gekomen!'
Uit: Dr J. H. Gunning JHzn. (1858-1940) - 'Herinneringen uit mijn leven' (1936).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's