Synodeleden stellen vragen inzake SoW
Bij de rondvraag op de hervormde synode reikt drs. H. Klink aan het moderamen de volgende brief aan, mede ondertekend door 25 synodeleden. Doorn, 24 maart 1995
Geacht moderamen.
Wij, ondergetekenden, willen onze grote zorg uitspreken met betrekking tot de eventuele bespreking van de ordinanties bij het conceptkerkorde in de vergadering van de trio-synode, die in mei a.s. zal plaatsvinden. Wij vernamen van u dat u a.s. maandag 27 maart beraadslaging zult hebben over de agendering. Wij verzoeken u dan te besluiten niet tot behandeling van de ordinanties over te gaan. Dit tegen de achtergrond van de indicaties die ons bereiken inzake de consideraties die plaatsgevonden hebben in de classes.
We hebben begrip voor de positie van het moderamen in het S.o.W.-proces. U bent naar twee kanten gebonden.
Aan de ene kant is er het grondvlak van de kerk. Dat is verdeeld. Aan de andere kant is er het groeiproces met de andere kerken, onder goedkeuring van de synode, met een eigen tijdpad.
Tussen die twee polen bevindt u zich. Het is een netelige positie om met de boodschap naar de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch-Lutherse Kerk te komen dat de bespreking van de ordinanties vooralsnog niet door kan gaan. Desalniettemin roepen wij u op om dat te doen. En dat met klem. Wij doen dat met het oog op het grondvlak en uit overweging van zuiver bestuur.
De bespreking van de ordinanties dreigt iets van een vertoning te worden. Anders gezegd: met het aangaan van de bespreking wordt de indruk gewekt dat het S.o.W.-proces koste wat het kost, moet doorgaan. Ook al gaat u daarmee, naar het zich laat aanzien, in tegen de wens van zeker de helft van de kerk.
U bent toch allereerst geroepen om solidair te zijn met onze eigen kerk. Het is uw eerste opdracht om deze kerk zorgvuldig te besturen en om rekening te houden met het welzijn van de gehele kerk.
Wij zijn bang dat de bespreking en vaststelling van de ordinanties het gevoelen in het land (dat toch al aanwezig is), dat men in het S.o.W.proces 'gewoon door gaat', zal versterken. Het wekt een verkeerde indruk wanneer het moderamen zichzelf bindt aan het S.o.W.-proces met een beroep op het formele argument dat het tijdpad is uitgezet. Voorbeelden daarvan zijn:
1. dat de ordinanties moeten in mei besproken worden.
2. dat de respondering met betrekking tot Mensen en Structuren vanuit kerkeraden en classes in augustus al aanwezig moet zijn.
3. ook worden er geluiden gehoord dat men zich gebonden voelt aan wat in de intentieverklaring van 1986 besloten is.
De voorzitter heeft tot uitdrukking gebracht dat men daar niet op terug kan komen. De vraag is onzes inziens waarom dat niet mogelijk is.
U gebruikt het beeld van een verloving. Een verloofd stel gaat zorgen voor de uitzet. Dat is zo. Maar als dan een van de partners te kennen geeft, dat hij of zij maar voor de helft overtuigd is dat hij of zij wil gaan trouwen, dan is er toch alle reden om de voorbereiding op het huwelijk op te schorten en tot nadere bezinning over te gaan. De ander heeft dan toch niet het recht om zich te blijven beroepen op de intentieverklaring van de verloving? De vrijheid om ergens op terug te komen heeft de kerk toch (gehoord hebbende de consideraties)? !
Wanneer u nu besluit om in de trio-synode toch ef tot bespreking van de ordinanties over te gaan, houdt u zich aan het tijdpad, en geeft u de indruk dat S.o.W. gewoon moet, ondanks grote bezwaren in de hele kerk. Wij geloven niet dat dit de juiste weg is.
Wij willen niet aannemen dat u zo denkt. Wij zijn overtuigd van uw liefde tot en zorg voor de kerk. Maar juist dat geeft het ons in u te zeggen dat het ons een zorg is dat u zich enkel door het proces zelf laat leiden. Wellicht kost het moeite te erkennen dat een groot deel van het grondvlak zegt: dit kan zo niet. Wij moeten deze geluiden niet maskeren. Bij de Kaski-cijfers is dat al gebeurd. Wij vragen u om te voorkomen dat dit nu - ongewild - weer gebeurt.
In oktober vorig jaar grepen we met de bespreking van Mensen en Structuren vooruit op de consideraties. Dat heeft kerkbreed veel losgemaakt. Het werd als prematuur en veel te gehaast ervaren. Wij vragen u iets dergelijks nu te voorkomen.
Laten wij niet ingaan tegen het breed verzet op het grondvlak, want dan maken wij brokken. Dat wensen wij niet, vandaar deze dringende oproep, ingegeven door oprechte zorg.
Wij stellen u voorom in S.o.W. een lange pauze in te lassen om zich te bezinnen op de voortgang van het proces. In die tijd kunnen de consideraties in alle rust bestudeerd en verwerkt worden en komen we hopelijk tot de zo noodzakelijke helderheid in de kerk.
U veel wijsheid toewensend,
ds. H. Klink, ds. M. Baan, oud. M. Burggraaf, ds. B. H. Weegink, oud. A. D. Drost, oud. L. van Walsum, ds. J. G. Barnhoorn, ds. J. ter Steege, diaken J. D. van der Klis, oud. kerkv. D. van Norel, diaken H. C. Kooyman, oud. kerkv. N. van Beek, ds. H. J. van der Laan, ds. A. Baas, ds. B. J. van Vreeswijk, ds. M. Oostenbrink, ds. D. D. Lucas, oud. IJ. Nederlof, oud. kerkv. A. Tuk, oud. I. M. Bouma-Heetland, oud. kerkv. E. J. van der Stege, ds. H. van Wingerden, oud. kerkv. H. Harms, oud. G. M. Dirkzwager, diaken G. H. Hunink, oud. kerkv. J. W. de Jonge.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's