Torenspitsen-Gemeenteflitsen
PERNIS
Ingeklemd tussen overslaghavens en olieraffinaderijen ligt in het zuidwestelijk havengebied van Rotterdam het vroegere vissersdorp Pernis. Tot 1 mei 1934 vormde het samen met het buurtschap De Heij een zelfstandige gemeente, maar op die datum werd het met het naburige Hoogvliet door het grote Rotterdam geannexeerd.
Van oorsprong een landbouwdorp, gelegen op de vette klei van het Overmaasse, zoals ze aan de overzijde van de Nieuwe Maas het eiland IJsselmonde pleegden te noemen. Het dorp had al vroeg een haven ter uitwatering van de polders, wat blijkt uit een oorkonde van 1249, waarin aan Jacobus de Pemesse een 'stale', een met slijk opgehoogde plaats nabij die haven aan hem in erfleen wordt gegeven.
Uit de geschiedenis van Putten en Strijen is bekend dat Pernis in 1307 reeds een kerkgebouw bezat. Wanneer deze gebouwd werd, is niet bekend, evenmin of het van steen dan wel van hout is geweest. Maar het was een parochiekerk met een pastoor en een koster, waarin de rooms-katholieke mis werd bediend en de kinderen door de pastoor werden gedoopt. Deze oude kapel werd in 1428 afgebroken en op dezelfde plaats werd een grotere kerk gebouwd, groot genoeg voor de ongeveer 400 inwoners van die dagen. Aan de oostzijde werd bij het aanbrengen van de leien op het kerkdak er één gelegd in de vorm van een hart, het werd de kerk van 'het Heiige Hart'.
In 1580 gaat Pernis over tot de Reformatie. Rotterdam en Charlois hadden dat reeds in 1572 gedaan. Van het kerkelijk leven vóór die tijd is weinig bekend. Wel weten we uit een verslag, dat de baljuw van Putten, Willem van Drencweerdt in 1571 heeft opgemaakt en dat bewaard wordt in het archief van de Bisschoppen van Utrecht, dat het in deze streek treurig gesteld was op kerkelijk en geestelijk gebied. Op de Korendijk, het tegenwoordige Goudswaard, was een priester, die een concubijn had met drie kinderen. In Charlois een pastoor, die 'so ontstelt is van pokken, dat niemand bij hem te biechten wil comen, sulcx, dat ze een ander dikwijls moeten nemen'.
Over Pernis na de Reformatie wordt eerst en dan nog zeer spaarzaam gesproken in een Aktenboek van de Classes Rotterdam van 1580 tot 1591. Op 9 mei 1580 wordt op een classisvergadering te Charlois gesproken over Jan of Johannes Mayus aan wie een schrijven zal worden gericht in het Belgische Nieuwpoort of hij niet naar Pemis wil terugkeren, dat hij ongevraagd heeft verlaten. Vermoedelijk was hij de laatste Pernisse pastoor. Men noemt hem 'Meester Jan', een titel, die veel pastoors droegen. Volgens de classicale notulen van 4 juli 1580 'heeft Meester Jan Mayus niet so stichtelick noch voorsichtelick gehandeld met die van den gerichte van Pernis en soo is geordonneert, dat Meester Jan sijn schuit bekennen sal'. Hij heeft dit uit de verte wel gedaan, maar keerde niet in zijn oude gemeente terug.
Het kerkelijk leven was de eerste jaren na de Reformatie ook hier nog slecht georganiseerd. Een kerkeraad ontbrak en de derde predikant, Paulus Mercator, wordt nog niet beroepen, maar komt op verzoek van de schout in 1583 te Pernis de dienst waarnemen. Deze predikant heeft het gemeentelijk leven beter geordend in de kleine vier jaren, dat hij hier heeft gestaan.
Tijdens zijn dienst werden op 5 oktober 1586 drie ouderlingen en twee diakenen gekozen, die 'voor den predicstoel opten 23e Octobris 1586 per me (door mij) Paulum Mercatorum, dienaer des Godlicken Woorts in Pernis' werden bevestigd tot de eerste kerkeraad dezer gemeente.
De oude kerk was aanvankelijk een klein bakstenen gebouw met een vloeroppervlak van ongeveer 90 vierkante meter. Het had aan weerszijden vier gothische ramen en het werd door een leien dak gedekt. De korte, wat gedrongen toren met een korte spits is in de tweede helft van de 15e eeuw gebouwd.
In 1700 bleek de kerk te klein en werd een stuk in de lengte aangebouwd en gesloten met een driezijdig koor. In 1783 schonk Ary Verheul, schepen en dijkgraaf een jaar voor zijn dood een consistoriekamer, die aan de westzijde tegen kerk en toren werd aangebouwd.
In het begin van de vorige eeuw breidde de gemeente zich uit en was vergroting van het kerkgebouw noodzakelijk. Kerkvoogden en notabelen besloten aan de noordzijde een gedeelte ter lengte van 8 Nederlandse ellen aan te bouwen en ook bijna zo breed. De preekstoel werd nu geplaatst aan de lengtezijde van de kerk, recht tegenover 'het nieuwe smk'. De totale kosten van 1700 gulden werden door de ongehuwde redersdochter Adriaantje van Dam gedragen.
Eén predikant heeft zijn gehele ambtsperiode in Pernis doorgebracht. Ds. Nicolaas van der Poel kwam hier als kandidaat en werd op 7 september 1738 door zijn voorganger ds. Thomas van Adrichem bevestigd. Hij vervulde hier 44 jaar lang zijn dienstwerk tot hij in 1782 emeritus werd verklaard. Hij overleed alhier en werd op 27 december 1786 in de kerk begraven.
Een beminnelijk predikant was ds. Jan van den Broek, die, gekomen van Herwijnen, op 3 september 1815 hier zijn intree deed. In de kerkeraadsvergadering van 16 april 1824 deelde hij mee, dat hij met behulp van de ouderiingen Jan Hoogwerf, Bastiaan 't Hart en Machiel Ketting een nauwkeurige telling had gedaan, waaruit bleek dat de kerkelijke gemeente bestond uit 276 huisgezinnen met 1258 zielen, waaronder 354 kinderen beneden de 10 jaar. Het getal belijdende lidmaten bedroeg 212, namelijk 71 mannen en 141 vrouwen. Ds. Van den Broek overleed hier op zijn 49e verjaardag, 7 juni 1826.
Een man van bijzondere redenaarsgaven moet zijn geweest ds. Gerrit Boer Czn. Hij kwam hier als kandidaat in 1854 en vertrok vijf jaar later naar Ouderkerk aan den IJssel. In deze laatste gemeente werden ongeveer 100 beroepen op hem uitgebracht. Hij was met zijn kuitbroek en steek nog een man van de oude stempel, behorend tot de Bakkerianen. Toen hij op 87-jarige leeftijd te Ermelo overleed, was hij de oudste der dienstdoende predikanten in de Hervormde kerk. Zijn voorlaatste standplaats was Urk.
Met de komst van de jonge ds. Wouter van den Bijtel in 1883 brak een andere tijd aan voor de gemeente. Was zij onder de ambtsperiode van ds. Willem Josinus Prijn (1860-1881) in gematigd orthodoxe geest bearbeid, thans trad een vurig Reveil-man aan, die door zijn vriend en ambtgenoot ds. Pieter Segboer van Hoogvliet in 1886 bijna in de Doleantie werd meegesleept. Gekomen van Varsseveld was hij door laatstgenoemde hier bevestigd. Ds. Van den Bijtel zag zijn taak voornamelijk onder de jeugd der gemeente. Binnen een jaar na zijn komst werd een vereniging voor Chr. Nationaal Schoolonderwijs (later C.V.O.), de zondagsschool Timotheüs en de Chr. Jongelingsvereniging Jonathan door hem in het leven geroepen. Een man van gezag, die met getrouwheid verkeerde gewoonten en misbmiken tegenging. Na vijfjarige arbeid vertrok hij op 23 april 1888 naar Eibergen in de Achterhoek.
De dertigste predikant is de onder de ouderen nog welbekende ds. Daniël Ozinga Murkzn., beroepen van Wijckel (Fr.) in 1897. Hij diende onze gemeente als een trouw pastor in confessionele geest. De gemeente breidde zich in zijn tijd uit tot 3200 zielen, die hij zonder enige hulp bearbeidde. In de 32 jaar dat hij hier stond, werden nog twee christelijke scholen en een kleuterschool gesticht, waarvan het aantal leerlingen steeg tot boven de 700.
Het oude kerkgebouw bleek tenslotte veel te klein en ook bouwvallig te zijn. Velen konden 's zondags geen plaats krijgen tijdens de diensten. Op zondag 8 februari 1925 leidde ds. Ozinga de laatste dienst in het vijf eeuwen oude kerkgebouw. De toren, eigendom van de burgerlijke gemeente, bleef echter staan en tegen haar verrees op dezelfde plaats een nieuwe, grotere kerk met 900 zitplaatsen, die op zondag 28 april 1926 aan de dienst des Heeren werd gewijd met de tekst uit 1 Koningen 8 : 29a: Dat Uwe ogen open zijn nacht en dag over dit huis'. Ds. Ozinga nam na verkregen emeritaat op 28 april 1929 afscheid van de gemeente.
Na hem dienden tot heden nog een tiental predikanten de gemeente, waarvan in de periode 1948-1979 een viertal de tweede predikantsplaats vervulden.
Sedert 17 mei 1992 wordt de gemeente gediend door haar 40e predikant na de Reformatie, ds. Machiel Dirk van der Giessen, gekomen uit het Groningse Delfzijl. De kleiner geworden hervormde gemeente, waaraan de secularisatie de laatste 30 jaar niet is voorbijgegaan, wordt door hem met jeugdig elan geleid en nog elke zondag vinden zowel 's morgens als 's avonds de diensten plaats. In prediking, lied en gebed mag de gemeente worden gebouwd op de grondslag van Schrift en Belijdenis en mag ook hier worden ervaren, dat de trouw des Heeren doorgaat van geslacht op geslacht. In diverse Bijbelkringen en gespreksgroepen voor jongeren en ouderen, op catechisaties en jeugdverenigingen komt een niet gering aantal gemeenteleden ook in de week bijeen om het Woord te onderzoeken en te ervaren, dat de Heere op deze Petra zijn gemeente zal bouwen en de poorten der hel haar niet zuilen overweldigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's