De Bergrede (3)
In het vorige artikel kwam het zogenaamde Bergredechristendom aan de orde. Slechts een lichtvaardig oordeel: vrijzinnig, sectarisch, is niet terecht, omdat de ernst die spreekt uit een absoluut en compromisloos standpunt ons soms in het nauw brengt. De gevestigde kerk mist te vaak de ernst in haar uitleveing, in discipelschap en navolging. Dat maakt ons kwetsbaar in onze oordeelsvorming. Toch menen wij dat het katholieke geloof, van alle tijden en plaatsen, algemeen, het orthodoxe geloof is, dat haar voedingsbodem heeft in de Schriften en in Christus, profeet, priester en koning, en vooral in het trinitarisch belijden. In dat licht geloven wij de grote werken Gods, en van daaruit komt ook ons behoud, in verzoening en vernieuwing.
Bergredechristendom, een onbetaalde rekening van de gevestigde kerk? In velerlei opzicht wel, maar niet altijd. Daar waar de kerk de navolging van de zelfverloochenende liefde verwaarloosde, daar, waar de structuren van 'deze' wereld de kerk in hun ban hielden en houden, in plaats van de contouren van het Koninkrijk, zijn wij aansprakelijk, en hopelijk ook aanspreekbaar. Daar is echter ook velerlei dwaalleer, die haar oorsprong vindt in beschouwingen, theorieën van een religieus mens. De voornaamste verbinding tussen allerlei door de Bergrede geïnspireerde visies is de miskenning van de macht van de zonde in mens en wereld en de macht van de genade in Christus.
Een voorbeeld daarvan is de liberale theologie, die uitgaat van de goede kern in de mens. Ook al wordt deze stroming niet direct tot het Bergredechristendom gerekend, heeft zij veel reactie daarop. Jezus zou het met name om de gezindheid gaan. Een rein hart! Het gaat, zo zegt men, in de Bergrede niet in eerste instantie om het letterlijk opvolgen van de woorden, de geboden van Jezus, als wel om het innerlijk motief De zedewet in ons bevrijdt ons van de regels en geboden, die van buitenaf, door wetgeleerden en farizeeërs ons worden opgelegd. Het gaat Jezus daarom, dat wij 'vrije' mensen worden, die ons hart laten spreken. Wij moeten dan ook de 'illustraties', die Jezus in de Bergrede aanreikt, niet als normatief zien, maar als mogelijkheden van gehoorzaamheid. Het zou kunnen betekenen, dat wij, staande in onze verantwoordelijkheid, tot tegengestelde handelingen zouden komen, vanuit gelijke innerlijke motivatie als in de Bergrede aanwezig is.
Wij zijn er in de achterliggende geschiedenis te veel aangelopen tegen mensen, die meenden een zuiver geweten te hebben, en tegelijkertijd afschuwelijke daden pleegden, zelfs vanuit het zedelijk besef, dat men geroepen is te gehoorzamen. Een mens is geroepen om niet alleen goed te bedoelen, maar ook goed te weten wat hij doet. Met name het slot van de Bergrede geeft aan: niet alleen hoorders, maar ook daders van het van Jezus' gehoorde woord. De gelijkenis van het huis op de rots en op het zand, het slot van de Bergrede, spreekt voor zichzelf . Aan het eind van deze eeuw zou men, alleen al door de geschiedenis geleerd, wijzer moeten zijn geworden als het gaat om de waardering van het hart van de mens. Zedelijkheid, slechts gefundeerd in het hart van de mens, is de slechtste garantie voor waardig en verantwoord handelen. Trouwens, de Bergrede is zeer concreet in de aanwijzingen voor het christelijke leven, en niet slechts inspiratiebron. De Bergrede stimuleert ons niet in onze zedelijke mogelijkheden, maar openbaart ons de wil van God, zoals die in Zijn Koninkrijk tot uiting komt. En uit de Zaligsprekingen wordt wel duidelijk dat het hier niet gaat om de zedelijke hoogstaanden, de sterke karakters en de knappe koppen.
Het gaat in de Bergrede om het concrete gebod zoals dat tot vervulling komt door de persoon en de boodschap, en het werk van Christus. In dit verband staat ook het strenge woord van Christus: gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt. Terwijl zij in de Naam van Christus hebben geprofeteerd en in Zijn Naam duivelen hebben uitgeworpen en in Zijn Naam vele krachten gedaan (Matth. 7 : 22-24).
Wij moeten onderkennen dat de Kantiaanse gezindheidsethiek, met name gevuld vanuit het kernbegrip: de liefde, velen in beslag heeft genomen.
Het woord van Augustinus: dilige et fac quod vis, heb lief, en doe wat je wilt, moet zo worden verstaan dat die liefde niet een produkt van eigen hart is, maar een gave van buitenaf, van de Heilige Geest.
Hiernaast vinden wij door de eeuwen heen vele stromingen, sekten, personen, die de Bergrede opvatten als een zeer concreet program voor de navolging van Christus, die de grote levens-en wereldhervormer is. Het Koninkrijk van God komt nu eenmaal als een oordeel in de mens, in de verhoudingen. Die kritiek is met name gericht op de gevestigde meningen en structuren, in kerk en staat en maatschappij, in het hart van de mens. Soms zijn die visies radicaal in wereldmijding, soms in revolutionaire zin. Algemeen bekend is Franciscus van Assisi. Wij moeten hier trouwens noemen een veelheid van orden, die trachtten hervormend en vernieuwend het geloof te belijden. Franciscus met zijn eigen aandacht voor 'de vogelen des hemels' kende armoede en ootmoed als voornaamste christelijke deugden. Wij denken ook aan de Waldenzen. Katharen en Albigenzen, die soms in zeer extreme wereldmijding trachtten volmaakt, 'perfect' te leven. De gevestigde kerk heeft de aanval van deze ketterij als hoogst ernstig opgevat en met alle, toen ter beschikking staande, middelen uitgeroeid. De verbreking van de eenheid van de kerk werd als een doodzonde beschouwd, en levensgevaarlijk voor de mens en zijn wereld. Wij denken ook aan Geert Grote en Zijn Broeders des Gemenen (gemeenschappelijke) leven. In deze sfeer van vroomheid verscheen ook een geschrift van wereldniveau: de Navolging van Christus, van Thomas a Kempis. Binnen het geheel van de kerk konden deze vruchten van geestelijke opleving worden geplukt.
In de Reformatietijd heeft de Doperse geestesbeweging in eerste instantie een revolutionair accent. Mensen als David Joris, Jan Matthijsz met hun 'enthousiaste' prediking, hun openbaringen maakten grote indruk en kregen veel aanhang. Ook hier is de kerk en de overheid zeer hardhandig opgetreden.
De Mennonieten, aanhangers van Menno Simons, hebben het Doperdom in veel kalmere uitingen beleden. Wars van uiterlijke opsmuk, leefden zij in eenvoud, teruggetrokken uit het maatschappelijk leven meestentijds. Zij wilden geen oorlog kennen of leren, en waren daarom 'dienstweigeraars'. Zij wilden de eed niet afleggen, zij kleedden zich in eenvoud. Naast een bevindelijke inslag kenden zij een ethisch strak verantwoord leefpatroon, waarin luxe, uiterlijke rijkdom als zonde werden beschouwd. Met name ook de ootmoedige levenshouding is kenmerkend voor deze stroming, die veel breder dan in de Doopsgezinde Broederschap een bedding vond. Ook in de Nadere Reformatie kende deze verinnerlijking en ernst.
Telkens weer is de Bergrede aanleiding geweest tot een 'ethisch' reveil. In een volgend artikel willen wij met namende jongere en meer eigentijdse uitingen daarvan naar voren brengen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's