Buiten je gezin in gemeente, studie of werk
Eva, wie ben je (3)
— Goed in je jasje
Bij een nauwkeurige lezing van Spreuken 31 : 10-31, 'lof der deugdzame huisvrouw' wordt duidelijk dat een vrouw in bijbelse tijden niet altijd thuis moest blijven maar op verschillende terreinen bezig kon zijn. Een vrouw kan haar primaire roeping, het hart van het gezin te zijn, pas goed vervullen als ze goed tiert; moet ze een 'jasje' aan, dat haar niet past, dan komt ze in de knel! Is het jasje te ruim en moet ze volgens de omgeving meer, dan loopt ze het risico een minderwaardigheidscomplex te krijgen; is het jasje te nauw en moet ze van haar omgeving haar bezigheden inperken, dan is het gevaar van ontevredenheid aanwezig.
— Vrouw in gezin
Sommige vrouwen hebben 'genoeg' aan het werk in het gezin. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als er kinderen van verschillende leeftijden in het gezin zijn. Deze moeders moeten zich zeker niet door hun omgeving om laten praten dat zij pas mee zouden tellen als ze er wat anders bij doen. Als die dames weten dat de HEERE hen in het gezin gesteld heeft, dan voelen zij zich op hun plaats. De taak in het gezin mag zeker niet ondergewaardeerd worden: het gezin is een kerkje in de kerk! Aan de andere kant moeten deze vrouwen er wel voor waken dat zij ongemerkt niet het slaafje of sloofje van het gezin worden; hun eigen geestelijk leven mag niet gaan kwijnen doordat ze alle tijd aan het gezin geven en zelf geen mogelijkheid hebben voor de stille omgang met de Heere.
— Vrouw in gezin en...
Er zijn ook vrouwen die naast hun basisverantwoording voor het gezin tijd en energie over hebben of vrij maken, zodat zij zich op de een of andere manier buiten het gezin kunnen bewegen. Er doen zich dan verschillende mogelijkheden voor.
1. Kerke werk
Allereerst kan aan kerkewerk gedacht worden. Hoewel het bijbels onverantwoord is dat een vrouw een kerkelijk ambt bekleedt, kan ze wel op verschillende manieren dienstbaar zijn voor/in de kerk. Genoemd kan worden bezoekwerk, verenigingswerk, club, zondagsschool, etc. Volgens sommige gemeenteleden hoort de domineese deze activiteiten allemaal te ontplooien en wordt zij als de 'onbezoldigde hulpprediker van de dominee' gezien. De echtgenotes van de andere ambtsdragers krijgen eveneens snel deze functie toegewezen. Als een gemeente zo redeneert ziet zij in bepaalde vrouwen bijzondere gelovigen, die vanwege de status van de man geacht worden extra actief te zijn. Op zich is het waar dat de echtgenote van een ambtsdrager meer naar het midden van de gemeente staat; door zelf bezig te zijn binnen de gemeente kan zij direct meewerken aan de opbouw van de gemeente en indirect meewerken aan het werk van haar man (bijv. ze hoort van noden en geeft dit door). Aan de andere kant is kerkewerk de roeping van elk gemeentelid dat belijdenis gedaan heeft; ieder belijdend lid heeft op de derde vraag toch 'ja' gezegd? Het kerkewerk mag niet op bepaalde mensen afgeschoven worden; als de roep komt dienen alle gemeenteleden zelf met de vraag bezig te zijn of de Heere hen hier wil gebruiken.
2. Buitenshuis werk
Andere vrouwen, die naast hun gezin tijd en energie overhebben gaan buitenshuis werken. Zij moeten zich van tevoren rekenschap geven van verschillende problemen, die zich voor kunnen doen en daar eventuele antwoorden op formuleren: Wat gebeurt er, als de werkzaamheden van de man in botsing komen met die van de vrouw, en wie geeft dan toe? Wat gebeurt er als een 'buitenshuis-werkende-vrouw' de smaak te pakken krijgt en steeds meer en meer en meer wil?
Hierboven is bepleit dat de bijbelse visie op de taakverdeling primair de man aanwijst als kostwinner. In overeenstemming daarmee hoort de gerichtheid van een vrouw bij het werken niet het geld-aspect te zijn. Het is bijbels niet verantwoord dat een vrouw voor geld gaat werken met het doel dat het gezin alweer een nieuw bankstel kan kopen of meer op vakantie kan gaan.
In de christelijke gemeente moet een vrouw een ander ijkpunt hebben, zodat het onbetaalde en betaalde werk op gelijk niveau komen als 'bezigheden-buiten-het gezin'. Beide soorten van buitenshuis werk (dus ook kerkewerk!) mogen de primaire taak van de vrouw niet in het gedrang brengen. Als de bezoeken aan eenzamen, het organiseren van gemeentewerk, het leiden van verenigingswerk etc. tot gevolg hebben, dat het gezin er onder leidt, dan verzaakt zo'n vrouw haar primaire taak!
3. Studie
Maar wat als een vrouw gestudeerd heeft? Moeten meisjes wel gaan studeren? De regering is in deze dingen duidelijk. Zij propageert in de 1990 maatregel met de leus 'een slimme meid is op haar toekomst voorbereid' dat meisjes er goed aan doen te studeren, zodat ze economisch onafhankelijk kunnen zijn. Bij het lezen van de begeleidende folder wordt helder vanuit welke hoek de wind waait. Daarin wordt gezegd: 'Als ik aan kinderen begin, zou ik toch willen blijven werken. Maar zover is het nog lang niet. Ik woon nog niet eens samen'. Het feminisme viert in de 1990-maatregel hoogtij; dat blijkt duidelijk aan de drie delen uit het citaat: 'aan kinderen beginnen'; 'in ieder geval blijven werken'; 'samenwonen'.
Op zich is het echter wel bijbels verantwoord dat meisjes studeren en als het moet voor financiële middelen kunnen zorgen; geen enkel meisje weet of dat (door bepaalde omstandigheden) nodig zal zijn. de vraag komt wel boven hoe met die studie (en het daarbij horende werk) omgegaan wordt. Het principe: voorlopig geen kinderen, want dan kan ik niet aan mijn carrière werken komt niet overeen met het bijbelse gedachtengoed. Wie helemaal opgaat in de studie en verder geen oog voor iets anders heeft, bedrijft afgoderij. Wie het eigenlijk zonde vindt met werken te stoppen omdat er zo'n lange dure studie aan voorafging, en daardoor in het gezin tekort schiet, is op de verkeerde weg.
— Doel van het werk
Bij al het werk en de studie moet goed in het oog gehouden worden 'waarom' men zo bezig is. Is het om een goede naam te maken of om veel geld te verdienen? Volgens de maatschappij ligt de waarde van het werk in geldelijke waardering; daarom wordt vrijwilligerswerk veel te vaak ondergewaardeerd.
Het past christenvrouwen andere maatstaven voor de waarde van het werk te hanteren. De vraag 'is dit in dienst van de Heere' kan daarbij een richtlijn zijn voor het maken van een keuze. Dan kan het voorlezen uit een kinderbijbel belangrijker zijn dan 'dat baantje van dinsdag'.
Mozes maakte de goede keus en wilde liever met het volk van God kwalijk behandeld te worden dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben; achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons (Hebr. 11 : 25, 26).
— Werken met de gaven
Gekomen bij een samenvattende afronding van het geheel kan op de vraag of een vrouw mag werken alleen maar met 'ja' geantwoord worden. Elke vrouw (maar eveneens elke man) heeft de goddelijke opdracht te werken met de gaven en talenten, die de Heere haar geschonken heeft op de plaats, waar de Heere haar gesteld heeft Hem ter eer.
Het is onbijbels als een vrouw met haar armen over elkaar gaat zitten onder het morn van: 'ik heb mijn bestemming, bij man en kinderen, nu "hoef ik niets meer'. Een vrouw bereikt haar bestemming pas als ze 'in de Heere' is!
Een vrouw in het gezin mag de gaven, die haar geschonken zijn, niet verwaarlozen. De kinderen van de Heere Jezus vertellen: een gave. Een open oor hebben voor haar man: een gave. Luisteren naar anderen: een gave. Bezig-zijn voor het gezin: een gave. Een gave van de Heere gekregen is tevens een opgave!
Aan de andere kant moet er oog zijn voor verschil in gaven en talenten; de een heeft vooral deze gave en de andere heeft weer andere talenten. Als het oog gehouden wordt op de Heere, Die die gaven geschonken heeft, wordt men ervan weerhouden ontevreden of jaloers op anderen te zijn of gaven te verwaarlozen. Dan zal steeds de vraag zijn: 'Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? '
— Verstandige vrouw
Als de Heere man en vrouw in een huwelijk aan elkaar geeft, en dat huwelijk bovendien wil zegenen met kindergave, heeft die vrouw primair een taak in het gezin (als ze die ontkent had ze beter niet kunnen trouwen!). Maar elke vrouw is ook een persoon met gaven en talenten. Dit gegeven kan vrouwen in tijdnood brengen; een dag heeft geen 48, maar 24 uur. Daarom moet er ook voor gewaakt worden dat men zich niet overvraagt; dat gevaar is ook in Gods dienst sterk aanwezig!
De vraag voor elke vrouw wordt dan: 'wat doe ik, en wat als eerste? ' Bij de beantwoording mag een vrouw niet bij de wereld te rade gaan, maar moet zij biddend opzien naar de Heere, met de bede dat Hij in alle dingen Zijn weg zal leren. Zo kan de christelijke gemeente een lichtend licht worden en zich als een bruid voorbereiden op de komst van de Bruidegom. Dan krijgt de 1990-leus een christelijke variant: Een slimme mei is op Zijn (toe)komst voorbereid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's