Belijdenis doen en kerkelijke verantwoordelijkheid
Het komt nogal eens voor, dat mensen in hun werkkring voor gewetensbeslissingen worden gesteld. Ze kunnen promotie maken maar moeten dan verhuizen. Soms is er sprake van gedwongen overplaatsing naar een ander deel van het land. De vraag komt dan aan de orde waar men zal gaan wonen. Voor velen is behalve de plaats waar zij werken ook de plaats, waar zij kerken van groot belang. In vele gevallen wordt zelfs als woonplaats gekozen de gemeente, waar men kerkt.
Vooral mensen, die de prediking naar Schrift en belijdenis verlangen voor zichzelf en hun gezin, staan in dit opzicht soms voor moeilijke beslissingen. Men heeft er dagelijks soms veel reistijd voor over om naar het werk te gaan, als men maar tot een gemeente kan behoren, waar de prediking van zonde en genade voluit mag klinken. Er zijn ook mensen, die het wel geloven. Met het gevolg, dat kerkgang in de andere gemeente, waar men zich vestigt, verslapt omdat men de vertrouwde, traditionele sfeer mist en men zich al snel vreemd voelt. Helaas ontbreekt het in dit verband soms ook aan goede communicatie tussen kerkeraden bij het afgeven van attestaties.
Ter plaatse
In deze weken doen allerwegen nog weer velen belijdenis des geloofs. De kerkbladen geven een uiterst geschakeerd beeld als het over aantallen gaat. Er zijn (nog) wijkgemeenten met velen, die belijdenis des geloofs afleggen. Het maximale aantal, dat ik tegenkwam, was vijfenzeventig. Er zijn ook gemeenten met soms nog (of wéér!) één enkele persoon, die temidden van de gemeente het ja-woord geeft. Ergens las ik van één oude vrouw van zesentachtig jaar. Dat is overigens niet minder een teken van Gods doorgaande trouw dan in die gemeente met vijfenzeventig nieuwe lidmaten of in gemeenten met alle mogelijke aantallen daartussen.
Voor velen is de gemeente, waar men woont, doorslaggevend voor de vraag waar men belijdenis des geloofs aflegt. Men is opgegroeid in een hervormd gezin en weet zich ter plaatse thuis onder de prediking en in het geheel van het gemeentelijke leven. Ze denken niet te hoeven kiezen, omdat de gemeente hen koos.
Welnu, de kerk is ook allereerst daar, waar de gemeente is. Het gaat immers om de prediking en het onderricht, het pastoraat en verdere activiteiten, die binnen en vanwege de gemeente worden verricht.
Daar vindt ten diepste de gemeenschap der heiligen haar basis.
Daar ontvangen kinderen het teken en zegel van het verbond aan het voorhoofd, wanneer in de Naam van de Drieënige God de doop wordt bediend.
Daar wordt de gemeenschap der heiligen het diepst beleefd, wanneer de avondmaalstafel staat aangericht.
Neem de gemeente weg en de kerk is weg. Neem de gemeente weg en belijdenis des geloofs is zinloos of onmogelijk geworden.
Opbouw
Ieder, die belijdenis des geloofs aflegt, is dan ook geroepen — en belooft dat ook voor Gods Aangezicht — om mee te werken aan de opbouw van het lichaam van Christus, zoals dat zich in de Gemeente Gods openbaart. De gemeente is dan ook geen winkeltje, waar men zomaar in en uitloopt. De gemeente staat en valt ook niet met de dienaar des Woords, die op dat moment in de gemeente staat, wanneer men belijdenis doet.
Al te gemakkelijk zwerven mensen vandaag van de ene gemeente naar de andere. Het individualisme van onze tijd speelt hier ook geducht een rol. Dat bovendien de kerk het vandaag ó zo gemakkelijk maakt om van gemeente te veranderen, mag echter wel leiden tot de vraag wat belijdenis doen in de gemeente nog betekenen mag. De gemeente is de plek van Gods doorgaande handelen in deiijn der geslachten. Er moet dan ook heel wat gebeuren, wil men de gemeente, waartoe men behoort en waarbinnen men de woorden Gods heeft gehoord en waarbinnen men de Naam heeft beleden, prijsgeeft.
Zeker, mensen kunnen lijden aan de eigen gemeente, omdat het alles niet is naar de reinheid van het heiligdom. Soms doen zich ook in die gemeenten, die de naam hebben Schrift-belijdenisgetrouw te zijn, toestanden voor, die ten enenmale in strijd zijn met de heüigheid, waartoe de gemeente is geroepen. Maar men zal elders geen principieel bétere gemeente aantreffen. Vaak lijkt een andere gemeente beter, omdat mensen er slechts even langs komen. Of het gaat mensen helemaal niet om de gemeente op zich maar louter om de predikant.
Nochtans, de gemeente is bijeenvergaderd door Woord en Geest. Dat onderscheidt haar van elke willekeurige vereniging. De kleine geschiedenis van vele gemeenten in de Hervormde Kerk leert intussen wel, dat deze bewaard werden ónder de prediking van het Woord Gods of weer tot de reine bediening van het Woord terugkeerden, doordat mensen ook in moeilijke situaties op hun post bleven en, soms zwaar lijdend aan concrete misstanden, hun hart en liefde nochtans aan de gemeente hebben gegeven. Ze bleken dan bovendien zelf altijd nog meer te ontvangen dan ze zelf vermochten te geven.
Elders
Maar dan komt er een verhuizing. Wat dan te doen? Mensen kiezen, als gezegd, bewust voor de gemeente, waar ze (kunnen) kerken. Hun verantwoordelijkheid nemen ze dan mee van de ene gemeente naar de andere. En dan is het toch zo, dat de contouren van de kerk in het blikveld komen. De kerk wordt immers gevormd door alle gemeenten samen!
Wie belijdenis doet in een plaatselijke gemeente, doet dat kennelijk ook in de gemeenschap met andere gemeenten binnen die zelfde kerk. Daarvoor komt men te staan bij verhuizing.
Men komt dan overigens ook te staan voor de veelvormigheid, om niet te zeggen de veelvoudigheid van de kerk. Men kan er niet mee volstaan te denken, dat men alleen plaatselijk hervormd is.
Vindt men nu geen gemeente, waar de prediking is naar de Schrift en naar de belijdenis der kerk, dan wijkt menigeen uit naar een andere kerk, waar de prediking naar de Schriften wel is. Dat is enerzijds begrijpelijk. Het gaat immers om het geestelijk welzijn van het gezin. Het gaat om de prediking van de levende Christus voor arme zondaren. Het is niet om het even onder welke prediking men verkeert. Anderzijds kan men toch niet zo maar weglopen van de verantwoordelijkheid, die men bij het afleggen van belijdenis op zich nam. De zwaarte daarvan hebben mensen soms een leven lang met zich gedragen.
Helaas moet echter geconstateerd worden, dat de overstap soms al te snel wordt gemaakt. Nog voordat men geprobeerd heeft hoe het in de plaatselijke gemeente, waar men door verhuizing terechtkomt, toegaat, heeft men al het besluit genomen tot een andere kerk over te gaan. Daaraan kan natuurlijk een bewuste, andere kerkelijke keus ten grondslag liggen, die men vóóraf heeft gemaakt. Maar vaak ook is de verantwoordelijkheid, die men met de belijdenis op zich nam, niet echt getoetst en in praktijk gebracht. Soms hoort men dan ook de klacht dat mensen, die in hervormd gereformeerde gemeenten trouw meeleefden, niet in contact treden met geestverwanten in gemeenten waarheen ze verhuizen. Ze hebben bij voorbaat hun keuze gemaakt.
De kwestie van gemeentekeuze bij verhuizing komt uiteraard binnen elke kerk of kerkelijke denominatie voor. Kleinere kerken kennen vaak streekgemeenten. Mensen trekken 's zondags uit een wijde omgeving daarheen. Maar soms is hun kerk in het geheel niet aanwezig in die regio en staan mensen óók voor de vraag naar welke kerk men gaan zal.
Van tijd tot tijd wordt ondergetekende geraadpleegd over de situatie van de Hervormde Kerk binnen een bepaalde regio. Mensen uit andere kerken blijken bereid te zijn de overstap te maken naar een hervormde gemeente. Toch proeft men achter de vragen, die worden gesteld, dan vaak die éne grote vraag, die kenmerkend is voor de afgescheidenen, namelijk of men wel ter plaatse hervormd kan zijn wanneer men de Hervormde Kerk als gehéél in ogenschouw neemt. Heel recent werd die vraag enkele keren achtereen gesteld vanwege omstreden synodebesluiten.
Wat kan men in dat geval echter anders antwoorden dan dat men als hervormd gereformeerde die vraag dan ook vooral aan zichzélf stellen moet. Hervormd gereformeerden hebben de jaren door die vraag anders beantwoord dan binnen kerken terzijde van de Hervormde Kerk het geval is. Bij omstreden synodebesluiten worden we echter als hervormd gereformeerden óók telkens opnieuw met de neus op de feiten gedrukt. De vraag van de kerkelijke verantwoordelijkheid moet dan toch ook bij de voorbereiding tot de belijdenis des geloofs wel onder ogen worden gezien. Men doet niet alleen ter plaatse belijdenis. Men wordt ook betrokken in een geestelijke strijd binnen de kerk. Wil men dat, ook echt wanneer men het ja-woord uitspreekt?
Spanning
De kerk is naar haar wezen een gemeenschap. Die gemeenschap wordt allereerst beleefd onder de prediking van het Woord en de bediening der sacramenten binnen de gemeente. Die gemeenschap wordt vaak ook sterk beleefd bij het afleggen van belijdenis des geloofs, omdat men dan bewust tot de gemeenschap der gemeente toetreedt.
Maar de kerk is van alle tijden en plaatsen. En daarom treedt men bij het afleggen van belijdenis des geloofs ook binnen in de bredere gemeenschap der kerk. Die gemeenschap kan echter onder spanning staan of zelfs innerlijk verbroken worden, doordat leringen opgeld doen, die niet zijn naar het zuivere Evangelie.
Binnen de Hervormde Kerk is dat spanningsveld wel héél duidelijk aanwezig. Het verstaan van de Schrift is bij tal van zaken in het geding. De laatste tijd beleven velen zelfs op toegespitste wijze, vanwege omstreden besluiten, die de kerk nam, dat zich een scheiding der geesten aan het voltrekken is.
Het gezag van de Schrift wordt binnen de Hervormde Kerk bepaald niet overal gelijk gewaardeerd. Beslissingen worden genomen, die de toets der Schrift niet kunnen doorstaan. Daaraan mag men nooit wennen door van de gedachte uit te gaan, dat het gelukkig in allerlei plaatselijke gemeenten nog anders is. Wie hervormd is draagt de schuld en de nood van de hele kerk met zich mee. Dat kan grote gewetensnood met zich meebrengen. Aan de kerk wordt geleden. Dat lijden aan de (hervormde) kerk, waartoe men behoort, is velen in de loop der tijd ook te machtig geworden. Ze zijn heen gegaan. Soms zijn ze echter ook weer teruggekomen, omdat ze gingen beleven niet onder de schuld te kunnen uit lopen. Tot de roeping, die de belijdenis des geloofs met zich meebrengt, behoort immers ook de geestelijke strijd binnen de kerk.
Samen
Wie belijdenis des geloofs aflegt, doet dat allereerst persoonlijk, voor God en Zijn gemeente. Maar hij doet het ook samen met anderen. Ook binnen een kerk, die vaak ver van haar fundament is weggegroeid, hebben mensen zo ook vaak samen hun verantwoordelijkheid beleefd om, lijdend aan de nood der kerk, hun verwachting te hebben van de Heere, van Wie in de weg der gehoorzaamheid ook herstel mag worden afgebeden en Die soms ook verrassend herstel gaf
Belijdenis des geloofs vraagt dan ook, behalve om persoonlijke beleving, om gemeenschappelijke beleving van wat beleden wordt.
Die gemeenschappelijke beleving vindt plaats onder de prediking.
Die gemeenschappelijke beleving vindt ook plaats in een gezamenlijk verstaan van de kerkelijke roeping. Dat gelijkgezinden elkaar daarbij opzoeken, mag niet negatief worden uitgelegd. Als het maar om het welzijn van de kerk en de gemeente gaat.
Wie niet buiten de prediking naar Schrift en belijdenis kan, omdat daar het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest voor zondaren tot z'n recht komt, zoekt de gemeenschap met allen, die uit hetzelfde dierbare geloof leven. Maar die zoekt daarin samen met anderen ook het goede voor de kerk.
Binnen geen enkele kerkelijke gemeenschap ontbreekt, zeker vandaag niet, het element van lijden aan de kerk, tenzij men in triomfantelijkheid vervalt. De kerk is allerwegen kerk in gebrokenheid, intern en naar buiten. Die gebrokenheid vraagt ook om gemeenschappelijke beleving. Daarin wordt ook ervaren, dat de kerk kerk onder het Kruis is. Maar als dat echt wordt beleefd, zullen de vruchten van het werk van Christus ook telkens blijken op te bloeien, daar waar het mensen samen om de eer van Christus te doen is.
Samen op Weg
Het lijkt afgezaagd te worden om ook in deze bijdrage nog weer eens Samen op Weg te noemen. Toch waag ik het erop. Velen hebben het er vandaag immers moeilijk mee, dat de kerk, waarbinnen ze ooit belijdenis des geloofs hebben afgelegd, hen wordt ontnomen. Ze hebben met het afleggen van belijdenis des geloofs hun roeping aanvaard binnen de Nederlandse Hervormde Kerk en worden vervolgens meegenomen naar een andere kerk, die ze niet begeren.
Bij verhuizing naar een gemeente, waar Samen op Weg al in volle gang is, komt dat probleem in alle zwaarte op mensen af. Men komt in verwarring als men zich de belijdenis des geloofs te binnen brengt. Omdat men de Samen op Weg-gemeente niet meer als hervormde gemeente ervaart, wordt gemakkelijker de overstap gemaakt naar een kerk terzijde van de Hervormde Kerk. Als het dan toch anders moet, dan maar (voor) góéd anders.
Maar mag van belijdende hervormden toch ook niet worden gevraagd om, in solidariteit met anderen, hun verantwoordelijkheid voor de kerk, waarin men belijdenis deed, niet op te geven, ook al zoekt men (tijdelijk) geestelijk voedsel elders? Om des gewetens wil is het vaak onmogelijk ter plaatse echt onder de prediking te verkeren, wanneer die niet naar de Schriften is, maar ontslaat dat van de kerkelijke verantwoordelijkheid?
Kracht
'Ga in de kracht van dit belijden', zo luidt het vaak bij het afleggen van belijdenis des geloofs.
Die kracht wordt van Godswege verleend in de verbanden van het leven, waarin mensen zijn gesteld.
Die kracht wordt ook verleend en zal dan ook blijken in de kerkelijke verbanden, waarbinnen men is geroepen.
Welkom in de strijd. Helaas ook in de kerkelijke strijd. Die strijd lijkt vaak uitzichtloos, maar is als het er op aankomt toch niet hopeloos. De overste Leidsman gaat voorop. En de Kerk is Zijns. Belijdende leden van Zijn gemeente en van Zijn Kerk hebben maar te volgen, persoonlijk, gemeentelijk en kerkelijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's