De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit diepten van ellende... (Psalm 130)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit diepten van ellende... (Psalm 130)

Ingezonden

8 minuten leestijd

Dit zongen de leden van de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk na afloop van de maartzitting. Voor wie van de aanwezigen zou dit een hartekreet zijn geweest? Na twee intensieve synodedagen op 23 en 24 maart jl. weer terug in de rust van mijn eigen gemeente. Mis, twee van zulke dagen met controversiële onderwerpen op de agenda laten je niet koud.

Het hart is geraakt en... gewond. Met elkaar spreken vanuit het gemeenschappelijk verstaan van de Schrift is onmogelijk gebleken. Je veilig voelen achter de gedachte dat er begrip is voor elkaars standpunten is verdwenen.

Vooral na de vrijdagse discussie over het rapport 'afhouding van het Avondmaal als middel van kerkelijke tucht', de bespreking van het rapport 'Israël, Volk, Land en Staat' en de discussie over het homo-besluit van november 1994, heb ik mij ten diepste afgevraagd wat ons nog bindt binnen onze Kerk. Alle basis en geloof in elkaars integriteit is verdwenen. Onhervormde besluiten zijn genomen. Werpt hier de VPKN haar schaduw reeds vooruit? Wordt het straks nog erger?

Een afgevaardigde stelde in het homo-debat tegenover het 'ik kan niet anders want ik ben niet anders' het: 'ik mag niet anders'. Hier laat een christen zich in zijn hart kijken. Hier gaat het er niet om wat 'men' er van denkt Hier gaat het om eerst naar God in Zijn Woord te luisteren. Natuurlijk is er oog, begrip, medelijden, troost bijstand voor de homoseksuele medemens in zijn of haar strijd tegen het 'anders' zijn. Natuurlijk is er voor hen plaats aan de Tafel van het Verbond. Waarom wordt steeds dat misverstand ingevoerd, dat tucht ook zou gelden voor de niet praktizerende homoseksueel? Zelfs de secretaris-generaal van de synode moest hierin tweemaal gecorrigeerd worden. In mijn reformatorisch verstaan van het Woord van God mag ik iemand die zijn of haar zonden niet belijdt, niet laat en er niet tegen strijdt, niet toelaten aan de tafel des Heeren.

Met het besluit van de synode in de hand weet ik nu dat ik zo niet meer behoor te denken. In veel opzichten blijkt er zo een geweldige kloof te bestaan in het verstaan van de bijbelse woorden. Wat de een ziet als zonde, verklaart de ander als deugd. Zo ver liggen de standpunten inmiddels uit elkaar in de kwesties van de tuchtoefening rond het Heilig Avondmaal. Sterker, degenen die met Jezus zeggen 'gaat heen en zondig niet meer, worden nu in tuchtvolle bewoordingen toegesproken: 'dit behoor je niet te doen' (met alle consequenties van dien in een beroepsprocedure).

Hier word ik in het hart van mijn geloof getroffen. Hier word ik in de essentie van mijn ambtsdrager zijn geraakt. Hier word ik gedwongen om de Schriften, waar het om de wezenlijke zaken gaat in de relatie tussen God en een zondaar, te verstaan op een wijze die buiten de vrijheid in Christus om gaat.

Hier gaat het om verzoening met God de Vader door de gerechtigheid in Christus tegenover de aard van Gods gerechtigheid daar waar geen berouw over zonden is, maar volharding, ja zelfs aansporing tot zonden. We spreken dan vanuit de Schrift over Gods toorn over de zonden.

Verzoening liep als rode draad door alle debatten tijdens deze synodevergadering heen. Maar als verzoening wordt omschreven als 'een zoen geven en... over', dan ben ik echt los! Deel krijgen aan het bloed van Christus, waardoor een zondaar verzoend wordt met God, gaat toch niet buiten het belijden (en laten) van zonden en schuld om? De hartekreet van de tollenaar bij de tempel: 'O God, wees mij zondaar genadig' gaat dan toch bij ons zelf leven! Het geloof wordt nu gedegradeerd tot een consumptieartikel. Het geeft geen normen meer voor het gehele leven en de omgang met God. Steeds maar weer wordt een beroep gedaan op wat heet: 'Het voortgaand beter verstaan van de Heilige Schrift'. Is dit geen weergaloze arrogantie? Verstaan wij de Schriften beter en dieper dan bv. de mannen van de Reformatie als het gaat om wezenlijke zaken zoals zonde, gerechtigheid, vergeving en verzoening? We praten dan niet over bijkomstigheden, die vaak cultuur-en tijdgebonden zijn.

In deze synodevergadering ging het in ieder geval over wezenlijke zaken. Maar we konden elkaar niet vinden.

Hoe zal dit verder uitpakken?

Wat mij betreft zijn wij de grens dicht genaderd. Ik wil daarbij artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis in het geding inbrengen. In dit artikel belijden wij o.a. als kenmerken van de ware Kerk: de zuivere prediking van het Evangelie; de zuivere bediening van de sacramenten zoals Christus die ingesteld heeft; het gebruik van de kerkelijke tucht om de zonden te straffen. Kortom, zich houden aan het zuivere Woord van God en verwerpende alle dingen die daar tegen zijn en houdende Jezus Christus als het enige Hoofd.

'Aangaande de valse kerk', staat er letterlijk, 'die schrijft zich en haar ordinantiën meer macht en autoriteit toe, dan het Woord van God en wil zich aan het juk van Christus niet onderwerpen; zij bedient de sacramenten niet zoals Christus in Zijn Woord verordend heeft, maar zij doet daar af en toe, gelijk het haar goed dunkt; zij grondt zich meer op de mensen dan op Christus; zij vervolgt degenen, die heilig leven naar het Woord van God en die haar bestraffen over haar gebreken...'

De discussies en de aanvankelijke besluitvoorstellen van het moderamen hadden veel elementen in zich waarop voorgaande alinea van toepassing is. Vandaar mijn stelling: we zijn de grens dicht genaderd.

Gelukkig staat deze belijdenis nog in onze kerkorde en kunnen we ons daarop nog steeds beroepen.

Nemen we dat nog ernstig, als we concluderen dat de synodebesluiten over tuchtoefening niet meer laat accorderen met de belijdenissen in onze kerkorde? Of doet hier 'Leuenberg' reeds zijn werk in het goedpraten van immense leerverschillen?

In alle protesten en wezenlijke vragen, die door de hervormd gereformeerden gesteld zijn, heeft uiteindelijk, tot nu toe, dit deel van de Nederlandse Hervormde Kerk zich loyaal opgesteld ta.v. de vele kwesties die speelden en hebben zij meegewerkt aan vele compromissen. Een goed voorbeeld hiervan is bv. het amendement van ds. W. van der Aa in de laatste triosynode of het verkiezen van ds. Y. de Groot als assessorprimus in het moderamen van de synode. (Zaken die met moeite verdedigd konden worden naar de 'achterban').

Het blijkt nu dat geen rekening wordt gehouden met de 'waarden' achter deze loyaliteit. Niets ontziend wordt afgerekend met de existentiële waarden, die leven bij een grote minderheid binnen de NHK, zowel ta.v. het S.o.W.-proces als in zaken betreffende leer en belijden. Mijn grens is nu bereikt. Zo kan het niet verder. Zo kan ik niet verder.

Wat dan wel?

Zoals ik al eerder mij afvroeg, werpt de VPKN haar schaduw vooruit. Ik ben bang, dat we deze ontwikkelingen niet los kunnen zien van het S.o.W.-proces. We ervaren nu al tot welk een geesteloze kerk dit zal leiden. Het lijkt of alle energie gestoken wordt in de (bedrijfs)-organisatie van de kerk en het tot op minimumniveau afvlakken van geestelijke waarden om straks een nietszeggende eenheidskerk over te houden. Een gemakkelijk te fuseren object met de gelijkgestemde GKN en ELK.

Willen wij recht doen aan het pluriforme van onze kerk, dan zal dat ook tot uiting moeten komen in de besluiten t.a.v. controversiële kwesties. Hoe vervelend ook, besluiten zoals tijdens de laatste synodevergadering genomen, kun­ nen dan niet, uit respect voor eikaars gevoelens en geweten.en geweten. Voortgaan in dit proces zal leiden tot het afsterven van het gereformeerde gedachtengoed als wezenlijk element binnen de Kerk.

Ik, en velen met mij, blijven hopen op een terugkeer naar de gereformeerde beginselen. Althans een situatie binnen de kerk waar ruimte is om vanuit die beginselen te kunnen leven. Die hoop heeft echter haar begrenzing. Het gaat niet ten koste van alles, lees: ten koste van verloochening van mij dierbaar geachte geloofszekerheden, die ik een ander niet wil opleggen, maar waarvoor ik wel begrip en respect vraag.

Het gaat mij te ver als ik moet toestaan of mee­ werken aan de ontheiliging van het bloed van Christus. Dat wat mij het liefst en dierbaar is in dit leven en het enige wat mij levensmoed schenkt te verkwanselen om 'zogenaamde' barmhartigheid voor verdrukten.

Het lijkt mij, nu er een principiële grens is genaderd, zaak dat wij als hervormden eerst de orde in eigen huis zullen herstellen en ons af zullen vragen of dit een basis kan zijn voor het samengaan met de volle breedte van de hervormde kerk in het S.o.W.-proces of dat dit slechts met een deel gewenst is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit diepten van ellende... (Psalm 130)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's