Torenspitsen-Gemeenteflitsen
JACOBIKERK, UTRECHT
Zwervend langs vele torenspitsen belanden wij nu bij een van de vele middeleeuwse kerktorens, die de stad Utrecht rijk is. Het is de toren van de Jacobikerk. De toren bevat nog elementen die dateren uit de dertiende eeuw en is daarmee het oudste gedeelte van de kerk.
Naar aloude traditie is de Jacobikerk zó gebouwd, dat de koren zich in het oosten bevinden en de toren in het westen. Heel opvallend is wel, dat de toren in de kerk staat, in plaats van ernaast. Dat komt omdat het gebouw steeds groter gemaakt moest worden. Met de stad groeide namelijk ook de christelijke gemeente die hier samenkwam. Daarbij moeten we niet alleen denken aan de zondagse eredienst. De middeleeuwer wóónde bijna in de kerk. Een gewone sterveling kon in die tijd trouwens niet zomaar élke kerk binnenstappen. De kloosterkerken waren alleen voor de kloosterlingen, de kapittelkerken alleen voor de kanunniken. Slechts de parochiekerken waren voor het gewone volk. Van dat derde type kerk was de Jacobi een voorbeeld. Hier konden de mensen uit de buurt in-en uitlopen. De kerk was hèt ontmoetingspunt bij uitstek. Niet in de laatste plaats voor de vele gildebroeders die hier hun 'perk' hadden. (Dat was hun eigen gedeelte, waar zij een altaar hadden staan, waar hun gildebord hing en waar de leden ook begraven werden.)
Bovenop de toren prijkt niet de traditionele haan, maar een schelp. Deze zogenaamde Jacobsschelp herinnert aan de bedevaart die velen in de middeleeuwen maakten naar Santiago de Compostela in Spanje. Daar zou het lichaam van de apostel Jacobus zijn aangespoeld. Op diverse plaatsen in de kerk is deze schelp terug te vinden. Zo ook op de Jacobusklok, de jongste van de grote luidklokken in de toren (gegoten in 1992). Op deze klok staat (in het Latijn) de volgende Bijeltekst: 'Gij zult Mijn getuigen zijn... tot het uiterste der aarde'. Een toepasselijke tekst voor een Jacobusklok. De pelgrims gingen vroeger al naar 'Finisterre', dat vlakbij Santiago de Compostela ligt en letterlijk 'einde der aarde' betekent. Zo namen zij deze tekst heel letterlijk. Dat doen wij ze niet na. Wèl hopen wij zó kerk te zijn in de stad, dat er at uitgaat van wat wij in alle eenvoud in de gemeente doen. Daar bidden wij ook om. Het is heerlijk te weten, dat wij wat dat bereft in een lange traditie staan. Ook in de middeleeuwen bracht men alle dingen des levens al voor Gods Aangezicht. Daar herinnert de Salvatorklokons aan. Hierop staat namelijk een indrukwekkend gebed, waarin Christus (= Salvator) gesmeekt wordt om 'eendrachtighen vrede, bescermen lant ende stede voer orloghe ende duer tiden ende van allen sunden vrijen (= bevrijden) ende allen doden hemelric...'
In de zondagse eredienst klopt het hart van de gemeente. Daarin ligt de nadruk op de verkondiging van het Woord van God. Bij de laatste restauratie ('70-'77) zijn kansel en doopvont zó geplaatst, dat iedereen er goed zicht op heeft. Toen is ook een grote ruimte vrijgelaten voor een héle grote Avondmaalstafel. Wij verheugen ons erover, dat de diensten in de Jacobikerk erg goed bezocht worden. De kerk blijkt lage drempels te hebben. Het gebeurt vaak dat onbekenden in de banken aanschuiven om de eenvoudige liturgie méé te vieren.
Daarmee zijn we weer terug bij de klokken in de toren. Elke zondag wordt een aantal daarvan geluid. Dat klinkt uitnodigend: 'Kom, ga met ons en doe als wij...'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's