De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meer dan brood...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meer dan brood...

8 minuten leestijd

'Jezus zeide tot hen: Mijn spijze is dat Ik doe de wil Desgenen die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbrenge.' Johannes 4:34

Het verhaal van het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw is altijd weer prachtig en aangrijpend. Wat een wijsheid van Jezus om een gesprek zo op te zetten. Ook, wat een liefde die Hij deze vrouw betoont. Temeer omdat Hij moe was. Hij wilde uitrusten. Doch ook nu werd Hem geen rust gegund. Er kwam een vrouw die Zijn aandacht vroeg. En dat is niet toevallig geweest. Want we lezen dat Hij door Samaria moest gaan. Het Goddelijke moeten van Gods opzoekende zondaarsliefde stond er achter. En zo vindt dan aan de waterput het gesprek plaats tussen de Heere Jezus en de Samaritaanse vrouw.

De discipelen zijn ondertussen naar de stad gegaan om eten te kopen. Als ze terugkomen en de Heere Jezus het eten aanreiken, wil Hij blijkbaar niet dadelijk toetasten. In ieder geval toont Hij een enigszins afwerende houding, wanneer Hij in vers 32 zegt: 'Ik heb een spijze om te eten die gij niet weet'. Zijn discipelen begrijpen het niet. Heeft iemand Hem eten gebracht buiten hun weten om (vers 33)? Dan geeft Jezus in onze tekst het antwoord. Het gaat Hem om meer dan brood... Hij bedoelt een andere spijze nl. het doen van de wil van Zijn hemelse Vader.

Hiermee wil Jezus uiteraard niet zeggen dat gewoon brood onbelangrijk is. Het eten van gewoon brood mag volop zijn wettige plaats hebben. Dat had het bij Jezus Zelf ook. Want Hij zal ongetwijfeld gegeten hebben. En het is bepaald niet voor niets dat Hij ons in het 'Onze Vader' heeft leren bidden om ons dagelijks brood. En toch... de broodvraag mag niet nummer één zijn. De kwestie van brood op de plank mag niet allesbeheersend zijn. Want de mens zal bij brood alleen niet leven. Het gaat vooral ook om meer dan brood. Iets wat de Heere Jezus in onze tekst wil onderstrepen. Het gaat nummer één om de wil van de hemelse Vader. Dé vraag naar het gewone brood mag dit nooit en te nimmer overschadu wen. En Jezus is ons huizenhoog voorgegaan om het in praktijk te brengen.

De wil van Zijn Vader stond bij Hem bovenaan de ranglijst. Niet slechts zo nu en dan, bij invallen en vlagen. Maar ononderbroken en voortdurend. Van deze spijze was de Heere Jezus geen seconde af te brengen. Dat was Hem zozeer uit het hart gegrepen dat daar geen millimeter de hand mee gelicht kon worden. Wat dat betreft was het aangezicht van Jezus als een keisteen, had Hij een harde huid. Hij liet Zich door niets en niemand van de wijs brengen. Als de grote Doorbreker baande Hij Zijn weg door het oerwoud van zonde en ongerechtigheid dat Hem wUde wegrukken. Hij ging recht door zee ongestoord voort om de wil van Zijn hemelse Vader te doen.

Want daartoe immers had de Vader Hem gezonden. De Vader was Zijn Opdrachtgever, die Hem een lastbrief had meegegeven. Een lastbrief die Jezus echter niet als een last beschouwde, doch als een lust. Zeker, het is zwaar geweest voor Hem... Hij heeft zelfs moeten uitroepen dat God Hem verlaten had. En toch, tegelijk, was het een lust voor Hem. Het was zijn spijze om de wil des Vaders te doen. Het was eten en drinken voor Hem. Hij deed niets liever. Had Hij ook niet uitgeroepen, reeds in de eeuwigheid, 'Zie Ik kom om Uw wil te doen'? !

We kunnen er ons geen voorstelling van maken hoe vurig Jezus geweest is om de wil van Zijn Vader ten uitvoer te brengen. Niets en niemand zou Hein hierin kunnen tegenhouden. Niemand in de hele wereld. Zelfs alle duivelen van de hel niet. Wat het Hem ook zou kosten, Jezus was er niet van af te brengen.

Hier in ons tekstverband bij het gesprek met de Samaritaanse vrouw zijn de consequenties nog niet zo groot. Hooguit kan het zo ver komen dat de discipelen vol onbegrip hun schouders ophalen. Hooguit kost het Hem voor een bepaalde tijd een lege maag. Doch straks - aan het kruis - dan gaat het spannen. Daar gaat het om de uiterste consequenties. En toch heeft Jezus ook daar niet geaarzeld. Ja, Hij heeft er te­ genop gezien. Met name in de hof van Gethsemané zien we dat. En toch... ook toen is Hij recht op Zijn doel afgegaan. De wil van Zijn hemelse Vader was Hem echt alles.

Wat precies die wil des Vaders was? Was het dat de Zoon zou lijden tot de bittere vloekdood toe? Ja inderdaad. Doch dat was geen doel op zich. Het was een doel met een ander doel in het vooruitzicht nl. het redden van verloren zondaren.

En de Heere Jezus heeft dat terdege geweten. Vandaar dat Hij het in vers 35 heeft over de grote oogst. De landen zijn al wit om te oogsten. Jezus zag het voor Zich. Hij zag op de vergelding des loons. Hij zag de grote schare die niemand tellen kan en die eenmaal zal juichen voor de troon. En dat gaf Hem des te meer kracht om de wil des Vaders te doen.

Jezus en de Vader zijn het niet met elkaar oneens. Ook niet in het allermoeilijkste wanneer de Vader Zijn Zoon overgeeft tot de Godverlatenheid van de vloekdood. De harmonie tussen de wil van de Vader en de Zoon heeft nooit één moment op het spel gestaan. De Vader is niet de wrede Vader die Zijn Kind opoffert. En de Zoon is niet het weerloze Kind dat Zich door de Vader laat misbruiken. Niets van dat alles. Er is enkel reine en heilige overeenstemming tussen Vader en Zoon. Want Beiden gaat het om die grote oogst van verloren Samaritanen. Jezus is in alles geheel eenswillend met de Vader. Niet slechts innerlijk in Zijn hart, maar ook als het gaat om de daad.

Daarom zegt Hij aan het slot dat de Vader Hem gezonden heeft om Zijn werk te volbrengen. 'Zijn werk.' Dat is het werk van de Vader. Het is het werk dat de Vader nodig achtte om te volbrengen tot behoud van zondaren. En daarom het werk waar de Zoon van harte achter staat. Hij heeft de opdracht totaal aanvaard. En Hij zal niet rusten tot het werk geheel klaar is. Zover is het op het moment van het gesprek met de Samaritaanse vrouw nog niet. Maar het gaat wel zover komen. Straks roept Jezus uit over Golgotha: 'Het is volbracht'. Vanuit het verband van onze tekst zou je mogen zeggen dat Jezus dan klaar is met eten. Dan heeft Hij Zijn spijze helemaal genuttigd.

En toch... helemaal waar is dat ook weer niet. Want de oogst is nog niet binnen. Nog steeds zijn de landen wit om te oogsten. Nog steeds zijn er mensen als de Samaritaanse vrouw, die ontdekt aan hun verleden, Jezus als de Christus gaan belijden. Zijn wij al zover gekomen?

Het is nog steeds de spijze van de Heere Jezus om de wil van Zijn Vader te volbrengen nl. het zaligen van zondaren. Wij laten Hem wat dit betreft toch niet 'honger lijden', omdat wij weigeren Jezus door woord en Geest Zijn ongekende reddende gang te laten gaan in ons leven?

Het gaat Jezus om meer dan brood nl. ons behoud. Dat mag tevens een appèl op onszelf doen om te getuigen. Wij kunnen ook in dit opzicht niet toe met brood alleen. Voor medemensen niet. Wanneer Jezus zozeer bewogen was voor de grote oogst, dan kunnen en mogen wij niet achterblijven. De wil van onze hemelse Vader en het doen van Zijn werk dienen de hoogste prioriteit te hebben op de ranglijst van ons levensontwerp. Zeker, anders dan Jezus. Het unieke van Zijn plaatsvervangend werk ligt volstrekt buiten ons bereik. Wel mogen en moeten wij op grond van Zijn volbrachte werk aan de slag zodat wij de wil van de hemelse Vader niet blokkeren maar Zijn werk doen voortgaan. Als medearbeiders van God. Ook in die zin hebben wij meer dan brood nodig. Onze consumptiemedemens 'schreeuwt' ernaar. Vaak onbewust weliswaar. Ondertussen wel als het zuchten waar Romeinen 8 : 22 over spreekt. En de Heilige Geest wil dit 'schreeuwen' gebruiken als aangrijpingspunt. Zodat mensen gaan hongeren naar het brood des levens. Jezus legde het fundament. Doch de Heilige Geest wil ons gebruiken om via het woord voort te bouwen. Opdat de wil des Vaders en het werk des Vaders voortgaan. En wij en vele anderen niet verloren gaan..., maar gevoed door hemels manna, het brood des levens, behouden zullen worden. Samen met de grote oogst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Meer dan brood...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's