Van lijden tot heerlijkheid
In het Oude Testament
Het lijden van de mens en de heerlijkheid van God zijn twee motieven, die in de gehele Bijbel met elkaar verstrengeld liggen. En wel op de wijze van oordeel en genade. Zè hebben alles te maken met de toorn en de genade van God èn de openbaring daarvan aan mensen in hun zonden en ellenden. Opdat ze zich tot Hem ter genezing zouden wenden!
In het Oude Testament valt dan te denken aan de verlossing van het volk Israël uit Egypte en de openbaring van de heerlijkheid Gods in de brandende braambos, de wolk-en vuurkolom en de inwoning van de heerlijkheid Gods in de tabernakel (de 'schechina').
De Psalmen bezingen voortdurend de 'doorgang' van lijden tot heerlijkheid, en de profeten spreken daarvan met het oog op de komende Messias en Zijn rijk. Het belofte-karakter van al deze 'gegevens' valt in het oog en raakt het hart van de zaak.
In het Nieuwe Testament
De innerlijke en wezenlijke verstrengeling van lijden en heerlijkheid blijkt te behoren tot de openbaring van de genadige God en vindt zijn vervulling in de vernedering en de verhoging van onze Heere Jezus Christus.
En daarbij blijkt dan ook dat de onderlinge verhouding van lijden en heerlijkheid weer alles te maken heeft met de verhouding van wet en evangelie. Uiteraard eerst en vooral in de Evangeliën blijken deze zaken zo te liggen, en wel structureel en essentieel, maar dan ook in afgeleide zin in de Brieven.
De verheerlijking van Christus
Dat lijden en heerlijkheid in een doorgaande lijn op het allernauwst op elkaar betrokken zijn, evenals wet en evangelie, zien we in de doorgaande lijn van Golgotha naar de Paasmorgen. Waarbij dan het lijden in zijn finale vorm (de dood) zo maar van het ene op het andere moment overgaat in heerlijkheid (de opstanding uit de dood).
Een voorspel en een voorspelling hiervan vinden we in de transfiguratie (gedaanteverwisseling) van Christus op de Thabor. Zojuist (Luk. 9) heeft de Heere Jezus voor het eerst Zijn lijden aangekondigd. Hij zal gaan sterven!
En met dit lijden en sterven zal Hij de Wet van God gaan vervullen.
En met dit lijden en sterven zal Hij het doodsvonnis van de Wet gaan dragen. Maar Hij maakt deze gang wèl voor zondaren. En daarom mogen Petrus en Johannes en Jakobus met Hem mee de berg Thabor op.
En daar gaat onze Heiland bidden. De Zoon spreekt met Zijn Vader! Het kruis van Golgotha wenkt immers vanuit de verte.
Het gaat nu om de vervulling van de Wet, dan wel het recht van de Wet of het recht van God. En zo óók om het behoud van zondaren.
'En als Hij bad, werd de gedaante van Zijn aangezicht veranderd, en Zijn kleding wit en zeer blinkende.'
Merkwaardige en treffende overeenkomst met Mozes, de middelaar van het Oude Verbond. Toen de HEERE op de berg Sinaï Zijn Wet afkondigde onder donder en bliksem, toen was daar de eer en de heerlijkheid des HEEREN. En toen God op de berg Sinaï Zijn Wet Mozes ter hand stelde, sprak God met Mozes van aangezicht tot aangezicht. En het vel van Mozes' gezicht glinsterde toen God met hem sprak (Ex. 34 : 29). Vanwege de heeriijkheid des HEE REN en vanwege de heerlijkheid van de Wet.
En nu Jezus op de Thabor! Mattheüs zegt:
'en Zijn aangezicht blonk gelijk de zon' (Matth. 17 : 2).
Wat hebben ze beiden veel gemeen in de gemeenschap met God!
Wat is Jezus hier dichtbij Mozes. Nee, we moeten het anders zeggen, volgens de Bijbel. Mozes komt hier dichtbij Jezus. En Elia komt met hem mee.
'En ziet, twee mannen spraken met Hem, welke waren Mozes en Elia' (Luk. 9 : 30). Mozes, de, vertegenwoordiger van de Wet. En Elia, de vertegenwoordiger van de profeten.
Jezus ziet hier de heerlijkheid van God. Zijn aangezicht verandert en blinkt als de zon, en zijn kleding wordt wit en zeer blinkende.
Ook Mozes en Elia hebben de heerlijkheid Gods gezien. En werden onmiddellijk in Gods heerlijkheid opgenomen. Mozes' graf is nooit meer gevonden, want God nam hem weg, ook al op een berg, de Nebo. En ook de profeet Elia is onmiddellijk in Gods heerlijkheid opgenomen, danwel met vurige wagens en paarden ten hemel gevaren.
De Wet en de profeten getuigden van 's Heeren heerlijkheid. En de vertegenwoordigers van de Wet en de profeten zijn in de heerlijkheid des Heeren. En nu de Christus de Wet en de profeten gaat vervullen, wordt Hij omstraald met de heerlijkheid Gods, en nu komen daar de vertegenwoordigers van de Wet en de profeten vanuit die heerlijkheid Gods.
En zij spreken met de Christus van Zijn uitgang, die Hij te Jeruzalem zou volbrengen. Zij spreken met de Christus van Zijn lijden en sterven.
Mozes en Elia zijn er de sprekendste (!) bewijzen van, dat de Christus zó de Wet en de profeten moet vervullen. Door lijden en sterven!
En dat horen Petrus, Johannes en Jakobus, de vertegenwoordigers van de volgelingen van Jezus. En dat hebben ze hard nodig. Om Jezus te volgen. Anders was het voor hen niet meer te volgen geweest, dat Jezus moest lijden en sterven om alzo in Zijn heerlijkheid in te gaan! (Luk. 24 : 26)
Nu horen en zien ze dat Christus in verbondenheid bleef met de heerlijkheid van het Oude Testament. Hier wordt hen geopenbaard de eenheid tussen het Oude en het Nieuwe Verbond, tussen Mozes, Elia en Jezus, tussen Wet en Evangelie.
Deze volgelingen van Jezus zien nu Jezus' heerlijkheid en Mozes en Elia in heerlijkheid.
Beginsel van eeuwige vreugde
Jezus en Mozes en Elia in de heerlijkheid Gods! Dat is heerlijk!
Wat is dat goed. Dat moet zo maar blijven! En als Mozes en Elia aanstalten maken om weg te gaan, grijpt Petrus in: Meester, het is goed, dat we hier zijn; en laat ons drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een' (Luk. 9 : 33). Petrus wil deze heerlijkheid vasthouden. Zoals de God van Israël woonde bij Zijn volk in een tabernakel, zo moeten Jezus en Mozes en Elia nu maar bij hen blijven in een tabernakel. Hun heerlijke tegenwoordigheid wil Petrus niet meer missen. Die verbondenheid van Wet en Evangelie in heerlijkheid wil hij niet meer missen. Want daarin is de heerlijkheid Gods!
Waarin is de heerlijkheid Gods voor een volgeling van Jezus? !
Als de Wet getuigenis geeft aan het Evangelie, en als het Evangelie getuigenis geeft aan de Wet. Als hij moe gestreden en veroordeeld door de Wet Gods, ziet dat de Wet vervuld is in het Evangelie, danwei als het bloed der verzoening zijn ziel raakt, dan is daar de heerlijkheid des Heeren.
Als de vloekende Wet zwijgt in het bloed van Jezus, dan is daar het beginsel van de eeuwige vreugde in 't hart. 'Meester, het is goed om hier te zijn.' Dan zou je dat heerlijke moment van heerlijkheid willen vasthouden. Dan komt er iets van de eeuwdge heerlijkheid in het hart van een volgeling van Jezus.
Nooit kan hij meer beantwoorden aan de heerlijkheid van Gods Wet. Een goddeloze, een wetsverbreker, een ter dood veroordeelde door het vonnis van de Wet, naar recht! Nooit kan hij die goede Wet Gods meer houden. Zo is het hem beter te sterven dan te leven... Maar — o wonder! — daar ziet hij hoe Gods Wet tot zijn recht komt en hoe God aan Zijn recht komt in Christus. Daar ziet hij Mozes en Elia in dezelfde heerlijkheid als waarin Christus is. Daar ziet een kruisdrager achter Jezus de Wet en het Evangelie omstraald en doorstraald van dezelfde heerlijkheid Gods! 'Meester, het is goed om hier te zijn...' Dan zou een zondaar daar wel altijd willen blijven. Daar, waar gena van waarheid blij wordt ontmoet!
Waar is het beginsel van de eeuwige vreugde? Daar, waar de vrede wordt begroet met een kus van het recht!
Dan zouden wdj voor altijd willen ingaan in de rust, die er over blijft voor het volk van God! Dan wensen wij voor altijd het recht der Wet verheerlijkt te zien in Christus. Dat is leven! Daar rusten de vermoeiden van kracht, en daar houdt de stem van de drijver op. Waar de Wet rust in het Evangelie. En waar het Evangelie rust in de Wet. Daar is de heerlijkheid Gods.
Daar breekt het leven van de eeuwige heerlijkheid door in het leven van een kruisdrager achter Christus.
Maar Christus is hier nog niet in Zijn heerlijkheid ingegaan.
Zijn ware gestalte — Zijn heerlijkheidsgestalte — werd hier even zichtbaar en overwon Zijn knechtsgestalte. Deze verheerlijking van Christus op de Thabor was voor Hemzelf een bemoediging nu het door lijden en dood tot heerlijkheid zou gaan.
Zijn kleding wit en zeer blinkend, dat is een voorspel op de Paasmorgen, als de Paasboodschap zal worden gebracht door engelen in een blinkend wit kleed. Hier wordt het even Pasen voordat het Goede Vrijdag werd. Gods heerlijkheid breekt door het aanstaande lijden en de op handen zijnde dood heen. Ter bemoediging en vertroosting! De heerlijkheid wacht! Het gaat van lijden tot heerlijkheid.
Als Mozes en Elia verdwijnen, danwel worden weggenomen door de wolk van de heerlijkheid Gods, geschiedt er een stem vanuit deze wolk: 'Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem!'
Het gaat nu om de Zoon! En het horen van Zijn stem, in het volgen van Hem. Hangen aan de beide lippen van Wet en Evangelie (Luther).
Met Hem tevreden zijn! Hij is onze vrede. En nu Hem maar volgen, van lijden tot heerlijkheid!
De knechtsgestalte zal veranderen in de heerlijkheidsgestalte van het eeuwige leven. In Christus, Die Zichzelf ontledigd heeft tot in de dood, en die daarom door God uitermate is verhoogd (vgl. Fil. 2 : 7-9). Het gaat door de dood naar de opstanding, door lijden tot heerlijkheid, door de vernedering naar de verhoging, door het duister naar het licht. Het beginsel van de eeuwige vreugde is goed, maar de eeuwige zaligheid is beter, waar 'ik na dit leven volkomen zaligheid bezitten zal, die geen oog gezien, geen oor gehoord heeft, en in geens mensen hart opgeklommen is, en dat, om God daarin eeuwig te prijzen' (H.C. Zondag 22).
Getroost leven en zalig sterven
Van niet te onderschatten betekenis is daarbij de Heilige Doop.
In en met Christus' dood gedoopt, werden wij begraven met Hem, om evenals Hij eenmaal opgewekt te worden door of tot de heerlijkheid van de Vader (Rom. 6 : 1-11). En daarbij weten wij dat het lijden van deze tegenwoordige wereld niet opweegt tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden. En wij weten dit vanuit de ontvangen eerstelingen van de Geest (Rom. 8:18-30). Deze heerlijkheid van God wordt ons geopenbaard in de dwaasheid van het kruis (1 Kor. 1:17-1 Kor. 2 : 9). In het graf wordt het lichaam wel gezaaid in verderfelijkheid, maar straks opgewekt in heerlijkheid (1 Kor. 15 : 40-56).
Dit wetend, hebben wij altijd goede moed, want wat ons tegen lijkt te zijn, is in wezen en in werkelijkheid vóór (!) ons, want dit werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid (2 Kor. 4 : 17).
En wij houden het vol en volharden tot het einde, ziende op Jezus, Die voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en de schande veracht (Hebr. 12:2).
En daarom zullen wij er niet vreemd van opkijken als we in het alledaagse leven tegenkanting en tegenwerking krijgen, integendeel, daarover mogen we ons zelfs verblijden omdat deze gemeenschap aan het lijden van Christus alles te maken heeft met de openbaring van Zijn heerlijkheid. Zelfs mogen we weten dat de Geest der heerlijkheid nu al op ons rust (1 Petr. 4:13). Eigenlijk gaat het maar om betrekkelijk kort lijden in het licht van de roeping tot de eeuwige heerlijkheid van God in Christus Jezus (1 Petr. 5 : 10).
En het laatste Bijbelboek is één Openbaring van de heerlijkheid des HEEREN tot troost en ter bemoediging van de vervolgde gemeente in de eindtijd.
Dan ga ik op tot Gods altaren
En de altaren spraken en spreken van God, mijn God, de bron van vreugd. Horend naar de Zoon van God en de Zoon der mensen, zullen wij getroost ons kruis op ons nemen. We zullen ons levend horen aan Zijn kruis en horend leven in en van Zijn opstanding in heerlijkheid. Leven van en sterven in de verborgen heerlijkheid, die ons nochtans geopenbaard wordt in het heiligdom van de dienst der verzoening in Woord en sacrament.
Dan zouden we hier net als Petrus wel eens een heiligdommetje willen maken. Maar hij wist niet wat hij zei... en zó wij! Want dat is anticiperen ofwel vooruitgrijpen op dat wat nog uitstaat en aanstaande is.
Het beginsel van de eeuwige vreugd is goed. De volkomen zaligheid is beter.
En eindelijk Thuis is het beste.
Als de tabernakel Gods bij de mensen is. En Hij bij hen zal wonen. En Hij eigen handig alle tranen van de ogen zal afwissen. En de dood er niet meer zal zijn. Omdat de eerste dingen dan zijn weggegaan. En omdat dan alles nieuw is geworden (Openb. 21 : 3-5). Het ging immers van lijden tot heerlijkheid!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's