En men stelde zijn graf bij de goddelozen
En men stelde zijn graf bij de goddelozen; bij de rijke was hij in zijn dood omdat hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in zijn mond is geweest.
Toen het nu avond geworden was, kwam een rijke man van Arimathea. genaamd Jozef, die eveneens een discipel van Jezus geworden was. Deze ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Toen beval Pilatus het hem te geven. En Jozef nam het lichaam en wikkelde het in zuiver linnen, en hij legde het in zijn nieuwe graf, dat hij in de rots had laten uithouwen, en na een grote steen voor de ingang van het graf te hebben gewenteld, ging hij heen. (Mattheüs 27 : 57-60)
Hoewel Hij stierf met de misdadigers, en volgens de geldende regels ook begraven had moeten worden op de plek waar Hij gekruisigd werd, heeft God hier voorzegd, en de Voorzienigheid ook zo bewerkstelligd, dat Zijn graf zou zijn bij de onschuldigen, bij de rijken, als een teken van onderscheid tussen Hem en de andere gekruisigden, die de dood daadwerkelijk verdienden.
Matthew Henry
Uit: 'Hij droeg onze smarten', uitgave J. N. Voorhoeve. Den Haag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's