Moeten wij het Paasevangelie harmoniseren?
Eén harmonieus geheel
Het is de nauwkeurige lezer van de Paasberichten in de Evangeliën natuurlijk wel eens opgevallen, dat elk Evangelie van de opstanding van Christus op zijn eigen wijze getuigt. In geen enkel evangelie wordt het Paasgetuigenis gemist. De Evangeliën zouden gewoon niet geschreven zijn, als Jezus na Golgotha niets meer van Zich had laten horen en Zich niet vele malen aan de Zijnen had vertoond.
Tegenstrijdige verhalen?
In alle Evangeliën vinden wij dus de boodschap van de opgestane Christus. Maar in geen enkel Evangelie wordt die boodschap eender verhaald. Er zijn nogal wat verschillen in de weergave van de gebeurtenissen op de dag van Christus' opstanding. Over wat er in feite gebeurde, toen Jezus in Zijn donkere grafspelonk verrees, lezen we niets. Engelen stamelen er wat van uit. God wekte Hem op. Jezus stond op (Hand. 2 : 24). Dat is een feit, een heilsfeit.
Wat er welverteld wordt, is, dat Hij is gezien of beter: dat Hij verscheen. Op Zijn opstandingsdag allereerst, aan vrouwen, aan Zijn discipelen. Maar nu schijnen de Evangeliën ons juist op het punt van deze verschijningen een tamelijk verwarrend beeld te geven. Zo zelfs, dat sommigen in wat hier verteld wordt, weinig meer zien dan 'wilde' verhalen die men niet als stukjes van een legpuzzel in elkaar gepast krijgt. Zeker niet, als men alle vier de Evangeliën parallel aan elkaar wil lezen.
Ik noem enkele opvallende verschillen, zonder in details te treden. Ten eerste: het aantal en de namen van de vrouwen die vroeg in de morgen van de eerste dag der week Jezus' graf bezoeken, worden verschillend weergegeven. Ten tweede: de verschijning van Jezus aan Maria Magdalena (samen met enkele andere vrouwen? ) lijkt in het ene geval plaats te vinden, voordat zij naar de discipelen is gegaan, in het andere geval erna. Ten derde: nu eens is het één engel, dan weer zijn het er twee die de Paasboodschap verkondigen. Ten vierde: de plaats waar die engelen zich bevinden als ook de inhoud van hun boodschap verschilt. Ten vijfde: in Lukas gaat Petrus alleen naar het graf, bij Johannes gaat hij samen met Johannes. En zo zouden we nog even door kunnen gaan.
Visioenen/telegrammen
Er zijn allerlei theorieën aan de hand gedaan om deze 'tegenstrijdigheden' te verklaren. Wat de evangelisten ons vertellen zou weinig meer zijn dan een bundeling van legenden die de ronde gingen doen na Jezus' kruisdood. De discipelen voor wie Jezus niet weg te denken was, beriepen zich op visioenen, de één zus de ander zo. Van een wezenlijk verschijnen van de lichamelijk weer opgestane Jezus is geen sprake. Een andere theorie spreekt van 'telegrammen' die de volgelingen van Jezus kregen vanuit de hemel waar Jezus na Zijn dood was heengegaan. Verder zou de traditie die spreekt van visioenen wel eens de oudste kunnen zijn. Daarop beroept Paulus zich vooral in 1 Kor. 15 : 1vv en daarbij noemt hij dan nog weer andere verschijningen (aan Jakobus, aan vijfhonderd broeders op eenmaal) dan die de Evangeliën ons melden. Aan die oudste traditie (over visioenen) zou dan later de traditie van het lege graf waarover de Evangeliën spreken, zijn toegevoegd. En dat om de echtheid van Jezus' opstanding te onderstrepen.
We laten al die 'geleerde' theorieën nu verder rusten. Ik antwoord met J. H. Gunning: 'Ware de opstanding niet geschied, in waarheid het geloof aan die opstanding, gelijk wij het bij de eerste discipelen aantreffen, zou groter wonder zijn dan nu de opstanding zelf is.'
Men mag zich dan ook wel afvragen, waar die zogenaamde wetenschappelijke theorieën vandaan komen. Het zijn vooronderstellingen die op waarschijnlijkheden van de rede zijn gebouwd. Ze komen ook ten diepste voort uit ongeloof. En het resultaat is, dat men niet meer dan een Jezus der herinnering overhoudt. Een Jezus echter Die mij in de steek moet laten, als ik de laatste adem uitblaas.
Op deze wijze willen wij evenwel de Paasboodschap van de Schrift niet benaderen. Wij lezen die Paasboodschap gaarne gelovig onbevangen. Daarbij is het ook niet nodig om problemen te maken als die van 'wetenschappers' die bij voorbaat vraagtekens zetten achter de historische betrouwbaarheid van de Bijbelschrijvers. Het geïnspireerde Schriftwoord is dat van de oor- en ooggetuigen die in de Bijbel de erenaam van 'getuigen van Zijn opstanding' meekrijgen.
En het geloof dat in de nood en dood van het leven geen andere toevlucht kent dan Jezus, de Gekruisigde en Opgestane, twijfelt niet aan het historische en biologische gebeuren van de opstanding van Jezus en van de opstanding des vleses.
Een leeswijzer
Dat alles betekent echter niet, dat wij bij het lezen van de Paasberichten in onze Bijbel niet met vragen blijven zitten. Voor de moderne lezer zijn de verschillen in de berichtgeving van de vier evangelisten die we boven globaal aanstipten, oneffenheden die hij niet gemakkelijk kan gladstrijken. Daarom kan het van belang zijn om nog enkele opmerkingen te maken die als 'leeswijzer' kunnen dienen bij het getuigenis van de Evangeliën. Terecht schrijft J. Calvijn in zijn commentaar op Johannes: 'Voorts is het, eer wij verder gaan, de moeite waard aan te tonen, hoe de evangelisten onderling overeenstemmen, ook in die woorden waarin zij, oppervlakkig bezien, verschillen'.
Wat die leeswijzer betreft daarom tenslotte het volgende. In de eerste plaats valt het op, dat het eigenlijke gebeuren van Jezus' opstaan uit het graf door geen enkele evangelist wordt beschreven, maar zij allemaal de stralende luister van de Verrezene laten reflecteren in ontmoetingen. Daarbij gaan in alle Evangeliën de vrouwen voorop. De meer bekende worden met name genoemd. En doet het er dan eigenlijk wel toe, hoevelen het er waren? Letten we er op, hoe persoonlijk het er hier naar toegaat. Daarop valt de nadruk: deze Herder kent al Zijn schapen bij name. De Paasberichten zijn niet direct notariële akten. Het zijn flarden van berichten die ons de Levensvorst laten zien in Zijn opstandingskracht. Ze zijn slotakkoord van Golgotha en tevens preludium op Hemelvaart.
'Opdat ik Hem kenne en de kracht van Zijn opstanding' (Fil. 3 : 10).
In de tweede plaats moeten we niet vergeten, dat elke evangelist op zijn eigen wijze, met eigen accenten en vanuit een eigen optiek de Paasboodschap verkondigt. Zo ziet bijvoorbeeld Johannes in zijn Evangelie dingen waarop andere evangelisten niet of minder letten. Hij geeft speciale aandacht aan de ontmoeting van Jezus met een zielsbedroefde Maria Magdalena.
Porfyrius, een spotter met het christendom (derde eeuw na Christus) meende, dat een verschijning aan een vrouw van verdachte zeden als de Magdaleense de zaak van de opstanding op losse schroeven zette. Maar het geloof krijgt in deze ontmoeting een hart onder de riem gestoken. Elke evangelist zingt zijn eigen Paaslied.
Soms zijn het maar kreten, kreten van ver wondering. Vooral de evangelist Markus die in verkort perspectief vertelt, laat dingen achterwege die andere evangelisten wel verhalen. En verder zijn ook de woorden van de engelen in alle evangeliën niet steeds gelijk. Maar de inhoud van de Paasboodschap is er niet minder om.
'Gij die God zoekt in al uw zielsverdriet, houdt aan, grijpt moed, uw hart zal vrolijk leven' (Ps. 69:13 ber.).
In de derde plaats hebben we te bedenken, dat de Paasberichten van de Bijbel ons de verslagen van de oor-en ooggetuigen geven. Zij hebben Hem Zelf gezien en gehoord. Paulus voegt daar later nog weer een hele reeks van getuigen bij (1 Kor. 15 : 1vv). En niet allemaal zijn ze in Jezus graf geweest. Maar reken er op, dat wie daar wel is geweest, een overweldigende ervaring heeft gehad, die hij moeilijk in orde kan verhalen. Het hele gebeuren was te overweldigend om er alle finesses in één keer van te zien.
Gaat dat niet zo altijd, als mensen een opzienbarende ontmoeting hebben? De één beleeft daar nog weer wat anders aan dan de ander. Soms weten wij later ook niet te vertellen, welke kleur ogen de persoon had, die we ontmoetten. Het mooiste was gewoon, dat Hij naar ons keek en met ons sprak.
Ik heb in ieder geval geen reden om aan het Paasgetuigenis van de oor-en ooggetuigen te twijfelen, ook al zegt de één dat hij twee engelen zag, terwijl een ander er maar één heeft gezien. Ze konden gewoon hun ogen niet geloven. Daarom was wat ze ervan navertelden, incompleet. Maar het is genoeg voor mij om te geloven, dat de opstanding van Christus Gods werk was.
Zodat ik met Jesaja zeg:
'Uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid'. (Jes. 33 : 17).
Als iemand een portret van mij heeft geschilderd, vraag ik niet, of hij precies wil vertellen, welke penselen en hoeveel verf hij daarvoor heeft gebruikt. Ik kijk, of ik in het portret mezelf herken.
Wel, laat mij dan zo ook zien naar de beeltenis van mijn Meester, mij getoond in het opstandingsgetuigenis van de Bijbel. Eén machtig getuigenis dat ik niet behoef te harmoniseren, omdat het harmonieus is. 'Mijn Heere en mijn God'. Een levende Zaligmaker die raad weet met 'ongelovige' discipelen, met verslagen harten, met het onherroepelijke van de dood.
Dat geeft herkenning. Hij weet raad met mij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's