Globaal bekeken
In De Wekker troffen we het volgende gedicht van Jacobus Revius (1586-1658) over 'Hef Orgel', gedicht toen Claudius, organist te Deventer, aan de pest overleed:
Hef orgel is een beelt vant leven hier beneden.
Veel pijpen staender in verdeylt in haer geleden,
Een yeder heeft sijn plaets, een yeder sijn geschrey:
Soo is den staet, en praet der menschen velerley.
Ghy hoort de lichtste pijp het alderhoochste blasen,
Oock die het minste weet wil 'taldermeeste rasen.
Nu siet eens het pedaal, men tretet metten voet.
En geeft nochtans den dreun daert al op steunen moet
Wat worter menich hier met voeten oock getreden
Die deftich is in const en loffelijck van sedenl
Het orgel hout hem stil, alst niet wort opgeweckt
Van die de pijpen stelt en de registers treckt:
Oock sou hem het gemeen voorseker wel bedaren
Wanneerder hier en daer geen pijpen-stellers waren.
Als 'torgel accordeert dan ist een suyver werck.
Noch beter is de vree int lant en in de kerck.
Tot psalmen en gebee'n wort 'torgel recht gebruycket:
O salich welcker keel des Heeren roem ontluycket!
Maer ah! het orgel speelt onwetende sijn liet.
En menich singt en danckt, en 'thert en voeltet niet.
Hoort vrienden, 'tis maer een wint, en wint die weynich blijvet
Die ons by t'leven hout, en die het orgel drijvet:
Dout eens een pijpken toe, ten slaet niet meer geluyt:
Stopt ons de adem-pijp, het leven isser uyt.
Dit dachty (mogelijck) o Claudi, als de peste
Met een venijnde flits u haestich gaf de reste
Voor ons wel droefelijck, die uwen soeten sanck
Heeft deuchdelijck verheucht soo vele jaren lanck,
Maer wenschelijck voor u, die eeuwichlijck hier boven
Met een veel schoner stem sult uwer Heylant loven.
De voormalig onderburgemeester van Jeruzalem, André Chouraqui, schreef In zijn levensbeschrijving 'Sterker dan de dood is de liefde' (uitgave Kok, Kampen) het volgende over de joodse waardering van het Hooglied:
'Hef allermooiste liefdeslied is het Hooglied; wij zongen tiet vol vuur op onze oosterse melodieën, overgeërfd uit de liturgie van de Tempel in Jeruzalem. Iedereen zag in dit gedicht een mystieke beschrijving van de liefdesrelatie tussen Israël en zijn Elohim. Ik heb nooit iemand zich horen wagen aan een of andere erotische of triviale uitleg van deze tekst, de meest heilige onder al onze Geschriften.'
In Trouw schreef (kerknieuws-)redactrice Monic Slingeland een column over 'Bleek':
'Hij lag voor de voordeur, in paars, knalgroen en rood. De nieuwe telefoongids, waar eerst zoveel fouten in zaten dat-ie opnieuw gemaakt moest worden. Deze nieuwe is dikker dan de vorige, omdat er een soort gele gids bij zit, die in dit geval trouwens zachtroze is. Het is al met al dus een kleurrijke gids geworden. Een dikke zwarte streep op de zijkant geeft aan waar de gewone telefoonnummers staan en waar de bedrijvennummers. En bij dat stuk met de gewone telefoonnummers staat rechtsonderaan steeds een grappige kreet, echt leuk hoor, die weer verwijst naar dat roze gedeelte. Zodat je je niet hoeft te vervelen terwijl je een nummer opzoekt.
Want dan zie je bijvoorbeeld, ik noem maar wat: Druipend plafond: Kijk onder loodgieters, of: Nieuwsgierige buren? Kijk onder tuinhekken, of: Harde appel? Kijk onder kunstgebitten. Of: Niks gevangen? Kijk onder Vishandel; Tuinduiken? Kijk onder zwembadaanleg.
Dat verzin ik niet, dat staat allemaal gewoon in de telefoongids.
Maar goed, wat ik eigenlijk zeggen wilde, ik keek dus in die nieuwe gids en il wil wel eens weten wat voor kerken er in mijn buurt zijn. Daar is toch niets mis mee, dacht ik, om dat te willen weten. Dus ik kijk natuurlijk in het roze gedeelte bij de K: Katten, Kenteken-en nummerplaten. Keramiek en dan komt: Kermisbedrijven.
Dus daar had het moeten staan: tussen de Keramiek en de Kermisbedrijven. Niks kerken. Denk ik nog in mijn naïviteit dat het wel bij hervormd zal staan, of gereformeerd, of katholiek. Ms. Bij geestelijke gezondheidszorg gekeken, bij geloofsgemeenschap, godsdienst, spiritualiteit Niks hoor. Geen wonder, denk ik dan, dat de gereformeerde kerken zoveel leden verliezen, en de hervormde kerk ook. Ze staan niet eens in het roze gedeelte van de nieuwe, kleurrijke telefoongids. Psychotherapeuten wel, en ook de Thuiszorg, en zelfs de Pedicure en het Humanistisch verbond (onder Verenigingen en stichtingen) maar de kerken niet En, even kijken, ja, Albert Heijn natuuriijk wel, wat toch pijnlijk is na die advertentie.
Is er nu niemand bij de kerken geweest die gezegd heeft: jongens, kom op, we gaan samen in zo'n rubriek? Al had er maar zo'n raar rechterhoekje gestaan met Behoefte aan bidden? Zie onder Kerken. Wat geeft dat nou? Maar nu staat er helemaal niets. Het maakt zo'n gids toch wat bleek, in mijn ogen.'
Tot welke overdenkingen een aangespoelde potvis : kan leiden leert het volgende stuk van ds. H. O. Ousvoren in het 'Reformatorisch gemeenschapsblad Waakt' (IJsselmuiden):
'Op het strand bij Scheveningen spoelden in januari een drietal potvissen aan. Het drietal, belust op avontuur, vond de dood in den vreemde. Een potvis sterft op het te harde strand onder de druk van zijn eigen gewicht Veertien januari vingen we een glimp op van deze "jongelingen", die toen voorwerpen van biologisch onderzoek geworden waren. Er werd sectie op verricht. Indrukwekkend was de aanblik daarvan. Er was een grote menigte toeschouwers op het strand bijeen. Het was helder weer, er stond een stevige zuidwester bries en door de fietstocht hebben we de duinen weer als nieuw gezien, met dorre duindoornstruiken langs de paden en in de dalen, en de heuvels erachter, met daar tussendoor af en toe zicht op de zee; een zeldzame aanblik.
Bij zo'n gelegenheid als het opensnijden van een gestrande potvis kan gemakkelijk een gesprek ontstaan tussen twee toeschouwers die elkaar nooit eerder ontmoet hadden. Tenminste, dit gebeurde eens in de strenge winter van 1683 in Amsterdam. Daar was toen een leeuwin bevroren. De arts die sectie verrichtte op dat dier liet de toeschouwers (niet zoveel in aantal) dit werk van dichtbij bekijken. Onder de toeschouwers bevond zich toen de bekende Engelsman John Locke (1632-1704). Deze was in 1683 naar Nederland gevlucht vanwege de verraderlijke, roomsgezinde koning Karel II, die een felle vervolging ontketend had tegen overtuigde protestanten in zijn rijk. Bij de dode leeuwin raakte hij in gesprek met een andere toeschouwer, de hoogleraar Philippus van Limborch, een remonstrant Om een lang verhaal kort te maken, zij bleken het in veel dingen met elkaar eens te zijn en werden vrienden. Opvallend is dat beiden opkomen voor de "tolerantie" (verdraagzaamheid). Het is heel leerzaam om op hun argumenten te letten. Locke wil vrijheid in plaats van roomse dwang. Locke beschouwt het geloof als een inwendige zaak; de kerk mag niet méér zijn dan een vrije samenkomst van gelovigen; de Staat moet deze vrijheid garanderen. Goed dat Locke zich verzet tegen de macht van Rome, maar droevig dat hij daarvoor "verlichte" wapens gebruikt Zijn nieuwe vriend Van Limborch maakte er meteen handig gebruik van om het recht en de vrijheid van de remonstranten te bepleiten in Nederland! (...)
Opvallendis dat prol Van Limborch geen belijdenisgeschriften of formuleringen buiten Gods Woord wenst maar wil dat de kerk terugkeert tot de eenvoud van de apostolische tijd. Volgens hem zal dan door onderlinge verdraagzaamheid de gewenste vrede ontstaan...!'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's