Torenspitsen-Gemeenteflitsen
POEDEROIJEN EN LOEVESTEIN
De hervormde gemeente van Poederoijen en Loevestein is een samenvoeging, die dateert uit 1816 toen bij de bestuurlijke reorganisatie van de Hervormde kerk in Nederland Loevestein overging naar de classis van Zaltbommel en Josinus Smytegeld van der Hoek, die vanaf 15 april 1811 in Poederoijen stond, tevens garnizoenspredikant van Loevestein werd. Deze samenvoeging houdt tegenwoordig o.a. concreet in, dat gedurende de maanden mei-oktober op de eerste zondag van de maand (mits het waterpeil het toelaat, daar Loevestein anders niet te bereiken is) in de slotkapel van het kasteel een eredienst gehouden wordt onder verantwoording van de kerkeraad van Poederoijen en Loevestein.
Loevestein
De kerkelijke gemeente van Loevestein behoorde vanaf de Hervorming tot de classis van Gorinchem. In het boek van mevr. A. M. G. Caminada-Voorham is te lezen, dat tot halverwege de 17e eeuw elke zondag een predikant uit Gorinchem overvoer naar fort Loevestein om daar te preken in een vertrek in het kasteel dat als kerk was ingericht. Hij ontving daarvoor van de Staten van Holland een traktement van 150 gulden per jaar. In 1650 waren er klachten over deze gang van zaken. De predikant uit Gorinchem kwam zo vaak niet opdagen, dat de commissarissen overwogen zijn traktement in te houden. Enige jaren later, in 1658, beschikte Loevestein over een eigen predikant, Carolus Spiljardus.
De diaconie van Loevestein bezat in het fort een huis, waarin de dominee woonde. De commissarissen wilden dit huis, dat bijna onbewoonbaar en 'seer out' was, niet in eigendom; ze wilden slechts een incidentele reparatie of een opknapbeurt betalen. De commissarissen zetten zich in voor een harmonieus verloop van de kerkdiensten. In 1733 waren er regelmatig ruzies onder de kerkgangers over de beste plaatsen in de kerk. Dit zijn plaatsen voorin, of in de luwte van de schoorsteen. Het kon namelijk vreselijk tochten in het vertrek in het kasteel dat als kerk was ingericht en pas in 1792 werd de zeer wijde schoorsteen, die dat veroorzaakte, met planken enigszins 'tegen de wind' gedicht. Om het ordelijk verloop van de kerkdienst te garanderen kreeg de kerkeraad van Loevestein van de commissarissen opdracht de stoelen te laten nummeren en ze elke week voor de dienst door de koster in een vaste volgorde te laten plaatsen en wel zo, dat de 'fatsoendelijkste' vooraan zaten. Als iemand zich misdroeg, moest hij een boete betalen die ten goede kwam aan de armen.
Poederoijen
Minder bekend, maar veel ouder dan Loevestein, is het dorp Poederoijen (in 814 al als Poederwijc genoemd). De heerlijkheid is van 1512-1555 in het bezit geweest van Maarten van Rossum, terwijl zijn opvolger Steven van Rossum, die eerst met Johanna van Zuylen van de Haer gehuwd was, in/bij de kerk begraven is.
Een mooie gebeeldhouwde zerk (uit 1652/ 1681) doet herinneren aan een andere Heer van Poederoijen, Johan Kirckpatrick en zijn vrouw Margrita Christina Droste. Hij was de zoon van een kapitein, die bij Nieuwpoort (1600) gesneuveld is en was zelf kolonel van een regiment Schotten in Staatse dienst. Van 1651 tot 1681 was hij Heer van Poederoijen; na zijn dood in 1681 ging de heerlijkheid over in handen van zijn kleindochter Anna Erskine.
De kerk van Poederoijen was oorspronkelijk gewijd aan de H. Johannes Evangelist. Na de reformatie was de hervormde gemeente tot 1640 verenigd met Aalst. De eerste predikant was H. Vogel (Vogellius) 1617-1619, terwijl in 1640 Poederoijen in Rutgerus Heisius haar eerste eigen predikant ontving. Vanaf 1642-1706 was de gemeente opnieuw verenigd met Aalst.
Men zegt dat in de 18e eeuw twee predikanten uit Poederoijen naar Suriname vertrokken zijn, terwijl de naam van een plantage in Brits-Guyana 'Klein Poederoijen' hieraan zou kunnen herinneren.
Het kerkgebouw wordt door Van der Aa in 1847 beschreven als 'een langwerpig steenen gebouw, zonder orgel, doch met eenen kleinen steenen toren, met lage spits en uurwerk... In het oude koor der kerk wordt de school gehouden'. In 1836 was de kerk vernieuwd, met behulp van een subsidie van ƒ 900, — uit het fonds voor noodlijdende kerken. De toenmalige Heer van Poederoijen, Jan Elias Rom, schonk de kerk een nieuwe preekstoel, terwijl veel gemeenteleden de kosten hebben willen dragen, om de kerk te laten opschilderen en de bijbels en gezangboeken te vernieuwen. De inwijding van de vernieuwde kerk vond plaats op 16 oktober van dat jaar.
Ds. Petrus Lietaart legateerde in 1836 aan de kerk van Poederoijen 'acht stuks certificaten werkelijke schuld, ten laste van het Koningrijk der Nederlanden, ieder groot duizend gulden, rentende 2 1/2 pCt'. De rente van dit kapitaal moet dienen om het traktement van de predikant te verbeteren.
Het kerkgebouw werd in 1897 door brand verwoest; alleen de toren bleef gespaard. Na de bouw van de nieuwe kerk in 1897 heeft het gebouw in deze eeuw verschillende vernieuwingen ondergaan en is de toren hersteld. Vanaf het begin van deze eeuw tot de jaren '50 waren achterin de kerk, bij de ingang, twee borden opgehangen met resp. de tekst:
'Men wordt verzocht - niet in de kerk - te rooke 'Men wordt verzocht - niet in de kerk - te spuwen'
Na deze merkwaardige inscripties mag zeker niet onvermeld blijven de tekst van de klok:
De vijand heeft de oude klok genomen in plaats daarvan ben ik gekomen dat ik mag luiden als weleer den mens tot heil en God tot eer. In de gemeente, die ongeveer 450 zielen telt, mag dit doel van de klok ook het richtpunt zijn van de verkondiging en al het werk in de gemeente: Soli Deo Gloria!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's