Gods getuigenis dat eeuwig zeker is...
'maar Ik heb een getuigenis meerder dan die van Johannes; want de werken die Mij de Vader gegeven heeft om die te volbrengen, die werken, die Ik doe, getuigen van Mij dat Mij de Vader gezonden heeft.' Johannes 5 : 36
Er zijn rond het lijden en sterven van de Heere Jezus enkele menselijke getuigen ge weest die het proces van Zijn veroordeling een wettige basis moesten geven. En ten diepste kwam hun getuigenis hierop neer dat Jezus Zich aan Godslastering schuldig had gemaakt door Zich als Gode gelijk te beschouwen. Ondertussen is dit menselijk getuigenis een zonneklaar bewijs van de ontstellende geestelijke blindheid waarin wij mensen door de zonde zijn terecht gekomen. We zien Hem, die werkelijk God de Zoon is, aan voor Iemand die als instrument van satan, God van de troon wil stoten.
Hoe geheel anders is het getuigenis dat God de Vader Zelf, van de Heere Jezus geeft. En dat getuigenis heeft toch altijd het hoogste en het laatste woord. Want het is het getuigenis van Hem die geen enkele autoriteit boven Zich heeft staan. Elk menselijk getuigenis verbleektin het licht van wat God Zelf getuigt. Zelfs ook het getuigenis van gelovige mensen die geleid worden door de Heilige Geest. In het geval van ons tekstverband het getuigenis van Johannes de Doper. Vandaar dat Jezus zegt: 'Ik heb een getuigenis meerder dan die van Johannes'. Daarmee wil de Heere Jezus uiteraard niet zeggen dat het getuigenis van Johannes onwaar was. Integendeel. Want Johannes heeft getuigd dat Jezus de Christus is. Dat was ook zijn taak als voorloper van de Messias. Maar toch... zijn getuigenis heeft niet de waarde bezeten van het getuigenis van God de Vader Zelf
En om dat getuigenis gaat het de Heere Jezus heel speciaal in onze tekst. Het getuigenis van de hoogste Autoriteit, Zijn hemelse Vader, gaat Christus boven alles. Vergeleken bij dat getuigenis vallen alle menselijke getuigenissen in het niet. In ieder geval de valse getuigenissen rond Zijn veroordelingsproces, maar in zekere zin toch ook de getuigenissen zoals die van Johannes deDoper. Vandaar dat Hij in de tekst Zich zo prachtig beroept op het getuigenis van Zijn hemelse Vader. Hij zegt dat God de Vader van Hem getuigt in de werken die Hij, Jezus, doet. Want het zijn de werken die de Vader Hem als opdracht heeft meegegeven. Jezus heeft ze als taak van Zijn Vader gekregen om te volbrengen. Hij moet ze puntgaaf af gaan maken. En op deze wijze getuigt de Vader van Hem. De Vader zegt daardoor hoe Hij over de Heere Jezus denkt. Daarmee stelt de Vader de Heere Jezus voor de volle honderd procent in het gelijk. Ook en juist op het dieptepunt van Zijn leven nl. Zijn lijden en sterven aan het kruis. En dat is het moment uit het leven van Jezus waarin menselijk gezien het ongelijk Hem vanaf alle daken in Jeruzalem wordt toegeroepen. Maar God de Vader getuigt ook dan van het volkomen gelijk van Zijn Zoon.
Hoe wij dat kunnen weten? Precies? Wel uit het woord van God. Immers, in dit woord lieeft God al eeuwen en eeuwen getuigd van de komende Messias, van Zijn taak en de arbeid door Hem te verrichten. Heel het werkplan van Christus staat beschreven in het Oude Testament. Vandaar ook dat Jezus in vers 46 zegt: 'Want indien gij Mozes geloofdet, zo zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven'. Daarom is het ook nodig de Schriften te onderzoeken, want die getuigen van Christus (vers 39). En in dat getuigenis van de Schriften getuigt God de Vader inzake de werken door Christus te volbrengen. Wat Jezus op aarde doet is dus geheel in overeenstemming met het schriftgetuigenis van God de Vader. Niemand zal er dan ook ooit een speld tussen kunnen krijgen.
Zodoende zijn alle werken door Christus verricht boordevol Goddelijke Autoriteit. Al de wonderen die Hij heeft gedaan, de genezingen, de opwekkingen. Maar ook het dragen en verdragen van leed en lijden. Minder dan een holbewoner, nog geen rustpunt voor Zijn moede hoofd. En dan het einde van Zijn leven. Echt het diepste nulpunt dat denkbaar is. Zo voor het oog een volstrekt mislukte aardse carrière. Door iedereen verlaten, zelfs door God Zijn eigen Vader. En als misdadige Vloekeling veroordeeld door God en mensen.
Wat blijft er over van het getuigenis van de hemelse Vader? Satan zal het Jezus toegesist hebben als een venijnige slang; zal het Hem toegebeten hebben; zal Hem met vuisten geslagen hebben om Hem neer te mokeren. 'Hij heeft op God vertrouwd. Dat Hij Hem nu verlosse.'
Nogmaals: Wat blijft er over van het getuigenis van de hemelse Vader, wanneer Jezus aan het kruis hangt? We antwoorden: Alles! Alles blijft ook dan over.
Juist dan. Want met name aan het kruis getuigt de Vader in de werken van Jezus. Daar toch wordt Hij als een Lam ter slachting geleid. Daar toch wordt Sion door recht verlost. Menselijk gesproken is het niet te constateren. En toch is ook daar aan Jezus werkelijkheid geworden wat we terecht zingen nl. 'Hoe donker ook Gods weg moog' wezen. Hij ziet in gunst op die Hem vrezen'.
Want wat op Golgotha menselijk gesproken niet te zien was, is op de paasmorgen zonneklaar aan de dag getreden. Het grote werk door Jezus daar volbracht nl. de overwinning van dood en graf, geeft wel heel machtig en krachtig het getuigenis weer van God de Vader aangaande Zijn Zoon. Niet dat daarmee gezegd wil zijn dat Pasen op zich het getuigenis Gods bij uitstek is. Natuurlijk, Pasen is geweldig. Het is een indrukwekkend zichtbaar getuigenis dat God de Vader als een blok achter het werk van Zijn Zoon heeft gestaan. Doch met name is Pasen hierom zo gigantisch omdat het onderstreping is van Golgotha. Pasen predikt ons dat Golgotha geen nederlaag geweest is, dat Jezus daar geen Mislukkeling was. Juist niet. Pasen vertelt ons dat Golgotha het grote succes van Jezus is geweest.
En zo heeft de Vader getuigenis gegeven van Jezus in en door de werken die Hij deed. Dit getuigenis is beter en van meer gewicht dan welk menselijk getuigenis ook. Zelfs het getuigenis van Johannes de Doper kan er niet aan tippen. Er kan en mag geen enkele twijfel meer bestaan over het feit dat Jezus door God de Vader is gezonden. Jezus is niet op eigen houtje gekomen. Heel Zijn komen en Zijn werken zijn gloeiend vol van volmacht des Heeren. Zo vol dat het onbestaanbaar is om dit getuigenis in ongeloof naast zich neer te leggen. Onbestaanbaar. En toch blijkt het te bestaan. In vers 38 verwijt de Heere Jezus de joden hun ongeloof En in vers 40 hun onwil. En het is te vrezen dat ditzelfde verwijt ook vandaag velen zal treffen. Want het ongeloof groeit als kool en is een niet te vernietigen onkruid. Het groeit als 'werelds' ongeloof van mensen die nergens aan doen. Of het groeit als 'godsdienstig' ongeloof van kerkgangers die het wel geloven. Doch ondertussen blijven ze het houden bij het oude van hun oude mens der zonde, al of niet godsdienstig aangekleed.
En toch... ongeloof tegenover dit getuigenis van God de Vader Zelf, zal ons duur komen te staan. Het zal tot in alle eeuwigheid tegen ons getuigen.
Daarom is er maar één weg nl. die van het geloof God op Zijn woord en getuigenis geloven. God geloven op wat Hij getuigt in het werk van Zijn Zoon Jezus Christus. Ons niet in ongeloof verslingeren aan wat mensen getuigen in visies, standpunten en opvattingen betreffende wijsbegeerte, andere godsdiensten, religieuze stromingen of wat niet al. Ons daarentegen houden aan het Goddelijk getuigenis dat vast en eeuwig zeker is. Daar zullen we voor tijd en eeuwigheid wel bij varen. Want hetgeen God getuigt over Jezus is zozeer wis en waarachtig dat we er getroost mee kunnen leven en zalig mee kunnen sterven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's