De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Lijden te Boven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Lijden te Boven

Pasen

10 minuten leestijd

Alleen het LIJDEN van Christus mag met hoofdletters geschreven worden, evenals Zijn OVERWINNING op het Lijden. Zijn Lijden was uniek. Zijn Overwinning op het Lijden eveneens.

Christus was geen martelaar. Zo heeft men hem altijd weer afgeschilderd. Zo gold het al bij het Kruis: het volk stond en zag het aan (Luc. 23 vers 35). Daar hing een ter dood veroordeelde, iemand die bloedend ten onderging. Een kijkspel voor mensen.

Zo is Hij de eeuwen dóór ook voorgesteld als de grote Lijder. Men heeft Zijn lijden verwoord en verklankt en verbeeld en vaak bleef men dan in het menselijke van het lijden steken, overigens alleen al omdat de Overwinning op het Lijden niet uit te beelden is. Men heeft Hem aangezien met ogen, waarachter de tranen brandden, zoals men het niet met droge ogen kan aanzien wanneer mensen uitgemergeld zijn door honger, gefolterd zijn in gevangenissen of verteerd worden door een ernstige ziekte.

Staande bij en rondom het Kruis kan men hete tranen van ontroering schreien. En als er ooit nog hoop was geweest, verging deze met Hem in het graf

In lyrische en gevoelige bewoordingen is vaak ook het kruislijden in de prediking beschreven. Maar ook dan kan het gebeuren, dat het niet verder komt dan de weedom, de ontroering, het verdriet. In schrille kleuren wordt het lijden geschilderd. En zoals Matthias Grünewald Jezus schilderde met grote bloedstrengen, die van Zijn lichaam neerhingen, zo kan de prediking ook uitwijden over het bloedig lijden, terwijl het bij dit lijden blijft. Vrijzinnigen van alle tijden en plaatsen hebben van Christus een Jobfiguur gemaakt, een mens, die op de puinhopen van het leven neerzat. De Grote Kruisdrager werd zo vóór-beeldig voor de lijdende mens. Maar van de weeromstuit wordt Job dan een lijder als Christus Christus heeft in Job zelf geleden en voorts in al diegenen, die de eeuwen door zwaar lijden moesten.

Of Christus' lijden komt naar voren in het inwendig lijden van het Godsvolk. Het mystieke lijden van Gods kinderen kan dan onder tranen beschreven worden. Maar mystiek is nog altijd één van de grote vijanden van het geloof.

Of Christus lijdt in volksgroepen, die door andere volksgroepen worden gediscrimineerd. Of Hij lijdt in volkeren, die de vervolging van andere volkeren te verduren hadden of hebben. Het joodse volk is dan wel bij uitstek de lijdende knecht des Heeren. Maar ook andere volkeren zijn zo 'messiaans' aangeduid. Hun bloed werd Christus' bloed, hun tranen werden Christus' tranen.

In het messiaanse lijden is Christus niet meer dan een zwaar lijdend mens, hoezeer ook een uniek mens of God in de mens. Maar, Christus leed alléén. Niemand van de volkeren was met Hem.

Goede Vrijdag

Goede Vrijdag kan zo zelfs de bij uitstek geschikte dag worden geacht om het avondmaal te vieren. Zo is er de tijden door ook gekozen voor de Goede Vrijdag als dag voor de viering van het avondmaal, om zo het lijden te vieren (in het uiterste geval zelfs de opstand tegen het lijden) en om te benadrukken, dat de dood van Christus het einde van hef lijden was, waarna het was afgelopen. De avondmaalstafel als teken van het lijden en de dood.

Men versta mij goed. Het is niet zo, dat Goede Vrijdag géén dag van avondmaalsviering kan zijn. Want avondmaal vieren is de dood des Heeren verkondigen. Maar ...totdat Hij komt (1 Kor. 11 : 26). Aan het avondmaal wordt niet de dood op zich gevierd, maar wordt de dood van Christus verkondigd, omdat daarachter het Leven ligt. Daar wordt de gemeenschap gevierd met de levende Christus. Als Zijn lijden en Zijn dood niet overglansd waren geweest door de Opstanding, viel er niets meer te vieren. Dan is gedenken en verkondigen van de dood des Heeren uiteindelijk de dood in de pot.

De christenheid viert de Goede Vrijdag omdat het een dag van Verzoening is, de Grote Verzoendag.

Het Lijden van Christus was toch daarom uniek, omdat Hij het vrijwillig op zich nam terwille van anderen? De drinkbeker dronk Hij vrijwillig leeg tot op de bodem.

Zijn lijden was plaatsvervangend lijden. Zijn dood was onze dood. Daar wij anders de eeuwige dood hadden moeten sterven, zegt het avondmaalsformulier.

Zijn lijden was borgtochtelijk lijden, Middelaarslijden.

Zijn bloed was bloed der verzoening.

We staren ons niet blind op de spijkers en het bloed, op de doornenkroon en de spot van de mensen, maar we betrachten wat daarachter lag: de uiteindelijke Godverlatenheid van de Zone Gods.

God gaf Zijn Zoon over ten spot en hoon, liet Hem doodbloeden aan het Kruis om daarmee aan Hem te voltrekken wat aan doodschuldige mensen moest worden voltrokken. Daarom roemt de kerk des Heeren in het Kruis: In het Kruis zal ik eeuwig roemen en geen wet kan mij verdoemen...

Open graf

Het Lijden van Christus was daarom uniek, omdat de overwinning van Pasen er de bekroning van was. Daarom kan en mag het Kruis niet los van de Opstanding worden gezien.

In de invulling van de lijdenstijd zit dan ook altijd een zeker risico. Het is altijd weer een hele opgave om in de lijdensweken binnen de gemeente de toon zuiver te houden. Zeven weken lang valt alle nadruk op het Lijden van Christus. En hoe gebeurt dat dan? Enerzijds moet het unieke van het Lijden van Christus worden verkondigd, een lijden niet te vergelijken met ons menselijk lijden. Het lijdensgebeuren mag niet opgaan in het puur menselijke.

Het Lijden van Christus mag anderzijds dan ook niet los van de Overwinning worden verkondigd. Dan wordt Christus toch óók al gemakkelijk de grote Lijder in ons menselijke lijden. Over Zijn Lijden glanst echter de heerlijkheid van het Open Graf. Christus kwam het Lijden te Boven. Geen lijdenstijd dan ook zonder Pasen aan de einder.

Christus stond op uit de dood en werd opgewekt. In de Opstanding komt tot uitdrukking de goedkeuring van de Vader op het offer van de Zoon, alsook en niet minder de Macht van de Zoon Zelve om op te staan, omdat alles volbracht was.

Christus had macht en volmacht om op te staan.

De dood is verslonden tot overwinning.

Men kan zich wel eens afvragen of we onszelf met Pasen niet overstemmen. Eén keer per jaar worden immers alle registers open getrokken om de triomf van Christus over dood, zonde en graf uit te zeggen. Pasen als het Hoge Feest!

Het zou echter een armelijk zaakje zijn wanneer dat slechts één keer per jaar zou gebeuren. De prediking komt alle zondagen immers op uit Kruis en Opstanding.

Christenen zijn geen triomfantelijke mensen. Maar ze moeten het wel hebben van de triomf van Pasen, een triomf, die Goede Vrijdag tot achtergrond en als dragende grond heeft. Geen Pasen zonder Kruis en geen Kruis zonder Open Graf

De christelijke hóóp is uitsluitend aan Pasen ontleend. Die hoop is allereerst, vanuit Pasen, een door Christus verworven gegeven. Ook al lijkt alle menselijke hoop vergaan, dan nog is de christelijke Hoop voor eens en voor goed opgebloeid uit het Open Graf. Als er nergens meer hoop is, is er nochtans Hoop. Want, zoals Christus de kluisters van de dood op de dag van de Opstanding verbrak, zo verbreekt hij ook de grendels van mensenharten, die potdicht zitten.

De wedergeboorte staat gelijk met opstanding uit de doden (D.L. III, 12). Daar moeten zelfde krachten aan te pas komen. Maar die krachten zijn dan ook losgekomen op de Paasmorgen, toen Christus uit het graf verrees en opstond tot rechtvaardiging van de zijnen. Het Kruis is de garantie van onze verzoening. De Opstanding is de garantie van onze rechtvaardiging. Niet wat in ons omging is beslissend, maar wat buiten ons omging en buiten ons om tot stand kwam.

Vanuit het open graf trad Christus bange vrouwen en ongelovige discipelen tegemoet: Vreest niet, hier ben Ik, de Opgestane. Zo heeft Christus de eeuwen door, door de kracht van Zijn opstanding Zich een weg gebaand in harten en levens van bange, twijfelende mensen, in Wie Hij Zich openbaarde door de Geest. Hij nam intrek bij mensen, bij Wie Hij hoop, geloof en verwachting wekte, die nooit meer uit te blussen waren, hoezeer die vaak ook bestreden werden.

Bij de graven

Bij het graf behoeft dan ook niet gezwegen te worden.

Heerlijk kan het zijn als de Zon door de wolken en door het bladerdek van de bomen schijnt op het kerkhof, wanneer we afscheid nemen van onze doden. Maar de Zon hier in natuurlijke zin is niet doorslaggevend. Het gaat om de stralen van de Zon der Gerechtigheid, als de stralen van de Opstandingsmorgen over het graf vallen. Niet allereerst is dan de vraag aan de orde hoe krachtig de Zon heeft geschenen in het leven van diegenen, die heen gingen. Maar óf die heeft geschenen. De kracht van de Opstanding mag worden uitgezegd over de graven. Want er zal opstanding der doden zijn, tot heerlijkheid ook tot verderf. Maar de kracht van de Opstanding mag zeker worden uitgezegd over de dood heen van hen, die heimwee hadden en thuiskwamen. Daarover mag niet karig worden gesproken. Dat is de eer van Christus te na. Want Hij nam Zijn kerk mee toen Hij het lijden te Boven kwam.

Wanneer een begrafenis staan mag in het licht van de Opstanding van Christus en zo in de verwachting van de Opstanding der rechtvaardigen, kan een begrafenis zelfs als feest worden aangemerkt, al blijft er de floers van het verdriet. De triomfstoot van Pasen mag Boven het lijden uitklinken.

Men kan zich opgenomen weten in de stoet van getuigen, die ons zijn voorgegaan, waarbij degene, die begraven wordt, zich soms de laatste in de rij mocht weten. Ze zijn in Christus ontslapen en zullen met Hem worden opgewekt. Ze zijn thuis bij hun Oudste Broeder.

Gelijk ze allen in Adam sterven, zullen zij ook allen in Christus levend gemaakt worden... eerst Christus, daarna die van Christus zijn.

Wie bij het graf blijft steken in het lijden, zelfs in het Lijden van Christus, heeft geen hoop te bieden, geen boodschap die óver het graf heenreikt.

Maar Christus kwam het Lijden te Boven. Daarom komen allen, die van Christus zijn, het lijden en ook de dood te Boven. Dat mag met profetische kracht over het open graf worden uitgezegd. We belijden geen dode Jezus maar een levende Christus.

We blijven ons niet vermeien in een Man van Smarten.

Dè Man van Smarten werd Vorst van Pasen. Een Koning, die heersen zal, totdat Hij al Zijn vijanden aan Zijn voeten zal hebben gelegd.

Weent niet over Mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen, sprak Christus ooit tot de wenende vrouwen.

Ontroering en weedom zijn niet specifiek christelijk, ook niet bij de aanblik van het lijden, ook niet bij het aanschouwen van de dood. De christelijke hoop en verwachting komt de ontroering te Boven. Die ontroering gaat over in verwondering, omdat Christus bij machte was het lijden te Boven te komen en de Zijnen te doen delen in de vreugde van de Overwinning.

Lof zij u Christus in eeuwigheid. Het Lijden te Boven in Heerlijkheid!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het Lijden te Boven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's