De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

In Tijdschrift (Hervormd Gerefomeerde Jeugd Bond) stond een stukje over 'belijdenis' 'In de intercity".

"k Heb deze week een openbare belijdenis van het geloof meegemaakt. Deze keer niet in de kerk, maar in de eersteklas coupé van een Intercity. Eerste klas, want de trein was vol en de conducteur lief. Een nogal gezette mevrouw op leeftijd, een advocaat (die net met pensioen was gegaan) in het gezelscfiap van zijn kleindochter, en een directeur van een scholengemeenschap bevolkten de coupé. De vrouw las een spreukenboek, de mannen spraken met elkaar, ik las de krant. Op een gegeven moment raakten de mannen met de vrouw in gesprek en al snel kwam het geloof ter sprake.

De vrouw wekte volgens de mannen de indruk nogal orthodox te zijn, en spoedig "bekende" ze dat ze (gereformeerd) vrijgemaakt was. De directeur was doopsgezind, de advocaat vertelde orthodox te zijn opgevoed. Maar de laatste jaren was hij bezig al het puin uit zijn jeugd, zoals hij het noemde, op te ruimen. De vrouw moest het dan ook behooriijk ontgelden. De aarde geschapen in zes dagen? Adam de eerste mens? God almachtig? Nee, dat kon ze toch niet menen.

Kent u de wetenschappelijke onderzoeken niet? De evolutie is al lang bewezen, van de Bijbel is lang niet alles waar. Vooral de advocaat was fel, zoals zoveel christelijk opgevoede ouderen die aan het "puinruimen " zijn geslagen. Die vlucht van Jezus naar Egypte, daar klopt niets van. Toen ik, sukkel als ik ben, aan de advocaat vroeg of hij erbij was geweest, werd-ie zelfs een beetje boos. Natuurlijk niet, maar was ik dan wel bij de opstanding geweest? De vrouw deed het beter. Ze vertelde dat haar moeder een keer gezongen had, toen haar broertje niet kon slapen: "Er gaat door alle landen, een trouwe Kindervriend". "Sindsdien bestaat die Kindervriend voor mij", zei ze. En de mannen, zij zwegen.'

In Luister-Post van de 'Stichting vanuit Jeruzalem' is opgenomen de toespraak die minister-president Jitschak Rabin op 28 december 1994 richtte tot de christelijke gemeenschap in Jeruzalem, onder de titel 'Poorten van Jeruzalem blijven open voor iedereen die vrede wil'.

'Meneer de president, hoogeerwaarde heren, meneer de burgemeester van Jeruzalem, geachte aanwezigen.

Het is mij een groot genoegen u vandaag te mogen begroeten op de traditionele presidentiële receptie, en om u en de leden van uw respectievelijke genootschappen het allerbeste toe te wensen voor deze kersttijd en voor het burgerlijke nieuwe (kalender)jaar.

Nu onze gedachten bij deze gelegenheid verwijlen bij de beslissende rol die de ethiek van de verschillende godsdiensten in het leven vervult, blijft onze opmars naar vrede, in het gebied waar de Ene God zich aan onze voorouders heeft geopenbaard, kern en hoofddoel van ons politieke streven. Ik ben er zeker van dat de tot nu toe geboekte vooruitgang het hart verwarmt van ieder van ons.

Dat bij de voortgang van het vredesproces onze poorten wijd open zullen blijven staan voor allen die met vreedzame bedoelingen naar het land van de bijbel komen - dat kan ik u verzekeren. Evenzo dat alle heilige plaatsen vrij en veilig toegankelijk zullen blijven voor pelgrims en andere bezoekers, overeenkomstig onze wetten, en wel in het bijzonder de speciale wet die - als novum in de geschiedenis - bescherming en toegang tot alle heilige plaatsen garandeert.

Wij zijn trots op onze historische hoofdstad en op haar rol in de ontwikkeling van de andere monothéistische religies. Wij handhaven daarom al de traditioneel erkende rechten en privileges van de christelijke gemeenschappen, overeenkomstig onze formele afspraken en in een geest van broederschap.

Wij zijn er ons goed van bewust dat gevoelens van onzekerheid over de toekomst van Jeruzalem bij sommige christenen angst en onbehagen hebben veroorzaakt wat betreft hun toekomstige lot in de stad. Ik zou graag van deze gelegenheid gebruik maken om opnieuw de politiek van de regering ten aanzien van Jeruzalem te onderstrepen. Deze politiek, die gesteund wordt door een overgrote meerderheid in Israël, houdt in dat Jeruzalem als stad één en ondeelbaar is en zal blijven, onder Israëlisch gezag, als de eeuwige hoofdstad van Israël. Met de kerken In Jeruzalem is het sinds 1967 veel beter gegaan dan onder voorgaande regimes.

De legitieme belangen van de christelijke gemeenschappen in Jeruzalem vergen geen bijzondere politieke status voor de stad en wij zijn er zeker van dat de Israëlische autoriteiten die belangen adequaat kunnen en willen beschermen. Ik kan u verzekeren dat wij zeer zorgvuldig rekening zullen houden met de legitieme christelijke wensen wanneer in de laatste fase van het vredesproces het onderwerp Jeruzalem op de agenda komt van de onderhandelingen met de PLO.

De christelijke gemeenschap in Israël is ongeveer vijf keer zo groot geworden sinds 1948. Het is onze wens dat de bloei van al uw genootschappen ook verder in ons midden doorzet, in een sfeer van harmonie en welwillendheid, waarin zij kunnen profiteren van de democratie, tezamen met de gehele bevolking. Namens de regering en het volk van Israël wens ik u en uw kerkgenootschappen alle goeds voor de feestdagen en een gelukkig en vredig nieuwjaar.'

In Ecclesia (St. Vrienden dr. H. F. Kohlbrugge) stond het volgende gedicht van Hugo de Groot 'Vragen en antwoorden over den doop', geschreven toen zijn dochtertje Cornelia in 1618 gedoopt werd, terwijl hij zelf 'in den ghevanckenisse' verbleef. Ecclesia noemt het 'een parel van poëzie:

'Mijn kind, ghij zijt seer jonck gedoopt; weet ghij dat niet? '
'Jaa Vader, ick verstaa dat sulcks souw zijn geschiet'

'Wat is te seggen "doop"; verstaat ghij dat met reden? '
'Met suyver water zijn begooten mijne leden.'

'En wie heeft dat gedaan? verhaalt mij dat nu voort.'
'Eén die gestelt was om te leeren Godes Woordt.'

'En wat plaats ist gebeurt; weet ghij dat oock terdegen? '
 'Daar Godes volck bijeen den Godtsdienst komen pleegen.'

'Hoe komt men aldereerst tot dees gemeenschap in? '
'Den Christelijcken Doop is daar van het begin.'

'Waarom ist dat men doopt de kind'ren versch geboren? '
'Men toont het dat sij Godt van joncks af toebehooren.'

"t Schijnt nochtans dat altijd 't gelooft vóór 't water gaat? ' -
"t Gelooft van d'ouders komt de kinderen te baat.'

'Beduyd ons deesen Doop oock iets van Godes gaaven? ' -
'Vergevingh, weergeboort, opstanding uyt den graven.'

'Hoe werdt den Doop dan door vergiffenis vervult? '
'Het water doet vergaan de vlecken, Gód de schult.'

'Segh voort, hoe kan de Doop d'Opstandingh ons aanwijsen? ' -
'als Duyckers uyt de Zee, soo sullen wij verrijzen.'

'Hoedanigh sal de vreught dan zijn die wij daar wachten? ' -
'Die noyt in oogh noch oor en quam noch in gedachten.'

'Om daar te komen, siet dat ghij den Doop beleeft.' -

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's