De Bergrede (4)
In dit voorlopig afsluitende artikel willen wij een paar jongere en eigentijdse visies op de Bergrede bespreken. Eén van de meest in het oog springende is de maatschappij-en wereldvisie van Leo Tolstoi. Hier treedt iemand naar voren, die de Bergrede onverkort wil handhaven. Die visie is gegroeid in een periode van grote duisternis als het gaat om sociale omstandigheden. Men denke zich het Rusland van de negentiende eeuwse tsaren in. Of moeten wij zeggen dat wij ons dat, gelukkig, niet kunnen indenken. De verwevenheid van gezag van goddelijke oorsprong in kerk en staat, daarop stoelend de macht, die het meest grove geweld niet schuwde, maken ons voorzichtig met een oordeel. In ieder geval is duidelijk dat de integriteit van de mens op geen enkele wijze werd gerespecteerd en gegarandeerd. Dat een man als Tolstoi, stammend uit de adel, zich heeft ingezet voor de boeren, voor hun rechten, voor de ontplooiing van de jeugd, mogen wij niet vergeten. Dat hij streefde naar een volmaakt mens-zijn, kan ons als reformatorische christenen als idealistisch, en daarom niet realistisch in de oren klinken, de errnst en de consequentie van zijn denken komen uit in zijn leven, waarin hij al meer afstand doet van datgene wat hij meer heeft dan anderen. Ik denk in dit verband aan mensen uit onze kring, die Tolstoi hebben bestudeerd, prof. G. Wisse, die een boek over zijn denkbeelden schreef; ds. P. Zandt, van wie bekend is dat hij in zijn studententijd door hem werd aangesproken.
Uitgangspunt van alle christelijk leven is volgens Tolstoi te vinden in de Bergrede en met name in Mattheüs 5 : 39: Maar Ik zeg u dat gij de boze niet weerstaat. Volgens Tolstoi zijn er vijf grondslagen van christelijk leven: hebt uw vijanden lief, geen toom, geen echtscheiding, geen weerstand van de boze en geen eed. Wie niet toekomt aan deze geboden is angstig, zoekt zijn leven op deze aarde zeker te stellen. Wie leeft uit deze grondslagen zal dan ook felle kritiek hebben op instituten als kerk en staat, die niet anders doen dan wereldse middelen hanteren om aan de macht te blijven. Hij roept daarom de mensen op om niet te coöpereren met de staat, met de kerk, want wie dat doet collaboreert en verloochent. Tracht in eigen gemeenschappen de Bergrede onverkort te beleven, en zo een zoutend zout en een lichtend licht te zijn. En verwacht van de zogenaamde westerse beschaving, die christelijk wil heten, geen vernieuwing tot volmaaktheid. Zij is slechts uit om rijkdommen op de aarde, waarin de roest en de mot huishouden, en de dief telkens weer binnensluipt, te verzamelen en te vermeerderen.
Tolstoi heeft velen geïnspireerd, met name hen, die socialisme en anarchisme, verbonden met de religie, gestalte wilden geven. In ons land heeft de gemeenschap van Christen-socialisten in een commune in Blaricum getracht zich aan zijn regels te houden. Ook de commune van Frederik van Eeden, Walden in Bussum, vertoont deze trekken. Telkens weer blijkt dat idealisme, gegrond op de goede natuurlijke eigenschappen van de mens, kort leven is be schoren in de vorm van consequente verbondenheid in gezamenlijke verantwoordelijkheid. De mens, met zijn eigen kanten, met zijn zwakheden, zijn zonden, komt het meest openbaar waar dat van hem allerminst wordt verwacht en verdragen.
Eén van de markantste Europeanen van deze eeuw is dr. Albert Schweitzer. Zijn visie op de Bergrede wordt bepaald door de opvatting dat de verwachting van de wederkomst in het Nieuwe Testament zo centraal is, dat daarbij een bepaalde, voor de korte termijn geschikte, ethiek behoort. Zo moeten wij, volgens Schweitzer de Bergrede lezen. Voor die korte termijn zijn regelingen voor bijvoorbeeld de staat, de betekenis en het recht van eigendom, niet van belang. Wanneer het einde der tijden voor de deur staat is ook de betekenis van lange termijnbeslissingen en van gevestigde instituten niet groot. Nu de wederkomst uitblijft moet het duidelijk zijn dat de Bergrede in haar concrete aanwijzingen niet meer van kracht kan zijn.
Wij kunnen de Schriftbeschouwing van Schweitzer, zijn Christus-belijden volstrekt niet volgen. Toch is het goed om te letten op zijn levensgang. Het zou te gering zijn om hem alleen maar als een filosoof te zien. Hij heeft alles verlaten, om in Lambarene helend werk te verrichten, onder povere omstandigheden. Met name ook na de Tweede Wereldoorlog, toen een pessimistische levensbeschouwing als kool groeide, was het een verademing om over een mens, een Duitser!, in wie overtuiging, cultuur, dienst, zelfverloochening een positieve belichaming kregen, te horen. Hoezeer wij niet het leven, maar de God des levens in Zijn openbaring willen eren en dienen.
De grote vragen zijn: heeft de Bergrede direct en concreet gezag in het leven van alledag? Wat is haar primaire boodschap voor ons? Daarbij kan worden gesteld: is zij voornamelijk kenbron van de ellende, opdat daardoor het verlangen naar het plaatsvervangende werk van Christus zou worden gewekt of ook regel van dankbaarheid en gehoorzaamheid? Hoe hebben wij de persoon en het werk van de Heere Jezus Christus te duiden? Is Hij de vervulling van de wet, ook in die zin, dat in de navolging van Hem door ons die meerdere gerechtigheid in een concrete levenshouding gestalte kan worden gegeven. Wat is hier realisme, iedealisme, of afhankelijke gehoorzaamheid?
Realisme vinden wij terug in de visie van Kuitert, die onverbloemd stelt dat de Bergrede voor dit maatschappelijk bestel onuitvoerbaar is, en daarom de klassieke tweerijkenleer als de oplossing hanteert. Zo komt er ook ruimte voor het 'goede' van een niet-christen, een humanist, of aanhanger van een andere godsdienst. Hij staat daarin tegenover de bevrijdingstheologie, die in de Bergrede juist een model van mens-en structuurverbetering in het perspectief van het Koninkrijk Gods, dat zich gaandeweg manifesteert met name in de vooruitgang in structuren van rechtvaardigheid en vrede. De grote initiator van deze visie is de Zwitserse theoloog Ragaz. De theologie van bevrijding heeft in de na-oorlogse tijd, en met name in de periode van de-kolonisering en ontwaking van de arme kant van deze wereld een grote vlucht genomen.
Belangrijk is de inzet van de theocratie, de Godsregering, zoals wij die bij Calvijn vinden, vast te houden, ook bij de uitleg en toepassing van de Bergrede. Dat vraagt gehoorzaamheid op alle levensterreinen, uitgaande van de regel van de liefde, de regula caritatis. Daar is geen sprake van een tweerijkenleer in die zin, dat voor het staatkundig en maatschappelijk leven andere regels gelden dan voor het persoonlijk geloofsleven. De mens, dus ook de christen, leeft in een wereld, onder een souvereine God. Het gaat om de navolging van Christus, door een ieder. Daartoe is er openbaring, wet en evangelie, de Bergrede.
Liefde moet gepraktiseerd worden. Naar de wil van God. In de Bergrede ontvangen wij aanzetten om verrassend bezig te zijn, om zo heilzaam van het heil van Gods Koninkrijk te getuigen. Het gaat niet om een ideaal, wel om de werkelijkheid van de overwinning van Christus, Profeet, Priester, Koning! De beleving van die breedte en diepte zal ons behoeden voor het poneren van hoogstandjes in onze gehoorzaamheid en navolging, en tegelijkertijd voor het vegeteren op goedkope genade.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's