De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bezinning op orgaandonatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bezinning op orgaandonatie

5 minuten leestijd

Rondom het onderwerp orgaandonatie is momenteel sprake van een golf van publiciteit. Dit hangt samen met de discussie die in het parlement gevoerd wordt over de vraag op welke wijze orgaandonatie in Nederland geregeld zou moeten worden. Zoals bekend geldt tot op heden in ons land het 'toestemmingssysteem'. Alleen bij hen die een donorcodicil hebben ingevuld en opgestuurd en die dus geregistreerd staan als potentiële donoren worden na overlijden eventueel nog bruikbare organen afgenomen om bij medemensen getransplanteerd te worden. In België geldt het 'geen bezwaar-systeem'. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat ieder in principe donor wil zijn, tenzij men uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt dit niét te willen zijn. Het probleem bij het Nederlandse systeem is dat er een voortdurend gebrek aan donoren en dus aan organen is, zodat vele mensen die door middel van transplantatie geholpen zouden kunnen worden, vergeefs lange tijd wachten of ook door het uitblijven van transplantatie overlijden.

Geen verplichting

In het onlangs gehouden kamerdebat viel het CDA op door een onverwachtse boegwending van 'toestemming' naar 'geen bezwaar'. Later keerde deze partij weer op zijn schreden terug. Ik denk dat er, bij alle waardering voor edele motieven, toch gewezen moet worden op een gevaarlijke argumentatie bij sommige voorstanders van het 'geen bezwaar-systeem', een argumentatie die ook door de woordvoerder van het CDA werd gevolgd. De gedachtengang is dan dat de mens behoort aan de maatschappij en dat zijn lichaam na het sterven ter beschikking van medemensen is. Je kunt die gedachtengang socialistisch invullen, je kunt het ook op meer christelijke wijze doen met behulp van kernbegrippen als naastenliefde en solidariteit. Maar kenmerkend is dat wordt uitgegaan van een zekere verplichting, of in elk geval een bepaalde vanzelfsprekendheid om organen die je zelf niet meer kunt gebruiken vanwege de dood ten nutte te doen komen aan medemensen die erom verlegen zijn.

Hiertegenover moet staande gehouden worden dat een donatie echt een weloverwogen geschenk moet blijven. Verplichting staat haaks op het begrip 'donatie'. Van een 'geen bezwaar-systeem' gaat weliswaar geen regelrechte verplichting, maar toch wel een zekere morele druk uit. Het lijkt dan asociaal te worden om geen organen te willen doneren. Hierdoor wordt aan de persoonlijke verantwoordelijkheid voor Gods aangezicht geen recht gedaan. Laten we niet vergeten dat niet het individu, evenmin de overheid en ook niet de maatschappij, maar de Schepper, ja ook - met zondag 1 van de Heidelberger - de Verlosser de eigenlijke Eigenaar van het menselijk lichaam is.

Grondig overwegen

Dit gezegd zijnde, past een pleidooi grondig te overwegen om toestemming te geven voor orgaantransplantatie. Zou dit niet een nieuwe gestalte van naastenliefde kunnen zijn, die door de voortgang van het medisch kennen en kunnen onder Gods zegen mogelijk is geworden? We zouden onszelf eerlijk de vraag kunnen stellen: 'zou ik in geval van nood een transplantatie-orgaan accepteren, voor mijzelf of voor mijn kind? ' Indien we die vraag positief beantwoorden, zouden we ook positief dienen te staan ten opzichte van het zelf ter beschikking stellen van organen. Denk maar aan de gulden regel: 'wat u wilt dat u geschiedt, onthoudt dan ook aan anderen niet!'

Onlangs hebben de bisschoppen een verklaring inzake orgaandonatie uitgegeven. Ik vermeld deze verklaring hier uiteraard niet omdat lezers van 'de Waarheidsvriend' verondersteld worden een bijzonder moreel gezag toe te kennen aan bisschoppelijke uitspraken. Anderzijds vind ik het ook kortzichtig om vanwege de kloof tussen Rome en Reformatie niet voluit te willen erkennen dat er op moreel gebied vaak punten van herkenning en overeenstemming zijn. De bisschoppen noemen het 'een groot goed dat een oude droom van de mensheid werkelijkheid is geworden: dat wij organen en weefsels kunnen transplanteren en levens kunnen redden'. Omdat het lot van mensen die ernstig ziek zijn en wachten op een transplantatie hen zeer ter harte gaat, sporen zij een ieder aan om zoveel mogelijk na te denken over de solidariteit met hun medemensen. Wel moet de beschermwaardigheid van het menselijk leven, zowel van donor als van ontvanger, steeds het ijkpunt van de besluitvorming zijn. Dat betekent praktisch: 'Familieleden van donoren hebben recht op goede begeleiding, maar ook op betrouwbare en toegankelijke informatie en op de zekerheid dat de dood van de mens die zo plotseling uit hun midden wordt weggerukt, onweerlegbaar wordt aangetoond en bevestigd door onafhankelijke specialisten. Als doodscriterium dient daarbij totale hersendood te gelden'.

Criteria

De moderamina van de meeste protestant se kerken hebben zich eveneens positief uitgelaten over orgaantransplantatie. Ik sluit mij graag bij deze stemmen aan. Wel lijkt het mij van belang om bij invulling van eeri codicil aan te geven welke organen men ter beschikking wil stellen of in elk geval niet (niet die organen waarmee de individualiteit heel direct gemoeid is, zoals hersenen, geslachtsorganen enz.). Overigens moet het bij donatie puur om naastenliefde gaan. Soms kom je de gedachte tegen dat men door organen ter beschikking te stellen een bepaalde zin kan geven aan het sterven. Iets van het vijandkarakter van de dood zou dan op deze wijze weggenomen worden. Maar dat is onbijbels: de laatste vijand wordt alleen door Christus teniet gedaan en alleen in oprechte geloofsverbondenheid met Hem overwonnen. Het is ook niet zo dat we door donatie iets van onszell zouden kunnen onttrekken aan het oordeel van de dood. Ons sterven wordt niet gerelativeerd doordat er organen van ons voortleven in anderen.

Wie zich breder wil oriënteren op het terrein van orgaantransplantatie leze het boek van dr. R. Seldenrijk, Organen en weefsels op reis: een medisch-ethische afweging van de transplantatiegeneeskunde (Groen, Leiden 1993). Terecht zegt hij: 'Uiteindelijk gaat het er niet om of men voor of tegen is, maar het gaat erom of de overweging verantwoord wordt genomen voor Gods aangezicht in onze persoonlijke omstandigheden. Een ding moet dus in elk geval: er serieus over nadenken en voor Gods aangezicht tot een persoonlijk standpunt komen!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bezinning op orgaandonatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's