De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een keer in de onomkeerbaarheid?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een keer in de onomkeerbaarheid?

Een historische week in het Samen op Weg-proces

11 minuten leestijd

De afgelopen week hebben zich ingrijpende ontwikkelingen voorgedaan inzake het Samen op Weg-proces. Zó zelfs, dat de voorbije week wel eens als 'historisch' zou kunnen worden aangemerkt.

Laat mij, wat de feiten betreft, beginnen bij de triosynode van november 1994. Toen werd de besluitvorming over het rapport Mensen en structuren, op voorstel van ds. W. P. van der Aa (Herwijnen), twee jaar uitgesteld, in afwachting van de uitslag van de raadpleging van de classes inzake de Concept Kerkorde voor de Verenigde Protestants Kerk in Nederland.

Wèl werd een orgaan in het leven geroepen, dat de fusie van de arbeidsorganisatie mocht gaan doordenken. Al spoedig bleek, dat 'doordenken' zo veel inhield als 'voorbereiden '. Over die interpretatie van het besluit ontstond dan ook grote onrust. Van gereformeerde zijde werd het besluit namelijk zó geïnterpreteerd, dat daardoor het Samen op Weg-proces een flinke stap voorwaarts had gemaakt. Hervormden spraken dit tegen.

Op de maartvergadering van de hervormde synode dit jaar diende ds. H. Klink (Hoornaar) tijdens de rondvraag een brief in, mede ondertekend door 26 classicale afgevaardigden, waarin werd verzocht de behandeling van de zogeheten ordinanties (de praktische regelingen, die hangen aan de kerkorde) niet op de triosynode, die voor mei a.s. was gepland, in behandeling te nemen. Ook dat zou namelijk voorbarig zijn op de uitslag van de consideraties van de classes.

Intussen had een onderzoek van de redacteur van het blad Woord en Dienst namelijk al uitgewezen, dat die raadpleging bijna een meerderheid zou opleveren van classes (en dus van gemeenten en kerkleden), die het Samen op Weg-proces zó niet wilden vervolgen. Die (voorlopige) uitslag lag overigens geheel in de lijn van eerdere prognoses (o.a. in het Kaskirapport van 1993), waarin tot uitdrukking kwam, dat een meerderheid van de hervormde gemeenten, om welke reden dan óók, Samen op Weg niet wenst.

Het onderzoek van 'Woord en Dienst' werd overigens in eerste instantie al spoedig weer geminimaliseerd, wat de tegenstand van het proces betreft. Er werd de interpretatie aan gegeven, dat slechts enkele classes echt tégen waren en dat een groot deel zich solidariseerde met de Gereformeerde Bond, zijnde de grootste tegenstrever in het proces. En dat terwijl in de breedte van de Hervormde Kerk verschillende — op eigen merites te wégen — motieven een rol spelen in het afwijzen van het samengaan van 'hervormden' en 'dolerenden'. Het verlangen om de Hervormde Kerk in haar historische gestalte te laten voortbestaan leeft echter breed en diep.

Classes

Intussen is overigens wel duidelijk gewor­ den of is duidelijk aan het worden, dat de zaken er zo niet voorstaan als de voorstanders van het proces beweren. Recent richtten namelijk niet minder dan (voorlopig) 24 classes zich tot de hervormde synode met het verzoek om een extra synodevergadering, voorafgaand aan de voor mei geplande triosynode.

Op zich moest dit verzoek al worden gehonoreerd, omdat de hervormde kerkorde voorschrijft, dat tien classes om een extra synodevergadering mogen vragen. Maar het gewicht van ruim éénderde van de classes, die om een extra synode vroegen, heeft voor het hervormd moderamen kennelijk zo zwaar gewogen, dat men in de vergadering van de drie moderamina van de samenwerkende kerken het voorstel heeft ingebracht om de triosynode te verdagen tot januari 1996. De junivergadering van de hervormde synode zal dan worden benut om in de Hervormde Kerk de zaken helder te stellen inzake SOW. De vraag zal dan zijn of er nog een keer in de onomkeerbaarheid van SOW zal zijn.

Duidelijkheid

De afgelopen week heeft zo al met al veel duidelijkheid gebracht. De laatste jaren werden de bezwaren tegen SOW van hervormd gereformeerde zijde nog wel eens afgedaan met te zeggen, dat het bezwaren van een minderheid waren. De consideraties van de classes zouden meer duidelijkheid scheppen. Nog vóórdat echter de consideraties écht bekend zijn geworden, is al wel duidelijk geworden hoe het proces er vóór staat binnen de Nederlandse Hervormde Kerk als zodanig.
Binnen de Gereformeerde Kerken is er geen tegenstand.
In de kring van de Evangelisch Lutherse Kerk beginnen de laatste tijd gemeenten zich ook te roeren.
Het hervormd moderamen heeft nu tijdig de steven gewend en zich het bezwaar van een groot deel der kerk tot het zijne gemaakt. Men heeft als zodanig de 'zwarte piet' niet alleen bij de Gereformeerde Bond gelegd maar geluisterd naar de stem van de kerk.

Daar komt bij, dat in vervolg op het besluit om de triosynode te verdagen, óók al aan het licht trad, dat het zó met het ontwikkelen van de nieuwe arbeidsorganisatie niet verder kan.
Mevr. drs. A W. Wamsteker, als 'secretaris algemene zaken' verantwoordelijk vanuit Leidschendam voor deze arbeidsorganisatie, heeft al laten weten, dat 'fusie' wel tien of vijftien jaar vooruit geschoven kan worden. En ds. P. Boomsma, praeses van de gereformeerde synode, vond het nu, in een interview voor de EO-microfoon óók maar beter om vijf jaar uit te stellen. Nog geen jaar geleden leek 'Mensen en structuren' geruisloos te worden doorgevoerd en leek fusie van de organen op handen te zijn, waar de kerken zelf nog niet aan fusie toe waren. De onrust daarover was groot. En nu wordt ook hier pas op de plaats gemaakt.

Dit alles wijst erop, dat het besefis doorgebroken, dat het proces, zoals het zich nu ontwikkelt, vastloopt omdat het onvoldoende draagvlak heeft, met name in de hervormde gemeenten. Men heeft nu, om het wat zakelijk te zeggen, zó krachtig op de rem getrapt, dat het moeilijk zal zijn om de vaart er weer in te brengen.

Méér dan zakelijk

Hier onderbreek ik nu echter bewust het puur zakelijk beschrijven van de ontwikkelingen. De kerk is immers geen menselijke organisatie. Dan zou het een menselijk zaakje worden. De kerk is 'des Heeren'.

In de voorbije jaren hebben we één en andermaal opgemerkt, dat we als hervormd gereformeerden geen program wilden ontwikkelen. Dat is lang niet altijd begrepen, ook in eigen kring niet. Maar we hebben daarin beleden, dat we, ook in de ontwikkelingen in Samen op Weg, hebben te volgen, wat onze verantwoordelijkheid overigens niet uit-maar in-sloot. Met volgen bedoelden we dan: de Heere volgen, ook waar Hij ons in diepe dalen zou voeren, waar we beproefd zouden worden, ook in onze kerkelijke trouw. Dat gold temeer, waar we het geloof in Gods Verbondstrouw dreigden te verliezen.

Er is, in dit licht bezien, van vele kansels en door oprechte vromen gebeden of het proces krachteloos mocht worden gemaakt, waar en wannéér het niet de toets van Woord en Geest kon doorstaan. Staande in de traditie van het hervormd gereformeerde voorgeslacht hebben we daarin geworsteld om het rechte belijden in de zin van de gereformeerde belijdenis, hangend aan het Woord. En het was bitter te moeten ervaren, dat de nazaten van de Doleantie hier weinig oor meer voor hadden. Maar de vaderlandse kerk is voor hervormd gereformeerden meer dan een historisch instituut, ze is kerk van de gereformeerde belijdenis, die onder bloed en tranen bevochten is.

Orde

Voor een omkeer van het proces is gebeden. Nu dan ook in de (kerk-)ordelijke weg, langs de weg van de ambtelijke vergaderingen een kéér in het proces lijkt te komen, hebben we daarin ook de hand des Heeren op te merken. Als we in het verleden al van overtuiging waren en ook vandaag nóg van overtuiging zijn, dat het proces zó niet mocht en niet verder mag — de bijbelse opdracht tot eenheid ten spijt —, dan mocht en moest dat ook in het gebed aan de Koning der Kerk worden voorgelegd. Dat is dan ook geschied. Als er dan ook nu een keer in het proces op handen lijkt te zijn, dan mag en zal de dank ook bij Hem worden gebracht.

Dan danken we niet om afbraak. Dan danken we om Gods bewarende trouw, die sinds de planting van Zijn kerk in dit land is gebleken en die sindsdien onverminderd, ondanks onze ontrouw, is doorgegaan en juist in hachelijke perioden aan het licht trad.

We eindigen dus niet in onze organisatie of in ónze activiteiten. We eindigen in Hem, die Zijn kerk in de ordelijke, ambtelijke weg leidt en stuurt en Die de gebeden der Zijnen hoort, omdat Hij 'troont op de lofzangen Israels'.

Tegenstrijdig

Dan weten we heel best, dat anderen om de voortgang van het proces gebeden hebben. Gebeden kunnen aan elkaar tegenstrijdig zijn, elkaar kruisen, 's Zomers kunnen boeren, na overvloedige regen, bidden om zon, terwijl mensen met een hartkwaal bidden om verkoeling of zelfs regen.

Maar in de tekenen der tijden, ook der kerkelijke tijden, hebben we Gods antwoord te zien. Dat zeggen we op dit moment uit volle overtuiging, ook al ligt nog een lange weg voor ons van worsteling en gebed om de kerk.

In ieder geval krijgen we op dit moment, in de kerk als gehéél en daarbinnen als hervormd gereformeerden, wél de boodschap om ook geestelijk verder te gaan in de ontwikkelingen, die zich aandienen.

Terugkeer

Intussen heeft Ds. P. Boomsma, de scheidende praeses van de synode van de Gereformeerde Kerken, een boodschap afgegeven: Als het proces dan zo niet verder kan, dan moeten we maar als (verenigde) Hervormde Kerk verder gaan. Het leek er even op, dat hij had willen zeggen dat de gereformeerden maar gewoon terug moesten keren naar die (verenigde) Hervormde Kerk. Dat leek een verrassend geluid. Niet eerder bleken gereformeerden bereid de 'terugkeeroptie' te aanvaarden.

Maar al spoedig lieten gereformeerden weten dat ze per se niet terug wilden keren naar de Hervormde Kerk en liet ds. Boomsma ook weten geen terugkeer te hebben bedoeld. Het ging hem alleen om de naam. En de Evangelisch Luthersen lieten weten dat dat ook hün bedoeling niet was. Ze waren nooit hervormd geweest. Dat betekent dat Samen op Weg inderdaad een nieuwe kerk bedoelt. In korte tijd is hier veel duidelijkheid geschapen. Samen op Weg bedoelt niet het herstel, langs de weg van terugkeer, van de kerk der Reformatie in dit land.

En daarom kunnen we ook niet berusten in de on-omkeerbaarheid van dit proces.

In het verleden hebben we als hervormd gereformeerden één en andermaal, ook op de grote ambtsdragersvergadering in Putten (nov. 1992), gezegd, dat bij 'terugkeer' de Doleantie ongedaan wordt gemaakt. Wanneer dat met wederzijdse schuldbelijdenis gebeurt, kan daartegen geen principieel bezwaar bestaan. Integendeel: dat is de weg om de breuk te herstellen.

In die weg zou er ook nog een terugkeer kunnen zijn — God geve het — van de afgescheidenen naar de vaderlandse kerk. Als dat zou gebeuren mag schuldbelijdenis van de Hervormde Kerk zelve daarbij wel voorop staan.

In het Samen op Weg-proces is de weg naar de afgescheidenen echter afgesnoerd. Daar leefde immers sterk de gedachte van de terugkeer. Ook, waar er momenteel geen enkele begeerte meer lijkt te zijn tot terugkeer naar de kerk der vaderen, mag er nochtans vanuit die kerk der vaderen geen blokkade worden opgeworpen. 'Wie weet. God mocht Zich wenden' zodat er nog een gemeenschappelijke terugkeer zal zijn.

Ook daarvoor valt geen program te ontwerpen. Maar zou hier nochtans vandaag niet een weg Gods kunnen liggen?

De weg der gezamenlijke terugkeer moet open worden gehouden. Tenslotte gaat het om de kerk, die hier in dit land in de trouw van Gods Verbond is geplant.

Het ging ons als hervormd gereformeerden, in de bezwaren tegen Samen op Weg, nooit en nergens om 'ruimte voor een groep'. Die zou er tóch wel gebleven zijn. Het ging en gaat om de kerk als geheel.

Opstanding

Na Pasen zeggen en belijden we intussen, dat de kerk Paaskerk is.

Het is niet voor niets, dat kerkgebouwen soms de naam Paaskerk of Opstandingskerk dragen.

De kerk zal, ook in de secularisatie van vandaag, in het Opstandingsgeloof verder mogen gaan. Hebben we daarvoor niet een nieuwe, door de Geest gebaande weg nodig?

We leven nu al jaren lang onder de druk van een proces, dat zó veel tijd en energie in beslag neemt, dat we aan de geestelijke functie van de kerk niet of nauwelijks meer toe kwamen.

De Heere geve ons daarom een echt geestelijke doorbraak, zodat de kerk weer echt kerk worde, niet als een samenstel van organisaties en organen, maar als gemeenschap, als minderheid in de samenleving maar rondom De Opgestane.

De God des Verbonds wijze ons nog een nieuwe weg, een andere dan die van SOW, om als kerk geestelijk vruchtbaar te zijn, temidden van ons volk, dat ten dode wankelt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een keer in de onomkeerbaarheid?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's