De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

14 minuten leestijd

Woede tegen de dood

Een uitdrukking die ik tegen kwam in een gesprek dat Arie Verhoef had met de dichteres Inge Lievaart en dat te lezen staat in aflevering 49 van de 13e jaargang, maart 1995, van het christelijk literair tijdschrift Woordwerk. Misschien hebben sommigen van u het gesprek al gehoord in het EO-radioprogramma 'Boeken wijzer'. Wat in Woordwerk te lezen staat is een bewerking van het gesprek dat in januari 1995 al werd uitgezonden. Inge Lievaart (1917) heeft een rijke oogst aan poëzie in haar leven geleverd. Vorig jaar verschenen er nog weer twee bundels van haar hand 'Elke dag heden' en 'Een kring in stil water'. Naar aanleiding van het verschijnen van deze twee bundels sprak Arie Verhoef met haar. Boven het gesprek staat een regel geciteerd uit dit gesprek 'Over de twijfel kan ik geen gedicht meer maken'. We lichten twee fragmenten uit het gesprek.

Ik citeer het eerder genoemde gedicht 'Het droge

Ik kwam aan de grens van het land
al sterker de stem van de zee
een hevig woeden rondom
de nietigheid van het droge
tot diep in mijn bevend rechtop
verschrikkend mij met zijn nee

het duurde een leven
duurde een dood -
daarna - in een stilte
waarin ik werd opgericht
door een kracht die het woeden keerde -
zag ik dat vlak de zee werd en licht
en met vrede de kust begroette
van het levenbewarend droge
het dragende onder mijn voeten.

De kust is hier 'het levenbewarend droge/het dragende onder mijn voeten'. Daarin bespeur ik iets van de noodzaak om gedragen, om gered te worden. Hoe existentieel is die gedachte in uw werk?

Dat is wel de diepste gedachte en de diepste ervaring die erin kan zitten. Van jongsaf aan ben ik opgevoed in het geloof, zonder dat ik ook maar enige herinnering heb aan dwang of zwaarte. Altijd was er in de opvoeding iets van de liefde die van God naar ons uitging. Wel werd je duidelijk gemaakt - en dat ging je al jong beamen - dat je verkeerde dingen deed en dat dat niet vanzelf sprak.
Toen ik zo in het geloof opgroeide, begon ik ook wel eens te denken: Als ik nou ook kon zeggen: toen en toen ben ik bekeerd... Dat leek mij toch iets moois. Ik kende een totaal vertrouwen op God, maar ik wilde een punt in de tijd hebben om op te vertrouwen. Achteraf gezien is dat niet goed geweest. Die wens werd wel verhoord: in een crisis raakte ik alles kwijt. Eerst moetje dan alles kwijt. Het gedicht 'Het droge' is daar na vele jaren een uiting van, een terugblik.

Er staat ook in: 'Het duurde een leven / duurde een dood'. Zo'n ervaring is als een soort doodzijn. Dat heb ik verbeeld in dat 'hevig woeden rondom', dat mij aan wou grijpen. Alsof het mij zeggen wilde: Er is niks, jij hebt niks en jij kan nergens op bouwen...

Toch ben ik uit die crisis geholpen. Ik merkte dat ik gedragen werd door de reddende wil van God. Dat heb ik in een beeld vertolkt als het levenbewarend droge.

Er zijn critici die menen dat u te veel het accent leg op het gered zijn. Zij bespeuren te weinig geloofstwijfel in uw gedichten.

Over de twijfel kan ik gelukkig geen gedicht meer maken. Die twijfel is er wel eens, maar nooit zo lang dat ik er iets moois van kan zitten maken. Want dan moet je de twijfel gaan vasthouden. Ik zou het eigenlijk tegenover God heel ondankbaar vinden, als ik vanuit de twijfel vandaan iets moois ging proberen te maken. Want een gedicht is esthetisch; het heeft toch iets met schoonheid te maken.

In het gesprek zegt Inge Lievaart dat een gedicht ontstaat uit verwondering. Het is tegelijk een wonder. Een gedicht is geen maakwerk, maar een geboorte. Aan het eind van het gesprek komt het ouder worden en de dood ter sprake.

Over het ouder worden gaat het met name ook in de laatste afdeling van Elke dag heden. Achter het ouder worden ligt de dood. Ik citeer uit het gedicht 'Tweemaal niet meer':

Steeds duidelijker verschijnt
aan de rand van mijn vreugden
de dreiging van het koude
niet meer

De dood is, zo zeggen we de apostel Paulus na, de laatste vijand die te niet gedaan moet worden. Beangstigt u, aan de rand van uw vreugden, die naderende dood?

Het is niet zozeer angst voor de dood. Nee, het is meer woede. De dood vernietigt wat toch een geschapen leven is, wat je toch mag zijn, mag hebben. Maar het is tijdelijk. Het heeft te maken met de zonde. God heeft het leven gegeven, niet de dood. Dat kan ik niet geloven. De dood is voor wie gelooft een doorgaan naar het leven. Maar Jezus was ook verbolgen bij de dood van Lazarus. Ik geloof dat het mag...! In hetzelfde gedicht staat:

Hoe groter de dreiging
hoe feller mijn woede
wordt tegen de koude
het mes van de winter
de valbijl van de dood

zeg niet dat het dwaas is
zeg niet dat het fout is
want ik hoorde een stem
die gezag heeft van leven
het zwijgen bestraffen
dat de oren verdooft

Hebt u dat altijd gevoeld, die woede tegen de dood O nee, ik heb ook dat meer traditionele gekend: het is Gods wil; ze zijn gelukkig in de hemel en wij moeten berusten.

Mijn vader is 89 jaar oud geworden. Hij stierf na een mooi afgerond, heel rijk leven. Toen hij gestorven was, was ik woedend. Terwijl ik zo dankbaar was voor zijn laatste tijd hier op aarde, terwijl ik getroost werd, was ik toch ook woedend. Niet op God. Nee, op de dood.

De duisternis van de dood heeft voor de gelovigen het laatste woord niet. Zij mogen het licht zien. Dat licht bezingt u ook in uw werk. Tekent Inge Lievaart een zelfportret in de vogel die we tegenkomen in het gedicht 'Tussen hemel en aarde' (Elke dag heden)?

Hoog in de top van een boom te wonen
dichtbij de hemel
een mond van taal

hoog in een boom
zo'n geworteld geaarde
drinkende diep uit de waterlagen
die het leven bewaren

hoog in de top
een woord als een vogel
om het licht te beamen
met steeds weer nieuwe
geboorten van namen

Dat is geen zelfportret. Het is een wens. Zo wil zij graag zijn. Als je wel eens zo'n moment mag beleven, dat je iets mag uitzingen van dat licht, dan is daar alleen maar verwondering.

Wat is voor u dat licht dan?
Laten we zeggen: de glans van Gods aanwezigheid, van zijn glimlach.

Een boeiend gesprek met een sympathieke vrouw. Een verademing in de literatuur van onze tijd waarin vaak zo negatief over het leven wordt geschreven. Zonder vlot stichtelijk te zijn tóch poëzie met een waardevolle boodschap die tevens technisch en taalkundig de moeite van het lezen waard is'.

God: angst en liefde

In Bloknoot, christelijk literair tijdschrift nummer 11, februari 1995, valt ook een interview te lezen en wel met de dichter Harmen Wind. Teunis Bunt doet verslag in genoemde aflevering van Bloknoot van een gesprek met hem onder het opschrift 'Op weg naar de verstilling'. Van Wind (1945) verscheen vorig jaar nog nieuwe poëzie, een ­ bundel die de titel 'Waterstaat' mee kreeg. In het gesprek komt de relatie vader/godsbeeld ter sprake.

Vader en godsdienst hebben in je gedichten vaak iets met elkaar te maken, waarbij de gevoelens per gedicht nogal kunnen verschillen.Uit 'Visitate Dei' (Een spoor van verbeelding) spreekt vooral geborgenheid:

VISITATE DEI

Nooit kwam God nader
dan op de knie van mijn vader,
wanneer wij niet over Hem praatten,
maar zo'n beetje zaten
te wachten tot Hij kwam.

terwijl een gedicht als 'Ogenblikje stilte' heel hard is:

OGENBLIKJE STILTE

IJskoud het heil, onverbiddelijk
de wachtwoorden: scharlaken,
delging, zoenbloed, schuld.
Alle daden geboeid, elk zicht ?
verkeken. Het amen een werda,
onafwendbaar onze namen.

De tafel siddert voor de tweede
dood. Verterend vuur dat
vader is, verlos mij uit mijn
erfenis, zegen dit brood.

Pal onder de paternosters
van sneeuwganzen vloekt op de
deel onze waakse stabij.

'God is een vader en tegelijkertijd een verterend vuur, dat is de paradox waarmee we ons God voorstellen. In "Ogenblikje stilte" komt dat verterende vuur naar voren, die angst die je als kind al hebt voor wat eigenlijk een geruststelling had moeten zijn: God ziet alles, je bent niet alleen, je wordt geleid, enzovoort. Dat is tegelijkertijd zeer angstaanjagend: je kunt niets in je eentje doen, je wordt waargenomen. En dat waarnemen is niet vrijblijvend, maar als je eenmaal voor de troon staat, wordt je dat voor de voeten gegooid. Je kunt niet bestaan voor Zijn aangezicht. Dat komt wel overeen met mijn vader. Mijn vader was een uitermate rechtlijnige man, die de gewoonte had dingen zo direkt mogelijk af te straffen, waar dat nodig was.'

Is zo 'n godsbeeld iets uit je jeugd of neem je dat al tijd mee?

'Dat raak je niet meer kwijt, dat is niet meer weg te poetsen. Daar heb ik trouwens ook de behoefte niet aan, want ik geloof dat die kant van God wezenlijk is. Daar zit een existentieel soort angst in en die draag ik mee. Die hoort bij het bestaan. Die mag nooit overheersen, want dan word je niet goed, maar daar kom ik niet van af En tegelijkertijd is God liefde. Daar zit een spanning in; het oordeel, samenhangend met de vrijheid, de verantwoordelijkheid die je als mens hebt. Die heeft te maken met waar je als mens voor staat: bijna goddelijk, kroon der schepping. Je hebt een hoge taak. Ik zet het allemaal in die beeldspraak, want dat is het voor mij wel.'

In nog een fragment uit dit gesprek komt de vraag aan de orde naar de zin van het aardse bestaan.

Het woord 'bestemming' dat je hier gebruikt, kom ik vaker tegen.

'Ik heb het minder vaak over de bestemming, het doel, dan over het onderweg zijn. Ik ben mij wel eens - sterker dan misschien gezond voor me is - bewust van het voorbij gaan, van het feit dat er niets vast te houden valt. Dat geeft een heel onaangenaam gevoel van vergankelijkheid, sterfelijkheid. Dat heb ik gelukkig niet, altijd, maar het is wel een niet aflatend gevoel. Dat onderweg zijn suggereert dat je een einddoel, een bestemming hebt, die duidelijk ligt. Die duidelijkheid is niet zo sterk. Als er een ding duidelijk is, is het dat je op weg naar de dood bent. De weg daamaartoe doet er minder toe dan het feit datje onderweg bent. Dat heb je met iedereen gemeen. Wat je doet, is merktekens achterlaten, sporen. Je wilt er geweest zijn. En in die sporen heb ik dan ook het gevoel mezelf met terugwerkende kracht als het ware weer eens wat op te kunnen richten.'

DE PROFUNDIS

Diep zijn de dromen van de trage
vissen uit genesis. Eindeloos is de
dood en wijnflesgroen. Onder een
hemel van sterrekroos komt leven
volmaakt tot rust. Zuiver streelt
het zilver onze wangen, helder
staat de stroom in onze kelen stil.

'Een onderwaterbeeld. Naast een symbool voor het leven, het doopwater, is water ook, met name in de bijbel, het symbool van de dood. Denk maar aan het over het water lopen van Jezus of aan de zondvloed. De dood is hier het tot rust komen van het leven, verstilling, het einde van het voorbijgaan. Als je het al wilt hebben over een bestemming, dan is dat een bestemming: stilstaan, of eeuwigheid. Als het voorbijgaan eindigt, stopt het vergaan. Dit gaat over een soort harmonie die verder niet te duiden valt. De vergelijking met de vissen, die trage vissen uit Genesis, wil niet méér suggereren dan een vasthaken aan het begin. Meer weten we ook niet van de eeuwigheid.

Ik heb "tijd" wel eens een vergissing genoemd, maar in ieder geval is het een hulpstuk. Leven is het één achter het ander zetten. Daar is tijd voor nodig en die is ons "gegund" of die wordt ons "toegemeten". En ik heb zo de illusie dat we, als we daarbuiten konden staan, zouden zien hoe betrekkelijk dat is, hoe weinig tijd eigenlijk voorstelt. Dat het niet méér is dan een hulpstuk, dat het eigenlijk om iets anders gaat. Wat dat andere is, weet ik niet. Dat is het raadsel dat het bestaan de moeite waard maakt. Als ik zeg, dat er heel veel is waar we niet bij kunnen, dan is dat daar onderdeel van. Zeg het maar met het cliché van: het zal ons eens geopenbaard worden. Dat is toch ten diepste iets waar ik mee leef Ik denk dat er een situatie denkbaar is of dat er iets... ja, daar kom ik dus niet goed uit. Daar kan ik ook geen woorden voor vinden. Ik kan alleen maar zeggen, dat ik denk dat het tijdsbesef een vorm van bewust­ zijn is, die niet op zichzelf staat, maar die ergens voor nodig is. En dat is misschien die reis, dat onderweg zijn. Dat wil zeggen dat je daar deel aan hebt en dat er iets tot stand gebracht moet worden gedurende die reis. En als die reis afgelopen is, wanneer die verstilling intreedt, dan zal ook duidelijk worden wat voor zin dat heeft gehad.'

Bunt vraagt aan Wind of dichten zoiets is als 'proberen te ontdekken wat de zin van het leven is? ' Wind reageert met de opmerking dat je die zin nooit helemaal ontdekt. Dan zou je het laatste gedicht hebben geschreven. Wel heb je er af en toe even een blik op als je de tegel even een klein stukje oplicht.

Angst, levensangst, wie heeft er niet soms problemen mee in z'n leven? Daar eindigt het interview ook mee.

Een gevoel van veiligheid of onveiligheid komt in meer gedichten terug.

'Dat speelt ook wel een rol in mijn bewuste bestaan. Ik wil niet zeggen dat ik met wanen of angsten rondloop, maar ik weet wat angst is. En ik weet ook dat angst niet altijd, nee bijna nooit, te maken heeft met het waarneembare of het aanwijsbare, maar altijd te maken heeft met een gevoel dat iets niet deugt, het onverklaarbare, een existentiële angst. Het is een angst die zich bijna nooit als angst manifesteert, maar wel als een soort van onrust. Het houdt je ook gaande, denk ik. Het heeft dus te maken met dat nu wel hier zijn, maar straks daar, dat onderweg zijn en niet precies weten waarheen of waartoe. Als ik dat niet zou hebben, zou ik niet schrijven, denk ik. De behoefte om te schrijven heeft te maken met die onrust, met het vorm willen geven aan dingen die niet zijn wat ze lijken te zijn, maar die iets vertegenwoordigen, en dat is beangstigend.'

De verstilling is een bevrijding van de onrust en de angst?

'Jazeker, dat denk ik wel. Dat heeft iets troostends.'

In die zin zou ook de vergankelijkheid troostend kunnen zijn.

'Ja, maar voor mij heeft het begrip vergankelijkheid niet louter een negatieve duiding. Vergankelijkheid hoort bij ons, overkomt ons, tekent het bestaan. Natuurlijk zet je de hakken in het zand, dat hoort óók bij ons, maar het is zo onafwendbaar en zo onstuitbaar, dat het misschien het geheim is om daar nou juist vrede mee te hebben. Maar het mag niet zo zijn, dat je je mee laat slepen en geen sporen nalaat. Aanvaarden, niet berusten.'

Het blijft altijd boeiend kennis te nemen van poëzie. Er wordt soms subtiel in verwoord wat op de bodem van je eigen bestaan huist of wat knistert door je hersenen. Dichters geven de dingen een naam. In het nummer van Bloknoot waaruit we zojuist citeerden, staat ook een bijdrage te lezen van Dirk Zwart over vier bundels van Inge Lievaart. Hij bepleit een grotere verspreiding van 'de meer literaire maar toch goed toegankelijke teksten van Inge Lievaart', in plaats van altijd teksten van de 'eeuwige Nel Benschop, Enny IJskes-Kooger, M. Koffeman-Zijl e.a.'. Daarmee van harte instemmend nemen we hier een tekst van Inge Lievaart over die Zwart ook zelf noemt:

Uw hart heeft mij gekend
van dat ik werd ontvangen:
ik mag voorgoed bestaan

U droeg mij door het water
dwars door het grote donker
het land in van het licht

het licht houdt U verborgen
dieper dan ik kan zien
nader dan ik kan dromen

die zo aanwezig bent
dat U zichzelf laat raden
weet dat mij hart u kent

P.S.: Wie inlichtingen wil over Woordwerk kan bellen:01848-1377 of 1608. Voor Bloknoot is het tel.nr. 010-4.666.862.

En verder: In het net verschenen nr. van Ideabulletin (Ev. Alliantie), april 1995, staat interessante nadere informatie over de 'Toronto-blessing' (zie vorige Uit de pers), tel. 03438-13693.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's