Waar je nooit genoeg van krijgt
'Zijn goedertierenheid tot in eeuwigheid Psalm 118:1, 2, 3, 4, 29
De Heere Jezus spreekt ontdekkende woorden.
Hij zegt: '... uit de overvloed des harten spreekt de mond'.
Ik heb het begrepen. Mijn spraak maakt mij openbaar!
De dichter van de 118e psalm kan het niet op. Hij kan het alleen niet af. Komt, maakt God met mij groot! Israël wordt opgewekt. Aarons nageslacht moet instemmen. En zij die de Heere vrezen mogen zich niet stilhouden.
Met reden. De Heere heeft Zijn volk uit groot gevaar gered. De strijd is gestreden. De overwinning is verkregen. Zie, de aanvoerder keert met zijn leger terug. Nu moet de Heere gedankt. De vlaggen wapperen. Leve de Koning. Het feest wil gevierd worden. God alleen moet de eer ontvangen. Hij is goed. Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
Vijfmaal wordt van de goedertierenheid des Heeren gewag gemaakt. De tekstwoorden van deze meditatie zijn het refrein van de psalm. Van het begin tot het einde wordt de goedertierenheid God bezongen.
Kwaadsprekers zullen zeggen: het is altijd hetzelfde liedje. Neem nu psalm 136. Vader las het aan tafel. Want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Na drie keer dacht je 'nu weten we het wel'. Maar nog klonk 23 maal 'want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid'.
Gods goedertierenheid. We vonden het van het goede te veel. We wisten het wel. Weten we het? Het mag voor ons toch geen afgesleten bijbelwoord zijn. Gods goedertierenheid. We stellen ons Gods omgang met Zijn vriend Abraham voor ogen. We denken aan alles wat de Heere Izaak heeft gezworen. We brengen in gedachten Zijn openbaring aan Jakob. We bladeren het Oude Testament door en verbazen ons over Gods trouw aan Israël. Gods goedertierenheid heeft alles te maken met Zijn genadig verbond gesloten met Abraham en zijn nageslacht. Hij gedenkt aan Zijn verbond tot in eeuwigheid. Hij houdt de gemaakte afspraken. De psalm getuigt van de grote nood waarin Israël verkeerde. Haters. d' Heidenen, die omringen als een bijenzwerm. Als een kastijding van de Heere wordt dit alles ervaren. Maar temidden van alle noood wordt de Heere aangeroepen. In geloof wordt Zijn woord en belofte aangegrepen. En de Heere verhoorde! Hij zette al Zijn macht en kracht in voor Zijn volk. Hij maakt Zijn naam waar. Heere: Ik zal zijn, die Ik beloofd heb te zullen zijn. Het is waar: wie op de Heere vertrouwt, die zal de goedertierenheid omringen.
Gods goedertierenheid is ten hoogste geopenbaard in de zending van Zijn Zoon. Wanneer we zingen van Gods goedertierenheid, dan zingen we tot lof en dank van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Vanaf de eerste kennismaking met de Heere was daar een kennen van Zijn goedertierenheid. We gingen groot en goed van Hem spreken. We gingen van Hem zingen. Zeker, niet altijd luidkeels. Om te beginnen heel zachtjes. Zo wat voor ons heen. Maar dit is waar, het is te hoog en te diep om alleen maar gezegd te worden. Aan Gods goedertierenheid ontspringt een lied. Als Gods genadelicht over ons opgaat en we gaan zien wie Hij geweest is en wie wij geweest zijn...
Dat allereerste begin. Schroom. Terughoudendheid. Zoveel denken: dat kan toch niet, Hij... mij. En toch was het er. Toch was Hij er met Zijn liefde. Zijn genade. Kennismaking met de goedertieren God in Jezus Christus. Hij sprak: Ik wil je kennen. Ik hield het niet voor mogelijk. Het was wonderbaarlijk. Het is een wonder. Het zal een wonder blijven. Toen ik Hem zag, zag ik goedertierenheid in Zijn ogen. Ik zag dat Hij mij in mijn nood en ellende wilde kennen. En sindsdien verlang ik naar nadere kennismaking. Hem groot maken. Zijn Naam verhogen is mijn lust en mijn leven. Die goedertierenheid God, die zo diep moest neerbuigen. Het is alles zo onverdiend. Ik kon er niets tegenover stellen dan zonde en schuld. Maar Hij spreidde Zijn goedertierenheid over mij uit. Hij schonk me genade. Dat is vergeving. Dat is verlossing. Dat is bevrijding. Dat is eeuwige overwinning. Dat is die unieke troost in leven en sterven.
Ik ken God niet en u kent God niet als u van Zijn goedertierenheid in Christus niet weet. Waar zullen we Hem anders in moeten kennen. Waar zou Hij anders in gemeenschap met ons kunnen treden? Goedertierenheid. Gods hart klopt er in. En ons hart breekt onder die harteklop van God. Al die hardnekkigheid van u een mij, al die weerstand en weerbarstigheid gaat er aan.
Gods goedertierenheid in Christus. Er komt van alles op af Vijanden. Als een bijenzwerm. Maar het zijn de slechtste vruchten niet waarop dat gedierte afkomt. Vaak denk ik: ik kan er niet bij. O, die heerlijke vruchten. Gods goedertierenheid. Dat gezoem en gebrom om mijn oren... Het moest er diep door. Het moet er diep door. Heel veel dingen niet te plaatsen. Onbegrijpelijk wat een mens allemaal mee moet maken. We denken aan allen die na 50 jaar bevrijding nog in lijden zijn! Het gevoel van Gods goedertierenheid trekt zich meer dan eens terug. Wat dan? In Gods heiligdommen ingaan. Gedenken wie de Heere geweest is. Op de hoogte gebracht worden van de heilsfeiten. Niet te vergeten Pasen! Uit zo grote nood en dood verlost. Daarom zullen we bij de Heere aanhouden. Hem op Zijn Woord vastzetten. Zijn goedheid duurt in eeuwigheid. De Heere heeft verlost. Hij verlost! Onze hulp en verwachting is van Hem, die ons verlossen zal. Uw goedertierenheid over ons, gelijk als wij op U hopen.
Looft de Heere, want Hij is goed. Toch goed. Waarlijk! Nog goed. Wonderlijk!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's