De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Teloorgang van beziel verband

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Teloorgang van beziel verband

Vijftig jaar na de bevrijding

10 minuten leestijd

Machtig veel wordt in deze weken gepubliceerd ter herinnering aan de oorlogsjaren 1940-1945, met uiteindelijk de bevrijding. Herinneringen en emoties komen los. Bladen van alleriei slag en snit komen met bevrijdingsnummers, waarin mensen, die de bezetting en de bevrijding meemaakten, hun verhaal vertellen of waarin mensen van de generatie erna hun beschouwingen geven.

Het nummer van De Waarheidsvriend van volgende week zal zo ook geheel in het teken van de bevrijding staan, met artikelen, waarin wordt teruggeblikt door mensen, die soms op een heel speciale wijze mogen terugdenken aan de bevrijding.

In het hier volgende wil ik nu in enkele gedachten ingaan op de vraag wat de bevrijding ons nationaal heeft gebracht.

Wederopbouw

Landen in West Europa, die zwaar gehavend uit de Tweede Wereldoorlog tevoorschijn kwamen, zetten zich, aanvankelijk met hulp van andere landen, aan de wederopbouw. Dat moest ook wel. Steden en dorpen waren in puin geschoten of gebombardeerd.

Het economische leven was geruïneerd en moest opnieuw worden ontwikkeld.

In bepaalde delen van het land had de honger en de daarmee gepaard gaande ontreddering hard toegeslagen.

Er moest dus gewerkt gaan worden, hard gewerkt.

Dat die wederopbouw is gelukt, behoeft geen betoog. Holland is — letterlijk — uit het stof verrezen. Een stad als Rotterdam rees, vanwege de verwoesting van de binnenstad, langzaam maar zeker compleet vernieuwd uit de as.

Alle aandacht was daarbij gericht op de economische ontwikkeling. Wat dat betreft kwamen we de ontreddering overigens méér dan te boven. We gingen zelfs op den duur spreken van welvaartssamenleving. In Duitsland heette het al snel het Wirtschaftswunder. De bomen gingen tot in de hemel groeien.

Torenhoge gebouwen en een wirwar van wegen hebben evenwel in die ontwikkeling het landschap, oftewel de schepping wel op vele plaatsen aan het oog onttrokken. Het land is kapot gebouwd. En nog is het einde niet in zicht.

Het leven werd intussen complexer en ingewikkelder. In vijftig jaar groeide een samenleving, waarin het dorps-en stadsbeeld van de naoorlogse jaren geheel verdwenen was.

We hebben alles gekregen wat ons hart (? ) begeerde. En ook hier is nóg het einde niet. We schoven langzaam maar zeker het tijdperk van elektronica en informatica binnen. Nóg meer kwam binnen ons bereik. En we zijn eigenlijk snel vergeten hoe het nog maar kort geleden was, toen het nog  'behelpen' was — zeggen we — als we vergelijkingen trekken met alleen al de apparaten, die we thans bezitten en de techni­ sche mogelijkheden, die we binnenhaalden.

Een modern Babyion werd gebouwd, stad van de moderne mens.

De wederopbouw was zo al spoedig voltooid en maakte vervolgens plaats voor volstrekte nieuwbouw. De samenleving is in vijftig jaar onherkenbaar veranderd, óm-gebouwd, misschien wel meer dan in alle eeuwen daarvoor.

Geestelijk

Deze materiële opbouw en ook volstrekte nieuwbouw hebben het geestelijk karakter van ons volksleven ongetwijfeld ook diepgaand beïnvloed. De materie heeft immers grote invloed op de geest. De werk-en leefcultuur bepalen mede het mensbeeld. Langzaam maar zeker ontwikkelde zich een materialistische levenshouding, met eigenmachtige mensen, die zich een eigen vrijheid verwierven.

Het volk kwam geestelijk ontredderd uit de Tweede Wereldoorlog. Het nazidom was de duivel in eigen gedaante gebleken en had de Europese cultuur in de wurggreep gehouden. De Tweede Wereldoorlog mag dan ook gekenmerkt worden als de periode van de grote vernietiging van waarden, ook al bleef er weerstand, grote weerstand zelfs tegen de demonie, die openbaar kwam.

Misschien hebben we ons echter nadien wel teveel blind gestaard op die weerbaarheid, op het verzet tijdens de oorlogsjaren. We hadden het zélf gedaan, in plaats dat we Gods bevrijdende daden beleden. Want op den duur bleek er weinig verzet te zijn tegen andere machten, die een aanslag deden op met name de christelijke waarden en tekenen in onze cultuur; op de waarde van leven en die te maken hebben met waarden als het gaat om de invulling van het leven. Het gat, dat in de Tweede Wereldoorlog was geslagen, werd opgevuld met goeddeels materialistische waarden en met waarden, die we toelieten uit andere culturen. In feite zijn we de crisis van de veertiger jaren als volk niet geestelijk te boven gekomen, maar zijn we als volk, evenals andere volkeren in Europa, dieper in het moeras gezakt.

Een proces van diepe secularisatie heeft zich ingezet. En dat houdt méér in dan onttrekking van het leven aan de kerk. Daarmee verbonden was ook onttrekking van het brede leven aan geestelijke normen en waarden, ons vanuit het Evangelie als heilzaam voor de samenleving gegeven.

We werden bevrijd van een dwingeland van buiten maar kwamen in de ban van nieuwe knechtingen, die het innerlijk van ons volk diep hebben aangetast.

We hebben als volk de Gods geboden als knellende banden van ons geworpen.

Bezield verband

Los van de secularisatie op zich moeten we overigens constateren, dat vrijwel nergens meer sprake is van een bezield verband, dat door geestelijke waarden is gestempeld.

In de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog kreeg, om een voorbeeld te noemen, het socialisme in dit land een nieuw gelaat, doordat de oude doctrinaire socialisten van de vooroorlogse SDAP samengingen met 'christensocialisten', deels doorgebroken uit de vooroorlogse CHU, maar ook uit andere groeperingen doorgebroken naar de ene, nieuwe socialistische beweging, die zich op politiek terrein in de PvdA manifesteerde. De 'Doorbraak' werd weliswaar ook fundamenteel bestreden maar niet minder ook toegejuicht en aangeprezen. Hoe dan ook leek achter die doorbraakbeweging nog een saambindende gedachte te zitten. Daarom kozen 'christensocialisten' als Banning, Buskes en Dippel ook die zijde. Het zou gaan om het Gebod van het uur. De kerk is voor die doorbraak dan ook in hoge mate verantwoordelijk en daarmee ook voor de ontwikkelingen in ons volksleven.

In de wederopbouw van de naoorlogse jaren speelde de socialistische beweging een duidelijke rol. Al spoedig bleek overigens ook dit nieuwe socialisme in de greep van het materialisme te komen. Naarmate de welvaartssituatie zich duidelijker ontwikkelde, en werd het zelfs zó, dat de arbeiders zich lang niet meer altijd herkenden in de PvdA. Maar van de echt christelijke inbreng, waarvan zo hoog werd opgegeven en die de christelijke partijvorming overbodig zou maken, bleek al spoedig weinig. Zo zelfs, dat veel idealisten van het eerste uur zich later gedesillusioneerd hebben afgewend. De idealen braken stuk.

De socialistische beweging is verre van een bezield verband gebleken, met een herkenbaar ideologische uitstraling, laat staan met een christelijke inspiratie. De PvdA zelve bevindt zich naar het oordeel van insiders ook zo in de versukkeling, dat het niet zeker is, dat deze partij het boegbeeld van wat vandaag nog de socialistische beweging mag heten, blijven zal.

Maar eenzelfde verhaal valt te houden voor de liberale zuil van weleer. En niet in het minst ook voor de christendemocratische zuil, die de Doorbraak overleefde en confessioneel zou zijn. Geen bezielde verbanden meer; ieder voor zich ondergegaan in de race om de welvaartsstaat, materialistisch ingekapseld. De eer is weg!

Toppunt

Vooral de greep op de aankomende generatie is allerwegen weg. Het mag ironie van de geschiedenis heten, dat recent de PvdA bij de Evangelische Omroep aanklopte om steun te vragen bij de vraag hoe men vandaag de jongeren nog zou kunnen bereiken. De PvdA bereikt geen jongeren meer, terwijl jongerendagen van de EO door tienduizenden worden bezocht.

Het is dus al zover gekomen, dat men meent alleen een bepaalde methode te moeten vinden om jongeren nog weer te bereiken en dat men dan bij 'de duivel te 'biecht kan gaan'. PvdA en EO liggen immers bepaald niet op één lijn. Achter de vraag naar hulp bij de methode ligt een schreeuwende identiteitscrisis. Geen bezield verband meer, dat aantrekkelijk is voor mensen, voor jonge mensen in de breedte van het volk. Met het gevolg, dat tienduizenden jongeren geen oriëntatiepunt in onze maatschappij meer hebben. Het dieptepunt, dat te signaleren viel in een discussie in deze tussen een PvdA-parlementariër en een EO-medewerker was, dat de PvdA net als de EO, misschien gebruik zou moeten gaan maken van artiesten. En dan valt de naam van Paul de Leeuw, symbool van innerlijke leegte en schreeuwende decadentie. Als een beweging, die ooit met geestelijk élan begon, het daarvan moet hebben, is men wel helemaal bij de zwijnentrog terecht gekomen.

Moet men zich niet eerder afvragen wat de boodschap is, waar (jonge) mensen nog op af komen? . Het gaat niet om methoden maar om bezieling, die het hart raakt.

Hiermee wü ik niet zeggen, dat het vandaag vanzelfsprekend is, dat jongeren afkomen op de Boodschap van het Evangelie. Want ook de kerk is niet meer als bezield verband binnen beeld. Velen hebben nergens een boodschap meer aan. Maar elk verband, dat werkzaam is in de samenleving, zeker waar het geroepen is invulling te geven aan de inrichting der samenleving zelve, moet zich wel afvragen waar zijn geestelijk centrum nog ligt. Anders rest de leegte.

Moeten we concluderend niet zeggen, dat in de roes van de bevrijding vijftig jaar geleden, geen echte bezieling werd geboren? Als we eerlijk zijn: nergens!

De kerk

Ook de kerk zelf heeft intussen in de naoorlogse jaren hoge idealen gehad. Ik volsta met enkele opmerkingen inzake de Hervormde Kerk. In iedere andere kerk spreke men voor zichzelf

Er ging een nieuwe (apostolaire) wind waaien. De kerk ging deelnemen aan het maatschappelijk en politieke gebeuren, op alle terreinen van het leven zelfs. In de Nieuwe Kerkorde werd het nieuwe élan verwoord. En wat is ervan geworden? Het apostolaat verliep zich in de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, werd er zélf horig aan in plaats dat er profetisch leiding aan werd gegeven. De kerk is zelf niet het bezield verband gebleken, dat ons volk nodig had en dat het pretendeerde te zijn.

En vandaag zit ook de kerk op de puinhopen neer. Afgelopen zaterdag hadden we met een zestigtal hervormd gereformeerde ambtsdragers uit grote steden een ontmoeting. Er moet vandaag gesproken worden van restgemeenten in de grote steden. En het zijn voorposten van de regio's in het land.

Dan nóg behoeft dat niet onoverkomelijk te zijn, als er immers de rechte bezieling nog maar is. Maar ook de kerk blijkt niet meer dat bezielde verband te zijn, dat profetisch in de tijd staat, priesterlijk betrokken is bij mensen in nood, en met koninklijke waardigheid een plaats heeft onder het volk. De kerk is in haar gestalte vandaag zelf vaak geen teken van bevrijding meer. In Klaagliederen 1 vers 1 lezen we: 'Hoe zit die stad zo eenzaam, die vol volks was, zij is als een weduwe geworden, zij die groot was onder de heidenen, een vorstin onder de landschappen, is schatplichtig geworden'.

Dat is de gestalte van de kerk geworden. De kerk heeft dan ook geen enkele reden zich te verheffen boven het volk, waarbinnen bezielde verbanden mankeren. Ook de kerk heeft geen raad geweten met de bevrijding.

Ook de kerk is, in alle delen, in materialisme opgegaan.

Ook de kerk heeft grote woorden plaats zien maken voor een uitgedunde gestalte.

Hoop

Is dat dan het laatste, wat gezegd moet worden? Goddank nee! Want als er, vijftig jaar na de bevrijding, nog ergens hoop is, dan zal die toch in de kerk gevonden worden. De kerk is de enige draagster van een geheimenis, van hoop in aardse desillusie. Een kerk in de laagte en in deemoed en schuldbelijdenis is van dieper betekenis voor de samenleving dan babylonische bolwerken en bouwwerken.

De kerk zal de hoop alleen kunnen oefenen en uitdragen in een gestalte van deemoed, die overeenkomt met de weduwegestalte. Misschien dat ze zo, onder de zegen van de Almachtige en Eeuwige God, nog weer aantrekking zou kunnen hebben op mensen en verbanden, die in de geestelijke malaise van vandaag ook niet meer weten waar ze het zoeken moeten.

Vijftig jaar na de bevrijding zal de kerk, dieper nog dan toen, moeten uitzeggen, dat alleen Christus bevrijdt. Hij bevrijdde van slavernij onder het nazisme. Hij bevrijdt een volk, dat zich o zo vrij waant, van moderne slaverij.

Nu in nationaal opzicht elk bezield verband teloor is gegaan zij de kerk een bezield verband van eigen gestalte, want kerk van Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Teloorgang van beziel verband

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's