De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Holland uit het stof verrezen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Holland uit het stof verrezen

Bevrijding in Huizen

7 minuten leestijd

Zo was dan, na vijf jaren van spanning, welke naarmate de tijd voortsnelde, hoogspanning was geworden, eindelijk de ontspanning gekomen, en werd de langverwachte vrede door de duizenden in ons goede vaderland met blijdschap begroet. Men schreef 5 mei 1945. Een dag om nooit te vergeten!

Zo was het ook met die 10e mei 1940. De zware wolken, die reeds lang dreigden, kwamen zich ontlasten boven onze lage landen aan de zee. Helaas, we konden niet oproeien tegen zulk een overmacht. Op éénmaal is het gekomen, het onverwachte, om toch ook langgevreesde, in het holst van de nacht: de oorlog.

Wij - Nederland - , die in heel de wereld bekend stonden om onze vredelievendheid, wij, in de oorlog! Terwijl alles in diepe rust was, mens en beest. Een dof gebrom naderde. Mens en beest verschrikten, toen zij ontwaakten. Honderden vliegtuigen hadden onze landsgrenzen overschreden. Ze waren van Duitse nationaliteit. Een ieder werd het bang te moede. De oorlog woedde op z'n hevigst bij Rhenen, nabij de Grebbeberg. Hoe zijn ze gevallen, onze mannen.

Wilhelmus

Wat een golf van leed is er sindsdien over ons heengekomen. Ook over ons goede dorp Huizen. Wat al verordeningen en wetten werden ervan kracht. Denk slechts aan de verduisteringsvoorschriften en het verbod om uiting te geven aan onze verknochtheid aan het Oranjehuis. Zestig jaar achteréén wapperde op 31 augustus de driekleur van onze oude kerktoren, nu werd het verboden. Zelfs werd ons, toen we op zondag 31 augustus 1941 in onze oude kerk twee coupletten van het Wilhelmus zongen na de dienst, een geldboete opgelegd van ƒ 59.450, - . Deze som werd grotendeels aan de Duitse autoriteiten ter hand gesteld. Wat ook een opschudding gaf was de tewerkstelling van arbeiders in Duitsland. En denk ook aan de krijgsgevangenen!

Met stille eerbied gedenken wij allen, die in oorlogstijd zijn gevallen, als offers van de tijd. Welk een consternatie gaven ook de herhaaldelijke razzia's. Doodsangsten werden soms uitgestaan in schuilplaatsen of in het open veld. Vaak vonden begrafenissen plaats, 's morgens om acht uur.

Honger

En, bij dit alles kwam nog het grote gebrek aan voldoende voedsel. 'Honger is 'n scherp zwaard', zei men vroeger in Huizen. Dat werd nu aan den lijve gevoeld. Op het laatst ontving men een bon voor een half brood per persoon per week. Tallozen in ons dorp moesten heinde en ver op voedseltocht op fietsen met rubberbanden, vooral in die barre winter 1944-1945. Daarbij kwam nog, dat we verstoken waren van gas, van water en elektriciteit. Ook aan brandstof kwam gebrek. Onze mooie bosrijke omgeving moest vallen als een offer van de tijd.

'Och, werd toch dit woord bewaarheid,
in des werelds bange klacht, 
dat de vrede kwam tot klaarheid,
in deez' donk're oorlogsnacht.'

Wat was er een verlangend uitzien naar onze geliefden in Duitsland, en naar de vele onderduikers, elders in ons land.

Bidden

Wat was er ook een vragen en bidden en zuchten, bij allen, die God kenden. Wat al smekingen zijn opgezonden voor land en volk en vorstenhuis. Van tijd tot tijd werden in de kerken in ons dorp bidstonden voor de vrede gehouden.

'Geef ons Uw heil, en red door Uwe hand, uit vrije gunst het zuchtende Vaderland!'

Tegen deze donkere achtergrond van al de jammer en weedom, straalde en schitterde het licht van de vrede. Toen, heel onverwacht, ging de heilzon dagen. Het gedreun van de oorlogshandelingen van de Canadezen, Amerikanen en Engelsen tegen de bezettende macht kwam dagelijks naderbij.

Gerucht

Plotseling kwam het gerucht, dat alle oorlogshandelingen waren gestaakt. Wat een opluchting. Een golf van vreugde was er alom in ons dorp. Op zaterdagmiddag om twee uur werd de vlag gehesen op het Raadhuis. Een blij gevoel doorstroomde onze harten. We waren vrij! Een blijde jubel brak los! Weldra was ons oude dorp alom in vlaggetooi, de Oranjewimpels wapperden, het klonk langs beemd en strand: vrij is 't volk van Nederland. Iederéén was met oranje versierd.

Pas op de volgende dag, op zondagavond om acht uur, werd de driekleur uitgestoken op de oude kerktoren, ten aanschouwe van een grote schare, die, door deze handeling geïnspireerd, spontaan het Wilhelmus aanhief. Hierop begon de klok te luiden als teken der vrijheid. Allerwegen kwamen nu de dorpelingen naar buiten en richtten hun ogen naar de oude toren, die reeds eeuwenlangs ons dorpsbeeld beheerst. Immers, 't had allerwegen verwondering gewekt, dat de driekleur nog niet van de toren wapperde. De oorzaak hiervan was, dat de Duitse militaire wacht, die op de toren stond, er gehuisvest was in de oude pastorie, haar post niet wüden verlaten, alvorens zij, van bevoegde instanties, daarvoor opdracht hadden ontvangen. Doch eindelijk hebben zij hun hoge post toch moeten verlaten.

Dankuur

'Hier duldt de grond geen dwinglandij, waar vrijheid eeuwen stond.' De avond ervoor, dus zaterdag 5 mei, werd er 's avonds om 7 uur naar oud-vaderlandse zede, in onze mooie oude kerk een plechtige dankure gehouden. Het oude Godshuis kon de schare niet bevatten. Naar schatting waren ruim tweeduizend personen aanwezig. De dienst ving aan met samenzang van Psalm 66 vers 4 en 5:

'Looft, looft de Heer der legerscharen.
O volken, heft een lofzang aan
Een net belemmerde onze schreden,
Een enge band hield ons bekneld.'

Ds. J. Vermaas besteeg nu de kansel. Een innig dankgebed werd opgezonden voor Gods wonderbare redding. Gelezen werd Psalm 66, waarna een feestrede werd uitgesproken, onder het motto: 'Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mens'. Met stille aandacht en ontroering werd dit woord beluisterd. De ontroering der harten werd nog groter, toen hierna staande twee coupletten van ons volkslied werden aangeheven. Nooit en te nimmer hebben we zo spontaan het Wilhelmus gezongen. Hierna besteeg onze grijze leeraar ds. G. Lam de kansel. Hij verzocht te zingen vers 1 van Zacharias lofzang:

'Lof zij de God van Israël, de Heer,
die aan Zijn erfvolk dacht,
en door Zijn liefderijk bestel,
verlossing heeft teweeggebracht.'

Gelezen werd nu Jesaja 30, terwijl hij als uitgangspunt noemde vers 29: 'Daar zal een lofzang bij ulieden zijn, gelijk in de nacht, wanneer het feest geheiligd wordt, en blijdschap des harten, gelijk van één die met fluiten wandelt, om te komen tot de berg des Heeren, tot de rotssteen Israël'. Ook deze rede van de grijze prediker, staande temidden van de brandende kadrsen, was een woord van bezieling, een woord van lof en dank. Na het dankgebed, werden nog enkele verzen gezongen van het Lutherlied. Het orgel stuwde nog tal van vaderlandse melodieën uit, terwijl de schare, met onbeklemde borst de Gode welgevallige liederen aanhief. Soli Deo Gloria - Gode alleen de eer. Ja, dat was wel de grondtoon van deze heerlijke verlossing.

'God had bij ons wat grootst verricht,
Hijzelf heeft onze druk verlicht,
Hij heeft door wond'ren ons bevrijd,
Dies juichen wij, en zijn verblijd.'

En ziende op allen, die nog niet waren teruggekeerd uit den vreemde zongen we nog:

'Breng Heer, al uw gevang'nen weder
Zie verder op Uw erfvolk neder.
Verkwik hen als de watervloed
die 't Zuiderland herleven doet.

Na de bevrijding kwamen onze jongens en mannen, druppelsgewijs naar huis. Was er weer één thuisgekomen, dan werd spontaan de vlag uitgestoken. De feestvreugde was groot in ons dorp, verhoogd door de muzikale medewerking van de beide muziekkorpsen. Waar echter de thuiskomst uitbleef-en dat was er óók - was rouw en verdriet:

'Alle leed, dat ons bekomt
gaat op de duur vervagen
maar - dit leed gaat niet voorbij
't blijft aan de ziele knagen!'

Helaas werd de feestvreugde op maandag 7 mei getemperd door de noodzakelijke 'insperring' (vergeef me dit Duitse woord) van verdachten lieden, 't Was noodzakelijk, maar voor velen was dit het eigenlijke feest. Dat heeft ons diep bedroefd. Want, het is één van beide: er is dank in ons hart, of er is haat, en waar haat is, ten opzichte van verdachte lieden, daar is géén dankbaarheid. Want, ziende op Gods sparende hand over ons, ondanks alle ontbering, moet dank onze harten vervullen, want:

'Had ons de Heer, aan Hem zij de eer,
 Alzo niet bijgestaan,
Wij waren lang, 't was ons zo bang.
Al in de druk vergaan!' 

We willen besluiten met een vers van Willem Bilderdijk:

'Holland groeit weer, Holland bloeit weer,
Hollands naam is weer hersteld,
Holland, uit het stof herrezen.
Zal opnieuw mijn Holland wezen.
Stervend heb ik 't U gemeld.'

Henk Rebel (Hayndruk van 't Noorderaynde)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1995

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Holland uit het stof verrezen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1995

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's